Woensdag 19/06/2019

Film

Adil El Arbi en Bilall Fallah: "De grootste patsers wonen in Antwerpen"

Adil El Arbi (l) en Bilall Fallah. Beeld Stefaan Temmerman

Als hun nieuwe film Patser één ding aantoont, dan dit: Adil El Arbi (29) en Bilall Fallah (32) duwen net het gas­pedaal in als anderen zeggen dat ze moeten afremmen. Al leidt dat in Hollywood soms tot een frontale botsing. "Had Bilall me niet tegen­gehouden, ik had die producer recht op zijn gezicht geslagen."

Op een jetset­brunch in Palm Springs, Californië, eerde het toon­aangevende Amerikaanse filmblad Variety vorige week de tien grote regisseurs­beloften van het moment. Bilall Fallah en Adil El Arbi waren erbij. Er zijn slechtere manieren om 2018 te beginnen, denk je dan. Maar de twee blijven er verrassend ‘chill’ onder. “Een grote eer en druk tegelijk”, zegt Fallah. “Nu moeten we plots verwachtingen inlossen. We mogen niet meer sucken.” El Arbi: “We zijn gewoon bladvulling. Variety vond waarschijnlijk maar negen talenten.”

Maar onder dat laagje (gespeelde?) bescheidenheid is het Belgische regisseurs­duo ongegeneerd ambitieus. Voor minder dan een Hollywood-carrière gaan ze niet. Inclusief een plek in de Hall of Fame en een gouden Oscar-beeldje, als het even kan.

Een droom die een stuk dichterbij kwam sinds ze in Los Angeles handjes schudden met Will Smith, koffie dronken met Eddie Murphy en twee afleveringen inblikten van de Amerikaanse geprezen serie Snowfall. Een “zotte ervaring” waar de twee heerlijk sappig over vertellen. In hun – ondertussen bekende – opgefokte stijl, hier en daar doorspekt met een putain, fuck of shiiiit.

“Er wordt ongelooflijk veel geld verspild in Hollywood”, zegt Fallah. “Voor één korte scène regelen ze een prachtige oldtimer. Na één blik zegt die producer dat die bak terug naar de garage moet. Om hem één tint donkerder blauw te laten spuiten. ‘Want die kleur past toch beter bij het personage.’ Kost­prijs: 3.000 dollar (2.500 euro). Degoutant eigenlijk.”

Ook aan de gigantische ego’s, politieke correctheid en creatieve censuur van Hollywood moesten ze op z’jn zachtst gezegd wennen. “Michaël R. Roskam had ons gewaarschuwd: jullie gaan echt zot worden in de States. Hij had gelijk.”

Maar daarover straks meer. Eerst iets over de film die hun ultieme vi­site­kaartje moet worden in Europa én de VS. Als hun Brusselse bende­film
Black al als een stomp in de maag voelde, dan is Patser een regelrechte kopstoot. Subtiliteit staat niet in het woordenboek van El Arbi en Fallah. De gangster­prent over vier jongeren die willen opklimmen in de drugswereld, toont Antwerpen als coke­hoofdstad, inclusief racistische flikken, ­corrupte N-VA’ers en het soort geweld dat je normaal enkel in videogames ziet.

Een still uit Patser, met rechts Matteo Simoni. Adil El Arbi: "Hij is onze Vlaamse Leonardo DiCaprio." Beeld RV

Het credo ‘less is more’ is niet aan jullie besteed?

Bilall Fallah: “We maken films die we zelf graag zien. Genre The Godfather, Scarface, de films van Martin Scorsese. Dat was al zo aan Sint-Lukas: al onze mede­studenten wilden van die arty-farty films draaien, wij pure Hollywood-shit.”

Adil El Arbi: “The Wolf of Wall Street was echt een revelatie voor ons. Scorsese slaagt erin om een droog en cerebraal onderwerp als de banksector ongelooflijk cool te maken. Als een 72-jarige man de ballen heeft om zo hard over de grens te gaan, kunnen wij als jongelingen niet achterblijven.”

Fallah: “Na Black wilden we het wel iets ­luchtiger. Patser is een rollercoaster. Meer fun.”

El Arbi: “De film is op echte feiten gebaseerd. De realiteit is hardcore, dus onze film ook.”

Patser toont Antwerpen niet bepaald van zijn fraaiste kant. Nog geen boze Bart De Wever aan de lijn gehad?

Fallah: “Ik hoop dat hij komt kijken.”

El Arbi: “De stad Antwerpen heeft ons voor een aanzienlijk bedrag gesponsord. Ik hoop dat we dat niet moeten teruggeven. (
lacht) Het toont natuurlijk hoe open-minded ze zijn om toch nog onze film te steunen. Iedereen denkt altijd dat Antwerpen zo clean is, in vergelijking met hellhole Brussel. Wij wilden de donkere wereld achter de perceptie tonen.”

Fallah: “Een patser is een opschepper, iemand die wil tonen dat hij een zware gast is. Hij rijdt in een chique BMW, draagt veel bling, denkt dat hij in een videogame leeft. Wel, de grootste patsers wonen in Antwerpen. De eerste keer dat ik cocaïne zag in real life, was niet toevallig op ’t Zuid. Thuis bij een vriend van een vriend, een blanke hipster. Er stond een gigantische pot wit poeder op tafel. Geen suiker.” (
lacht)

Jullie gaan je evenmin populair maken bij de Antwerpse politie.

Fallah: “In Black zat ook al een flik die racistisch was. Wij vonden dat logisch. Onze medewerkers niet: ‘Misschien moeten we eerst bij het Centrum voor Gelijke Kansen navragen of dat echt zo is, of daar klachten over zijn?’ Wij wisten niet wat we hoorden. What the fuck, zijn jullie serieus? Natuurlijk gebeurt dat echt.”

El Arbi: “Voor alle duidelijkheid: niet alle agenten zijn racisten. Maar als Bilall in zijn hoody in Brussel rondrijdt, wordt hij regelmatig tegen­gehouden. ‘Pas tonen, meneer, rugzak leegmaken.’ Zeker de Franstalige agenten kennen ons gezicht niet.

“Het is erg, maar je wordt dat gewoon. Dat je niet in een disco binnenraakt, geen flat kunt huren, wordt aangesproken op alle mogelijke problemen met moslims. Je groeit op met het idee: iedereen is kwaad op mij. Niet dat we daar cynisch van worden, maar we gaan het ook niet verbloemen. We gebruiken het in onze films. Nu, er zit ook een goede flik in de film.”

Fallah: “Maar die is niet blank.”

El Arbi: “Shit, klopt. Dat is ­toeval.” (lacht)

Hoe hoog scoren jullie zelf op de patser-schaal?

El Arbi: “Bij mij zit het autobiografische vooral in de locatie van de film. Ik ben opgegroeid op het Antwerpse Zuid, toen dat nog een rotte buurt was. Mijn ouders zijn verhuisd naar Berchem omdat het te erg werd. Veel criminaliteit, heroïne­spuiten voor de deur, soms geweerschoten ’s nachts.”

Wat maakt dat jij voor de film-, en niet voor de patser­wereld koos?

El Arbi: “Opvoeding.”

Fallah: “En geluk. De juiste vrienden tegenkomen. Ik ben in Vilvoorde opgegroeid. Toen ik ­jonger was, zag ik daar de voetbalpleinen beetje bij beet­je leeglopen. Iedereen trok naar Syrië om te vechten. Dat zijn ook Patser-wannabe’s die ergens bij willen horen, de zware gast willen uithangen. Oor­log als videogame. Al is dat natuurlijk wat kort door de bocht. De redenen waarom jongens naar Syrië trokken, gaan verder en dieper dan dat.”

El Arbi: “Wij hadden een kliekje op school dat elkaars filmdromen versterkte. Was dat er niet geweest, dan waren we nu misschien ook drugs­dealers of pimps.” (lacht)

Bij Black kregen jullie het verwijt dat jullie zwarte jongeren in Brussel te stereotiep als bende­leden toonden. Ook in Patser zijn de criminelen meestal niet blank.

Fallah: “Veel drugs­dealers zijn van andere ­origine, en de meeste drugs­gebruikers blank. De handel teert op beiden: zonder kopers geen ­verkopers. We vellen daar verder geen oordeel over, maar je moet daar ook niet flauw over doen. Het komt door de socio-economische achtergrond.”

El Arbi: “Matteo Simoni speelt op het eerste gezicht misschien een stereotiepe gangster, maar je merkt al snel dat het een heel gelaagd, duaal personage is. Ik vind het erger wanneer een film allemaal blanke personages telt, buiten één allochtoon die dan net de gangster speelt en hooguit twee zinnen mag zeggen. Dát is pas stereotiep.”

Fallah: “Als je in een krant een artikel leest over ‘Karim B., Antwerpse drugs­handelaar’, kan die kerel je niks schelen. Wij willen juist dat het publiek zich wél inleeft in de wereld van onze personages. Zo trek je mensen weg uit het hokjes­denken.”

Adil El Arbi: "Kritiek is er altijd. Waarom we geen film maken over een maatschappelijk werker? Euh, simpel: omdat daar geen kat naar zou komen kijken." Beeld Stefaan Temmerman

Velen waren verrast dat uitgerekend Simoni werd gecast om een Marokkaan te spelen.

El Arbi: “We hebben Patser geschreven met Matteo in het achterhoofd. We kennen hem al sinds hij nog geen fuck waard was in BV-land. En wij nog minder. Hij is onze Vlaamse Leonardo DiCaprio. Dat is geen voorbeeld van white­washing. Zijn Italiaanse roots zitten net verwerkt in het verhaal.

“Kritiek is er altijd. Zoals de vraag of we het gangster­leven niet te veel verheerlijken: ‘Waarom maken jullie geen film over een maatschappelijk werker?’ Euh, omdat daar geen kat naar zou komen kijken.”

Raakt die kritiek jullie?

Fallah: “Ze voedt ons vooral. Om er in de volgende film nog meer over te gaan. (lacht) Het leven is ook niet politiek correct.”

El Arbi: “We zijn geen moraalridders. Als Christopher Nolan Dunkirk over WOII maakt, gaat die er ook vanuit dat de mensen wel weten dat hij geen oorlogs­propaganda maakt. Mis­schien dat sommige kijkers na de film ­zeggen: ik wil ook gaan dealen. Dat is dan fucked up. Maar de patsers in Patser zijn overduidelijk wannabe’s die snel de consequenties van hun daden leren. Het ligt er zo dik op dat het bijna een grap wordt.”

Fallah: “Hun weg naar de drugs­top is geplaveid met drama. Onze vaste camera­man vroeg regel­matig: euh jongens, gaan we hier niet te ver? Dan deden we er nog een schep bovenop. Wellicht de invloed van onze draai­tijd in Amerika. Daar moesten we ons de hele tijd inhouden. Bij Patser konden we al die opgekropte goesting helemaal kwijt. Lekker afreageren.”

Hollywood: dat is toch groter, sneller, feller?

El Arbi: “Dat dachten wij ook. En plots moesten we daar veel subtiele, ingetogen bullshit draaien.” (lacht)

Fallah: “Die grote studio’s remmen alles voort­durend af. Creatief gezien word je daar echt klein gehouden.”

Wat moeten we ons zoal voorstellen bij ‘subtiele, ingetogen bullshit’?

Fallah: “Dan bedachten we een flashy achter­volgings­scène, kwam de producer vragen: ‘Maar wat vertelt dat shot ons?’ ‘Het is gewoon supercool’, volstond nooit als antwoord. Voor elk shot moet je echt eerst een waslijst aan argumenten aandragen. Enerzijds is dat natuurlijk goed en professioneel, dat je over een beeld nadenkt. Maar vier uur dis­cus­siëren over één decor of rekwisiet is vooral veel gezever. Amerikanen horen zichzelf graag praten. En ze zijn zó politiek correct. Alles ligt gevoelig.

(tegen El Arbi) “Zoals die ene geweldige scène op dat feestje die ze hebben geschrapt? Doodzonde.”

El Arbi: “Putain, ja. In onze originele shot gingen een jongen en meisje naar een house­party in de wijk. Er werd gedronken, stomend gedanst op eighties-hiphop en gekust. Wil de producer die toch wel vervangen door een superbrave scène. Elke vezel in ons lijf sputterde tegen, maar je hebt geen keuze. Zij hebben het geld, dus zij hebben het voor het zeggen.”

Variety-filmrecensent Peter Debruge zei in De Tijd: ‘De Amerikaanse studio­bonzen zien kerels als Adil en Bilall vooral als goedkope hired gunmen die zich tegen elke prijs willen schikken naar het systeem.’

El Arbi: “Daar zijn we ons van bewust. De reden dat ze ons jobs geven, is deels omdat we cheap ass mother­fuckers zijn. Enkel de groten, de Tarantino’s en de Scorseses, kunnen doen wat ze willen. Maar je moet ergens beginnen, je moet je plaats kennen en je gevechten goed uitkiezen.”

Fallah: “Soms is het lastig. Want Hollywood zit vol gigantische ego’s die graag laten merken dat ze hoger op de hiërarchische ladder staan dan jij. Zeker Adil zijn bullshit­meter is daar heel gevoelig aan. Eén keer scheelde het niks, of hij had een belangrijke producer op zijn gezicht geslagen. Ik kon hem gelukkig net op tijd bedaren.”

Harvey Weinstein?

El Arbi: “Nee, die had het nochtans verdiend. Het was vooral het denigrerende toontje van die producer dat me furieus maakte. Alsof we niet begrepen waar we mee bezig waren, en hij de slimmere leerkracht was. Een zoveelste opmerking, ik weet al niet meer welke, deed me echt flippen. Het werd zwart voor mijn ogen. Tunnelvisie. Razernij.”

Fallah: “Ik zag hem echt ­veranderen in de Hulk.”

El Arbi: Ik weet wel: geweld is niet de oplossing. Dus ben ik hem maar in het plat Antwerps gaan uit­schelden.”

Fallah: “En ik maar ‘vertalen’: he’s just super­excited to work here.” (lacht)

Jullie lijken niet het type dat zich graag laat afremmen.

El Arbi: “Absoluut niet. Maar na een tijd heb je geen zin meer in de zoveelste discussie en kies je vooraf al voor de brave scène die geen moeilijkheden oplevert. Je censureert jezelf. Je denkt niet meer: wat vinden wij goed? Wel: wat vinden de studio’s goed? Die frustraties hebben we nu in Patser gekanaliseerd. Voor je mentale gezondheid is het goed om soms 100 procent je eigen ding te kunnen doen.”

Fallah: “We hebben gegokt en alles op Patser ingezet. We hebben er zelfs enkele Hollywood-aanbiedingen voor laten schieten, waar we goed geld mee konden verdienen. Ook omdat Patser zeker was. In Hollywood heb je nooit volledige garantie.”

Mogen jullie nu wel of niet Bad Boys 3 regisseren?

Fallah: “Er is een kans.”

El Arbi: “Als het van Will Smith (die een van de twee hoofd­rollen in de blockbuster­reeks Bad Boys vertolkt, KVDP) afhangt, is de job van ons. Hij wil ons, de producer wil ons, maar uiteindelijk zijn het de studiobazen die beslissen. En als zij voelen dat er te veel mensen ons steunen, kan dat soms averechts werken. Ze willen niet het idee krijgen dat hen een keuze opgelegd wordt. Moeilijk allemaal.”

Is de Beverly Hills Cop 4-deal, met Eddie Murphy, wel al rond?

Fallah: “Dat ligt nog moeilijker. De bazen van Paramount Studio’s zijn plots allemaal zelf ontslagen na een reeks flops, dus we moeten opnieuw beginnen. Als de nieuwe bazen denken: een nieuwe Beverly Hills Cop kan deze studio weer financieel succes opleveren, zijn we vertrokken. Maar voor hetzelfde geld ligt het project vijf jaar of eeuwig op een plank. Maar het ergste is: dingen maken die nooit vertoond zullen worden.”

Welk meesterwerk van jullie zullen we nooit te zien krijgen?

Fallah: “De piloot­aflevering van
Scalped, een nieuwe reeks over native Americans. De zender wordt overgekocht, en poef, de serie bestaat niet meer. Pijnlijk. Al kun je daar zelf niks aan doen. Want als we iets maken, doen we het met passie. Talent volstaat niet in Hollywood. Je moet als regisseur ook een diplomaat en politicus zijn, en tegen een stootje kunnen.”

El Arbi: “De truc is: het weinige dat je zelf in de hand hebt, in de hand houden. Zoals niet afwijken van basis­principes. Als we een film maken over een controversieel thema, willen we die niet volledig afvijlen. Wil een hoger iemand dat wel? Fuck it dan.”

Bilall Fallah: "Die gasten die naar Syrië trokken om te vechten, dat zijn ook Patser-wannabe’s die ergens bij willen horen, de zware gast willen uithangen. Oorlog als videogame." Beeld Stefaan Temmerman

Conclusie: de Hollywood-droom valt in de realiteit zwaar tegen?

El Arbi: (lacht) “Dat nu ook weer niet.

“Hollywood blijft de droom. Je kunt er dingen doen die nergens anders mogelijk zijn. Zoals: met grote sterren als Will Smith werken. Of science­fiction draaien.”

Fallah: “Het klinkt cliché, maar je leert er heel veel bij en maakt ongelooflijke dingen mee. Het blijft zeer cool.

“Toen we Snowfall draaiden, leefden we echt als koningen. De studio had voor ons een loft geregeld in downtown Los Angeles, inclusief sauna, hamam, zwembad, de klok rond room- én poets­service. We mochten naar feestjes met de grootste sterren: Russell Crowe, Matt Damon, Jon Hamm van Mad Men. Alles wordt ook voor je geregeld. Straten worden afgezet zodat je kunt draaien. Honderden acteurs worden overgevlogen enkel voor een casting. Alles is te koop.”

Daar begin je zelf toch ook van te zweven?

Fallah: “Nee, want onze bank­rekening volgt niet. Regisseurs worden een stuk minder betaald dan de sterren en producers.” (lacht)

El Arbi: “Onze camera­man had ons nog gewaarschuwd tijdens Snowfall: dat gaat pikken als we terug in België zijn en deze luxe allemaal wegvalt. Hij had gelijk. We zijn terug naar België gekeerd in putje winter. Omdat ik mijn appartement had opgezegd, moest ik bij Bilall op zolder slapen. Wat zeg ik: bij zijn ouders op zolder. Daar lagen twee matrassen op de grond. Dat heeft niet lang geduurd. Het werd al snel deprimerend.”

Fallah: “Van een reality­check gesproken. Onze voetjes stonden snel terug op de grond.” (lacht)

Vergt het moeite om aan alle verlokkingen van Hollywood – seks, drugs, rock-’n-roll – te ­weerstaan?

Fallah: “Je moet daar bestand tegen zijn, absoluut. Anderzijds zijn er zot veel regels die dat al voor u doen. Overal zijn er waarschuwingen voor seksueel misbruik of misbruik­claims. Je mag een casting met een actrice nooit alleen doen. Je mag niet daten met figuranten. Je bent heel beperkt in je doen en laten. We komen op set, kruipen op onze stoel, ­zeggen ‘actie’ en gaan terug weg. That’s it.”

En toch ontstond de #me­too­beweging vanuit Hollywood.

El Arbi: “Dat verraste ons niet. Mannen zijn soms klootzakken, zeker mannen met macht. Als ze die macht willen misbruiken, vinden ze altijd wel een manier. Ik maak me daar weinig illusies over. Geef vrouwen proportioneel meer macht en leiding­gevende functies: dat is al een mooi begin.

“Toen we in Hollywood aankwamen, werden we meteen gewaarschuwd voor mannen als Weinstein. Niet dat hij vrouwen verkrachtte, maar dat hij pure evil was. Naar het schijnt heeft hij Black gezien. Al een geluk dat hij er niks mee heeft gedaan.”

Na het Weinstein-schandaal schreef je een open brief: ‘Ik ben beschaamd man te zijn’.

El Arbi: “Vanuit een buikgevoel. Wij hebben het ook van nabij meegemaakt: een ex-medewerker van ons had meisjes misbruikt. We hebben die gepusht om naar het gerecht te stappen. De man is gelukkig veroordeeld. Na het Weinstein-schandaal waren er amper mannen die reageerden. Of ze relativeerden alles. Dan kon ik niet zwijgen.

“Volgens sommige vrouwen haalde ik wel de ­verkeerde argumenten aan. Met name: ‘mannen, denk na, wat als zoiets je eigen moeder of zus overkomt?’ Maar voor sommige mannen is dat het enige argument dat een verschil maakt. Ik deed tenminste mijn mond open. Er was een shitload aan mannen die gewoon zwegen.”

Je omschreef jezelf ooit als een echte bullebak op de set. Nog steeds?

El Arbi: “Ik vrees van wel. Toch als iets niet gaat zoals wij het willen. Vraag maar aan Matteo Simo­ni. Telkens als hij iets verkeerd zei, kreeg hij ervan langs. (neemt diva­pose aan) ‘Bitch please, zijt gij met onze voeten aan het rammelen, of hoe zit het?’ Dat is dan een korte steekvlam vol rauwe emoties. Daarna zijn we weer lieve jongens.”

Fallah: “Op de Amerikaanse sets was iedereen altijd verbaasd dat wij zo open en vriendelijk waren. Wij geven iedereen spontaan een knuffel. Maar een film maken is een beetje oorlog voeren. Conflict is onvermijdelijk. Er moet spanning zijn, anders hou je maar een slappe film over.”

Ooit van plan om apart een film te regisseren?

El Arbi: “Dat mógen we zelfs niet. Contractueel staan we als duo geregistreerd. Weet je dat ik in Hollywood zelfs niet verder mag regisseren als Bilall even naar het toilet gaat?”

Fallah: “Broers blijven ook altijd samen.”

En dan wordt Adil in Time de Spielberg van Molenbeek genoemd, terwijl er over jou met geen woord wordt gerept.

Fallah: “Ik kan dat wel relativeren. Adil is een crème van een kerel, hij verdient dat. Hij start vaker de projecten op, terwijl ik meer de man van de afwerking en de montage ben. We complementeren elkaar, maken elkaar beter.”

El Arbi: “Bilall kan echt zwaar doorslaan in zijn perfectionisme. Terwijl ik te snel content ben. Daardoor eindigen we meestal perfect in het midden. Nee, als wij apart zouden werken, zou dat zwaar sucken. Geloof me.”

Patser trekt dit jaar Filmmanie op gang, de filmmaand van De Morgen. Surf naar demorgen.be/filmmanie en maak kans op een van de 5.000 tickets voor de avant-première van Patser (op 22/1) of een andere topfilm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden