Zaterdag 20/04/2019

interview

"Alleen het woord kan de islamisten verslaan"

►Boualem Sansal: 'De islam is een bijzondere godsdienst, die elke desertie onmogelijk maakt. Beeld Karoly Effenberger

Abistan, zo heet de meedogenloze theocratie waar 2084. Het einde van de wereld zich afspeelt, een onheilspellende roman waarvan de titel niets aan het toeval overlaat. De Algerijnse auteur Boualem Sansal (67) is het menens: "We zullen ons niet met een lach op het gezicht naar de guillotine laten leiden, toch?"

Het was in een vol Flagey dat de Algerijnse auteur Boualem Sansal, uitgenodigd door Passa Porta, vorige donderdag zijn Belgische lezers ontmoette. In de originele, Franstalige versie ging Sansals recentste roman, 2084. La fin du monde, met honderdduizenden exemplaren over de balie. Nu is het boek, een evidente verwijzing naar Orwells 1984, ook in het Nederlands uit. 2084 is een krasse opvolger geworden van eerder vertaald werk als Onvoltooide geschiedenis, Terug naar de rue Darwin en Harraga.

Zelf zien ze zich niet als een generatie, maar met Sansal, de niet minder bejubelde Kamel Daoud en de schrijvende oud-militair Yasmina Khadra heeft Algerije, een Maghreb-land dat volop de wonden likt van de oorlog tegen het gewapende islamisme, schrijvers in huis die in heel Europa hoge ogen gooien. In Duitsland ook, met name: Brussel is een kort intermezzo in Sansals nijvere Frankfurt-programma.

"Op pessimistische momenten vrees ik dat het afgelopen is", zet de auteur resoluut de toon. "Dat het islamisme gewonnen heeft en dat de rest een achterhoedegevecht is, het afhandelen van de details. Ik heb mijn redenen om zo te denken. Maar toegegeven, ik heb ook betere dagen. Dan maak ik me sterk dat er alsnog een tegenreactie komt, dat we ons niet met de glimlach op het gezicht naar de guillotine zullen laten leiden. Helaas, ook dat wederwoord zal verschrikkelijk zijn. Dan komen de godsdienstoorlogen in me op, tragedies als de Bartholomeusnacht."

Critici wrijven Sansal en zijn geestesgenoten aan zich als opportunisten te gedragen, die munt slaan uit de Europese Existenzangst, een invectief dat ook Michel Houellebecq te beurt valt in Frankrijk. Terzelfder tijd: hoe kun je een auteur verwijten de onrust van het eigen tijdperk te vertolken? "Als ik jullie landen zie, heuse bastions van de democratie, en ik stel vast dat ze steeds meer op de onze gaan lijken? Ja, daar word ik wanhopig van."

Traag als een karavaan, met de literaire finesse en bedekte scherts die we van Sansal gewoon zijn, stevent 2084 vooruit. Abistan, het onmetelijke imperium waar Sansals politieke fictie zich ontrolt, ontleent zijn naam aan Abi, de aardse rechterhand van Yölah. In diens rijk wordt iedere persoonlijke gedachte onderdrukt en detecteert een nietsontziend surveillancesysteem de minste afwijking. De officiële doctrine predikt totale gelukzaligheid in het geloof.

Maar dat is uiteraard buiten Ati gerekend, de protagonist die wél vragen stelt. Ati gaat op zoek naar de onbereikbare buitengrens van Abistan, evengoed als naar de getto's in het land zelf. De rest van het verhaal zal de lezer zelf ontdekken. Een parabel, schrijft Sansal ten geleide, want 'de lezer hoede zich ervoor te denken dat dit een waargebeurd verhaal is of betrekking heeft op een of andere bekende werkelijkheid'.

Maar laten we elkaar niets wijsmaken, Abistan bestaat vandaag al. "Wat burgers in delen van Syrië en Irak onder IS te verduren krijgen," zegt Sansal, "dat is Abistan. Wat de Taliban met de Afghanen doen, dat is Abistan. Het Algerije van de GIA (Groupes Islamiques Armés, LD) en de wrede oorlog, de diepe binnengewesten in Egypte, Franse cités waar mensen totaal van de wereld afgesneden zijn: allemaal Abistan."

