Dinsdag 29/11/2022

InterviewAdil El Arbi en Bilall Fallah

Adil en Bilall maakten met ‘Rebel’ een film over hun eigen generatie: ‘Ik zag jongens met wie ik ben opgegroeid plots één na één naar Syrië vertrekken’

Regisseurs Adil El Arbi (34) en Bilall Fallah (36) kregen een zware opdoffer toen Warner Bros. deze zomer hun superheldenfilm Batgirl bruusk afvoerde, maar intussen is het duo herrezen. Volgende week komt hun nieuwe film Rebel in de zalen: rauwe, spannende en spectaculaire cinema over een Brusselse Syriëstrijder die meegesleept wordt in de oorlogsgruwel. Het is hun meest persoonlijke film tot nog toe, over hoe jongens met wie ze zelf opgroeiden plots in staat bleken tot gruweldaden. ‘We hebben ons nog ingehouden, de realiteit is vele malen erger.’

Annemie Bulte

Voor we het over de oorlog hebben, eerst iets over de liefde. Adil, jij hebt afgelopen zomer je bruiloft gevierd met een glamoureus feest in Tanger, proficiat!

Adil El Arbi: “Dank je! Het was een prachtig feest, zeer episch. Hoewel we het naar Marokkaanse normen kort gehouden hebben. Trouwfeesten kunnen daar vijf tot zeven dagen duren. Bij ons was het maar één dag, maar wel een bijzonder mooie.”

Je kersverse echtgenote, VRT-journaliste Loubna Khalkhali, vertelde dat haar ouders meer onder de indruk waren van de aanwezigheid van Rudi Vranckx dan van jullie eregast, Will Smith.

Adil: “Inderdaad, Loubna werkt voor de redactie van Vranckx en had al haar collega’s uitgenodigd. Haar moeder is een grote fan van Rudi, dus wilde ze absoluut met hem op de foto (lacht).”

En dan viel tijdens de huwelijksreis plots de hemel op jullie hoofd: Warner Bros. besliste om jullie superheldenfilm Batgirl in de vuilnisbak te kieperen.

Adil: “Dat kwam aan als een mokerslag. Ik vernam het nieuws via één van onze producers en kon het eerst niet geloven, maar toen bleek dat de New York Post er al een artikel over had gepubliceerd.”

Bilall Fallah: “Ik had net het graf van mijn grootouders in Marokko bezocht en zag dat ik enorm veel berichten op mijn telefoon had. Ik was in shock, ik heb gevloekt, gehuild, ik wilde alles kapotgooien. Het pijnlijke was ook dat we geen beelden hadden bewaard, zelfs geen scène met de geweldige Michael Keaton.”

Is dit het risico als je het wil maken in Hollywood: dat je film zomaar gekild kan worden?

Bilall: “De film was nog niet klaar: er moest nog een paar maanden gemonteerd worden en er moesten nog extra scènes gedraaid worden. Ze moesten dus kiezen tussen meer geld spenderen of besparen, en ze hebben gekozen voor het laatste.”

Voelt het als een amputatie?

Adil: “In het begin wel, maar nu hebben we er vrede mee. God heeft een plan, en dit maakte er blijkbaar geen deel van uit. Dan zal er zich wel een andere deur openen.”

Bilall: “We hebben veel steun gekregen uit de filmwereld: dat heeft ons door deze storm geholpen. We vinden het gewoon doodjammer voor al die mensen van de cast en de crew die het beste van zichzelf hebben gegeven. Voor hen is het erger dan voor ons, want wij gaan door met het volgende project.”

Dat is Rebel, jullie meest persoonlijke film. Is het na die opdoffer extra belangrijk hoe de film het gaat doen?

Bilall: “Het is altijd belangrijk, maar we waarderen nu nog meer dat we die film aan het publiek kunnen tonen. In Cannes, waar de film buiten competitie in première werd getoond, waren de reacties alvast heel positief. Er was een staande ovatie van tien minuten.”

Adil: “Oliver Stone stuurde ons een bericht met felicitaties. Een droom die uitkomt!”

Jullie brengen een film uit over de Belgische Syriëstrijders op een moment dat in Brussel het proces rond de terreuraanslagen van 2016 zou beginnen. Wat een timing.

Adil: “Dat is toeval, eerlijk. Toen we de film begonnen te draaien, lag de datum voor het proces nog niet vast. We focussen in de film ook niet op aanslagen in Europa. Wij wilden het verhaal vertellen van de jongeren die vanuit steden als Vilvoorde en Molenbeek naar Syrië vertrokken, om daar mee te vechten in een oorlog die niet de hunne was.”

Waarom wilden jullie dit verhaal zo graag vertellen?

Bilall: “Omdat het dicht bij onze eigen levens ligt. Ik ben opgegroeid in Vilvoorde, Adil in Antwerpen – maar hij heeft veel familie in Molenbeek. Dat zijn precies de plekken waar verhoudingsgewijs de meeste jongeren uit Europa naar Syrië zijn vertrokken. In 2013 zag ik jongens met wie ik ben opgegroeid plots één na één vertrekken. Gasten die ik kende vanop straat, met wie ik gevoetbald had. Van sommigen was ik niet zo verbaasd, maar bij anderen vroeg ik me echt af: ‘Serieus? Die ook al? Die deed het toch goed op school? Wat is het probleem?’ Het voetbalpleintje waar ik soms langsging, werd leger en leger.

“Dat was al confronterend, maar het was nog erger om hen daarna ook terug te zien in jihadistische filmpjes op sociale media. Daarin hoorde je soms jongens naar elkaar roepen in het Vlaams of in het Frans, ik herkende hun stemmen.”

Adil: “Waarom gingen ze in godsnaam naar ginder? Waarom wilden ze deel uitmaken van die oorlog? Waarom kwamen sommigen terug om aanslagen te plegen in het land waar ze geboren zijn? Zoiets hebben we hier nog nooit gezien, hè. Terrorisme is meestal ver weg. En plots zijn het vrienden, buren.”

Bilall: “Voor mij als Belgische Marokkaan en als moslim was het een persoonlijk verhaal. Er zijn al veel series en films over het onderwerp gemaakt, maar wij wilden het echt vanuit óns perspectief vertellen, in al zijn nuances en complexiteit.”

Vanuit jullie perspectief betekent ook: als praktiserend moslim. Jullie lezen ook de Koran, die door IS misbruikt wordt.

Adil (knikt): “De Koran is in het klassiek Arabisch geschreven en het vergt een goede kennis van de taal om de zin van de verzen te kennen. Veel Syriëstrijders waren die taal niet machtig en hadden maar een heel beperkte kennis van religie, waardoor ze een makkelijke prooi waren voor ronselaars. Die konden hen de meest extremistische versie van de islam aanpraten.

“Weet je, IS pretendeert dan wel een religieuze organisatie te zijn, maar eigenlijk draait het gewoon om georganiseerde criminaliteit.

“De meeste slachtoffers van IS zijn trouwens moslims. Natuurlijk waren de aanslagen in Europa zeer shockerend, maar je had ook talloze aanslagen in Irak en Syrië, waarbij ontelbaar veel burgerslachtoffers vielen. Dat verhaal proberen wij te vertellen.”

Bilall: “We waren ons wel heel erg bewust dat het een delicaat onderwerp is. Deze film heeft jaren gerijpt. Alles wat we toonden, moest een reden hebben. Ik denk dat we als ploeg nog nooit zo scherp op de set hebben gestaan.”

BLING-BLING

In Rebel volgen jullie Kamal, een jonge dealer uit Molenbeek die zijn leven wil beteren door oorlogsslachtoffers te gaan helpen in Syrië, maar ginds wordt gedwongen om aan te sluiten bij de jihadisten. Maken jullie het verhaal zo niet mooier dan het was?

