Dinsdag 17/09/2019

Interview

Alex Turner: "Vandaag is iedereen een beetje rockster"

Alex Turner. Beeld EPA

Arctic Monkeys is terug. Maar wacht! Op piano? En zonder riffs!? Een gesprek met Alex Turner over Tranquility Base Hotel & Casino, het album dat vervoert, verwart én zijn genie voor eeuwig betonneert.

“What do you mean: you've never seen 'Blade Runner'?”

Alex Turner leeft voor dit soort momenten. Het gesmoorde ongeloof in de stem van zij die niet kunnen geloven dat de frontman van Arctic Monkeys in dit tijdperk van on demand entertainment nog nooit eens rustig is gaan zitten om Harrison Ford replicants te zien omleggen. Hij vindt het zelfs zo heerlijk dat hij het zinnetje verwerkte in 'Star Treatment', het eerste nummer op Tranquility Base Hotel & Casino, het zesde album van de band.

“Weet je wat nóg grappiger is?”, vraagt hij stralend. “Wanneer dat wordt gevolgd door: ‘Oh my God! Ik ben zo jaloers!’ Sommige mensen zijn daar haast religieus mee bezig, toch?”

Alex Turner Beeld Instagram

Zijn uitbundige lach weergalmt door de vrijmetselaarsloge van het Hollywood Forever Cemetery in Los Angeles, waar de band over een paar uurtjes een concert op het gazon zal geven. Turner draagt een bleek safaripak, een geelgetinte zonnebril en een wit hemd dat zo ver openstaat dat je je afvraagt waarom ze er knopen aan gezet hebben.

Met dank aan Fellini

Je ziet Turner zelden zo op zijn gemak. Meestal praat de 32-jarige frontman zoals hij schrijft: traag, zijn gedachten schikkend middels lange pauzes, elke lettergreep zorgvuldig uitkiezend. Maar begin 2016 zat hij plotseling verlegen om woorden. Hij had geen benul hoe hij een vervolg moest breien aan het succes van AM uit 2013, het album dat internationaal vele malen platina scoorde. Hij ijsbeerde door zijn huis in Los Angeles, waar hij samen met zijn vriendin (en model) Taylor Bagley en hun hond Scooter woont. En hij keek niet naar Blade Runner, wel naar Fellini's meesterwerk Otto e mezzo uit 1963.

Om te begrijpen hoe Turner bij Tranquility Base Hotel & Casino uitkwam, is Otto e mezzo cruciaal. Het is een film over een regisseur met writer's block die probeert een sciencefictionfilm te maken – het imposante ruimteschip wordt al gebouwd – maar voortdurend belaagd wordt door flashbacks uit zijn jeugd.

“Ik weet niet of belaagd wel het juiste woord is”, zegt Turner. “Het klinkt zo inherent negatief, en ik denk niet dat het dat moet zijn. Maar ja, dingen uit het verleden sluipen binnen en buiten, en het is schrijven over schrijven.”

Otto e mezzo toonde Turner een weg uit de impasse. De film combineert een hoop dingen waar hij maar moeilijk uiting aan kon geven: zijn eigen writer's block, de herinneringen aan zijn jeugd, het sciencefictionjargon dat hem de gelegenheid bood om dat alles te onderzoeken zonder zich al te veel bloot te geven.

Beeld Photo News

En dus trok hij zich terug naar een oude, leegstaande kamer, waarnaar hij later zou verwijzen als 'het maanoppervlak', en waar zich nu een Steinway Vertegrand-piano bevindt die hij voor zijn 30ste verjaardag had gekregen van Ian McAndrew, de manager van de band. Zittend aan die piano kreeg hij zijn eigen Fellini-achtige flashback. Hij dook terug in de tijd, naar de periode vóór het huis in LA, vóór die twee keer dat hij headliner op Glastonbury was, vóór de miljoenen op zijn bankrekening, vóór zelfs de zinderende opwinding van die eerste plaat, tot hij terechtkwam bij de kleine, achtjarige Alex die leerde pianospelen van zijn vader David.

“Wat ik op die piano deed, deed me echt denken aan het soort dingen dat mijn vader speelde, en nog altijd speelt”, zegt hij. “Dat jazzstukje in ‘One Point Perspective', telkens dat terugkomt, voelt het aan als iets wat hij zou spelen. In feite speel ik dat soort dingen zelf ook sinds ik als kind plaatsnam op een pianokruk. Ik had gewoon nooit gedacht dat ze ooit hun weg naar mijn composities zouden vinden. Zoals op deze plaat.”

Botte lyrics

Terwijl hij de vertrouwde akkoorden van zijn vader zat te spelen, werd Turner getroffen door een andere flashback, naar de tiener Alex, die in de garage van zijn ouders Whatever People Say I Am, That's What I'm Not schreef - het debuutalbum van Arctic Monkeys. 

Slechts één keer tijdens ons gesprek pauzeert Turner niet voor hij antwoordt, en dat is wanneer ik hem vraag of de lyrics op het nieuwe album tekstueel het dichtst die van hun debuut benaderen. “Absoluut, oh, absoluut”, onderbreekt hij. “Ik kan niet precies aangeven waarom ik dat denk, maar ik zeg het de laatste tijd vaak. De context is totaal anders natuurlijk, maar iets in de lyrics doet me denken aan de teksten van toen. Ik ben geneigd te zeggen dat het iets te maken heeft met hoe bot de lyrics zijn. Dat is iets wat ik sinds ons debuut heb proberen vermijden, en waarnaar ik nu misschien terugkeer.”

Het houdt dus steek dat het album opent met een van de meest rechttoe rechtaan dingen die hij ooit geschreven heeft: “I just wanted to be one of the Strokes, now look at the mess you made me make.” Anders gezegd: he has found himself in a beautiful house, with a beautiful girlfriend, and he asks himself – how did I get here?

“Dat zinnetje doet me denken aan hoe snel alles is voorbijgegaan”, zegt hij. “Ik wou het eerst nog veranderen, maar toen uiteindelijk bleek het precies te zijn wat ik wou zeggen. Maar natuurlijk viel het me op hoe onverbloemd het was.”

Beeld ANP Kippa

Het album bulkt van zulke vranke, onomwonden teksten. Op 'Science Fiction' zingt hij over zijn eigen creatieve proces. “I want to make a simple point about peace and love but in a sexy way where it's not obvious. So I tried to write a song to make you blush, but I've a feeling that the whole thing may well just end up too clever for its own good, the way some science fiction does.” Ware er niet de versluiering van het fictionele maanhotel, je zou het haast opvatten als een pure confessionele, autobiografische plaat.

“En je zou kunnen zeggen dat het dat door die sluier kan zijn”, suggereert hij. Hij lacht in zichzelf voor wat hij net prijsgegeven heeft. “Ik geloof echt dat die universums in sciencefictionverhalen gecreëerd worden om je dingen te laten verkennen die hun wortels in de echte wereld hebben.”

Dingen die hij zonder dat trucje niet zou kunnen exploreren? “Bijna onmogelijk”, geeft Turner toe.

Tacobar op het maanhotel

Een van die onderwerpen zijn zijn eigen mislukkingen, een thema waaraan hij blijft pulken zoals aan een wonde die niet wil genezen. Hij zingt over “things that I just cannot explain to you and those that I hope I don’t ever have to”. Het album besluit met de regels: “I’ve done some things that I shouldn’t have done. But I haven’t stopped loving you once.” Schrijft hij tegenwoordig liever liedjes over spijt dan over liefde en lust?

Oh, you devil!”, lacht hij. Hij treedt begrijpelijkerwijs liever niet in detail, maar geeft toe dat het tijd was om niet meer over de liefde te schrijven. “Ik denk dat ‘Sweet Dreams, TN’ op het laatste album van Last Shadow Puppets een geschikte plek was om dat achterwege te laten”, zegt hij. “Voorlopig althans. Dat was eigenlijk niet meer dan een liefdesbrief. Ik weet niet hoe gedetailleerder je daarin kunt zijn. Een vriend suggereerde het ook: ‘Misschien moet je dat een poosje niet meer doen.’ Ik denk dat ik hoe dan ook op dat punt aanbeland was.”

De sciencefictioncontext bood hem niet alleen de gelegenheid om meer introspectief te zijn, het stelde Turner ook in staat over het moderne leven te schrijven. Een van de beste tracks op het album is ‘Four Out of Five’, over een tacobar op het dak van het maanhotel met de vreemde naam The Information-Action Ratio. Turner haalde de term uit een boek van Neil Postman uit 1985: Amusing Ourselves to Death.

“Geef toe: wat een heerlijke naam voor een tacobar op het dak van een maanhotelcomplex”, klopt Turner zich op de borst. “Maar wat me er vooral in aansprak: je weet meteen precies wat het is.” De Information-Action Ratio is Postmans visionaire analyse van de manier waarop de informatielawine mensen die totaal in het ongewisse laat over hoe ze moeten bepalen wat nuttig en wat nutteloos is. Je bent met andere woorden niet alleen als je je overweldigd voelt door de aanhoudende stroom nieuws, tweets en de constante pings van updates op je smartphone.

Zoals Turner? “Helemaal.”

Beach Boys

Toen Turner al die versnipperde ideeën gekanaliseerd had in Tranquility Base Hotel &Casino, riep hij de band bijeen: Matt Helders, gitarist Jamie Cook, bassist Nick O’Malley en producer James Ford. Eerst trokken ze naar de Vox Studios in Los Angeles, en later naar La Frette, de 19de-eeuwse villa annex opnamestudio in Noord-Frankrijk, waar Nick Cave & The Bad Seeds Skeleton Tree opnamen. Ze kregen daar het gezelschap van andere muzikanten, onder wie Cam Avery van Tame Impala en James Righton van Klaxons, en speelden allemaal samen in dezelfde ruimte – geïnspireerd door de overdadige opnamesessies van Pet Sounds van The Beach Boys. En door het idee van Phil Spectors ‘wall of sound’, zoals je die hoort op Born to Be With You van Dion en Death of a Ladies’ Man van Leonard Cohen, de twee favoriete platen van Turner. “Je ziet die beelden van die opnamesessies en het ziet er allemaal zo opwindend uit”, zegt Turner. “Ik wou ook zoiets doen.”

Wat de vocals betreft, moesten ze vaststellen dat de partijen die Turner thuis in splendid isolation had opgenomen met zijn oude 8-sporige Tascam niet te overtreffen waren, wat ze ook uitprobeerden. In zekere zin was dat maar normaal. Tranquility Base Hotel & Casino staat vol songs die klinken alsof ze worden verteld door een teruggetrokken rockster. Op ‘One Point Perspective’ danst hij thuis alleen in zijn ondergoed en wordt hij afgeleid door de suggestief genaamde Mr Winter Wonderland die constant zijn gedachtegang afbreekt. Zoals ‘Space Oddity’ van David Bowie en ‘Rocket Man’ van Elton John is het een song die ogenschijnlijk over ruimtereizen gaat, maar die eigenlijk een metafoor is voor de isolerende werking van roem.

Maar Tranquility Base Hotel + Casino verbindt de puntjes door dat idee uit te breiden naar ons allen. Tegenwoordig zijn we allemaal geïsoleerd. We leven in onze eigen bubbel, overweldigd en apathisch gemaakt door de vervreemdende stroom informatie die ons via onze schermen overspoelt. We zoeken onze toevlucht in frivoliteiten.

Everyone’s on a barge floating down the stream of great TV”, zingt Turner in ‘Star Treatment’. We kunnen on demand alles krijgen wat we willen. “You push the button and we’ll do the rest”, klinkt het in ‘The World’s First Ever Monster Truck Front Flip’, een echo van een Kodak-advertentie uit 1888. Vertelt Turner ons dat we anno 2018 allemaal een beetje teruggetrokken rocksterren worden, opgesloten in onze pods, die elke vorm van entertainment ooit bedacht beschikbaar maken door een druk op een knop, terwijl we stilletjes aan beseffen dat instant bevrediging van onze verlangens ons niet noodzakelijk gelukkig maakt? “Ik vind het moeilijk om het niet eens te zijn met wat je zegt”, zucht Turner, na een zoveelste aangehouden peinspauze. 

Arctic Monkeys speelt op 8/6 op Best Kept Secret, en op 8/7 op Rock Werchter. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234