Dinsdag 21/05/2019

Dubbelinterview

“Als een metalband mainstreamsucces krijgt, denk ik: één van ons is er geraakt!”

Allebei laten ze de AB vollopen: Alex Agnew (45) droeg er afgelopen week na dertien jaar Diablo Blvd ten grave, Jeroen Camerlynck (39) blaast op 20 januari zijn band Fleddy Melculy juist extra leven in met een tweede editie van Fleddypalooza. Twee frontmannen over succes, humor, touren, en kakken voor de show: “Metal heeft iets heel serieus, maar ook iets heel onnozels.”

Camerlynck timmerde jarenlang aan de weg met zijn groepje De Fanfaar (enkel dankzij hun tours met Urbanus belandden ze even in de spotlights), maar de metal-met-een-knipoog van Fleddy Melculy ontplofte van bij debuutsingle ‘T-Shirt van Metallica’, en kreeg meteen een platencontract van Sony voorgeschoteld. Agnew had langer nodig om Diablo Blvd op de rails te krijgen, maar hun laatste twee platen, Follow the Deadlights en Zero Hour, werden uitgebracht door Nuclear Blast, het gerenommeerde metallabel dat ook Slayer en Machine Head onder zijn hoede heeft. We brachten beide metalmannen samen voor een gesprek in de Brusselse AB, en gezien de tijd van het jaar lag de openingsvraag voor de hand.

Bestaat er een kerstmetalplaat?

Jeroen Camerlynck: “Een volledige plaat, dat weet ik niet, maar Steel Panther heeft ooit een kerstsingle opgenomen. Gewoon een Steel Panther-nummer, maar dan met Rudolph the Reindeer-belletjes erover gesprenkeld. En een paar jaar geleden hebben een hoop metalbands de soundtrack van The Nightmare Before Christmas in een nieuw jasje gestoken. Marilyn Manson herinner ik me, Korn ook... Geen typische kerstliedjes maar wel heel plezant.”

Zelf nooit iets in die richting overwogen?

Camerlynck: “Onze Hollandse promotor heeft mij dat al tien keer gezegd: je moet een kerstsingle maken. Maar euh... ik heb daar precies niet zoveel zin in.”

Alex Agnew: “The Darkness heeft ooit een kerstplaat uitgebracht. En Billy Idol ook, maar die is niet goed. Ik ben nochtans een fan. Die gast tourt nog, hè, en hij is naar verluidt nog volle bak Billy Idol. Vier jaar geleden had ik tickets voor zijn concert in het Koninklijk Circus, maar ineens moesten we op tournee met Machine Head en kon ik niet mee. Is mijn vrouw met een vriendin gaan kijken. ‘En, was ‘t goed?’, vroeg ik achteraf. ‘’t Was kut’, zei ze, ‘maar gij hadt dat wel goed gevonden.’” (lacht)

Had jij Jeroen eigenlijk al ontmoet?

Agnew: “Ja, tuurlijk. Klein wereldje, hè.”

Camerlynck: “Ik ga niet beweren dat ik iedere Belgische band persoonlijk ken, maar je komt altijd dezelfde mensen tegen. Twee zomers touren en je hebt iedereen wel ontmoet. Afgelopen zomer liepen we vooral die van Sons tegen het lijf, de zomer daarvoor Equal Idiots.”

Agnew: “Wij hebben dat gehad met Evil Invaders. Bliksem ook, bestaan intussen al niet meer. Bark kom je ook constant tegen. King Hiss, gasten uit Kortrijk. Your Highness uit Antwerpen.”

Camerlynck: “Wij hebben gek genoeg nog maar één keer samen met Diablo op een affiche gestaan, afgelopen zomer op Pukkelpop.”

Agnew: “En dat was keiplezant. Jullie hebben een paar heel stevige zomers na elkaar gehad, net toen wij een nieuwe plaat aan het maken waren en het live wat rustiger aan deden.”

The Van Jets stoppen ermee, Magnus stopt ermee, Diablo Blvd stopt ermee: wat is er aan de hand?

