Zondag 25/08/2019

Best Kept Secret

Alex Cameron op BKS: plakkerige zooi, die niet kan beklijven

Beeld Koen Keppens

Alex Cameron, zo bleek op Best Kept Secret, rent beter gehumeurd door het leven dan strikt noodzakelijk.

Alex Cameron is zo’n goochemerd die de bomen tot in de hemel laat groeien, en het snoeien aan God overlaat. Hij komt uit Australië, maar lijkt op een hooligan van Sporting Lokeren die op zondagmiddag wel keurig gebraad met groentenkrans en kroketjes gaat eten bij z’n mammie. Op plaat valt-ie best te lijden: Jumping the Shark en Forced Witness zijn lang niet kwaad. ’t Is synthpop met een hogeschooldiploma, met de zegen van Brandon Flowers - Cameron schrijft ook weleens iets voor The Killers.

Helaas piemelkaas: live werd het allemaal een plakkerige zooi. Meer dan een concert was Alex Cameron op Best Kept Secret een happy happy joy joy-clinic, een therapeutische sessie voor lui die beter gehumeurd door het leven rennen dan strikt noodzakelijk. Nu gaat er bij mij ook weleens uit spontane vrolijkheid een bilkaakje trillen - demonstratie op eenvoudig verzoek - maar écht gelukkig is toch ook alweer geleden van het vierde leerjaar, toen Samantha het met me aanvroeg. Later bleek het om een weddenschap te gaan.

Beeld Koen Keppens

Maar, euh, die Alex Cameron dus. ‘Studmuffin96’ en ‘Real Bad Lookin’’ zijn geen slechte songs, maar mijn dochter zou er toch niet mee mogen thuiskomen. In ‘The Comeback’ zat een galmpje Dire Straits - wel meer songs van Cameron doctoreren op de jaren 80. Kekke melodietjes genoeg, en geoliede samenzang, allemaal afgetopt met wat magnetronmelancholie. Maar verwonderen of beklijven deed het allemaal nooit.

Na ‘The Comeback’ liet Cameron Roy Malloy, die om den brode de saxofoon betoetert, een breed uitwaaierende speech houden. We leerden dat wereldvrede er nu toch echt moet komen, dat hij zijn derde tepel Sandy genoemd heeft, en dat Temptation Tim een flurk is - of zoiets, want tegen die tijd had ik de Google Translate in m’n hoofd al afgezet.

Beeld Koen Keppens

Na dat academische intermezzo liep het wel lekkerder. Mogelijk zal ik me die rectaal ingebrachte ‘Bond Zonder Naam’-tampon later beklagen, maar daar voor podium Three werkte die wel prima: plots bereikte de swing mijn kop en werd ik zowaar een blij ei. Hell, tijdens het hupse ‘Candy May’ betrapte ik mezelf zowaar op het plukken van de dag. Die anti-Joy Division state of mind hield aan: ik begon zelfs schoonheid te vinden in de opdringerig zoemende synths in ‘Runnin’ Outta Luck’ en ‘Marlon Brando’.

Dus ja: fun was had, uiteindelijk. Maar nu mag dat innerlijke Hawaïhemd weer de wasmand in. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden