Donderdag 17/10/2019

Interview

Afscheid van een radio-icoon: “Ik heb vaak gedacht: Janssen, had dan toch een vak geleerd”

Luc Janssen jong Beeld Luc Janssen

Donderdagavond mag het kenmerkende stemgeluid van Luc Janssen een allerlaatste keer de ether kruiden. Daarna verdwijnt het ondertussen pensioengerechtigde enfant terrible voorgoed uit het zendschema. Maar schrik voor het zwarte gat heeft hij niet. “Daar bestaan tegenwoordig goede pilletjes voor.” 

Dat hij dit jaar 65 werd, had Janssen zelf al becijferd. Ook het besef dat hij dus op pensioen zou gaan was al doorgesijpeld. Maar het wanneer en het hoe bleef tot een paar weken geleden vaag. “Ik ben geen ambtenaar zoals de meeste mensen van mijn leeftijd die bij de VRT werken”, vertelt hij. “Die weten al tien jaar op voorhand op welke dag ze precies op pensioen gaan. Ik ben daar nooit mee bezig geweest.” Toen de personeelsdienst begin dit jaar Janssens rekening maakte, bleek hij nog 101 vakantiedagen te goed te hebben. Wat betekende dat zijn laatste werkdag op 28 februari viel. “Dat was even schrikken”, vertelt hij. “Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn bazen. Die hadden er eigenlijk op gerekend dat ik nog tot aan de zomer aan de slag zou blijven. Voor die eer heb ik uiteindelijk bedankt. Ik heb een vrouw, ik heb kinderen en ondertussen ook kleinkinderen. Zij hebben liever dat ik iets met hen doe dan dat opa nog een paar maanden extra onnozel doet op de radio.” 

Plots moest er ook nagedacht worden over hoe dat afscheid eruit zou zien. “Voor mij was het simpel. Ik wou mijn laatste uitzending doen en op het einde gewoon zeggen: ‘Bedankt voor het luisteren.’ Misschien nog een laatste plaatje en that’s it. Maar dat was niet naar de zin van mijn baas. ‘Luc, we moeten iets speciaals doen’, vond die. ‘Je bent tenslotte een radio-icoon.’ Dat laatste was hij me beter tien jaar eerder komen vertellen. Dan had ik er nog iets mee gekund. Opslag vragen bijvoorbeeld.”

Janssen begon zijn carrière eind jaren 70 met het muziekprogramma Domino bij Radio Brabant. Daarna verlegde hij zijn actieterrein naar Nederland waar hij voor de VPRO onder andere Semtex Cyberradio, Frontlijn en De moordlijst maakte. Terug in België volgden in willekeurige volgorde Krapuul de LuxMish Mash, Luftwaffe FM en Select. Tussendoor werd hij het televisiegezicht van het cultuurprogramma LUX xl en mocht hij in Werchter en Kiewit het podium op om er de plaatselijke festivals te presenteren. Nog tot woensdag is hij samensteller, tekstschrijver en stem van het Radio 1-programma Retro. Een dag later volgt dan In memoriam de Lux, een vier uur durend radioprogramma waarmee Janssen wordt uitgewuifd. 

Beeld Wouter Van Vooren

Kijk je daar naar uit?

“Ik troost me met de gedachte dat het maar vier uur duurt. Ik hou niet van pakjes openmaken en gevierd worden. Daarom had ik ook gevraagd om het in een kleine radiostudio te doen. Maar die bleek al snel te klein. Nu is het dus de AB Club geworden. Nochtans heb ik zelf niet al te veel namen op mijn gastenlijst staan. Mijn vrouw, mijn zonen, mijn schoondochters en een paar vrienden van Tarmac, de kunstenclub waarvan ik lid ben. Veertien stuks, niet meer. Wie er verder nog bij zal zijn? Geen idee. Maar wie er niet bij zal zijn, weet ik wel. Ik heb een paar mensen opgelijst die ik er niet bij wil. Als het dan toch mijn feestje is, wil ik ook kunnen bepalen wie wel en wie geen stukje taart krijgt.” 

Ben je klaar voor het pensioen?

“Helemaal niet. Ik heb geen plan. Mijn werk is mijn hobby, altijd al geweest. Ik verzamel geen postzegels en ik heb geen racefiets. We zien wel wat er komt. Ik ben niet bang voor het zwarte gat. En als dat gat toch te donker wordt, dan bestaan daar tegenwoordig pilletjes voor. Het is ook niet dat ik helemaal niets meer zal doen. Pukkelpop blijf ik gewoon presenteren. Dat zit in mijn DNA. Ik blijf op dat podium staan tot de mensen zich afvragen of Rimpelrock alweer begonnen is.” 

Beeld Wouter Van Vooren

Ga je de radio missen?

“Ik niet. Ik heb me goed geamuseerd en er is niets wat ik eigenlijk nog had willen doen. Er zijn maar weinig mensen met mijn job die tot hun 65ste aan de slag kunnen blijven. De meesten hebben al veel eerder een grijze stofjas gekregen en een paar mappen om te klasseren. Mijn kinderen zullen het, vermoed ik, wel missen. Die hebben nooit anders geweten dan dat hun vader op de radio was. Ik heb de jongens, toen ik wist dat ze luisterden in mijn programma’s, ook weleens vaderlijk toegesproken. Zo van: ‘Hé Jasper, weet je wel hoe laat het is? Tijd om het licht uit te doen.’”

Erezaak

Niet alleen zijn drie zoons werden via de radiogolven opgevoed. Janssen maakte er ook een erezaak van om zijn luisteraars steeds de nieuwste muziek voor te schotelen. “Ik heb een goede neus voor nieuwe muziek. Ik weet wat mensen willen horen. Alleen moest ik die muziek wel zelf gaan zoeken.” Bij platenlabel PIAS bijvoorbeeld. “Kenny (Gates, die het label startte, PD) vroeg me om de proefpersingen – nieuwe dingen die nog moesten uitkomen – te beluisteren. Ik zette daar dan met een potloodje een score op. Nul was complete bagger, tien fantastisch materiaal. In die platenbakken heb ik de Pixies ontdekt. Ik was ook de eerste om Technotronic te draaien. Mensen uit de business hebben me vaak gezegd dat ik het slimmer had moeten aanpakken. Als je de skills hebt om nieuw talent te ontdekken kan je daar heel rijk mee worden. Er is financieel een enorm verschil tussen diegene die de Beastie Boys voor het eerst een contract onder de neus duwt en diegene die ze het eerst op de radio draait. Maar ik was al lang blij dat ik al die nieuwe muziek eerst hoorde en ze ook voor het eerst aan mijn luisteraars kon laten horen.”

Was het ook niet die toegang tot nieuwe muziek die in Nederland de aandacht trok?

“Klopt. De VPRO had in die tijd een programma in het zendschema staan waarin John Peel nieuwe releases voorstelde. Maar op een gegeven moment werd Peel te duur voor de VPRO, al wilden ze wel die nieuwe muziek blijven programmeren. Zo kwamen ze bij mij terecht, als een soort John Peel van den Aldi. Roel Bentz van den Berg, de toenmalige baas van de VPRO, kwam hier bij me thuis vragen of ik voor hen wou komen werken. Maar toen de deur openging en hij eens goed had rondgekeken, zei hij: ‘Luc, ik denk niet het zal doorgaan. Ik denk dat we je ook niet kunnen betalen.’  De man was het Nederlandse formaat huizen gewoon en dacht, omdat ik in een alleenstaand huis met een tuin woonde, dat ik minstens even duur als John Peel zou zijn.”

Heb je aan die transfer naar onze noorderburen ook je Nederlands accent te danken?

“Toen ik in Nederland begon, was ik die charmante Belg met dat leuke accent. Maar als dat je enige troef is, loop je het gevaar dat ze je na twee jaar beu zijn. Om dat voor te zijn, moest ik me aanpassen en daar hoorde een Nederlands accent bij. Veel luisteraars wisten niet eens dat ik een Belg was.” 

“De VPRO was voor mij een verademing. Mijn meest creatieve dingen op radiogebied heb ik in Nederland gedaan. Als je daar gevraagd wordt, dan is dat omdat ze fan zijn van wie je bent en wat je doet. En dan krijg je ook de kans om dat verder uit te werken. In België laten ze een duur bureau een studie maken die dan bepaalt op welk uur van de dag je welk soort programma moet maken. Als radiomaker moet je dan maar zien dat je in dat hokje past. Ze schreeuwen om personalities, maar als er dan één binnenwandelt weten ze niet wat ze ermee moeten aanvangen.” 

“Vandaag ben ik fan van Charlotte Adigéry. Niet alleen van haar muziek, maar ook van wat ze voor de radio doet. Als zij de platen kiest voor Wonderland hoor ik dat meteen. En als ze commentaar geeft bij zo’n plaat leer ik altijd iets bij. Ze is echt, dat hoor je meteen. Maar als je dan voorstelt om haar meer zendtijd te geven, gaat het plots over haar te Gents accent. Wat kan mij dat accent schelen? Ik luister liever naar iemand met een spraakgebrek die iets te vertellen heeft dan naar iemand die tien jaar woordkunst studeerde maar waar niets zinnigs uitkomt. Als Charlotte slim is, gaat ze vol voor haar muziek.”

Waarom?

Omdat ze zo veel talent heeft en er nuttiger dingen zijn dan radio maken. Ik heb vaak gedacht: Janssen, had dan toch een vak geleerd. Ik amuseerde me wel met radio, maar toch is er altijd die twijfel gebleven. Wat is het nut van wat ik doe? Wat heeft het allemaal te betekenen? Pas nu het ophoudt, merk ik dat er veel mensen iets gehad hebben aan wat ik op de radio deed. Plots ben je een icoon of hoor je collega’s zeggen dat je de beste bent in je vak.”

Je hebt toch wel al eerder lof gekregen? Je bent al jaren een vaste waarde in rubrieken als HUMO’s eindejaarsvraagjes.

“Wat stelt dat voor? Een paar vrienden die naar elkaar likken. Meer zijn die vraagjes toch niet? Dan wordt mijn ego meer gestreeld wanneer Peter Verhelst een nieuw boek schrijft en er op de eerste pagina’s staat ‘voor papa Lux’. Of wanneer Saskia De Coster een boek aan me opdraagt. Als je hen hoort zeggen: ‘Mocht ik jou vroeger niet op de radio hebben gehoord, was ik misschien nooit schrijver geworden’, dan doet dat wel wat. Ik heb altijd radio voor mezelf gemaakt, maar blijkbaar hebben mijn programma’s voor wel meer mensen iets betekend. En ach, het is ook maar amusement. De werkelijkheid is veel erger.” 

In Memoriam de Lux, donderdag om 19 uur op Radio 1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234