Zondag 09/08/2020

Boeken

Advocaat wiens eigen familie werd uitgeroeid: "Hoe groot ook de gruwel, het goede zal altijd zegevieren"

Beeld Karoly Effenberger

In zijn internationaal bekroonde boek Galicische wetten doet Philippe Sands, een Britse Jood, het verhaal van Lviv. Uit die stad, vandaag in Oekraïne, werd Sands’ familie destijds naar Treblinka gedeporteerd. In Lviv, ooit Lemberg, werd ook de grondslag gelegd voor het internationaal strafrecht.

Nooit had Philippe Sands (58) vermoed dat een uitnodiging voor een college in de Oekraïense stad Lviv, in 2010, zo’n wending zou geven aan zijn leven. Lviv? “Eerlijk”, bekent de Britse hoogleraar en mensenrechtenadvocaat, “het daagde me niet meteen”.

Lviv, in het Oost-Europese Galicië, had eerder Lwów geheten in het Pools, Lvov in het Russisch, en Lemberg in het Duits. Tussen het begin van de Eerste en het einde van de Tweede Wereldoorlog, tussen de val van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en de annexatie van de stad door de Sovjets in 1945, veranderde Lviv acht keer van staat. De naam wijzigde mee: of hoe een meertalig en kosmopolitisch oord zonder pardon geofferd werd op het altaar van de totalitaire waanzin.

Wat Sands zelf maar vaag wist, was dat Lemberg ook de stad was waar zijn Joodse familie woonde voordat de nazi’s die uitmoordden. In een plaatsje in de buurt, Zolkiew, groeide Leon Buchholz op, zijn opa. In dezelfde straat waren de Lauterpachts gevestigd: in dat gezin werd Hersch Lauterpacht geboren, de rechtsgeleerde die de wereld na de ondergang van het Derde Rijk het begrip ‘misdaad tegen de menselijkheid’ bijbracht. Op Hersch na verdwenen alle Lauterpachts in de kampen.

Nóg uit Lviv stamt Raphael Lemkin, de Joodse jurist die, vooruitlopend op Nürnberg, dat andere concept bedacht, ‘genocide’.

In de beklaagdenbank die de geallieerden na de oorlog in die zo symbolische stad hadden opgezet, werd Hans Frank berecht. Ook Frank had een band met Lemberg: hij was een advocaat van Hitler, leidde de nazibezetting van Polen en joeg voornoemde families in een eerste fase de moordkuil in, daarna het gas.

Toen Philippe Sands zijn expertise in Lviv ging toelichten, acht jaar geleden, had hij er geen benul van dat zijn reis East West Street als eindbestemming zou hebben, een grandioos werk dat zopas als Galicische wetten naar het Nederlands is vertaald.

In Galicische wetten beschrijft de Londense specialist internationaal strafrecht een indrukwekkende reeks historische figuren, legt hij tal van irreële toevalligheden bloot en brengt hij zijn verhaallijnen hoofdstuk per hoofdstuk dichter bij elkaar. Het resultaat leest als een spannende roman waarin geen jota fictie staat: dát is schrijven!

Voor het interview met Philippe Sands heeft de uitgever het Haagse hotel Ambassador geprikt, pal bij het Internationaal Strafhof om de hoek. Sands kent die plek als geen ander. Hij ijverde mee voor de oprichting van het hof en was betrokken bij een reeks baanbrekende mensenrechtendossiers. Van de affaire-Pinochet en de VN-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda, tot Congo, Noord-Irak en Guantanamo Bay: Sands bezocht massagraven, hoorde getuigen, maakte kennis met slachtoffers en daders. Decennialang wist zelfs hij niet wat dit alles met Lviv te maken had.

Zonder Lviv geen Nürnberg. Maar vooral: zonder Nürnberg geen internationaal strafrecht.

Philippe Sands: “De rol van Nürnberg is absoluut vitaal. Als Nürnberg niet plaatsgevonden had, zou er geen Joegoslavië-tribunaal bestaan hebben, geen Rwanda-tribunaal, geen Internationaal Strafhof. Nürnberg was zo’n katalytisch en revolutionair moment dat sommige staten het vandaag betreuren. Maar door Nürnberg is de geest ook uit de fles. (lacht)

“De processen van Nürnberg ontstonden uit een gemeenschappelijke inspanning van de Sovjets, de VS, de Britten en de Fransen. Alleen heeft de nieuwe wereld die zij toen hebben geschapen nog 50 jaar op zich laten wachten. Immers, tijdens de Koude Oorlog zijn alle aanzetten tot oprichting van een internationaal straftribunaal vruchteloos gebleven. Rwanda en Joegoslavië brachten verandering en leidden tot een nieuw moment in de internationale rechtsorde. Vandaag, 25 jaar later, lijkt er van een pauze sprake en luidt de vraag: wat nu?”

Want ja: eind vorig jaar dronk de Bosnisch-Kroatische beklaagde Slobodan Praljak in volle zitting de gifbeker om het Joegoslavië-tribunaal een hak te zetten; intussen blijft de Syrische president Bashar al-Assad chemische wapens inzetten.

“Dat is maar net wat ik bedoel: ik weet niet waar we heengaan. Op korte termijn is het duidelijk dat het internationaal strafrecht voor gigantische uitdagingen staat. Dat is wat we momenteel in Syrië zien, waar de internationale gemeenschap zich diep verdeeld toont over hoe er moet worden gereageerd op gasaanvallen. Alleszins blijkt er maar weinig appetijt voor de internationale berechting van Assad. We moeten dan ook naar de lange termijn kijken. Ik spreek niet over decennia, maar over eeuwen.”

Eeuwen? Is het dan niet veel te vroeg om de balans op te maken van Nürnberg en de erfenis ervan?

“Eigenlijk wel. Het is twee stappen voorwaarts en een stap naar achteren. Als je het internationaal strafrecht bekijkt vanuit de vraag wat er volgende week, volgende maand of volgend jaar gebeurt, dan is het vooruitzicht niet glorieus. Maar ik blijf optimistisch: in de wereld van vóór 1945 kon een staat in naam van de soevereiniteit rustig zijn eigen burgers uitmoorden. Wat er in die ene zomer van 1945 is gebeurd, de aanloop naar Nürnberg, was zo grensverleggend dat het het menselijke gedrag voorbijschoot: je kunt niet verwachten dat mensen, politici en heersers op slag heel anders te werk gaan. Daar gaan generaties overheen.”

Inwoners van Lviv zijn, in 1941, op zoek naar doodgeschoten familieleden. Beeld ullstein bild via Getty Images

Het dilemma tussen individu en groep, tussen de als individueel beschouwde misdaden tegen de menselijkheid en het groepsgebonden concept genocide, tussen Lauterpacht en Lemkin dus, speelde in Nürnberg volop. Werkt het ook vandaag nog door?

“Zeker. Lauterpacht vreesde dat met het begrip genocide, waarbij de bescherming van groepen alle voorrang heeft, de tirannie van de staat vervangen zou worden door de tirannie van de groep. En ik vrees dat het precies dát is wat vandaag gebeurt: onze wereld zit in een fase van identiteitspolitiek, waarin de ene groep tegen de andere wordt opgezet. Wij tegen zij, autochtoon tegen migrant en ga zo maar door. Die evolutie is mee bewerkstelligd door de juridische ontwikkelingen. Lauterpachts ideaal bestond er juist in te focussen op het individu, niet op de groep.”

U hebt dus een voorkeur voor Lauterpacht...

“Intellectueel wel, ja. Maar dan kom ik aan de laatste bladzijde van mijn boek. Daar leg ik het diepe begrip uit dat ik ook koester voor Lemkins standpunt: elk van ons is verbonden met een of meerdere groepen. We kunnen niet ontkennen dat de groep deel is van ons en dat wij deel uitmaken van een groep.

“Lemkin heeft iets aangeraakt wat over de menselijke werkelijkheid gaat. Los van de vraag of die werkelijkheid sociaal geconstrueerd is, is het een feit dat we ons verwant voelen met sommige mensen, met andere veel minder. De wet weerspiegelt dat gegeven op de een of andere wijze. Dat maakt het contrast tussen Lauterpacht en Lemkin zo boeiend: het gaat over de kern van wat ons tot mens maakt.”

Uw boek gaat over uw familie, over stilte, identiteit en omgang met het verleden. Hoe bent u eraan begonnen?

“Ik was net 50 geworden, ik keek waar ik vandaan kwam en waar ik heen ging, en toen kwam die uitnodiging uit Lviv. Hoe gek het ook klinkt, die naam had ik zelden of nooit gehoord.”

Wat vreemd is: uw hele familie komt daarvandaan.

“Mijn grootvader sprak zo nu en dan over een plek die Lemberg heette. Maar daar dieper op ingaan deed hij nooit. Zelf was ik een kind. Als je opgroeit in een omgeving waarin het duidelijk is dat over sommige zaken niet gepraat wordt, dan ben je heel even nieuwsgierig maar ga je die zaken ten slotte toch weer vergeten. Lemberg was nooit een deel van mijn familiegeschiedenis. Maar toen, op het World Economic Forum in Davos, leerde ik een advocate kennen uit Lviv. ‘Waar ligt Lviv?’ vroeg ik haar. ‘In Oekraïne, vroeger heette dat Lemberg’, zei ze. ‘Wat? Lemberg?’, reageerde ik. ‘Dat is waar mijn opa vandaan kwam!’ En toen ben ik gaan speuren.”

Er zit ongelooflijk veel toeval in uw boek: u krijgt les van Lauterpachts zoon, dan blijken de Lauterpachts uit dezelfde straat te komen als uw familie en hebben Lauterpacht en Lemkin aan dezelfde faculteit gestudeerd zonder elkaar te kennen. Hoe toevallig is toeval?

“Het is een vraag die me vaak gesteld wordt: ik ben Joods, maar niet religieus, ik zie er God niet achter. Een Franse vriend van me is psychoanalist. Ik wist dat er veel materiaal voorhanden was over de communicatie tussen ouders en kinderen. Maar ik wilde van hem weten hoever de kennis gevorderd was inzake communicatie tussen grootouders en kleinkinderen. Ergens had ik het gevoel dat Leon mij dingen gezegd had zonder ze echt uit te spreken.

“Het gaat over connecties: in het leven voel je je verbonden met mensen zonder dat je meteen weet waarom. Aan het begin van mijn boek haal ik een andere Franse psychoanalist aan, Nicolas Abraham (leest voor uit de Engelse versie): ‘we worden niet geplaagd door de doden, maar door de leemten die in ons blijven zitten als gevolg van de geheimen van anderen.’ Dat citaat raakt mensen, daar voelen ze iets universeels in. Daarin ligt het antwoord op uw vraag.”

Uw boek leest als een thriller. Niet voor niets kreeg u lofbetuigingen van John Le Carré.

(Fel) “Mijn Londense buurman! Uren heb ik met hem doorgebracht, gesproken over structuur en spanning. Ik denk dat hij me beïnvloed heeft: schrijven moet je doen op een manier dat mensen willen blijven doorlezen. Mijn boek is eigenlijk een dubbele detective geworden. Er is het brede plaatje over het internationaal recht, en daarbinnen het persoonlijke verhaal. Heus, dat schrijven is een vreselijk karwei geworden. Ik moest intelligente lezers meekrijgen in een veelgelaagde plot. De tip die ik van mijn redacteur Victoria Wilson kreeg, om het verhaal persoon per persoon te vertellen, gaf de doorslag. Ik heb dus volgehouden.”

Philippe Sands heeft de hele ochtend op het Strafhof gewerkt. Het is al over de middag en tijd om te eten kreeg hij nog niet. Een ober brengt een glimmende stolp de kamer in, waaronder een keurig geprepareerde carpaccio klaarstaat. Het interview gaat verder onder de vorm van een lunchgesprek.

Uw eigen familie werd door de nazi’s uitgeroeid. Beroepshalve houdt u zich bezig met de duisterste kanten van de mens. Hoe doet u dat?

“Ik zie veel gruwel in mijn werk. Ik heb massagraven en massamoordenaars gezien. Ik ben er mij zeer van bewust dat mensen elkaar de vreselijkste dingen aandoen. En toch is het leven fantastisch. Daarom wilde ik mijn hele boek lang een positieve lijn aanhouden. Daarom was het zo belangrijk om Miss Tilney een centrale rol te geven (de vrouw die de baby van Wenen naar Parijs smokkelde die later Sands’ moeder zou worden, LD). Ik geloof in de fundamentele bekwaamheid van de mens om goed te handelen en denk dat het goede, the good, aan het langste eind zal trekken. Dat zeg ik niet uit naïviteit, want ik ben niet naïef.

“Op een curieuze manier hebben ook de reacties op dit boek me gerustgesteld: ze sterken me in mijn overtuiging dat mensen nog altijd tot nadenken bereid zijn, over alle politieke standpunten heen. Dit is geen boek over links of rechts, dit is een boek over mensen. Wat me niettemin zorgen baart is ons tijdvak: xenofobie, nationalisme en populisme vieren weer hoogtij. Dat mijn werk zo goed verkoopt, heeft veel te maken met het feit dat mensen voelen hoe relevant de gebeurtenissen blijven die erin verteld worden.”

Na 1945 worstelde de internationale gemeenschap met de juridische omschrijving van het begrip massamoord. Als je naar Lemkin kijkt, een man met een ego en ambitie, komt toch weer het kleinmenselijke naar boven.

“Ik kan u zeggen: mijn ervaring in de rechtszaal, ook die hier in Den Haag, is absoluut cruciaal geweest voor het boek. Kijken, luisteren, de reacties van de rechters opmeten, de kleinste details waarnemen. Ik heb geleerd dat de afloop van een zaak soms aan een piepklein aspect gelegen is. Soms kun je meer waarheid vinden in een beperkt feit dan in het ruimere geheel. Een blik zegt vaak meer dan woorden of grote theorieën.”

