Donderdag 22/08/2019

Boekenrecensie

Als een goed mens met zeer vervelende trekjes een schaamteloos dagboek schrijft

A.H.J. Dautzenberg: 'Met structuur hou ik mijn neuroses onder controle.' Beeld rv Wouter le Duc

‘Een levenslustige stoïcijn’, zo noemt A.H.J. Dautzenberg zichzelf in zijn schaamteloze dagboek Ik bestaat uit twee letters. Maar geregeld kampt de Nederlandse provocateur-schrijver met ‘herfst in het hoofd’.

Enfant terrible. Het woord wordt tegenwoordig wel erg makkelijk in de mond genomen voor al wie buiten de lijntjes kleurt. Voor een volgetatoeëerde voetballer die steigert over zijn niet-selectie en regelmatig een sigaretje rookt. Voor een pretentieuze kunstenaar die een actualiteitenprogramma op stelten zet met verregaande wartaal. En natuurlijk voor auteurs die van onconventionaliteit hun keurmerk hebben gemaakt, genre Michel Houellebecq en Arnon Grunberg.

Ook Anton HJ Dautzenberg (°1967) werd al meermaals met het label bedacht, al krijgt hij er tegenwoordig flink de stuipen van. De schrijver werkte zich een paar keer ferm in de nesten met stunts als verzonnen interviews (met Lemmy van Motörhead), een gemediatiseerde nierdonatie, een kortstondig lidmaatschap van pedofielenvereniging Martijn (“uit mededogen” en “uit protest”) en samenwerking met de van fraude verdachte wetenschapper Diederik Stapel.

Dautzenberg zoekt graag het randje op maar betaalde daar ook een hoge prijs voor. Het kwam hem op doodsbedreigingen, scheldtirades, isolement, depressies en een ontslag bij de Fontys Hogeschool te staan. Tegelijk springt de in Tilburg wonende Nederlands-Limburger regelmatig in de bres voor armoedeprojecten, reed hij rond met de dierenambulance en nam hij zwervers in huis. “Soms ben ik een altruïstische, warme man, soms een egocentrische aansteller”, noteert hij over zichzelf in Ik bestaat uit twee letters, het dagboek dat hij in de aanloop naar zijn vijftigste verjaardag een jaar lang bijhield voor de befaamde egodocumentenreeks Privé-domein. Zijn vriendin Maartje ziet het zo: “Je bent een goed mens met een paar zeer vervelende trekjes.”

Dat Dautzenberg stilaan aan rehabilitatie toe is, bewijst zijn plek in deze befaamde boekenserie, waarin hij carte blanche kreeg en opvallend veel spitwerk naar zijn jeugd onderneemt. Ook de zopas verschenen, luxueuze bundel met vijftig verzamelde, vaak nietsontziende verhalen uit de periode 2010 tot nu (Atlas/Contact) zijn een indicatie dat Dautzenberg weer op het voorplan klimt. De ‘effectieve soberheid’ van zijn stijl staat er in dienst van absurdisme en ontregeling.

In Ik bestaat uit twee letters geeft Dautzenberg schaamteloos opening van zaken over zijn dagelijkse levenswandel. En die strookt niet echt met het heersende beeld van de ‘gevaarlijke schrijver’, lustig fabulerend en iedereen in de maling nemend. Integendeel, Dautzenberg komt uit deze heel diverse kronieken naar voren als een bijna goedmoedige loebas die zich het liefst in zijn ‘gloppenhol’ (zijn ‘groezelige huurflatje’) verschanst met de nieuwste aflevering van het stripmagazine Donald Duck op schoot of turend naar het WK snooker. En zichzelf langzaam weer op de rails zet, na zeventien jaar antidepressiva slikken: ‘Met structuur hou ik mijn neuroses onder controle.’

Maar af en toe knokt hij tegen dwanghandelingen en zelfmoordneigingen en denkt hij volop aan de aanlokkelijke sprong van de klif in Beachy Head. Via ejaculaties tempert hij de ‘herfst in zijn hoofd’, ‘soloseks stimuleert de heropname van serotonine.’

Brokkenlijmer

Dautzenberg blijkt bovendien een brokkenlijmer, een man die zich het vuur uit de sloffen loopt om knarsende familieverhoudingen weer te versoepelen, “de Grote Vredestichter” die met zijn moeder zeeslakkenhuisjes raapt of met haar naar een Valkenburgse sauna gaat. Of een vriend in hoge nood in huis opneemt.