Boualem Sansal praat als Brugman, maar hij is ook moe. Vaal gezicht en grijze haren, sierlijke handen die geen blijf weten met een tandenstoker. Een kruimel cake die op de grond gevallen is en die hem stoort. Sansal veert recht, raapt het restant op met een servet en legt het meticuleus op tafel. Het is de cartesiaan in hem die streeft naar orde, de ingenieur wellicht, de hoge ambtenaar ook die ooit hard in zijn land geloofde.

Maar toen, ergens in de jaren 80, maakte Algerije foute keuzes, zette het de poorten open voor religieuzen uit Jemen en Saoedi-Arabië en zocht het zijn heil in een doorgedreven arabisering. De Algerijnen, Berbers vooral wier eeuwenoude tradities versneden waren geraakt met Franse trekken, begonnen zich gaandeweg anders te voelen.

Sansal: "En plots, voor we er erg in hadden, recht in de volkse islam die de mensen beleden, kwam het islamisme binnenbreken. De Algerijnen maten zichzelf een nieuwe identiteit aan, een moslimidentiteit, die niet gebonden was aan volk, cultuur of grondgebied en die met al het vertrouwde aan de haal ging." (zucht)

U heeft dus meegemaakt wat u in 2084 beschrijft: 'Het is de kracht van de allerkleinste beweging, niets kan die tegenhouden, je merkt er totaal niets van terwijl ze golfje na golfje, ångström na ångström, de continenten onder onze voeten verplaatst.'

Boualem Sansal: "In het begin voel je de dreiging en hoor je de mensen erover spreken. Maar je ziet niets. De enigen die erover rapporteren zijn een paar journalisten die je liever niet gelooft. Afghaanse toestanden in een buitenwijk van Algiers ? Nee, we dachten dat het overtrokken was. Dat sommige meisjes zuur op het gezicht kregen omdat ze weigerden zich te sluieren? Ach hou op, man!"

"En dan, stukje bij beetje, zie je dat het tóch gebeurt: 'Ah, dát zijn die barbus (mannen met baarden, LD) waar ze het over hebben! Ah, dát zijn die chadors (grote zwarte mantels, LD) waar het over gaat!' En je vindt het vreselijk, want voor je tot drie geteld hebt zitten ze overal: in je wijk, in je straat, bij je buren, bij je vrienden."

En dat is wat u vandaag, dertig jaar later, ook in Europa ziet gebeuren?

"Absoluut, en het gaat snel. Van uur tot uur zie je misschien niets veranderen, van jaar tot jaar wel. Ze gaan met kleine stappen vooruit, de islamisten, tot de ruimte plots bezet is."

"Het ergste zijn niet eens al die fysieke veranderingen, het ergste is de metamorfose van de waarden, dat dwingende conservatisme. Maar kijk ook naar de taal, naar de woordfrequenties in het Frans, luister naar de semantische velden van het sociaal discours: jullie merken het misschien niet, maar je hoort en leest de hele tijd woorden als moskee, hoofddoek, boerkini en je denkt: wat is hier gebeurd? Waarover gaat het hier plots?"

U klinkt wel erg somber, alsof er geen uitweg meer mogelijk was. Nochtans, de protagonist in 2084, Ati, biedt weerstand. Hij vecht de legitimiteit van Abi en Yölah aan.

"Ho maar, Ati is niet iemand die in het verzet gaat, hoor. Tegen dat soort krachten kún je ook niet in het verzet gaan. Je bent een druppel in de oceaan. Een personage als Ati hoopt vooral zijn hachje te redden, van de realiteit weg te lopen. En hij probeert te snappen hoe het zover kon komen. Dat heb ik zelf ook gedaan."

"Ik herinner me goed genoeg dat, toen de islamisten bij ons arriveerden, ik in de eerste plaats malaise voelde. Langzaam maar gestaag deemsterden de aangename dingen weg - bars die sloten, restaurants die dicht gingen, het vertrouwde bestaan dat dag na dag verdween, vervangen als het werd door vuilnis, verwaarlozing en wanorde. De geografie van het leven nam heel nieuwe, sinistere vormen aan. Mooie vrouwen die plots voor monsterachtige plunjes kozen, mannen die, met hun vieze baarden, voor absolute lelijkheid opteerden, zelfs als ze niet van de zaak overtuigd waren en zich enkel lieten leiden door de angst."

