Zaterdag 31/07/2021

AchtergrondPixar

‘Alles zag eruit als plastic. Dus waarom zouden we niet voor plastic hoofdpersonages kiezen?’

'Toy Story'-hoofdpersonages Woody en Buzz Lightyear.  Beeld VMMA
'Toy Story'-hoofdpersonages Woody en Buzz Lightyear.Beeld VMMA

Vijfentwintig jaar geleden deden een egoïstische sheriff en een verdwaalde ruimtevaarder de filmgeschiedenis van richting veranderen. Met Toy Story, de eerste computergeanimeerde film, legde Pixar de lat voor films in het algemeen en animatiefilms in het bijzonder bijzonder hoog. ‘In die periode wist niemand van ons waar we mee bezig waren.’

“Er waren eens een cowboy en een astronaut...” Het had het begin van een absurde mop kunnen zijn, verteld door het Cas Goossens-typetje uit Het leugenpaleis verteld in de rubriek ‘De floeren portemonnee’. Maar voor een team computernerds in Californië was die premisse een heel serieuze zaak. Die cowboy en de astronaut waren het epicentrum van wat een mijlpaal in de filmgeschiedenis zou worden: de eerste animatiefilm die volledig met een computer werd gemaakt.

Op 22 november 1995 kwam Toy Story, de eerste langspeelfilm van animatiestudio Pixar, uit op 2.281 Amerikaanse bioscoopschermen. De film over de avonturen van twee speelgoedfiguren – de narcistische sheriff Woody (Tom Hanks) en de wereldvreemde ruimtevaarder Buzz (Tim Allen) – die een vriendschapsband voor het leven smeden, was een instanthit: zowel het publiek als de critici waren meteen verkocht. “The audience appeared captivated by the film”, schrijft David Price over de première in zijn boek The Pixar Touch (2008). “Je kon volwassen gesnik en gehuil horen tijdens de stille momenten nadat Buzz Lightyear viel en kapot bij de trap lag.” De invloedrijke filmcriticus Roger Ebert schreef dat de film de toeschouwer aanmoedigde “om op een nieuwe manier te kijken”, terwijl TIME de film omschreef als “de meest inventieve komedie van het jaar.”

Vandaag lijken dat soort reacties en omschrijvingen vanzelfsprekend bij alles wat Pixar maakt. Films als Finding Nemo, The Incredibles, Wall-E en Inside Out werden vrijwel stuk voor stuk onthaald als instantklassiekers, en ook voor de 23ste Pixar-film, Soul, zijn de verwachtingen hooggespannen. Maar 25 jaar geleden had niemand zo’n reactie durven te voorspellen. De ambities van Toy Story waren bescheiden. Meer zelfs: eigenlijk was het hele project een gok van jewelste. “In die periode wist niemand van ons waar we mee bezig waren”, vertelde Ed Catmull, een van de spilfiguren in de vroege periode van Pixar, vijf jaar geleden aan TIME. “We hadden geen enkele ervaring in filmproductie, behalve voor kortfilms en commercials. We waren allemaal nog maagd. But there was something fresh about nobody knowing what the hell we were doing.”

Een van de andere drijvende krachten achter Pixar was John Lasseter, de regisseur van Toy Story. Hij is zo’n drie jaar geleden van zijn voetstuk gevallen, toen hij werd beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag – hij verliet Pixar enkele maanden later. Maar vijfentwintig jaar geleden was hij de creatieve motor achter één van de belangrijkste omwentelingen in de filmwereld. Hij geloofde sterk in de mogelijkheden die computers met zich meebrachten, maar toen hij eind jaren 70 aan de slag ging bij Disney, was het Huis van de Muis nog niet overtuigd van die nieuwe technologie: Lasseter werd ontslagen, en ging aan de slag bij de Computer Animation Group, dat in 1986 werd herdoopt tot Pixar en werd aangekocht door Apple-brein Steve Jobs.

Nadat de Pixar-kortfilm Tin Toy (1988), over een baby en een stukje speelgoed, de Academy Award voor beste animatiekortfilm won, veranderde Disney van koers: het kwam met Pixar een deal ter waarde van 26 miljoen dollar overeen en 12,5 procent van de ticketinkomsten, om drie films te maken – Disney zelf zou de rechten op de personages bezitten. “Als Toy Story een bescheiden hit is – laat ons zeggen: 75 miljoen dollar aan de box office – draaien Pixar en Disney allebei break-even”, berekende Jobs destijds voor CNN. “Als de film 100 miljoen dollar ophaalt, verdienen we er allebei wat aan. Maar als het een echte blockbuster is die zo’n 200 miljoen dollar opbrengt, zullen wij er goed geld aan verdienen, en zal Disney er héél goed geld aan verdienen.”

Vandaag lijkt de overeenkomst die Pixar met Disney sloot een die gegarandeerd geld zou opleveren: Toy Story haalde wereldwijd uiteindelijk 373,6 miljoen dollar op. Toch was er in die deal één grote onzekerheid: niemand wist of het überhaupt mogelijk was om een computergeanimeerde langspeelfilm te maken. Er werd “gegokt,” aldus Catmull, “dat we zouden ontdekken hoe dat mogelijk was.”

Plastiek

Het bleek een goede gok, maar zo ongelooflijk veel was er nog niet mogelijk: de 3D-animatie legde toen vooral beperkingen op. Het was toen nog moeilijk om levensechte figuren te ontwerpen: de personages die uit de computer kwamen, hadden een glad uiterlijk. “Alles leek eruit te zien als plastic. Dus waarom zouden we niet voor plastic hoofdpersonages kiezen?”, verklaarde Lasseter de keuze voor een film over speelgoedfiguren tegenover de LA Times. “Mensen waren het moeilijkst om te ontwerpen, dus we vertelden het verhaal vanuit het standpunt van de speelgoedfiguren.”

Er werd ook voor gekozen om het opzet van de film redelijk simpel te houden. Zo is het aantal locaties redelijk beperkt: er is Andy’s slaapkamer, het huis van zijn buurjongen Sid, het restaurant Pizza Planet, en de wegen ertussen – een immens verschil met de adembenemende universums die Pixar nadien zou creëren in films als Monsters, Inc. (2001), Finding Nemo (2003) en WALL-E (2008).

Toch was de technologie die Toy Story mogelijk maakte een soort aardschok. “We geloven dat het de grootste stap voorwaarts is op het vlak van animatie sinds Walt Disneys Snow White”, verklaarde Steve Jobs destijds. Snow White and the Seven Dwarfs, de eerste geanimeerde langspeelfilm, was 58 jaar eerder uitgekomen. Het animatieproces had zich sindsdien verder ontwikkeld, maar de essentie – in twee dimensies getekende figuren – was niet veranderd, tot Toy Story. In de twintig jaar na het eerste optreden van Woody en zijn maats werden er ruim 250 in 3D geanimeerde films uitgebracht, een cijfer dat de laatste jaren exponentieel toeneemt.

Maar de invloed van Toy Story laat zich niet alleen in animatieland voelen. Computeranimatie is een standaard ingrediënt, en steeds vaker zelfs het hoofdingrediënt, in de spectaculaire blockbusters en superheldenfilms die Hollywood produceert. In Jurassic Park, dat twee jaar voor Toy Story uitkwam en geldt als één van de pioniers op het vlak van computer generated imagery, wordt zulke ‘CGI’ in zes minuten gebruikt. Ter vergelijking: in Avengers: Endgame (2019) komt 96 procent van wat de toeschouwer ziet uit een computer.

Gemakzucht

Pixar blijft inmiddels vooroplopen in de wereld van animatiefilms, deels door de state-of-the-arttechnologie waarover het beschikt. Voor Monsters, Inc., bijvoorbeeld, werden grenzen verlegd als het op het animeren van haar aankwam: het hoofdpersonage, Sulley, bestaat uit 2.340.413 haartjes. In hetzelfde jaar bracht Dreamworks Shrek uit, een verdienstelijke film, maar wel één die op animatievlak lichtjaren leek achter te lopen.

Inmiddels hebben Pixar en Disney, dat het Toy Story-bedrijf in 2006 definitief overnam, de technologie zo ver ontwikkeld dat ze fotorealistische films als de ‘live action-remake’ van The Lion King (2019) kunnen maken zonder ook maar iets van live action-beeld op te nemen, of dat ze bijna abstracte concepten kunnen uitbeelden. De Pixar-film Inside Out (2015) speelde zich af in het hoofd van een meisje dat met haar gevoelens worstelt. De nieuwste productie, Soul, speelt zich grotendeels af in moeilijk te bevatten werelden als een ‘hiernamaals’ en een ‘hiervoormaals’, waar zielen worden geboren en weer sterven. De adembenemende animatie van Pixar slaagt erin om die onbestaanbare werelden, realistisch en fantastisch tegelijkertijd, op een bevattelijke manier aanschouwelijk te maken.

Ook op dat vlak is de impact van Toy Story niet te onderschatten. De eerste helft van de jaren 90 was die van de Disney Renaissance, met films als Beauty and the Beast (1991), Aladdin (1992) en The Lion King (1994). De norm lag toen op musicals, die vertrokken van sprookjes en ander bestaand bronmateriaal: een blauwdruk die in de Pixar-studio’s in de vuilnisbak terecht kwam. Heel het team achter Toy Story was zich ten zeerste bewust van de technologische revolutie die zich met de film voltrok, maar de focus moest liggen op een origineel verhaal, zonder liedjes. Toen de film uitkwam, herinnerde Catmull zich in de LA Times, “vermeldden bijna alle recensies slechts in één zin dat dit op de computer was gemaakt. We waren daar heel trots op. We waren erin geslaagd om dit niet rond de technologie te laten draaien. Het draaide om het verhaal, en dat was ons doel geweest.”

Cynici kunnen zich beklagen dat dat essentiële ingrediënt van Toy Story – een doeltreffend, fris en sprankelend scenario – niet evenveel navolging heeft gekregen als de computerexperimenten. Zelfs Pixar zelf heeft, met makke sequels op Cars, Monsters, Inc. en Finding Nemo, toegegeven aan gemakzucht op dat vlak. Toch blijven films als Inside Out en Soul, dat volgende maand op Disney+ verschijnt, een nieuwe invulling geven aan de twee elementen die van Toy Story zo’n klassieker maakten: dat baanbrekende technologie en onwaarschijnlijk originele verhalen samen tot fantastische films kunnen leiden.

Soul verschijnt op 25 december op Disney+.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234