In dat verband: waarom hebt u het over de seksuele geaardheid van Lemkin?

“Ik ben er redelijk zeker van dat Lemkin homo- of aseksueel was. Hij schrijft over elke mogelijke groep, maar nooit over homoseksuelen. Toch was hij duidelijk niet antihomoseksueel en beschikte hij over alle gegevens (de uitroeiing van homoseksuelen in de kampen, LD) die hij nodig had. Dus heeft hij vermoedelijk gedacht: ik ben Pool, dat is niet fantastisch. Ik ben Joods, dat is nog slechter. Als ik daar nog aan toevoeg dat ik gay ben, dan zal dat mijn weerklank alleen nog meer beperken.

“Je vindt een schaduw van die redenering bij Lauterpacht terug, die heteroseksueel was: Lauterpacht gaat in zijn discours nooit in op het feit dat hij Joods is. In Nürnberg werkte hij voor de Britten. Hij zal gedacht hebben: als ik over de Joden begin, laat staan mijn eigen familie, zal ik minder ernstig genomen worden. Ik mag niet pleiten voor mijn eigen belang.”

Of er is Hans Frank, die in volle voorbereiding van de Endlösung van zijn vrouw Brigitte wil scheiden, zogenaamd omdat hij haar voor medeverantwoordelijkheid wil behoeden, terwijl het vooral uit is met de liefde...

“Dat houd je toch niet voor mogelijk? Brigitte Frank schrijft een brief naar Hitler om hem te vragen de scheiding tegen te houden. En Adolf Hitler belt Frank persoonlijk om te zeggen dat hij niet mág scheiden! En dat allemaal midden in de oorlog! Maar ook dat is menselijk. Frank was geen monster zoals Hitler geen monster was. Hans Frank was pianist, minnaar, vader, kunstliefhebber, een vriend van Richard Strauss, een nazi, maar geen monster.”

Fascinerend is uw vriendschap met de zoon van Hans Frank, Niklas Frank. Ligt dat voor de hand, bevriend zijn met het kind van de beul die uw eigen familie heeft uitgemoord?

“Niklas is een fantastische kerel en goede journalist. Ik ben dol op hem. Maar hoe je bevriend raakt met kinderen van mensen die je eigen familie hebben vermoord? Kijk, in de jaren 90 maakte mijn moeder deel uit van een verzoeningsgroep, bedoeld om kinderen van daders met kinderen van slachtoffers in contact te brengen. Ik herinner me dat ik ooit bij haar langsgegaan ben, toen daar ook de zoon van (de prominente nazi-ambtenaar, LD) Martin Bormann aanwezig bleek, die priester was. Ik vond dat raar, maar het maakte me ook gelukkig dat mijn moeder daarmee bezig was. Misschien heeft het een rol gespeeld in wat ikzelf gedaan heb.

“Trouwens, uit de rechtszaken die ik opgevolgd heb, Congo, Rwanda en Joegoslavië, weet ik dat zulke grenzen weleens overgestoken worden. Het blijft zeldzaam, maar in elk conflict zie je het gebeuren, zoals het ook tussen Israëli’s en Palestijnen gebeurt. Of je deze vriendschappen als strategie kunt inzetten om hele groepen te verzoenen, is een andere vraag.”

Uw grootvader heeft u niets over het verleden van uw familie verteld. Hoe legt u die stilte uit?

“Leon heeft na alle gebeurtenissen geprobeerd om waardig door het leven te gaan. Hij wilde zijn vrouw en zijn kind beschermen. Ik denk dat die stilte bedoeld was om de toekomst veilig te stellen. Als hij ervoor koos om niet tegen mij te praten, dan was het om mij te behoeden voor de gruwel die had plaatsgevonden. Maar die stilte had ook gevolgen, en ik heb van één ding spijt: door die stilte heb ik hem nooit die ene vraag gesteld die ik altijd had willen stellen: ‘Opa, hoe was jouw moeder?’”

Malke, die in Treblinka werd vermoord...

“Ik kreeg nooit de toestemming om dat soort vragen te stellen. Als ik het toch gedaan zou hebben, zou Leon ondraaglijk veel pijn gevoeld hebben. Vreselijk droevig is dat. Ik merk dezelfde stilte in Joegoslavië, dezelfde stilte in Rwanda en Congo. Ik heb veel geleerd: dat het vermogen van mensen om te spreken beperkt is, met name. Zoals ook hun verlangen om te spreken erg beperkt is.”

Philippe Sands, 'Galicische wetten. Over de oorsprong van genocide en misdrijven tegen de mensheid', Spectrum, 512 p., 29,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234