Agnew: “Ik moest lachen met een aantal dingen die The Van Jets in hun Humo-interview van een paar weken geleden aanhaalden: heel herkenbaar. Als Belgische band altijd maar weer festivals moeten openen, bijvoorbeeld, terwijl drie uur later een groep staat te spelen voor anderhalve man en een paardenkop. ‘We gaan de populaire Belgische band gebruiken om volk te lokken rond de middag.’ Wat een bullshit. Als je het verdient om hoger te staan dan de drie bands na je, dan moet je gewoon hoger staan.”

Camerlynck: “Ik snap die frustratie. Waarom staan die groepen hoger? Is dat een packagedeal? Geraken die er anders niet op tijd? Is dat omdat die maffen tot vier uur 's middags?”

“Ik heb wat dat betreft voorlopig niet te klagen. Op Graspop stonden wij om zeven uur ‘s avonds, weliswaar op een veel te klein podium, maar liever daar voor een volle tent dan ‘s middags op de Main Stage. (tegen Agnew) Jullie hebben daar geopend, zeker?”

Agnew: “Wij waren tweedes.”

Camerlynck: “Veel te laag op de affiche in ieder geval.”

Agnew: “Op Alcatraz moest ik echt lachen. Ross the Boss speelde na ons. Dat is het soloproject van een ex-gitarist van Manowar, waar op tien fans van Manowar na niemand een reet om geeft. De uitleg: ‘Zijn management deed moeilijk.’ Tof! Wat heb ik daaraan? Maar zo werkt het blijkbaar.”

Maar Diablo Blvd stopt er dus mee.

Agnew: “Net als bij The Van Jets en vele anderen: een combinatie van factoren. De typische verhalen, hè: we worden allemaal wat ouder - volgende maand word ik 46. Iedereen in de band heeft kinderen, in het buitenland spelen blijft een investering...”

“Dan heb ik het over die tours waarin je jezelf moet inkopen. Lees: wij betalen de bus van de hoofdact. Waarin we dan niet mogen meerijden. We hebben een aanbieding gehad van een buitenlandse metalband: een lange tour, zes weken, we mochten mee als we 500 pond per dag betaalden. 500 pond! Per dag. Voor dat bedrag reden we wel mee op de tourbus. Maar we hebben het uitgerekend: met die tour gingen we 25.000 euro verlies maken. Dat hebben we dan maar niet gedaan.”

“In de band voelden we ook dat onze muzikale smaken, de richtingen die we uit wilden, iets te ver uit elkaar begonnen te liggen.”

Jeroen Camerlynck (rechts): 'Ik hou zielsveel van metal, maar ik steek er ook voortdurend de draak mee.'

Dan hebben we het over jouw new wave-invloeden?

Agnew: “Ja, eigenlijk wel. Pas op, wij zijn supergoeie vrienden, nog altijd. Eergisteren zijn we bijvoorbeeld na de repetitie met zijn allen naar Bohemian Rhapsody gaan kijken. Maar we voelden: er ís nog geen wrevel, maar als we voortdoen, gaat die er wel komen. We konden kiezen: stoppen nu de mensen er nog een hol om geven, of het langzaam laten verwateren. Het laatste wat ik wil, is dat mensen over tien jaar zeggen: ‘Ha, Diablo Blvd speelt op PaApelrock? Ik wist niet dat die nog bestonden.’”

Ik neem aan dat je comedycarrière ook meespeelt. Je hoeft je mond maar open te doen of het Sportpaleis loopt vol - wat uiteraard jouw verdienste is. Maar in de muziek, waarin je wellicht evenveel energie steekt, liep het heel wat minder vlot.

Agnew: “We hebben onlangs een videoclip gemaakt met livebeelden van het prille begin tot nu, en als je ziet wat we allemaal gedaan hebben, denk ik: ‘Als dat de minst succesvolle carrière van de twee is, dan ben je niet slecht bezig.’ Maar ja, ik heb het nadeel - wat eigenlijk dus een voordeel is - dat ik kan vergelijken, en het is een feit dat het in de comedy een stuk vlotter gaat. Jeroen heeft net hetzelfde aan de hand: hij heeft voor de lol iets uitgebracht en dat is ontploft. Terwijl hij al heel wat jaren in de muziek bezig was. Met Diablo hebben we voor elke stap vooruit moeten trekken en sleuren en duwen en werken en vechten en gaan. Toen ik met mijn comedy begon... (knipt met de vingers) was dat meteen vertrokken.”