In zijn dagboekjaar stelt Dautzenberg zich tot doel de banden nauwer aan te halen met zijn tweelingbroer Hub, met wie hij een ‘Peter Pansyndroom’ deelt en lieflijk met een voetbal op de cover prijkt: ‘Hub is bang voor intimiteit, net als ik, maar dan tot de macht drie. En net als mijn vader. Die laatste heeft de familiekwaal geëntameerd, maar daar kon hij niets aan doen. (…)’

Ook wil Dautzenberg in het reine komen met zijn overleden vader, de honds­trouwe Philips-werknemer die hij hartstochtelijk mist en die zijn hele leven gebukt ging onder het zwarte NSB-verleden van zijn ouders, Dautzenbergs grootouders.

Ik bestaat uit twee letters bevat talloze fraaie, ontroerende jeugdherinneringen, gevat in kernachtige verhaalembryo’s, soms ook opgewekt door songs: ‘Muziek is met afstand de sterke madeleine die ik ken, daar kan geen spacecake tegen op.’

Verwacht evenwel geen zoetsappigheid. Dautzenbergs helder en krachtdadig proza staat soms stijf van de ergernis en vertolkt zijn eeuwige gevecht met de binnen- en buitenwereld. Hij ergert zich aan de schreeuwerigheid van politici en presentatoren, aan gemakzucht, aan dubbele moraal over seks en aan meelopersmeningen. En aan auteurs die met een aalmoes worden afgescheept voor interviewsessies: ‘Mijn uurloon komt uit op dat van een minderjarig meisje in een Filipijnse kledingfabriek.’

Toch kan hij niet altijd de consequenties van zijn giftige papieren oprispingen inschatten. Verbaasd stelt Dautzenberg vast dat hij weer eens zijn eigen ruiten heeft ingegooid. Hij overschreeuwt zichzelf. Om zijn verlegenheid te maskeren, beweert hij. Maar hoe je eigen leven en karakter herkneden? ‘Ik vind het (…) knap wanneer iemand ontsnapt aan de gedetermineerde droefheid die zijn bestaan domineert.’

Dautzenbergs dagboek is ook een voortdurende zoektocht naar de juiste toon. Hoe verhoud je je tot je omgeving wanneer je ze voortdurend wilt betrappen? ‘Sinds ik een dagboek bijhoud, voelen de mensen om mij heen als motieven, alsof ze functioneel aanwezig zijn. Ze dienen om mijn thema’s te ontsluiten, zoals een psychiater zijn patiënten nodig heeft om zichzelf te doorgronden.. (…) Ik hoop dat ik die Privé-domeinblik snel van me af kan schudden.’

Delicaat én bikkelhard

Zijn vriendin Maartje, met wie hij vijf jaar geleden stiekem is getrouwd, heeft er het meeste last van, al wonen ze dan niet samen. Nauwlettend tast hij hun verhouding af, vaak delicaat en dan weer bikkelhard, zoals wanneer hij vaststelt dat ze sinds hun kennismaking vijftien kilo is aangekomen.

Ik bestaat uit twee letters is buitensporig en overladen met uitwaaierende bedenkingen, verslagen van hardrockfestivals, gedetailleerde reisaantekeningen over Malta of Rome of (afspringende) onderhandelingen met potentiële opdrachtgevers. Maar verveling dreigt zelden. Scabreuze, seksueel getinte observaties zijn talloos (zoals de oorsprong van zijn angst voor C-cups) terwijl roddelkonten beslist aan de bak komen. Zo prijst Dautzenberg ‘de lieve boterbips van Franca Treur’, haalt hij uit naar ‘dominee van de Grachtengordel’ Jamal Ouariachi of vertelt hij hoe Dimitri Verhulst zijn foto in de sneeuw met Juliette Binoche minstens tien keer in een Gentse kroeg toont. Hoezeer we in dit dagboek de mildere, genereuze Dautzenberg aan het werk zien, besparen op plots opstekend venijn is niet aan de orde.

Beeld rv

A.H.J. Dautzenberg, Ik bestaat uit twee letters, Privé-domeinreeks, De Arbeiderspers, 720 p., 27,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden