Dinsdag 23/07/2019

interview

Ai Weiwei: "Foto's hoeven geen diepe betekenis te hebben"

Ai Weiwei (m.) bij de opening van zijn expo. "Mijn foto's zijn geslaagd als een tachtigjarig vrouwtje én een achtjarig kind ze snappen." Beeld Tim Dirven

Met 20.000 foto's in het Antwerpse FOMU wil China's beroemdste kunstenaar ons een spiegel voorhouden. Mirror, zo heet Ai Weiweis allereerste fototentoonstelling in België.

Fotografie is altijd al belangrijk geweest in het oeuvre van Ai Weiwei. En deze tentoonstelling belicht een belangrijk kantelpunt in zijn productie. Aangezien non-conformisme niet wordt geapprecieerd door de Chinese overheid, werd Ai Weiwei in 2011 opgepakt door de politie. In de periode nadien maakte hij veel werk dat ernaar verwees.

Zo werkte hij aan de reeks Photographs of Surveillance. Aangezien de vele overheidscamera's privacy in zijn huis in Peking onmogelijk maakten, besloot de kunstenaar om er zelf nog eens vier webcams aan toe te voegen, met een livestream naar de buitenwereld. 24 uur per dag was de kunstenaar te zien via zijn 'weiweicam'. Zo gaf hij de overheid de boodschap dat hij niet bang was. Dat niet hij geheimen had, maar zij.

Wanneer Ai Weiwei in 2015 zijn paspoort terugkrijgt en naar Berlijn vlucht, verschuift zijn focus: als banneling begint hij werk te maken over de vluchtelingencrisis, al spreekt hij zelf over een humanitaire crisis, "want de vluchtelingen zijn het probleem niet".

Behalve de tentoonstelling Mirror presenteert Ai Weiwei nu ook de documentaire Human Flow aan het grote publiek. Voor die film reisde hij een jaar lang door 23 landen met een crew van meer dan 200 man. Ai Weiwei: "Het gaat niet alleen over vluchtelingen, maar ook over onszelf. De film toont hoe kortzichtig we zijn, dat we de mensheid niet vertrouwen."

Niet alleen de epische film - de documentaire duurt liefst twee en een half uur - houdt de kijker een spiegel voor, de tentoonstelling Mirror doet hetzelfde. De muren zijn behangen met de 17.000 foto's die Ai Weiwei met zijn iPhone maakte terwijl hij de film aan het draaien was. Een veelheid van beelden om de gigantische schaal van de ramp uit te drukken. Want hij maakte geen selectie, hij toont álles, ook beelden waarop hij per ongeluk zijn vinger voor de lens heeft gehouden. Dat lijkt te contrasteren met de extreem esthetische beelden van Human Flow die met drones gefilmd zijn.

Ai Weiwei: "Het verschil is: die film heb ik gemaakt voor een publiek. Cinema moet groots zijn. De foto's maakte ik voor mezelf zonder de bedoeling ze tentoon te stellen."

Maar u hebt er wel voor gekozen om ze hier op te hangen.

"Het museum had zo'n grote lege muur, ik vond het beter om die vol te proppen met informatie. Ik haat tentoonstellingen waarin maar een paar beelden te zien zijn in een verder lege, witte ruimte, en dat mensen er dan zwaarwichtig over gaan doen. Als je naar mijn tentoonstelling komt, krijg je veel te zien. Als ik mensen uitnodig op een etentje wil ik ze een banket voorschotelen, niet slechts één muffin."

In uw film hebt u, behalve prachtige beelden, ook quotes van dichters verwerkt. Waarom?

"Omdat mensen poëzie makkelijk over het hoofd zien, terwijl het zo mooi is als het brein loskomt van het alledaagse. Poëzie is een andere manier van vertellen en begrijpen, daar hou ik van."

"Als je me zegt dat mijn film dicht aanleunt bij poëzie, is dat het grootste compliment dat je me kunt geven. En eigenlijk zou je ook kunnen zeggen dat de tentoonstelling poëzie is, nee?"

Je kunt de expo dus lezen als een gedicht?

"Ja, als een gedichtencyclus met verschillende kleinere gedichten. Daarom wil ik er geen uitleg over geven. Poëzie ga je toch ook niet analyseren? Als je het moet uitleggen, is het geen goede poëzie. Laat iemand anders dat maar doen. Dichters analyseren hun eigen werk niet, ook mijn vader niet (zijn vader werd verbannen en deed verschillende zelfmoordpogingen, JVB)."

"Een beroemde Chinese dichter uit de achtste of negende eeuw las zijn gedichten altijd voor aan een oude vrouw die niet gestudeerd had. Als zij het begreep, dan was hij tevreden. Ik wil hetzelfde met mijn foto's: ze zijn geslaagd als zo'n tachtigjarig vrouwtje én een achtjarig kind ze snappen. Voor mij hoeven foto's geen diepe betekenis te hebben. Er zijn zo veel tentoonstellingen waar de arrogantie van afdruipt."

Is dat de reden waarom u in de beroemde fotoreeks Study of Perspective uw middelvinger niet alleen opsteekt naar iconische monumenten als het Witte Huis of het Tiananmenplein in Peking, maar ook naar musea als Tate Modern en het Louvre?

"Musea vinden zichzelf heel wat, maar wat is een museum? Vroeger functioneerden musea beter. Toen ging het over kennis, informatie, educatie. Maar nu is het museum eigenlijk een mortuarium, een plek waar de doden bewaard worden. Er zit geen leven in. Ze denken na over hoe ze een overleden lichaam moeten behandelen zodat het niet gaat stinken, maar dan sorteert het ook geen enkel effect meer."

"Ik hou van de surrealisten. Het was Buñuel die ooit zei dat het altijd beter is om een museum te verbranden dan er een te bouwen. Dat is goed gezegd, maar dat moet je misschien toch maar niet opschrijven. Of net wel."

Mirror, 27 oktober tot 18 februari, FOMU, Antwerpen.

Ai Weiwei steekt de middelvinger op naar het Tiananmenplein in Peking, uit de fotoreeks Study of Perspective, 1995. Beeld Ai Weiwei
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden