Woensdag 16/10/2019

Boekrecensie

Alfred Birney geeft zich bloot in zijn dagboek ‘Niemand bleef’ ★★★★✩

Alfred Birney wint de Libris Literatuur Prijs 2017 voor ‘De tolk van Java’. Beeld ANP

Alfred Birney – bekend van De tolk van Java – laat in zijn dagboek van de periode 2005-2011 diep in zijn ziel kijken. In Niemand bleef vertelt hij over zijn hartinfarct, zijn moeizame herstel, zijn eenzaamheid. En over oneindig veel vrouwen.

‘Vrouwen voelen zich over het algemeen snel op hun gemak bij mij. Helaas beginnen ook zij mij onderhand te vervelen. Nog even en ze staan op de schaal der verveling gelijk aan mannen’, noteert Alfred Birney (°1951) op de eerste pagina van Niemand bleef. Schamper en somber, laconiek en lijzig, maar niet zonder milde ironie: de toon van deze dagboeknotities is meteen gezet.

Tussen 2005 en 2011 hield de Nederlands-Indische schrijver een eigengereid, vaak taboeloos logboek bij. In een reeks puntige schetsen van zo’n vierhonderd woorden biedt hij een ongegeneerde inkijk in zijn leven, getekend door een (zelfgekozen) eenzaamheid en een nachtelijk ritme. Tot een hartaanval alles door elkaar schudt en de naderende ouderdom, die zijn libido en levenslust verder dempt, onontkoombaar blijkt.

Opschoner van teksten

Birneys meeslepende aantekeningen hebben nu een onderkomen gekregen in de prestigieuze Privédomein-reeks. Dat heeft hij natuurlijk te danken aan zijn Libris Literatuurprijs 2017 voor De tolk van Java (2016), de ‘woedende eruptie’, waarin hij de wreedheden beschreef van zijn ‘volkomen redeloze’ vader Adolf, die in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd voor de Nederlanders streed. Voordien bereikte einzelgänger Birney, als vertegenwoordiger van de ‘Tweede Generatie’ Indische schrijvers, slechts een fijnproeverspubliek.

Om afstand te scheppen tot zichzelf past Birney in Niemand bleef een beproefd trucje toe. Hij verschuilt zich achter zijn alter ego Meneer B., zodat hij zijn ‘grillen, nukken en buien’ beter kan bedwingen. Overgeleverd aan de monotonie van de dag, waarin hij zich vaak als broodschrijver overeind houdt, is hij ‘de slaaf van Mevrouw A.’. Zij voorziet hem van opdrachten, als ghostwriter en -blogger, redacteur en opschoner van teksten.

Birney houdt ervan: ‘Ik ben dol op schrappen en herschrijven. Goed betaald ook, vergeleken met een literaire tekst.’ Intussen probeert hij moeizaam eigen fictiewerk in de steigers te zetten. De twijfel overheerst: ‘Ik las eens dat je na tien jaar writer’s block niet meer kunt spreken van een writer’s block. Je bent dan gewoon geen schrijver meer. Je wás het.’

Vooral vette vis

In februari 2006 krijgt Birney, een fanatieke roker, een hartaanval. Ook in de ziekenwagen blijft hij flegmatiek. Voor de verplegers kunnen vragen ‘Rookt u?’, zegt hij: ‘‘Ga ik dood, heren?’ Nee, ik zou niet doodgaan. Nog niet, althans, zeiden ze.’

Zonder een spatje larmoyantie registreert Birney zijn gestage revalidatie, waarin vis, vooral vette vis, een hoofdrol speelt. ‘De haring wordt een motief in mijn leven. In de eerste plaats: als medicijn voor het hart. Dosering: tweemaal per week.’ Maar hij beseft wel hoe ontwrichtend de gebeurtenis is. Door de pieken en dalen van het herstel moet je ‘overal maling aan hebben’.

Helaas helpt de omgeving niet altijd mee. Over zijn hartinfarct krijgt hij vele ‘domme’ vragen.

Vertellen wat een hartaanval precies inhoudt, concludeert Birney, ‘het is net zo lastig als een maagd of een knaapje uit te leggen wat een orgasme is.’ Slechts langzaam – dankzij hardnekkig fietsen – wordt zijn wereld weer groter.

Toch speelt het grootste deel van dit soms freewheelende maar altijd prettig weglezende dagboek zich af binnen de vier muren van zijn Haagse appartement. Aan diepgaande filosofische inzichten waagt Birney zich zelden, down-to-earth gemijmer heeft voorrang. Hij zorgt voor zijn zoon, grijpt naar de gitaar, jongleert met muziek of schrijft kleine aubades over schrijvers als Kawabata, Tanizaki, Modiano of Nabokov.

Verslingerd aan vrouwen

Vooral blijkt hij verslingerd aan vrouwen en ex-geliefdes, over wie hij talloze – soms nogal naïeve – miniatuurtjes neerschrijft. Soms volstaat een voorbijrijdende fietsster om zijn fantasie aan te vuren, dan weer is hij verguld met vrijmoedige buurvrouwen, die hij vanachter de vitrage gadeslaat. Birney schaamt zich kennelijk niet voor de ‘male gaze’. Het beeld rijst op van een ouder wordende man met een tergend besef van weemoed en vergankelijkheid. ‘Mijn naam is Meneer B. en ik ben goed op de hoogte van de oneindige hardheid van het leven.’ Tot hij beseft: ik kan niet langer lummelen, ik moet weer echt gaan schrijven. Aan het boek dat hij vanaf zijn twintigste voor ogen had: De tolk van Java.

Alfred Birney, Niemand bleef. Dagboek van Meneer B., 2005-2011, De Arbeiderspers, Privédomein, 358 p., 29,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234