Camerlynck: “Ook al heb ik nu succes, ik neem niks als vanzelfsprekend aan. Omdat ik vóór Fleddy twaalf jaar lang met mijn groep De Fanfaar de ene mediadeur na de andere tegen mijn bakkes heb gekregen. Er is maar één reden waarom de mensen De Fanfaar kennen, en dat is omdat we een aantal tours met Urbanus hebben gedaan. Maar we hebben ook vier platen uitgebracht waarin we bloed, zweet en tranen hebben gestoken. En ineens is er Fleddy, iets waar ik totaal niet over heb nagedacht: gewoon alles wat ik cool vind aan elkaar geplakt, persoonlijker wordt het niet. En ineens vindt iedereen dat cool, wordt het overal opgepikt. Heel maf. Maar ik blijf er wel heel nuchter bij.”

Word je er ook niet een heel klein beetje kwaad van?

Camerlynck: “Nee, wél van het feit dat je ineens een publieke figuur bent en iedereen dan blijkbaar een mening over je moet hebben. Mensen beginnen ook gewoon dingen te verzinnen. Dat je denkt: ‘Wat? Ik ben daar nog nooit van mijn leven geweest.’ Ik heb een vrouw en twee dochters, ik wil niet dat die op de speelplaats worden lastiggevallen met dingen waarmee ik totaal niks te maken heb. Pas op: negentig procent van de reacties is heel positief, maar die andere tien procent kan venijnig zijn. En als er één muziekgenre is waarover iedereen een mening heeft, als ging het over de laatste aflevering van Thuis, dan is het metal wel.”

Agnew: (lacht) “Er zijn nu eenmaal van die genres waar een soort politieachtig elitarisme heerst: ‘Dat is echt, dat niet, gij zijt nen echte en gij niet.’ Metal heeft dat, hardcore, jazz wellicht, punk vroeger ook. En wij maken het ze extra moeilijk: Jeroen steekt humor in zijn muziek, ik ben buiten de band bekend als humorist. Ik heb gemerkt dat de mensen dat moeilijk kunnen loskoppelen. ‘En nu moeten we u ineens au sérieux nemen, of wat?’ Euh, ja. Anderzijds heeft mijn bekendheid als stand-upcomedian Diablo Blvd natuurlijk wel extra aandacht opgeleverd, zeker in het begin. Daar moeten we ook niet flauw over doen. Maar de mensen die naar Diablo kwamen omdat ze dachten dat ik een mop ging vertellen, zijn gaandeweg wel weggebleven.”

Moet je je inhouden om bij Diablo geen moppen te vertellen? Daarstraks, tijdens de fotosessie op het podium van de AB, kon je het in ieder geval niet laten.

Agnew: “Moppen vertellen zit in mijn natuur, ik ben niet zomaar stand-upcomedy gaan doen. Bij Diablo Blvd ben ik geen stand-upper, maar ik ben er ook geen totaal ander mens. Kijk, als Glenn Danzig tijdens een optreden struikelt, dan zal hij kwaad worden en eventueel een luidspreker van het podium sjotten. Als mij dat overkomt, zal ik daar een grapje over maken. En als ik in het publiek iemand zie staan met een gekke outfit, kan ik het ook niet laten. Metal heeft iets heel serieus, maar ook iets heel onnozels. En ik heb altijd de neiging om de dingen te relativeren. Hoe ernstiger iemand zichzelf neemt, hoe harder ik geneigd ben ermee te lachen. Neem nu Amenra. Met vleeshaken in je borst boven het podium hangen: (zoals Amenra-frontman Colin H. Van Eeckhout weleens doet, red.) dan is er toch altijd iets in mij dat... (plooit dubbel en onderdrukt een lach) Geweldige band hè, maar je weet wat ik bedoel.”

Camerlynck: “Ik hou zielsveel van metal, maar ik steek er ook voortdurend de draak mee. Vooral met de clichés van het genre: het nummer ‘1 noot’ op onze eerste plaat is letterlijk een liedje met één noot. En in het midden van ‘Verplicht akoestisch intermezzo’ roept mijn vrouw dat het eten klaar is. Dat is de sérieux van de metal serieus motten geven, en er zijn mensen die daar absoluut niet mee kunnen lachen.” (lacht)

Agnew: “Ieder moet zijn ding doen. Je moet niet Trent Reznor proberen te zijn als je Freddie Mercury bent. Waarmee ik bedoel: Freddie Mercury was een entertainer, en zonder verdere vergelijkingen te willen maken: ik ook. Ik probeer het publiek erbij te betrekken, we brengen een interactieve show.”

Camerlynck: “Waar de mensen nog het meest een probleem mee hebben, is dat ik in het Nederlands zing. ‘Dat is not done!’”

Agnew: “Terwijl de eerste de beste Scandinavische blackmetalband die in het Noors zingt, dan weer onnoemelijk cool bevonden wordt.”

Jij bent wel zowat de enige beroepscomedian die erin geslaagd is ook met iets ernstigs enig succes te hebben. Richard Pryor en Eddie Murphy hebben als acteur niet veel serieuze rollen gekregen, de muziekcarrière van Bill Hicks is nooit van de grond geraakt...

Agnew: “Robin Williams. Een Oscar-winnaar die dramatische rollen heeft gespeeld. Jim Carrey ook. En die heeft er serieus voor moeten vechten. Maar dat zijn wel twee van de meest schizofrene acteurs die er ooit zijn geweest, denk ik. Toen ik Jim and Andy zag, de making-of van Man on the Moon (biopic over de excentrieke comedian Andy Kaufman met Carrey in de hoofdrol, red.), heb ik vaak zitten denken: Jim, euh... are you okay? (lacht) Maar net dat maakt hem zo geloofwaardig: hij ís gewoon zo. Mensen voelen best wel wanneer iets echt is en wanneer niet.”

Alex Agnew (rechts): 'Fleddy Melculy heeft de laatste jaren op festivals gespeeld waar wij hadden kunnen staan. Ik gun het jullie van harte.' (Foto's: Graspop 2018)

Camerlynck: “Voilà. In de muziek is het net zo. Zoveel groepen doen dingen die hun eigenlijk niet liggen, gewoon om succes te hebben, om op de radio gedraaid te worden. Dat houdt niemand vol.”

Agnew: (knikt) “Nuclear Blast, één van de meest gerenommeerde metallabels, dacht dat ze met ons het nieuwe Volbeat hadden binnengehaald. Een groep die ik nooit goed heb gevonden, maar we zingen allebei redelijk melodieus, dus ik kan er wel begrip voor opbrengen. Toen ze onze nieuwe plaat met al mijn new wave- en punkinvloeden te horen kregen, zag je ze denken: ‘What the fuck moeten we hiermee aanvangen? Wij willen arenametal!’”

Ga jij met je muzieksmaak buiten de metal, Jeroen?

Camerlynck: “De laatste jaren is er eerlijk gezegd zeer weinig metal die mij nog interesseert. De laatste van Ghost, en Malevolence, een band uit Sheffield, en dan hebben we het veruit gehad. Ik luister vooral naar hiphop. Oude hiphop. De dingen waar ik in de jaren 80 en 90 niet klaar voor was. Maar metal... Ik vrees dat ik een beetje een oude zak aan het worden ben. Ik mis de tijd dat er iconische platen als Chaos A.D. van Sepultura uitkwamen.”

Agnew: “Dat was ook wel een superperiode. Midden jaren 90: Sepultura, Fear Factory, Machine Head... en niet te vergeten: The Black Album van Metallica. De Seattle-scene ook: Alice In Chains, Soundgarden, Pearl Jam...”

Camerlynck: “Elke nieuwe plaat die toen uitkwam, leek straffer dan de vorige, en ineens was het gedaan. Wat vond jij het afgelopen jaar een goeie metalplaat, Alex?”