Adil: “Nee, want er zijn verschillende profielen van Syriëstrijders: je kunt er 1.001 verhalen over vertellen. Kamal is er daar eentje van. Ons hoofdpersonage is iemand van de eerste generatie vertrekkers in 2013, toen er nog geen sprake was van ISIS. Het was toen niet zo duidelijk waarom al die jongeren vertrokken. Sommigen deden het uit idealisme, anderen omdat ze oorlogsheld wilden worden, en nog anderen omdat ze kwaad waren op de maatschappij. Er zaten ook echte extremisten bij: jongeren die om jihadistische redenen vertrokken en zich monsterlijk gedroegen in de oorlog. Die tonen we ook.

“Het is natuurlijk simpeler om te denken dat het allemaal al terroristen waren vóór ze vertrokken. Dat iedereen al door en door slecht was, punt. Maar in de Tweede Wereldoorlog waren ook niet alle Duitsers bloeddorstige nazi’s. Dat zie je ook in Schindler’s List: elke Duitser was anders. Zo is ook elke Syriëstrijder anders.

“Kamal wil mensen gaan helpen, hij wil dat zijn moeder fier op hem is. Hij komt terecht bij één van de rebellengroepen die vechten tegen de Syrische dictator Bashar al-Assad. Maar op een dag zweert zijn emir trouw aan die van ISIS, en wordt Kamal daar ingelijfd. Zo is het trouwens voor veel buitenlandse jongeren gegaan, die verspreid zaten over extremistische en meer gematigde rebellengroepen. Allemaal vochten ze tegen de gemeenschappelijke vijand Assad, en allemaal kregen ze financiële steun van het Westen. ISIS viel toen nog niet zo op tussen de andere groepen, maar stilaan begonnen ze zich te keren tegen de andere rebellen en werd het een maffiaoorlog. Dan volgde de gruwelijke executie van de Amerikaanse journalist James Foley, en plots kende de hele wereld ISIS.”

Bilall: “We zijn toen al aan het scenario beginnen te schrijven, maar de situatie veranderde voortdurend. Plots werd het Westen ook bedreigd, Frankrijk en België begonnen te bombarderen, en een jaar later zat je in Europa met teruggekeerde Syriëstrijders die hier aanslagen kwamen plegen.”

Zit er ook een Kamal tussen de mannen die nu terechtstaan voor de aanslagen op de luchthaven en de metro?

Adil: “Nee, dat zijn de andere personages, de fanatieke monsters. De mannen die het geweldig vinden om slavinnen te hebben, die mensen dwingen om hun familieleden te executeren, die martelen en verkrachten op de meest brutale wijze.

“Kamal zelf wil geen deel uitmaken van die wrede club en probeert zich te drukken. Eigenlijk is hij laf, hij denkt ermee weg te zullen komen door niets te doen. Maar dat lukt natuurlijk niet. In zo’n situatie niks doen, daar betaal je uiteindelijk een prijs voor.

“We proberen altijd het menselijke aspect te laten zien. Hoeveel horror er ook is, cinema is empathie. Er zijn mensen die een probleem hebben met Rebel, omdat ze plots merken dat ze empathie voelen voor het hoofdpersonage. Fuck, hoe kan ik nu meeleven met zo iemand?! Net dat maakt het allemaal zo interessant. Want Kamal komt er zeker niet uit als een heilig boontje, hij doodt ook zelf iemand.”

Bestaat Kamal echt?

Bilall: “Nee, zijn personage is een samenstelling van verschillende mensen met wie we gepraat hebben. Alle personages, trouwens. We hebben zowel met Syriëstrijders gesproken als met Special Forces die tegen ISIS hebben gevochten. Met moeders van jongens die vertrokken zijn, en met inlichtingendiensten. Door al die verhalen samen te leggen, konden we ons een beeld vormen van hoe het geweest moet zijn.”

Jullie hebben fantastisch research gedaan, waardoor de film vol verwijzingen zit naar waargebeurde situaties. Zo is er het verhaal van Kamals kleine broer Nassim die meegelokt wordt naar Syrië door een Molenbeekse ronselaar, zijn grote broer achterna.