"En dan vraag je je af: is dit mogelijk? Kan een mens zich op zo'n manier verlagen? Je wilt dat mechanisme dus begrijpen, maar er ook zo snel mogelijk aan ontsnappen. Ik was op een gegeven moment bang dat ze bij mij zouden binnendringen om me uit te vragen: waarom ik niet naar de moskee ging, waarom ik samen met mijn vrouw in dat grote huis woonde, waarom we geen plaats maakten voor vijftien andere gezinnen. Om maar te zeggen: islamisten zijn erg lastige luizen in de pels. Het houdt maar niet op."

Al die tijd bent u, desondanks, in Algerije blijven wonen.

(heftig) "Die vraag krijg ik keer op keer. Nee, het was geen daad van verzet. Het was noodzaak. Algerije is mijn land. Aan een Europeaan vraag ik toch ook niet: 'Waarom blijft u in Europa?'"

Uw werken Poste restante en Onvoltooide geschiedenis waren destijds wel verboden, daar. Blijft dat zo?

"Vandaag zijn al mijn boeken thuis verkrijgbaar. In de Franse uitgaven, in piratenversies of op het internet. Iedereen kent mijn standpunt ook."

"Er zijn pogingen ondernomen om mij het zwijgen op te leggen. Ik ben voor islamofoob versleten, voor racist, voor nestbevuiler en voor zelfhater. Ze zeiden dat ik de lakei was van het Westen, van Frankrijk en van Israël. Maar ik heb nooit geweken. Daar zit ook mijn laatste hoop: alleen op het terrein van het woord kunnen we hen verslaan. Wij zijn democraten, we nemen de wapens niet op, we stellen geen verboden in."

(denkt na) "Van verboden gesproken: ook die boerkini's niet, hè. Dat is contraproductief. Onze enige kracht is het woord, en dat moeten de mensen nu ook maar eens beseffen. Ik vind het ontstellend hoe weinig vragen mensen in Algerije stellen. Ze komen naar een lezing, maar houden dan hun mond. De angst, weet u. Ik mag zeggen wat ik wil, denken ze, want ik ben bekend. En hoe dan ook, ik ben zelf Algerijn, het is een beetje 'ons kent ons'."

Beeld rv

Nogmaals, uw boeken circuleren, de Algerijnse burgeroorlog is voorbij. Is dat niet alsnog een stap vooruit?

"Daar moet ik u ten stelligste tegenspreken. In Algerije hebben de islamisten gewonnen. De strijd is gestreden, ze hebben de wapens neergelegd en gedemobiliseerd. Ze zijn met het geweer in de armen naar de onderhandelingstafel gekomen en hebben hun eisen gedicteerd. Ze hebben gekregen wat ze wilden: moskeeën te kust en te keur, meerdere ministeries, zetels in kamer en senaat, maar bovenal het volk. Zij hebben de samenleving gekregen, terwijl de regering zelf zich teruggetrokken heeft in een handvol bourgeois buurten."

"Het echte centrum van de macht hebben ze niet in handen, al de rest wel. In Marokko is het net zo. De islamisten zwaaien de plak, alleen van het paleis en van de koning blijven ze af, omdat hij de Aanvoerder der Gelovigen is, een afstammeling van de Profeet. Intussen doen de Maghrebijnse hogere kringen ongehinderd hun ding in Cannes, Parijs of Zwitserland. Dat is het evenwicht waar we mee zitten."

Blijft de vraag: hoe kon het zover komen?

"Ik denk dat we ons zwaar vergist hebben in de sociologie van het islamisme. De lieden die er aan de knoppen zitten zijn hogere kaders met universitaire diploma's en doctoraatstitels. Ze zijn rijk, ze leiden een comfortabel leven. Onder Saoedische invloed begonnen ze de islam als een buitenkans te beschouwen, als een politieke en ideologische opportuniteit. Maar ook als een vorm van ascese en spirituele verheffing."

"Maar het belangrijkste element draait om identiteit, het veilige groepsgevoel dat een dam opwerpt tegen een samenleving die het individu de hemel ingeprezen heeft, het Westen dus."

U schrijft hoe het machtscentrum van Abistan, Abireg, 'een gigantische, zeer geheimzinnige fabriek' is 'waarvan de werkers zelf niet weten waartoe ze dient en hoe ze functioneert'. Hoe onmenselijk zo'n dictatuur ook is, totalitaire systemen zijn vaak zwak en geenszins eeuwig. Zit daar geen reden tot optimisme in?

"Daarover kun je uren discussiëren, maar volgens mij is het islamisme een blijver. Ik heb daar forse argumenten voor, met name het feit dat de islam een heel bijzondere godsdienst is, die elke desertie onmogelijk maakt. Voor wie de islam heeft omarmd, is er nauwelijks een weg terug. Als een land geïslamiseerd is, dan blijft dat zo. Dit proces zal zich verder doorzetten, ik zie geen reden waarom het zou stoppen."

"Als het islamisme onderweg dan toch een obstakel tegenkomt, dan zie ik drie hypothesen: ofwel gaat de opmars door, maar trager; ofwel stopt hij; ofwel krabbelen ze terug. Dat laatste zie ik niet gebeuren. Het islamisme gaat met verbazend gemak met hinderpalen om. Een oorlog of veldslag verliezen? Het maakt hun niets uit. Een verkiezingsnederlaag? Pas de problème. De oppervlakte kan hun gestolen worden, zolang ze de grondstroom maar controleren. Geloof me vrij, we zijn er niet van af."

Ik blijf proberen: kunnen beter onderwijs en een betere opvoeding geen antidotum leveren?

(fel) "Maar daar begaan we diezelfde vergissing! Zij excelleren in onderwijs. Ga naar alle grote universiteiten in het Westen en je zult zien, islamisten zijn vaak erg goede studenten."

"Ook ik dacht dat het islamisme zich in een sfeer van grote ignorantie afspeelde, maar het omgekeerde was waar. Toen in Algerije de oorlog woedde en de radio elke dag schalde dat er alweer tien islamisten in een hinderlaag waren gelokt, toen vervolgens de namen en identiteiten van de strijders bekendgemaakt werden, kon je er niet naast kijken: dokters, ingenieurs, de crème van Algerije. Wat deden die in het maquis? Waarom kanaliseerden ze hun verzet tegen het regime niet op andere manieren?"

In uw oeuvre blijkt u erg met taal begaan. In Abistan is het Abilang tot officiële taal uitgeroepen en zijn de oude cultuurtalen verboden. Is dat ook wat het islamisme doet, de taal vernielen?

"Aan een Belg moet ik niet uitleggen wat een taalprobleem is. (lacht) Algerije is een land dat nooit bestaan heeft, zoals ook de Arabische wereld nooit bestaan heeft. Onze leiders hebben ons een taal opgelegd die niet van ons is, en die niemand echt spreekt. De Algerijnen zijn drietalige analfabeten. Frans spreken we niet meer, Berbers ook niet, Arabisch evenmin. Wat we spreken, is een mix van de drie, een zwakke tussentaal waar niets mee op te bouwen valt."

"Oudere landgenoten slagen er nog in de verbeeldingswereld van het Frans of Berbers op te rakelen, jongeren niet meer. Jongeren spreken vandaag Abilang. Dat zie je op straat. Ze praten, maken zich nerveus omdat ze niet uit hun woorden raken - en stoppen dan. Ze stotteren, ze hebben maar 300 woorden in hun koker en niet één woord dat vertolkt wat ze willen zeggen. De vorige generaties beheersten historische, goed werkende talen. In onze verkrampte zoektocht naar identiteit hebben we alles overboord gegooid."

"Nochtans, wie de taal verliest, verliest alles. Als de taal er niet meer is, is de ontwrichting totaal. Als onze jongeren zich correct konden uitdrukken, dan konden twintig tot dertig procent van de problemen al worden opgelost."

We moeten dus koste wat het kost vermijden dat klare, onderbouwde formuleringen plaats maken voor loutere emotie, machteloosheid en frustratie?

"Daar moeten we echt verzet tegen bieden. De verongelijktheid probeert op elke mogelijke wijze in de taal binnen te sluipen. We moeten de dingen op een correcte manier durven benoemen en mensen aanmoedigen om dat ook te doen. Beschuldigingen van islamofobie, van racisme en noem maar op hebben vaak maar één doel: elke discussie afblokken, het laatste woord aan de grootste schreeuwer laten. Natuurlijk moeten we mensen niet beledigen, maar we hebben wel het recht te zeggen dat de islam ons ding niet is, dat we haar als regressief ervaren en dat we er niet van houden."

Boualem Sansal, 2084. Het einde van de wereld, De Geus/ Oxfam Novib, 288 p., 21,99 euro. Uit het Frans vertaald door Jan Versteeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.