Zondag 19/01/2020

Interview Boeken

Alma Mathijsen riep na haar relatiebreuk eigen rituelen in het leven: ‘Liefdesverdriet kun je helaas niet begraven’

Alma Mathijsen: ‘Het voelde alsof er een monster in mij woonde, dat niets liever wilde dan terugkeren naar mijn ex-geliefde.’ Beeld TIM COPPENS

Vorig jaar liep de relatie van schrijfster Alma Mathijsen (35) na vijf jaar stuk. Na een donkere periode schreef ze een rauwe novelle over een vrouw die zich in een hond laat transformeren om met haar ex-geliefde herenigd te worden. ‘Een mens hoeft niet altijd leuk en gezellig te zijn.’

Chips, ijsjes of taart: Alma Mathijsen heeft in haar ruime kaaiwoning in Amsterdam-Oost altijd wel wat lekkers in huis voor gasten. En dan niet van dat verantwoord gluten- en suikervrij spul, maar the real deal. Het leven is te kort om calorieën te tellen.

Toch oogt ze dunner dan de laatste keer dat we elkaar zagen.

“Klopt, ik ben tien kilo afgevallen. Al even, hoor”, zegt ze, terwijl ze ons citroenmeringue voorschotelt; een restje van het feestdiner voor haar net bij De Bezige Bij verschenen vierde roman Ik wil geen hond zijn.

BIO • geboren in 1984 in Amsterdam, waar ze nog steeds woont en werkt • schrijft essays voor NRC en columns voor LINDA • begon op haar 18de met schrijven voor o.a. Spunk.nl en Het Parool • studeerde o.a. Creative Writing in New York • in 2011 verscheen haar debuutroman Alles is Carmen bij De Bezige Bij, Daarna nog: De grote goede dingen (2014) en Vergeet de meisjes (2017)

Alma heeft haar eet- en levenslust nog niet zo lang herwonnen. Het voorbije jaar deed het genadeloze hartzeer haar zelfs bij een halve cracker met kikker­erwtenspread al kokhalzen. Normaal gezien is eten nochtans een van Alma’s favoriete bezigheden. Bij haar ex-vriend was dat anders. Zo lees je in Ik wil geen hond zijn:

“‘Ik weet het niet’, zeg je.

Je bord is leeg en je kijkt me aan. Al meer dan een jaar heb ik die woorden gehoord op elke vraag die ik je stelde. Waarom wil je nu niet praten? Waarom mag ik je niet aanraken?

(…)

Nu ga ik niks terugzeggen, denk ik. Nu ga ik er heel lang over doen om mijn pasta op te eten. Ik heb me dat eerder voorgenomen, toen lukte het me nooit, ik ben te gretig en te gulzig. Mijn keel vernauwt. Elk hapje is te groot, het deeg raakt mijn gehemelte. Is dit hoe het voelt om niet van eten te houden?

Je zei ooit dat je liever een pil zou slikken in plaats van alle maaltijden op een dag te moeten eten. Ik denk dat ik liever dood zou willen als ik niet zou mogen eten.”

Bijna elke lange relatie beleeft wel momenten waarop de communicatie stroever loopt, ergernissen toenemen, of intimiteit afneemt. Dat is zogezegd normaal. Maar wat als die momenten niet overgaan? Wat als je geen vrede wilt nemen met een slappe versie van je vroegere relatie?

Alma: “Onze relatie liep eigenlijk al een tijd niet meer zo goed. Omdat ik heel graag wilde dat het beter werd, bleef ik toch zo lang mogelijk doorzetten. Maar uiteindelijk trok ik het niet meer. Op een bepaald moment moet je toch een keuze maken.

“Het uitmaken leek mij de enige mogelijkheid om iets aan de situatie te veranderen. Ik dacht: ik maak het gewoon uit, wie weet helpt dat wel. Helaas gebeurde er niets magisch dat ons weer bij elkaar bracht.”

Na de breuk met haar vriend, met wie ze vijf jaar samen was geweest, hield Alma zich als een bezetene bezig. “Het verdriet verhoogde mijn productiviteit. Toen het uitging, was ik net een ander boek aan het afwerken – een soort van memoires. Daar heb ik me volledig op gestort. Op zich ging dat wel, omdat in die herinneringen ook pijn zit, ook al is het een heel ander onderwerp.

“Overdag was ik aan het schrijven, ’s avonds zocht ik vrienden op, ging ik uit.

“Vaak kwam ik rond een uur of drie weer thuis, waarop ik nog een tweetal uur hele heftige, soms misschien wat pathetische gedichten ging schrijven. Om negen stond ik alweer op. Ik sliep en at amper. Het was een haast manische periode.

“Hoe verdrietig ik ook was, dansend in Sexyland (een club in Amsterdam-Noord, red.) waande ik me vaak extatisch. Ik herinner wel hoe ik op een bepaalde nacht – het was laat en mijn vrienden waren al weg – dronken om me heen keek en iedereen die helemaal naar de tering was herkende van het vorige weekend. Toen besefte ik dat ik hier misschien binnenkort maar mee moest stoppen.

‘Zodra we heftige dingen voelen, rennen we naar de yogales of denken we dat we het allemaal van ons af moeten ademen.’ Beeld TIM COPPENS

“Maar een tijdlang vond ik het heerlijk om met die andere gebroken mensen samen dronken te zijn op een of andere beat. Uitgaan was een fijne afleiding.”

Behalve op de dansvloer kon Alma haar verdriet ook tijdelijk vergeten in de armen van een twintigjarige jongen: ‘een YouTuber of ex-YouTuber met driehonderdduizend volgers’, zoals hij in Ik wil geen hond zijn wordt opgevoerd.

“Iemand die mij zo graag wilde dat hij me op tafel gooide, wijn over me uitgoot en die oplikte. Daar had ik toen nood aan. Ik vond het best erg toen die affaire twee weken later alweer voorbij was, maar zo gaat dat nu eenmaal met jongens van twintig.

“Voorts ben ik bewust niet gaan daten, daarvoor was ik toch te kapot. Ik wilde niet nog meer gekwetst worden.”

Ceremonie

Toen Alma Mathijsen negen was, verloor ze haar vader, een geniale muzikant die zichzelf te pletter geleefd had. In haar roman De grote goede dingen gaat ze, via een fictieve reis, op zoek naar haar reële vader.

Op welke manier valt liefdesverdriet te vergelijken met de rouw om iemand die overleden is? Alma: “Er zijn overeenkomsten, maar uiteindelijk is het toch heel anders. Liefdesverdriet gaat nog gepaard met een bepaalde dramatiek; ergens hoop je nog op een goede afloop.

“Wanneer je rouwt, weet je dat iemand niet uit de dood kan verrijzen. Tegelijk bieden rituelen zoals de doodskaart, begrafenis en koffietafel wel houvast. Dat heb je bij liefdesverdriet niet – terwijl ik daar wel erg behoefte aan had.”

Dus besloot Alma haar eigen ritueel in het leven te roepen. Op aanraden van haar moeder, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Marita Mathijsen, zou ze haar ex gaan begraven. Niet op de moordzuchtige manier, wel als symbolisch gebaar. Alma schreef er eerder al een essay over voor NRC Handelsblad, vertelt nu opnieuw met blinkende ogen over de gebrokenhartenceremonie die ze hield.

“Samen met een vriendin die op dat moment door hetzelfde rouwproces ging, bouwden we gigantische, in aluminiumfolie gewikkelde kruizen. Heel heftig opgekleed zijn we toen met die kruizen op onze rug naar het park getrokken om ons verdriet te begraven. Letterlijk: we hadden onze tranen opgevangen in keukenpapier, en gingen dat begraven.

“Natuurlijk was de pijn nadien niet verdwenen, maar dat ik op ceremoniële wijze in het bijzijn van enkele goede vrienden hardop mocht huilen, gaf me wel kracht. Het was heel verdrietig en mooi tegelijk.

“Afgelopen jaar heb ik begrepen dat ik mijn verdriet kan delen; dat het mag leven. Dat was nieuw voor mij. Vroeger dacht ik dat ik altijd leuk en gezellig moest zijn in gezelschap. Ik geloofde dat ik mijn verdriet zelf moest oplossen, het binnen mijn eigen muren bewaren. Nu weet ik dat je ook prima verdrietig de deur uit kunt gaan. Je kunt best een keer huilen op een verjaardagsfeest of desnoods in de club: dat is niet zo erg. Je vrienden kunnen dat aan. Vaak willen ze zelf maar wat graag hun eigen verdrietige verhalen met je delen.”

Alma is ervan overtuigd dat in onze samenleving te weinig ruimte is voor verdriet, of zelfs voor gevoelens in het algemeen.

“Zodra we heftige dingen voelen, rennen we naar de yogales, of denken we dat we het allemaal van ons af moeten ademen. Ik geloof dat we vandaag nogal panisch zijn voor onze emoties. Terwijl vreugde en verdriet even belangrijk zijn. Verdriet vertelt je veel over het leven. Wanneer je hart gebroken is, ben je één grote open wonde. Alles komt veel harder binnen, ook de mooie dingen.

“Soms lag ik tot vier uur ’s nachts bibberend op mijn badkamervloer te huilen, en hield ik de pijn bijna niet meer uit. Het verdriet was, geloof ik, zo groot, omdat het onbewust ook oud leed, zoals het verliezen van mijn vader, naar boven haalde.

Maar evengoed reed de volgende dag een vriendin voor in haar oude Mercedes en vond ik dat alleen al prachtig. In haar ronkende bak over de autosnelweg rijden met de wind in mijn haren was dan het mooiste wat er bestond. Liefdesverdriet is een extreme staat van zijn.”

Opborrelen

Gemis is een constante in alle boeken van Alma Mathijsen. Soms sluimert het op de achtergrond, soms slaat het de personages vlak in hun gezicht. Maar al haar personages moeten verder zonder die ene dierbare persoon: in Alles is Carmen worstelt de verwende Carmen met de pijn van eenzijdige liefde, in De grote goede dingen onderneemt het hoofdpersonage een reis in de hoop haar overleden vader beter te begrijpen, in Vergeet de meisjes is de vriendschap tussen twee vrouwen zo hecht dat ze niet meer zonder, maar eigenlijk ook niet met elkaar kunnen leven.

Ondanks dit steeds terugkerende, drukkende verlies is Alma’s taal steeds helder en licht. Rauwe gevoelens worden niet opgesmukt met moeilijke woorden of in alinealange metaforen gewikkeld, maar pijnlijk naakt gepresenteerd.

Toch is deze novelle beduidend anders dan haar vorig werk. Kwetsbaarder, en daardoor aangrijpender; sommige passages lezen alsof ze rechtstreeks uit haar wanhopige onderbewustzijn komen opborrelen.

Uit Ik wil geen hond zijn:

“wat als ik je voor altijd achter me aan sleep, een vreemd vormsel in mijn gedachten dat nog maar weinig te maken heeft met wie je bent wat als mensen vragen waarom ik dat gedrocht overal mee naartoe neem, waarom heeft het maar een been en een knobbel met uitstulpingen als gezicht wat als ik dit aanhangsel mijn vriend ga noemen wat als ik je een ring geef, je elke ochtend opmaak, zodat je iets meer lijkt op hoe je ooit was (…)”

‘Wanneer je hart gebroken is, ben je één grote open wonde. Alles komt veel harder binnen, ook de mooie dingen.’ Beeld TIM COPPENS

Alma: “Ik had dit boek nooit geschreven als de Bezige Bij mij niet gevraagd had om voor hun 75-jarige bestaan een novelle te schrijven.

Die zou in een rijtje komen met jubileumuitgaven van Harry Mulisch, W.F. Hermans en Alessandro Baricco. Ik voelde me vereerd, maar voor iets anders dan liefdesverdriet was op dat moment geen plaats in mijn hoofd. Dat mocht van mijn redactrices.”

Terwijl je op elke schrijfopleiding als een van de eerste regels leert zeker voldoende afstand van je onderwerp te nemen, lapte Alma die basisregel moedwillig aan haar laars.

“Het was een hele ontdekking dat je ook op deze manier een boek kunt schrijven; volop in emotie. Ik geloof dat het daarom zo anders is. Ik wilde dat mijn boek net zo rauw was als het liefdesverdriet zelf.

“In die periode las ik zelf uitsluitend hele heftige boeken die in een gelijkaardige manie geschreven waren, zoals Chelsea Girls van Eileen Myles, of het werk van Kathy Acker. Die boeken springen voortdurend van de hak op de tak, waardoor ze ook heel menselijk zijn. Want het leven is geen af, goed geconstrueerd verhaal.”

Over liefdesverdriet is al het een en ander geschreven, gezongen, en verfilmd. Van Alanis Morissettes nijdige gitaren en bijtende ‘ik ben zo blij voor jou en je nieuwe vriendin’, over zelfhulpboeken die je proberen te troosten met self-love, tot Hollywood-kaskrakers waarin Jennifer Aniston humoristisch met een break-up probeert om te springen: gaat het over een gebroken hart, dan loeren gemeenplaatsen altijd om de hoek.

Hoe moeilijk is het om niet in pathos te vervallen wanneer je tijdens het schrijven zelf nog volop hartzeer hebt?

Mathijsen: “Ik probeerde zo precies mogelijk naar mijn eigen gevoelens te luisteren, om het zo persoonlijk mogelijk te houden. Doordat ik er middenin zat, was ik natuurlijk ervaringsdeskundige.

“Het voelde alsof er een monster in mij woonde, dat niets liever wilde dan terugkeren naar mijn ex-geliefde. Dus luisterde ik heel goed naar wat dat monster me allemaal influisterde. Daar kwamen de vreemdste dingen uit. Ik was mijn eigen laboratoriumrat.

“Daardoor ben ik soms rakelings langs de afgrond gescheerd. Verdriet is in zekere zin ook gevaarlijk. Wanneer iemand uit je leven verdwijnt, is het verdriet het enige wat overblijft. Dus ergens wilde ik het ook niet loslaten. In het schrijven kon ik me helemaal aan mijn verdriet overgeven, maar tegelijk ook diep in die mooie, en minder mooie, herinneringen aan ons duiken.

“Het was zeker geen heerlijk wentelen in mijn eigen leed. Eerder was ik me er erg van bewust dat ik moest oppassen mezelf niet nodeloos ongelukkig te houden. Maar doordat ik alles van alle kanten bekeken en gevoeld heb, ben ik ook wel gegroeid. Had je mij een jaar geleden gevraagd of het schrijven therapeutisch werkte, had ik je allicht gesmeekt om me weg te trekken vanachter mijn laptop.”

Dat het soms wel heel erg donker werd in Alma’s hoofd, toont de passage waarin de schrijfster uitlegt waarom ze haar badkamer vermijdt. Sinds een paar dagen ziet ze zichzelf daar boven het bad bungelen, met de doucheslang om haar nek.

“Dat bungelen zag ik dus echt. Ik begreep ook niet waar dat beeld vandaan kwam. Vreselijk was dat; op zo’n moment dacht ik absoluut niet aan schrijven. Anderen probeerden me soms op te beuren door te zeggen dat ik hier rijper door zou worden als schrijver, meer materiaal zou hebben. Dat was lief bedoeld, maar ik vond het toch cru. Want die pijn was wel echt.”

Het idee van een vrouw die een hond wil worden omdat ze de pijn van haar gebroken hart niet meer verdraagt, kwam ’s nachts tot Alma, toen ze voor de veertiende keer A Saucerful of Secrets van Pink Floyd beluisterde. In een opwelling schreef ze een gedicht over een vrouw die als hond herenigd wordt met haar voormalige geliefde. Ze herlas het de volgende ochtend, en bedacht dat het nog niet zo’n slecht plot voor haar volgende novelle zou zijn.

Vier maanden lang herkauwde ze dat idee in haar hoofd, vervolgens schreef ze het in één ruk uit in Schloss Kalkhorst, een Noord-Duits kasteel in beheer van een bevriend kunstenaar, die daar regelmatig artiesten en schrijvers uitnodigt.

“Het is minder glamoureus dan het klinkt, hoor”, benadrukt Alma. “Denk eerder aan een tochtig kasteel omgeven door een mooi, maar eng bos vol zwarte slangen.

“Die afzondering was precies wat ik toen nodig had. Er waren wel andere mensen in het kasteel, maar die begrepen gelukkig dat ze mij zoveel mogelijk met rust moesten laten. Ik was helemaal niet gezellig, kon soms amper praten. Zo erg ging ik in het schrijven op.”

Het bestaan van een behandeling om in een hond te transformeren en vervolgens met je ex herenigd te worden, was een rechtstreekse ingeving van haar eigen liefdesverdriet, meent Alma.

“Ik vond het idee wel kloppen. Na de breuk was ik namelijk bereid om alles wat ik zelf belangrijk vond op te geven. De gekste gedachten schoten door me heen. Hij mocht alles bepalen: samenwonen hoefde niet, seks hoefde ook niet meer, hij mocht altijd kiezen naar welke film we zouden gaan. Alles om bij hem te zijn.

“Dat onderdanige, die totale afhankelijkheid, vond ik wel bij een hond passen. Honden zijn erg dienstbaar, laten hun baasje alles beslissen. Daarbij oordelen ze nooit.

“Ik ben zelf opgegroeid met honden. Vlak nadat mijn vader gestorven was, kreeg ik mijn eerste hond. Die was zo immens lief. Als ik verdrietig was, kwam hij kopjes geven.”

‘Ik had dit jaar voor geen goud willen missen. Het was heel extreem, maar ook fantastisch. Ik voelde me voor het eerst in lange tijd weer wakker.’ Beeld TIM COPPENS

Wat als ze daadwerkelijk had kunnen terugkeren naar haar ex in plaats van dit boek te schrijven? Wat had ze gekozen? “Toch het boek dan, want ik ben er heel trots op. Schrijven redt me elke keer opnieuw. Misschien is dat uiteindelijk wel mijn grote liefde. Daarnaast had ik dit jaar voor geen goud willen missen. Het was heel extreem en zwaar, maar tegelijk ook fantastisch. Ik voelde me voor het eerst in lange tijd weer wakker.”

Ich möchte kein Hund sein

In Nederland kun je dezer dagen de tv of de radio niet aanzetten, of een tijdschrift openslaan, zonder op Alma Mathijsen te stuiten. Overal in de stad hangen levensgrote roze posters van haar, poserend met een hele roedel honden. In België is ze vooralsnog minder bekend.

Nochtans bevielen de spaarzame lezingen die ze in Vlaanderen al gaf haar erg goed: “Belgen hebben meer ontzag voor de kunsten. Ze stoppen je in een goed hotel. In Nederland mag je al blij zijn als ze je aan de balie van het theater komen ophalen. Misschien moet ik proberen wat bekender te worden in België (lacht). Is er toevallig geen Vlaamse soap die zo’n lompe Hollandse kan gebruiken? Bij dezen solliciteer ik voor die rol.”

Niet enkel in België heeft ze als schrijfster nog gebied te ontginnen, ook in Duitsland binnenkort: de vertaalrechten waren al verkocht nog voor haar novelle uit was. Ich möchte kein Hund sein zal volgend jaar al in de winkel liggen. Voor het eerst wordt Alma’s werk vertaald.

Vindt ze het zuur dat juist dit ene boek, waar ze zoveel voor heeft moeten lijden, misschien wel haar internationale doorbraak teweegbrengt?

“Helemaal niet, ik vind het juist mooi dat het verdriet zich transformeert. Nu is het een boek geworden. Zo blijft het bij me. Ik geloof dat ik het nooit helemaal wil verwerken. Dat hoeft volgens mij ook niet, want je mag een beetje stuk blijven. Ik hou sowieso niet van perfectie.

“Net zoals ik nog steeds ontzettend veel van mijn andere ex-geliefden houd, zal ik ook altijd van mijn laatste vriend blijven houden. Maar dat betekent niet dat er geen ruimte meer is voor een nieuwe liefde, integendeel.

“Want natuurlijk geloof ik nog in de liefde. Het voorbije jaar heeft me wel geleerd dat ik deze pijn aankan. Als het moet, zal ik die nog eens doorstaan.”

Alma Mathijsen, Ik wil geen hond zijn, De Bezige Bij, 96 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234