Woensdag 17/07/2019
Alicja Gescinska: ‘Ik schrik soms van mijn leeftijd: zo jong!’

Interview Vragen van Proust

Alicja Gescinska (37): ‘Ik voel de adem van de dood in mijn nek’

Alicja Gescinska: ‘Ik schrik soms van mijn leeftijd: zo jong!’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: filosofe Alicja Gescinska (37). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Goh, da’s een moeilijke vraag. Ik denk niet dat ik me een specifieke leeftijd voel. De meeste van mijn vrienden zijn schrijvers en filosofen van boven de zestig. Mijn beste vriend is 75. Ik schrik vaak van mijn leeftijd. Als ik ergens ‘37’ gedrukt zie staan, denk ik: huh, zo jong? Ik voel me duidelijk veel ouder, maar niet lichamelijk. Terwijl mijn vrienden klagen over jicht of een zere heup, heb ik een zeer sterk gestel. Samengevat: ik voel me een oudere ziel in een jong lichaam.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik heel ongeduldig ben. Ongeduld is de motor van alles wat ik doe. Ik heb heel veel onrust in mij. Ik wil de wereld begrijpen, doorgronden, waardoor ik constant op zoek ben naar antwoorden.”

3. Wat is uw passie?

“Filosofie. Ik ben gefascineerd door hoe mensen vroeger dachten, waarom ze zo dachten, hoe ze nu denken. En die fascinatie neemt alleen maar toe. Hoe meer je weet, hoe meer je beseft wat je allemaal niet weet. Nadenken brengt dus geen rust, maar juist onrust. Nadenken maakt niet altijd gelukkig, maar het is ook geen keuze. Het is niet zo dat is ’s ochtends opsta met het idee: vandaag ga ik eens nadenken. (lacht) Als je een probleem ernstig neemt, kijk je steeds verder, tot je alle puzzelstukken in elkaar kunt leggen. Eén vraagstelling kan een hele kettingreactie op gang brengen.

“Hoe ik die gedachtestroom stopzet? Moeilijk. Als een onderwerp mij bezighoudt, neemt het mij volledig in bezit, kan ik er geen afstand van nemen. Ik kan ondertussen koken en met de kinderen bezig zijn en toch blijven doordenken. Ik heb zelfs de indruk dat het denken doorgaat tijdens het slapen. Want het gebeurt dat ik ’s ochtends opsta en ineens weet hoe ik een opiniestuk moet aanpakken of hoe ik een volgend hoofdstuk van een boek moet beginnen. Een echt mysterie. (lacht) Ik wil constant mezelf tot uitdrukking brengen. Dat is mijn manier van overleven. Ik heb interactie nodig. Want hoe kan ik de wereld begrijpen als ik niet communiceer met anderen? Ik wil mijn ideeën kunnen aftoetsen.

“De enige manier om die gedachtemolen tot stilstand te brengen is pianospelen. Omdat ik daar niet zo goed in ben en mij heel hard moet concentreren op de twee notenbalken, op mijn vingers. Pianospelen is voor mij het meest ontspannend, ook al vergt het een inspanning.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Neen, het leven is een opgave. Toen ik Connie Palmen interviewde voor Wanderlust, zei ze: ‘O, ik sta op en vind het leven een geschenk.’ Ik vind dat prachtig, maar ervaar het zelf niet zo. Elke dag zin geven aan het leven - wat ik echt moet doen, want ik vind het leven vaak heel cru en onrechtvaardig - vind ik een opgave.