Agnew: “Die van Ghost.”

Camerlynck: “In bepaalde metalkringen nochtans ook weer een gehate groep.”

Agnew: “Wegens te succesvol. Maar ze hebben goeie songs. En ze durven risico's te nemen. Gojira vind ik trouwens ook goed.”

Camerlynck: “Dat heeft op mij dan weer nooit een wauw-effect gehad. Toch niet zoals Pantera, of Slipknot, om maar iets vergelijkbaars te noemen. Dat waren groepen die schreeuwden: ‘Listen to this!’ Daar kon je niet naast luisteren.”

Agnew: “Ik ben trouwens altijd blij als een metalband mainstreamsucces krijgt. Dan denk ik: één van ons is er geraakt!” (lacht)

Alex Agnew (rechts): 'Fleddy Melculy heeft de laatste jaren op festivals gespeeld waar wij hadden kunnen staan. Ik gun het jullie van harte.' (Foto's: Graspop 2018)

Fleddy Melculy was meteen een succes.

Camerlynck: “Bij ons eerste optreden stond er al vijfhonderd man, ons zesde optreden was op Graspop.”

Heb je weleens gedacht: dit klopt niet?

Camerlycnk: “Heel vaak. (lacht) We hebben geen tijd gehad om te groeien in onze shows, hè, we moesten het leren op het podium, voor schijteveel volk. En soms was het goed, maar soms ook totaal niet. (lacht) Deze maand brengen we een liveplaat uit die ook in het buitenland gepromoot gaat worden en daar optredens moet opleveren. Daar kijk ik dus echt naar uit: om eens ergens in een klein cafeetje waar niemand je kent op je smoel te gaan. (lacht) ‘Hoeveel tickets zijn er verkocht? Tien? Yes!’” (lacht)

Je blijft wel in het Nederlands zingen?

Camerlynck: “Tuurlijk. Het wordt echt een avontuur.”

Agnew: “In het buitenland spelen is knokken.”

Jij hebt vorig jaar met Diablo nog een tour gedaan. ‘We gaan investeren’, zei je toen. De beslissing om te stoppen is blijkbaar niet zo lang geleden genomen.

Agnew: “Toen we de laatste plaat aan het maken waren, was het nog de bedoeling om ervoor te blijven gaan. Maar ineens komt er toch dat gevoel: het is hier wat op aan het geraken. En hoeveel jaar wil je nog blijven investeren?”

Camerlynck: “Zijn jullie ooit kwaad geweest op ons?”

Agnew: “Nee. We zeiden gewoon: ‘Ha, kijk, die hebben nu de zomer die wij een paar jaar geleden hadden.’ Overal waar je komt de keet in de vernieling spelen. Als ‘gewone’ festivals één metalband mogen kiezen, zullen ze altijd de band nemen die aan het boomen is. En de laatste jaren waren jullie dat. En er zullen ongetwijfeld festivals bij zijn geweest waar wij hadden kunnen staan. Maar ik kan daar niet kwaad om zijn. Ik gun jullie alles, en ik snap ook perfect waarom mensen het goed vinden. En weet je wat: het feit dat je in het Nederlands zingt, dat gaat het goed doen in het buitenland, want dat heeft iets exotisch. Als je in het Engels zingt, gaan ze in Amerika of Engeland al rap zeggen: zo hebben wij er al tien.”

Camerlynck: “Dat is exact wat de promomensen ons hebben gezegd. Het humorgedeelte zal natuurlijk voor een groot stuk wegvallen, maar dat moeten we dan maar opvangen met de show. We zullen wel zien, misschien lukt het in het buitenland voor geen reet. Ik ga er in ieder geval het roer niet voor omgooien. De meeste bands proberen hardnekkig te vermijden wat al eens gedaan is, maar dat is bullshit. Alles is al eens gedaan.”