Adil: “Dat is gebaseerd op het verhaal van Abdelhamid Abaaoud, één van de eerste IS-strijders uit Molenbeek, die de aanslagen in Parijs in 2015 mee plande. Hij kwam zijn jongere broertje in België ontvoeren aan de schoolpoort en nam hem mee naar Syrië. Het broertje was 13, de jongste Syriëstrijder uit België.

“De gratis voedselbedelingen die de ronselaars in de film gebruiken om jongeren aan te spreken, zijn ook echt gebeurd. Mensen stellen zich bij zo’n ronselaar een traditionele moslim met een lange baard voor, die in je oor komt fluisteren: ‘Wil je naar het paradijs gaan? Kom mee!’ Maar zo gebeurt het natuurlijk niet. IS deelde gratis voedsel uit, ze organiseerden allerlei evenementen om mensen te helpen, ze deden samen aan sport... Dat was juist het sluwe: zo trokken ze jongeren in een toffe, ongedwongen sfeer mee in hun radicale gedachtengoed, stapje voor stapje.”

Ook herkenbaar: de villa met zwembad, waar de Belgische Syriëstrijders in 2013 een luilekkerleventje leidden – als ze niet aan het front zaten.

Adil: “Ze namen hun intrek in de verlaten villa’s van de gevluchte notabelen van het Assad-regime, deden alsof het Club Med was, en deelden de foto’s op Facebook. Ook dat was een rekruteringstechniek. ‘Kom af, je krijgt hier 2.000 euro per maand, we zitten in een villa met lusters waar je een stijve van krijgt…’ Dat slaat aan bij jongeren die dromen van een bling-blingbestaan.”

Veel van die buitenlandse strijders waren amateurs die nog nooit eerder een gevecht hadden meegemaakt.

Adil: “Ja, we kregen absurde verhalen te horen over Syriëstrijders die door hun eigen mensen werden neergeschoten, omdat ze in de vuurlijn liepen van hun medestrijders. Dat zit maar heel even in de film, maar het zegt veel over hoe het daar aan toeging.”

De aftiteling van de film vermeldt Mohamed Elouassaki, de oudste broer van een Vilvoordse familie waarvan drie broers in Syrië gingen vechten.

Bilall (knikt): “Mohamed was één van de mensen met wie we gepraat hebben. Hij las het script en hielp ons om de verhalen over IS zo realistisch mogelijk te maken.”

Adil: “Er zitten details in de film die hij ons getipt heeft. De IS-strijders poetsen hun tanden bijvoorbeeld met siwaktwijgjes: takjes van een speciale boom die dienstdoen als islamitische tandenborstel. Een gebruik dat al 7.000 jaar oud is. Eén van de Syriëstrijders zit dus onophoudelijk zijn tanden te poetsen met zo’n stokje.”

VIDEOGAMES

De propagandafilmpjes van IS lopen als een rode draad door de film.

Bilall: “Als regisseur zie je onmiddellijk hoe strak die propagandabeelden geregisseerd zijn. Ze doen locatieverkenningen, houden repetities, en organiseren zelfs castings van de terroristen die ze in beeld gaan brengen. Ze kiezen mannen van verschillende nationaliteiten om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Ze maken gebruik van slow motion, speciale cameratechnieken, muziek… Het wordt een soort Hollywoodfilm om het aantrekkelijk te maken. Gevechten filmen ze dan weer als een videogame, om de adrenaline van de oorlog en het fun-aspect te benadrukken.”

Adil: “Het geeft jongeren het gevoel dat IS een echte staat is, met een grondgebied en geld. Het is géén groepje amateurs die snel wat beelden met hun gsm schieten. Nee, het is methodisch en klinisch gefilmd, en dat maakt het nog monsterlijker.”

In veel scènes zien we strijders die de zware pijnstiller Tramadol slikken als snoepjes. Waar haalden jullie dat detail?