“Ik ben geen hypochonder, maar voel wel de adem van de dood in mijn nek. Ik ben me heel hard bewust dat elk jaar misschien mijn laatste jaar is, of het laatste jaar van mijn dierbaren. Ook weer geen gedachte om vrolijk van te worden maar waarvan ik wel heel doordrongen ben. Ik stel niet graag uit, want ik weet dat uitstel soms uiteindelijk afstel kan betekenen. Dat verklaart wellicht waarom ik zo rusteloos en zo actief ben. We hebben maar één leven gekregen, maar dat is geen reden om maar één leven te leven. Ik probeer zoveel mogelijk levens te leven in dit ene leven. Rusten kunnen we later wel.” (lacht)

Bio

* Pools-Belgische filosofe en schrijfster

* Geboren in 1981 in Warschau

* Vlucht in 1988 in de schoot van haar familie naar België

* Studeert in 2007 summa cum laude af in de Moraalwetenschappen aan de UGent

* Publiceert in 2011 haar eerste boek De verovering van de vrijheid

* Doctoreert in de Wijsbegeerte in 2012

* In 2013-2014 als onderzoekster verbonden aan Princeton University in New Jersey

* Doceert van 2014 tot 2016 aan Amherst College in Massachusetts

* Voert in 2016-2017 filosofische gesprekken met intellectuelen en kunstenaars in Wanderlust (Canvas)

* Wint in 2017 de Debuutprijs met haar roman Een soort van liefde

* Stond op de derde plaats van de Open Vld-lijst voor de Europese verkiezingen van 26 mei. Werd niet verkozen.

* Heeft twee zonen

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Als de mensen die ik liefheb gelukkig zijn, ben ik gelukkig. Gisteren bijvoorbeeld ben ik in een bos gaan wandelen met mijn kinderen en mijn man. Mijn jongste zoontje met zijn kleine krulletjes liep te huppelen als een schaapje in de wei. Het zien van die onschuld vervult mij met geluk. Maar tegelijk ben ik me ervan bewust dat het niet aan alle kinderen gegund is om onbezorgd te spelen. Ik zie er tevens een appèl in om dat geluk ook voor andere kinderen en ouders mogelijk te maken. Ik beschouw dat kleine geluk dus niet als iets banaals. Voor mij schuilt het grote in het kleine.”

6. Wat is uw zwakte?

(lachje) “Ik kan er niet goed tegen als dingen vertraging oplopen. Dat is een zwakte maar tegelijkertijd een sterkte, denk ik. Ik ben niet snel tevreden, wat best vermoeiend kan zijn voor mijn omgeving. Ambitieus zou ik me niet willen noemen, ambitie kan zo blind zijn. Ik jaag geen carrière na, ik heb geen uitgestippeld parcours voor ogen, maar voel wel een morele plicht om dingen aan te pakken. Waardoor ik moeilijk tijd voor mezelf kan nemen of me kan ontspannen. Ik vind dat ik nooit genoeg doe, dat is iets wat me constant bezighoudt. Ik kan ook niet trots zijn op wat ik al verwezenlijkt heb, omdat ik voortdurend op de toekomst gericht ben.