Agnew: “Aan de grote baas van Nuclear Blast, een Duitser, heb ik eens gevraagd waarom ze ons nu echt hadden getekend, en hij zei: (met Duits accent) ‘Because zere is no band like you.’ Euh, er zijn heel veel groepen die doen wat wij doen. En hij: ‘Ja, maar niet alles tegelijk.’ We zijn een bonte mengeling van al onze invloeden, en daardoor alleen al zijn we origineel. Maar dat we niet als Volbeat klonken, vonden ze dus niet leuk. (lacht) Een buitenlandse fan heeft over onze laatste plaat gezegd: ‘I love it, man, you're like Adam and the Ants and Duran Duran on crack.’ Dat was de beste omschrijving die ik heb gehoord.”

Ben je van plan om solo die richting meer te gaan verkennen?

Agnew: “Misschien. Ik heb al met wat mensen gebabbeld, maar ik heb eigenlijk nog geen idee wat ik ga doen. Ik heb geen zin om nu op die new wave-revival te gaan springen, maar ik ben ook niet van plan om met muziek te stoppen.”

Heb jij nooit comedy overwogen, Jeroen?

Camerlynck: “Ik heb weleens gedacht om onder het Fleddy-gegeven iets te doen wat losstaat van muziek, en dan kwam ik inderdaad snel bij comedy uit. Maar ik besef goed dat ik nog niet tot aan de enkels zou komen van iemand als Alex, dus heb ik dat plan snel laten varen. Wat ik mij wel ooit zie doen, is van die spoken word, zoals Henry Rollins. Dat ze mij een micro geven en dat ik twee uur doordram over alles wat mij stoort, zonder met opzet grappig te willen zijn.”

Agnew: “Als je dat zou doen - onder de noemer Fleddy Veltelt bijvoorbeeld, ik zeg maar wat - dan zou ik er niet van verschieten als je bij je twintigste show toch om de halve minuut een lach hebt. Het zit gewoon in jou om de dingen humoristisch te brengen.”

Camerlynck: “Mag ik nu eens een heel persoonlijke vraag stellen? Als jij in het Sportpaleis speelt, Alex, hoeveel keer ga je dan kakken?”

Agnew: “Redelijk wat. Gelukkig niet tijdens de show. (lacht) De Geubels heeft dat eens gedaan, in Holland. (Geeft een voortreffelijke imitatie van Philippe Geubels) ‘Joa, ik moest keihard kakken en ik dacht: ik gon da echt nie trekke tot het einde van de show. Dus heb ik gedoan azzof er iet on maine micro was, en dan zen ik gon schijten.’ Nee, voor de eerste keer Sportpaleis was ik ver-schrik-ke-lijk zenuwachtig. Volgens mijn vrienden was ik weken op voorhand niet aan te spreken. Maar de derde keer was dat al weg. Ik weet nog dat ik toen backstage met een maat stond te babbelen, en ineens zegt die: ‘Uwen intro is bezig.’ ‘Godverdomme! Allee, tot straks, hè.’” (lacht)

Heren, nog vragen voor elkaar? Want ik moet ervandoor.

Camerlynck: “Ik heb er nog eentje. Jullie hebben toch getourd met de Nederlanders van Epica, hè?”

Agnew: “Ja, waarom?”

Camerlynck: “Poetsten die hun tanden voor ze het podium opgingen?”

Agnew: “Euh, nee.”

Camerlycnk: “Ik heb vorig jaar een tourtje gedaan met een Rage Against The Machine-tributeband, met de zanger van John Coffey, Marco van De Heideroosjes, en Caroline Westendorp van The Charm The Fury. Ik was de enige Belg. Vlak voor de show gingen al die Hollanders hun tanden poetsen. Ik zweer het je! Bij de derde show heb ik ze gevraagd waarom ze dat deden. (met Nederlands accent) ‘Ja, het is toch leuk om met een frisse mond het podium op te stappen.’ Ik dacht in mezelf: doe eens normaal en drink gewoon twee pinten zoals iedereen.” (lacht)

De hoes van ‘Fleddy Melculy Live @ Graspop Metal Meeting ‘18.

Fleddy Melculy Live @ Graspop Metal Meeting ‘18 komt op 7 december uit bij Sony. Fleddypalooza (met o.m. Fleddy Melculy, Belgian Asociality en Lost Baron) vindt plaats op zondag 20 januari. Info en tickets: abconcerts.be

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.