Adil: “Dat weten we van de mensen van het OCAD, het orgaan dat terreurdreiging en radicalisering in België opvolgt. Tramadol, gemaakt in België, was massaal voorhanden aan het front. Ze namen het als ze ten strijde trokken, een beetje zoals de Duitsers voor de blitzkrieg methamfetamine namen. De IS-strijders gebruikten het als roesmiddel, en ze injecteerden het bij de mensen die ze gingen executeren, om hen te verdoven.”

Uit menselijkheid?

Bilall: “Nee! Voor de propagandafilms was het nodig dat de slachtoffers kalm bleven. Daarom werd er ook eindeloos gerepeteerd. Er waren veel schijnexecuties, zodat de slachtoffers niet meer wisten wanneer het zou gebeuren.”

Adil: “We hebben executiefilms van Mexicaanse drugkartels bestudeerd: als die iemand onthoofden voor de camera, is het slachtoffer allesbehalve kalm, je ziet ze vechten voor hun leven. De daders staan te lachen en bouwen een feestje. Bij ISIS niet: daar proberen ze met hun video’s een soort religiositeit uit te stralen, plechtig en serieus. Als om te zeggen: ‘We voeren hier een act of God uit.’”

Zijn jullie in Raqqa geweest, het bolwerk van IS in Syrië?

Adil: “Nee, Rudi Vranckx wilde ons een keertje meenemen, maar toen moesten we net iets gaan doen in Amerika. Draaien in Raqqa was onmogelijk. De scènes die zich afspelen in Syrië, hebben we in Jordanië gedraaid.”

Bilall: “Het goeie aan Jordanië is dat het landschap helemaal aanvoelt zoals in Syrië, met de woestijn en de architectuur van de gebouwen. Veel van de figuranten in de vluchtelingenkampen waren Syriërs en Irakezen die écht gevlucht waren, die authenticiteit vonden we belangrijk. Het Jordaanse leger heeft ook meegeholpen met de shoots, om de oorlogsscènes zo realistisch mogelijk te maken. Als wij een aanval wilden filmen, legden zij eerst uit – met speelgoedautootjes – welke militaire manoeuvres je moest uitvoeren, en dan speelden we dat na. Al het militaire materiaal, de wapens en de voertuigen konden we van hen lenen – dat móét trouwens in Jordanië, je mag er niet zomaar je eigen wapens binnenbrengen (lacht).”

De bombardementen kruipen echt onder de huid, als kijker voel je het stof door je longen en de angst door je lijf trekken.

Adil: “Dat waren crazy opnamedagen. We hebben verlaten gebouwen gezocht die al half in puin lagen, bijvoorbeeld omdat een bouwproject voortijdig was stopgezet. Het zag er al kapotgeschoten uit… Zet er wat brandende wagens bij en veel rook, en je hebt het gevoel dat je in een oorlogszone zit.”

Jullie tonen de wreedheid van IS zonder veel te verhullen. De martelscènes en executies zijn hard en brutaal.

Bilall: “Dat valt nog mee, hoor. We hebben veel dingen weggelaten. Zo was er een scène met een onthoofding die we nogal grafisch hebben gefilmd, maar die heeft de uiteindelijke montage niet gehaald. Het was net iets té.”

Adil: “Eigenlijk zie je weinig bloed in de film. Je kunt met beelden veel suggereren: je dénkt dat je het gezien hebt, maar eigenlijk heb je het niet gezien. Je ziet alleen het resultaat, zoals een afgehakt hoofd.”

Jullie hebben gedoseerd?

Bilall: “Jaja, heel zeker. De realiteit is vele malen gruwelijker.”

Adil: “Ook met muziek kun je veel suggereren, omdat het de beste manier is om emoties over te brengen.”

De muziek en de dans, in een choreografie van Sidi Larbi Cherkaoui, geven de film een heel eigen stijl: eigenlijk is het een soort tragische rapmusical.

Adil: “Muziek is belangrijk in al onze films, en de musical is één van onze favoriete filmgenres. Dat begon met Disney, later volgden films als Moulin Rouge. We hebben altijd al een film willen maken met volledige muzikale scènes, en de tragiek van dit onderwerp leende zich daartoe. Het is een complex verhaal, en met muziek kun je bepaalde situaties in korte tijd uitleggen. Waarom Kamal naar Syrië vertrekt, bijvoorbeeld. Je voelt de woede in zijn rap.”

Bilall: “De verkrachting van Noor, de IS-bruid van Kamal, tonen we niet expliciet, maar suggereren we in een muzikale scène: je ziet het niet, maar je voelt het wel.”

Adil: “Het is een mix van enerzijds moderne hiphop – belangrijk in de jongerencultuur van Molenbeek – en anderzijds traditionele Arabische melodieën. Wij zijn opgegroeid met die prachtige Arabische muziek en poëzie, we vergeten te gauw hoe rijk die cultuur is. We hebben geprobeerd om er een modern verhaal van 1.001 nacht van te maken. En net omdat ISIS muziek en vrouwelijk gezang verbiedt, vonden we het een goeie manier om een film tégen hen te maken.”

De acteur die Kamal speelt, Aboubakr Bensaihi, heeft zelfs speciaal leren dansen voor de film. Hij is een vat vol vuur.

Bilall: “We kennen Aboubakr al lang, hij speelde ook de hoofdrol in onze film Black. Hij komt uit Molenbeek, hij kent zelf mensen die naar Syrië zijn gegaan. Het onderwerp ligt hem na aan het hart.”

Lees ook

In hun passieproject ‘Rebel’ tonen Adil en Bilall dat ze stalen kloten hebben ★★★★☆

Aboubakr Bensaihi, de hoofdrolspeler uit ‘Rebel’: ‘Het voelde alsof ik echt naar de oorlog vertrok’

Kamals kleine broer wordt voortreffelijk gespeeld door Amir El Arbi, jouw eigen kleine broer. Hoe wist je dat hij zo’n natuurtalent was?

Adil (trots): “Tijdens de lockdown was hij veel bij mij. Hij verzon voortdurend toneeltjes die hij dan voor ons speelde, en ik vond dat hij dat niet slecht deed. We hebben een soort auditie gedaan, en ik zag dat hij er zin in had. Amir was 10 toen we de film opnamen. Hij is iemand die altijd naar het nieuws heeft gekeken, net als ik op die leeftijd. Hij wist dus van de Islamitische Staat, en hij begreep wat er gespeeld werd.”

MOLENBEKOS

Het verhaal van de familie van Kamal is in Molenbeek gedraaid. Lag het onderwerp daar niet heel gevoelig?

Bilall: “O nee, het was superchill. Het helpt natuurlijk wel dat ze ons daar kennen. We zijn uiteraard niet onmiddellijk met een cameraploeg neergestreken aan Zwarte Vijvers. Eerst hebben we ons project voorgesteld in de wijk, uitgelegd wat het verhaal en de bedoeling van de film was. We kregen veel steun.”

Vilvoorde nooit overwogen? Ook daar zijn veel jongens vertrokken.

Bilall: “Maar Molenbeek is overal in de wereld bekend. Als ik naar Brazilië ga en de mensen mij daar vertellen dat Molenbekos één van de gevaarlijkste plekken ter wereld is, dan denk ik: jongens, jullie favela’s zijn toch nog een pakje gevaarlijker (lacht). Molenbeek is visueel ook heel interessant, het heeft juice en persoonlijkheid. Zet je camera om het even waar in die gemeente en het ziet er cool uit. We hebben er ook de tv-reeks Grond gedraaid, en de film Black.”

De moeder van Kamal is een alleenstaande moeder, gespeeld door Lubna Azabal, die haar twee zonen uit de handen van drugbendes en ronselaars probeert te houden.

Bilall: “Lubna’s personage had in het verleden een motorgarage, maar die is gesloten door de politie omdat haar zoon er kilo’s drugs had verstopt. Daarna wordt ze poetsvrouw en wordt het leven nog moeilijker. We wilden tonen hoe de recruiters profiteerden van fragiele huiselijke situaties. Veel Syriëstrijders komen uit gezinnen waar de vader afwezig was. Zo’n ronselaar vult een leemte op, als een soort ‘grote broer’ voor die jongens, die nog op zoek zijn naar hun eigen identiteit. In België hebben ze vaak het gevoel dat ze niet meetellen, en dan vertelt zo’n ‘grote broer’ dat ze deel zullen uitmaken van iets groots, dat ze helden zullen zijn. Dat wil iedereen wel.”

Jullie hebben al vaker verteld dat jullie als tiener ook gewrongen zaten tussen twee culturen. Hoe vatbaar ben je dan voor allerlei invloeden?

Bilall: “Als kind dachten we dat we Belg waren, zoals iedereen, maar als tiener begonnen we te voelen dat anderen dat niet zo zagen. Dat is heel verwarrend. Zijn we Belgen? Zijn we Marokkanen? Je bent eigenlijk nergens thuis. Wij hebben gelukkig onze eigen weg gevonden. Maar veel Marokkaanse jongeren blijven worstelen met die identiteit. Als je slecht in je vel zit, of je voelt dat de maatschappij je uitkotst, dan ben je een uitstekende prooi voor ronselaars. Radicalisme biedt een soort van troost, een duidelijke identiteit: ‘Hier ben je niks, maar kom bij ons en je zult iemand worden.’”

Adil: “Hetzelfde mechanisme vind je terug bij de Ku Klux Klan, neonazi’s, radicaal-rechtse clubs… Je zou daar perfect hetzelfde verhaal kunnen vertellen als dat van de Syriëstrijders, maar dan over white supremacy. Bij ons zie je diezelfde modus operandi bij Schild & Vrienden, dat ook een aura van heldhaftigheid en romantisering probeert uit te stralen.”

‘Adil is een feminist’, zei je vrouw onlangs. Jullie film is ook een aanklacht tegen de wrede behandeling van vrouwen bij IS, via het personage van Noor, de vrouw van Kamal.

Adil (knikt): “Dat man en vrouw gelijk zijn, vinden wij de normaalste zaak van de wereld. Het was vanzelfsprekend dat ook het lot van de vrouwen in de film aan bod kwam. Noor is een soennitische vrouw die door ISIS gevangen is genomen en uitgehuwelijkt wordt aan Kamal. Zij symboliseert het lot van zowat alle vrouwen in de regio die gebruikt werden als seksslavinnen. Kamal komt terecht in die harteloze wereld, maar hij wil zelf zo niet zijn. Hij probeert Noor met respect te behandelen, maar kan haar niet beschermen.”

Voor wie hebben jullie deze film gemaakt?

Adil: “Je doet het natuurlijk voor iedereen, maar ons hoofdpubliek zijn wel de jongeren. Onze boodschap is bijna educatief: dit is wat er is gebeurd, met alle nuances. De film overspant een decennium. We wilden een tijdsdocument maken, in de geest van Platoon, dat over de Vietnamoorlog ging. De oorlog in Syrië was er één van onze generatie. De jongens die vertrokken zijn, waren generatiegenoten. We zien het als een soort van waarschuwing. We hopen dat het nooit meer zal gebeuren.”

Bilall moet vertrekken, hij moet nog een vliegtuig naar Marokko halen. “Goeie reis!” roept Adil hem na.

Wat een charmante man is die Bilall, maar zo verlegen.

Adil: “Hij is top. Eigenlijk ben ik nog verlegener, maar als we samen zijn, moet één van ons het voortouw nemen. Wie dat is, hangt af van de periode.”

Jij, verlegen?

Adil: “Ja hoor, schijn bedriegt.”

‘Rebel’ is momenteel te zien in de bioscoop.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234