‘Ik móét mij het lot van anderen aantrekken.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Zal ik ooit tevreden kunnen sterven? Dat wordt moeilijk. Dat zal ervan afhangen of ik echt ergens een verschil heb kunnen maken voor mijn medemens. Ik zou niet gelukkig kunnen sterven, puur omdat ik een schoon huisje-boompje-beestjeleven heb gehad en schoon kinnekes en dat was het dan. Neen, voor mij is dat niet voldoende. Ik heb echt de drang om mijn bestaan te rechtvaardigen. Dat klinkt misschien zwaar, maar met welk recht loop ik hier rond en eet ik en stoot ik CO2 uit en doe ik alles wat ik doe? Ik moet iets teruggeven aan mijn medemens, ik moet mij het lot van anderen aantrekken. Ik denk dat ik pas tevreden zal sterven als ik de wereld beter heb achtergelaten dan ik ze heb betreden. Als ik daar een kleine inbreng in heb, zal mij dat een beetje rust verschaffen.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb mijn vader niet voldoende duidelijk kunnen maken wat een moedige man hij wel was. Ik ben vaak boos op hem geweest omdat we hier in België zijn komen wonen, omdat ik door zijn beslissing om uit Polen te vertrekken, een migrant ben geworden. Ik heb geen gemakkelijke jeugd gehad, maar nu vind ik mijn vader de moedigste man die ik ooit heb gekend. En ik ken vrij veel moedige mensen. Om tegen een politiek systeem te zeggen: ik ben hier weg, ik wil hier niet oud worden, dit is niet de toekomst die ik voor mijn kinderen voor ogen heb, daar is ontzettend veel moed voor nodig, dat getuigt van zo veel liefde voor de vrijheid. Ik vind het jammer dat hij niet weet dat ik heel blij ben dat hij mijn vader is.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Zoals ik al zei leef ik met de adem van de dood in mijn nek. Mijn grootste angst is dat een van mijn dierbaren iets zou overkomen.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Dat was de laatste keer toen ik mijn man zag huilen. Hij huilt niet vaak, maar toen ik besliste om als onafhankelijke voor Europa te gaan (Gescinska stond als onafhankelijke kandidaat op de derde plaats van de Europese Open Vld-lijst, red.), is er heel veel bagger over mij heen gekomen. De Robespierre was wakker geworden in de medemens, zelfs in de medemens die zogezegd sympathie voor mij had. Daar is mijn man heel hard van geschrokken. Toen ik hem zag huilen, kreeg ik ook tranen in de ogen, niet door de bagger zelf, want die kan ik vrij goed relativeren, maar omdat alles blijkbaar zijn prijskaartje heeft.”

10. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben eigenlijk een vrij gecontroleerd mens. (lachje) Maar een jaar na de dood van mijn vader kreeg mijn moeder kanker. Toen ben ik door een zwarte periode gegaan. Ik zat nog volop in het rouwproces en daarbovenop kwam de angst om mijn moeder te verliezen. Toen hoefde het voor mij niet meer. Ik dacht dat ik nooit meer vreugde ging ervaren.”

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd?

“Hm, ik vind dat een heel moeilijke vraag want er zijn zoveel kunstwerken, boeken, muziekstukken die deel van mijn ziel zijn geworden. Maar waar ik zeker naar zal blijven teruggrijpen, zijn de nocturnes van Chopin. Daarin kom ik thuis, ongeacht waar ik zou leven of waar ik zou belanden. Als ik die muziek hoor, krijg ik grond onder mijn voeten.

“Ik ben zo overtuigd van het belang van muziek omdat ik het zelf zo lang ontbeerd heb. Muziek is een ruimte die ik zelf heb moeten veroveren.”

‘Mijn denkvermogen vind ik mijn aantrekkelijkste lichaamsdeel.’ Beeld Stefaan Temmerman

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen.”

13. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik zit meestal volledig in mijn hoofd, waardoor ik soms vergeet zorg te dragen voor mijn lichaam. Mijn relatie tot mijn lichaam is gebaseerd op dankbaarheid. Ik heb een heel sterk gestel, het klaagt nooit, het hapert nooit, hopelijk blijft het zo. Ik besef wel dat ik liever moet zijn voor mijn lichaam. Ik laat het te weinig rusten, ik laat het te weinig slapen, ik zet het te vaak op een stoel.

“Soms heb ik de motivatie om te sporten, maar mijn hoofd neemt het dan weer over. Zodra ik aan het schrijven ben vergeet ik weer te bewegen of te eten. Dus het is wel iets waar ik attent voor moet blijven: draag zorg voor dat lichaam.

“Mocht iemand vragen: wat vind je het mooist aan je lichaam, dan zou ik zeggen: mijn brein. Het is misschien atypisch, maar mijn denkvermogen vind ik mijn aantrekkelijkste lichaamsdeel.” (lacht)

14. Wat vindt u erotisch?

“Wel, ik vind de combinatie van intelligentie, goedheid en welbespraaktheid heel aantrekkelijk en dat komt veel minder vaak voor dan we zouden willen.” (lacht)

15. Wat is uw goorste fantasie?

(zucht lachend) “Ik heb geen tijd voor wilde fantasieën. Ik heb een heel creatieve geest, maar ik stop geen tijd in fantasieën die niet realiseerbaar zijn.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Ik denk dat er al zoveel dierlijks in de mens zit dat ik daarbovenop geen dier zou willen zijn. Echt, echt niet! Mochten ze mij werkelijk verplichten voortaan een dier te zijn, dan liefst een eendagsvlieg, dan ben ik ervan af.” (lacht)

17. Hoe was de band met uw ouders?

“Mijn beide ouders waren ingenieur in Polen, maar in een communistisch land doet het er niet toe wat je kunt, of hoe goed je bent. Als je het systeem niet gunstig gezind bent, raak je nergens. Wij woonden in een kleine studio van twintig vierkante meter. Mijn ouders hadden geen enkel toekomstperspectief, noch voor henzelf noch voor hun kinderen. Toen ik zeven was, zijn we met de auto uit Polen vertrokken en uiteindelijk in Brussel beland. We hebben drie maanden in het Klein Kasteeltje gewoond. De belofte van vrijheid waar mijn vader ons warm voor had gemaakt, begreep ik een hele tijd niet. Met de hulp van het OCMW vonden we een huisje, mijn moeder ging werken als poetsvrouw, mijn vader als onderhoudsman. Als kind besef je wel degelijk dat je onderaan de sociale ladder bengelt.

“Als tiener heb ik vaak een hekel gehad aan mijn vader, omdat hij een heel bizarre man was, met zijn eigen demonen, een heel moeilijke man ook, maar nu ben ik zo blij dat zijn bloed en zijn moed door mijn aderen stromen. Ik herken veel van hem in mijzelf. Zijn non-conformisme. Ik heb dat pas beseft toen ik merkte dat ik zelf ook geen alledaags parcours afleg en niet volgens de verwachtingen van anderen leef. 

“We hadden geen relatie waarbij we elkaar knuffelden of lieve woordjes zeiden. Maar toen hij terminaal was, heb ik mij voorgenomen om hem te zeggen: ‘Ik zie je graag.’ Wat niet evident was, maar het is mij wel gelukt. Telkens als ik op een kruispunt in mijn leven sta en ik moet een beslissing nemen, denk ik aan hem. Zijn moed geeft mij vaak moed. Ik merk dat hij me voortstuwt.

“Nu mijn vader er niet meer is, is mijn moeder teruggekeerd naar Polen. Dat zou mijn vader nooit gedaan hebben. Hij had zijn vrijheid hier veroverd en zou die nooit meer loslaten.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Liefde in het algemeen is het belang van de ander voor je eigen belang plaatsen. Of dat nu gaat om liefde voor je vaderland, voor je passie, voor je geliefde, voor je kinderen, of voor je vrienden.”

19. Bent u een goede vriend?

“Ik ben erg dankbaar voor de vriendschappen die op mijn pad komen. Zoals ik al zei heb ik vaak een klik met mensen die aanzienlijk ouder zijn, vaak schrijvers en filosofen. Met hen bespreek ik graag mijn boeken of projecten of hun projecten of filosofie of de toestand van de wereld. Dat zijn tegelijk ook de mensen met wie ik de meest intieme band heb, bij wie ik terecht kan als ik met iets zit, en omgekeerd.

“Ik ben altijd een beetje een outsider geweest, een buitenbeentje. Ik leg wel goede contacten maar zit altijd met één been in de groep en één been erbuiten. Ik vind het leuk om me terug te trekken in mijn eigen ideeënwereld om nadien met anderen van gedachten te wisselen.”

‘Ik heb mijn vader niet voldoende duidelijk kunnen maken wat een moedige man hij wel was.’ Beeld Stefaan Temmerman

20. Hoe zou u willen sterven?

“Als overgrootmoeder. Ik hoop dat het mij gegund zal zijn om oud te worden. En ik denk dat ik het minder erg zou vinden om in pijn te sterven als ik tenminste een zinvol leven heb gehad dan een prachtige dood te sterven met het gevoel te weinig betekend te hebben voor anderen. Dat zou voor mij veel meer lijdend sterven zijn. Dus ik hoop dat ik zal mogen terugblikken op een waardevol bestaan.

“Mijn laatste avondmaal? Nooit bij stilgestaan. Ik denk dat ik op dat ultieme moment niet wil eten, maar samen wil zijn.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Plekken waar er veel lawaai en rumoer is zodat ik niet kan denken. Om te denken heb ik rust en ruimte nodig. Stilte vind ik zo onderschat. Voor een aflevering van Wanderlust ben ik naar Japan gereisd. Zo’n Pachinko-hal, dat is de hel op aarde. Al die gokverslaafde mensen met hun doodse gelaatsuitdrukkingen die op kleurrijke machines met zilveren balletjes staan te spelen in een hels lawaai, terwijl de airconditioning op volle toeren draait omdat de hitte anders niet te harden is, verschrikkelijk! Ik heb nog nooit zo weinig vreugde gezien als daar.”

22. Hebt u ooit racistische gevoelens gehad?

“Ik denk dat iedereen die eerlijk is dat zal moeten toegeven. De mens is geneigd terug te deinzen voor het onbekende. Als er iets nieuws op ons pad komt, zetten we eerst een stap achteruit voor we eventueel toenadering zoeken.

“Als ik al een negatief gevoel zou hebben voor een medemens zal ik eerst analyseren waar dat vandaan komt. Is dat ingegeven door mijn cultuur, door mijn opvoeding? Ik zal mezelf met die vragen confronteren. Mensen voelen zich snel beter of slimmer of opener dan anderen. Bij racisme denken we aan ras en huidskleur, maar dat superioriteitsgevoel moeten we durven door te trekken naar de hele samenleving. Ik denk dat het belangrijk is dat we onszelf altijd in vraag blijven stellen.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Niet veel, want mocht geld veel voor mij betekenen dan zou ik niet als zelfstandig schrijfster-filosofe door het leven gaan. We weten best dat maar heel weinig schrijvers in Nederland en Vlaanderen van hun pen kunnen leven en als je ervan leeft, leef je bescheiden. Ik leid een heel bescheiden leven, maar ik prijs de vrijheid van schrijven en denken. Mijn man is huisvader. We doen het liever met minder, maar samen. Onze kinderen zijn bijvoorbeeld nooit naar een crèche geweest. Als anderen naar hun werk zijn, kunnen wij er echt van genieten om samen koffie te drinken of naar onze spelende kinderen te kijken.

“Mijn budget gaat naar het betalen van rekeningen, water, gas, elektriciteit, hypotheek, eten. En naar boeken, die voor mij geen luxe zijn maar een levensbehoefte. Dat is het. Ik ben al tien jaar niet op vakantie geweest.

“Uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is om de sociale ladder te beklimmen. Ik besef maar al te goed hoeveel geluk ik onderweg heb gehad dat mijn leven zich hier afspeelt en niet in Polen. Daarom vind ik het belangrijk om mij in te zetten voor anderen.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Heb ik niet.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Had ik in het Europees Parlement kunnen zetelen (Gescinska stond op de Open Vld-lijst maar raakte op 26 mei niet verkozen, red.) dan had ik bijvoorbeeld graag eens mijn gedacht gezegd tegen de Poolse regeringspartij. Een regering die aan de grondwet morrelt, die de klok terugdraait, die de rechten van vrouwen beknot kun je niet zomaar laten begaan. ‘Stilte tegen onrecht is medeplichtigheid’, zei Holocaustoverlever en mensenrechtenactiviste Ginetta Sagan ooit. Maar nu ik niet in het Europees halfrond kan spreken, zal ik mijn pen weer ter hand nemen om dat te doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden