Dinsdag 07/04/2020

Interview

Actrice Joke Emmers: ‘Eigenlijk ben ik vooral een na-aper’

Joke Emmers: ‘Het is soms moeilijk om het publiek nog naar het theater te krijgen en dat vind ik wel eng.'Beeld kevin Faingnaert

Met Limburgermoppen kan ze niet lachen, met influencers wel. De zelfverklaarde geluksvogel Joke Emmers (30) is dolblij dat ze dat kan doen in de gelijknamige tv-reeks op Vier. Maar in het theater, haar grote liefde, blijft het zwoegen. ‘Binnen vijf jaar staan misschien enkel nog de happy few op het podium.’

“Euh...”

We vroegen Joke Emmers net of ze weet hoeveel Instagram-volgers ze heeft.

Blijkt dat we vooral niet bij haar moeten zijn voor advies over hashtags, onlinecontent of follower engagement. Nochtans geeft de Limburgse actrice in de nieuwe Vier-reeks Influencers gestalte aan een bitchy foodie met een kookvlog, en een vervelende #girlboss #entrepreneur met slechte ideeën.

Het zijn er trouwens 13.000, die volgers. “Veel hè. Komt door De slimste mens. Per aflevering zag ik dat aantal omhoog gaan. Toen heb ik wel even gepanikeerd: ik ga mijn profiel terug op privé zetten!” (lacht)

BIO geboren op 5 februari 1990 in Neerpelt * studeert drama aan het ­Conservatorium in Antwerpen * werkt bij NT Gent, De Warme Winkel, Toneelgroep Maastricht * speelt de hoofdrol in de musical Iedereen beroemd * eerste tv-rol in Den elfde van den elfde, daarna te zien in Callboys, Beau Séjour * doet in 2017 mee aan De slimste mens* richt samen met Evelien Bosman theatergezelschap Woodman op * is nu te zien in de VIER-serie ­Influencers met onder anderen Rik Verheye * toert met Woodman-productie 2020 Lubricant for Life door Vlaanderen

Een doordachte aanwezigheid op sociale media, hoort dat tegenwoordig niet bij de job?

Joke Emmers: “Ik ken mensen die heuse Instagram-strategieën uitwerken, maar ik hou het bij ‘Dit vind ik een mooie foto’ als criterium. Meestal is dat een natuurbeeld, of iets van het werk. Maar het idee dat ik de wereld zou moeten tonen wat ik eet, vind ik maar moeilijk.”

Welke influencers vind je het meest vervelend?

“Ik volg eigenlijk vooral mijn vrienden. Celeste Barber, die de draak steek met al die perfecte vrouwen, vind ik ook leuk. Ik zoek toch eerder humor op.”

Soms is het toch leuk om je eens goed te ergeren aan #instamoms, of die types die zich kosten noch moeite besparen om volgers en likes te vergaren, zoals de Brasschaatse Debsy in Influencers?

“Doe jij dat? (lacht luid) Waarom zou je jezelf dat aandoen? Als ik al iets moeilijk vind, dan zijn het mensen die enkel foto’s van zichzelf posten. En waarbij elk kledingstuk reclame is. Maar dat is nu eenmaal een nieuwe manier van geld verdienen, en eigenlijk is het best slim, toch? Dat zijn de nieuwe BV’s. Naar het theater komen mensen niet meer kijken, het is allemaal op TikTok te doen. (lacht) Ik vind het wel fijn dat de #nomakeup of #nofilterbeweging inmiddels ook bestaat, dat mensen snappen dat die schone schijn niet vol te houden is.

“Verder is het maar hoe hard je er zelf mee bezig bent. Ik vind het alleszins niet zo moeilijk om die plaatjes te doorprikken, al ben ik wel blij dat ik er niet mee ben opgegroeid. Mijn nicht vertelde onlangs dat ze met haar dochter over straat liep. ‘Daar loopt iemand van je klas, zwaai eens’, zegt ze tegen haar dochter. Waarop die ­antwoordt: ‘Mama, doe dat eens niet. We hebben al ge-sms’t vandaag.’ Dat vond ik toch heftig.”

We zitten aan de eettafel bij Emmers thuis, een appartement in Antwerpen dat ze deelt met haar jongere zus. De Neerpeltse actrice is het type gastvrouw dat je op voorhand uitgebreid mailt om te achterhalen wat je wil drinken, en als de fotograaf graag gemberbier blijkt te lusten, dan staat er een flesje klaar. Ze lacht veel en luid maar – kleine tip – niet met Limburgers.

“Het is een irrationeel ­minderwaardigheidscomplex, dat weet ik wel, maar het zijn ook altijd dezelfde moppen.”

'Ik word wakker met zin in de dag. Maar wel eerst snoozen.'Beeld kevin Faingnaert

Als de wasmachine piept om aan te geven dat die klaar is met draaien, grapt ze dat ze nog zelf haar huishouden doet, ondanks het grote succes. Ze heeft gelijk: de ster van Emmers is rijzende. Steeds vaker duikt ze op in Vlaamse tv-fictie, na passages in Beau Sejour en Call Boys is ze nu dus te zien in Influencers, een sketchshow van Koeken Troef! op Vier over, welja, influencers. Met dank trouwens – pour la petite histoire – aan Jan Eelen, die haar ontdekte in het ­theater, waar ze zo overtuigend speelde dat hij heel de voorstelling lang dacht dat ze het syndroom van Down had.

Maar haar hart ligt overduidelijk bij theater. “Dora van der Groen zei altijd: ‘Theater is een spiegel voor de mensen’. Ik ga zo graag naar voorstellingen voor een emotie die ik herken, een zin waar ik mee verder kan. Theater verruimt je blik, doet je nadenken, kan je gelukkig maken of je doen janken.”

Op dit moment toert ze met 2020 Lubricant for Life, een voorstelling over geluk, en helemaal zoals zij het graag heeft. “Ik hou van collagevoorstellingen, en fysieke en actieve stukken waarin ik samen met het publiek de avond maak. Ik heb echt nood aan positieve voorstellingen. Een van de functies van theater is mensen te tonen hoe de mens of de samenleving is, maar het lijkt wel alsof álle ­voorstellingen het negatieve tonen. We mogen toch ook eens gelukkig buiten gaan?

“We speelden eerst met het idee om een verhaal te maken over een appartementsblok. We zouden de ­temperatuur van de tijd meten, het zou gaan over politiek en zo. Jongens toch, daar hadden we nu even geen zin in. We wilden ­een hoopvolle voorstelling maken die geluk kan bieden. Vorige week kwam een man ons na afloop vertellen dat hij na een rotdag echt geen zin had om naar het theater te gaan, maar dat onze voorstelling hem een gelukkig gevoel gaf. Fantastisch toch?”

Haar medespelers zijn Tanya Zabarylo (die een pas bevallen Evelien Bosmans vervangt), Thomas Janssens en Matthias Meersman, met wie ze eerder al You May Now Kiss the Bride en Lost Boys maakte. Uit die losse samenwerking is inmiddels een nieuw gezelschap geboren: Woodman.

Moedig, in tijden van besparingen?

“Evident is het niet. We hebben al twee keer project­subsidies aangevraagd, maar die niet gekregen. Van een groot idee hebben we dus iets kleiners moeten maken. Dat is gelukt, maar het is wel frustrerend. We zijn allemaal al tien jaar aan het spelen, zo’n afwijzing voelt aan alsof er geen vertrouwen is. Nu ja, er zijn veel goede projecten en er is helaas geen geld.”

Leidt dat tot competitie of jaloezie?

“Ik voel dat helemaal niet, ik kan blij zijn voor de ­gezelschappen die wel geld krijgen. Zolang er maar ­voorstellingen gemaakt worden, toch? Wij hebben het geluk dat we 2020 Lubricant for Life 31 keer hebben verkocht, daar halen we wel wat inkomsten uit. Maar het is niet genoeg: dus mijn vader heeft het decor gebouwd en we ­verkopen T-shirts.”

Dat heeft veel weg van hobbyisme.

“Ik vraag me soms toch af waar we mee bezig zijn. Bij Woodman zijn we met vier, en als we samenkomen denk ik: yeah, dit is leuk. Dit is onze job, dit is wat wij kunnen, we hebben die goesting en energie om te spelen. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat we bij iedere voorstelling mijn vader vragen om het decor te maken.

“Toen ik afstudeerde aan de toneelschool zei een docent dat we moeilijke jaren tegemoetgingen. Ik dacht: pff, zal wel. Maar het wordt echt elk jaar lastiger. Ik ben met mijn gat in de boter gevallen want ik kan theater met televisie combineren, maar van mijn klasgenoten – we zijn met drie afgestudeerd – ben ik momenteel de enige die werk heeft. Ik ben heel dankbaar dat ik dit al acht jaar mag doen, maar die besparingen geven me wel stress. Hoewel ik het nog erger vind dat er ook beknibbeld wordt op mentale gezondheid.”

Vorig jaar speelde je de hoofdrol in de musicalversie van Iedereen beroemd, maar die werd stopgezet omdat er te weinig volk kwam kijken.

“Dat was spijtig. De voorstelling werd heel goed onthaald, maar we stonden in een veel te dure zaal en hadden te ­weinig inkomsten. Mijn kop genereert misschien niet genoeg publiek. (lacht) Ik heb dat snel kunnen loslaten omdat het helder was dat het aan andere factoren lag. Maar met 2020 Lubricant for Life spelen we elke avond voor 100, 150 man. Dat mag natuurlijk altijd meer, daar zit ik mee in mijn maag. We hebben best veel persaandacht gekregen, hoe komt het toch dat het niet lukt om de zaal vol te krijgen?

“Bij onze vorige voorstellingen ging dat beter, maar toen stonden we nog met onze namen op de affiche, nu staat er Woodman. Heeft het daar mee te maken, dat mensen ons gezelschap niet genoeg kennen? Spreekt het thema niet aan? Het is soms moeilijk om het publiek nog naar het theater te krijgen en dat vind ik wel eng. Wie weet staan binnen vijf jaar enkel nog de happy few in het theater. Dat zou vooral heel jammer zijn voor jong en aanstormend talent.”

Je hebt eens gezegd dat je zot zou worden als je niet meer zou kunnen spelen.

“Het is zo’n uitlaatklep. Ik mag mij inleven in andere ­mensen en ik kan daar zo veel van mezelf in kwijt. An Miller zei onlangs: wij mogen als job nadenken over het leven. Dat is toch de max? In welke job mag je dat nog doen, behalve filosoof? (vouwt haar handen samen) Ik ben in een periode vol ­dankbaarheid.”

Hou je er rekening mee dat het eindig is?

“Men zegt wel eens dat het na 35 moeilijk is voor vrouwen. Dat is nog vijf jaar. Natuurlijk houd ik daar rekening mee, maar tot nu toe gaat het goed en ben ik dolgelukkig.”

Wat is er niet leuk aan je job?

“Mijn agenda. Binnenkort trouwt een vriendin, maar ik moet die avond spelen en kan pas daarna naar het feest gaan. Die voorstelling is al een jaar geleden toegezegd, maar niet iedereen begrijpt dat. Veel vrienden ken ik al van het middelbaar en we leiden heel andere levens. Ik werk als andere mensen vrij hebben. We willen graag op weekend, ik kan pas half juli. Superkut, maar het is nu eenmaal zo. Soms vragen ze zich af waarom ze altijd met mijn agenda rekening moeten houden, maar ik ga iemand anders ook niet vragen om een vergadering te verzetten omdat ik net vrij heb. Misschien zou het beter gaan als ik wat minder voorstellen zou aannemen, maar ik denk dat ik een workaholic ben.” (lacht)

‘Ik hoop dat het beeld van vrouwen wat normaler wordt. Want ik ben niet dik, ik ben mollig.’Beeld kevin Faingnaert

Een collega omschrijft je als een bruistablet omdat je een energieke, enthousiaste gangmaker bent. Maar ook veeleisend.

“Is dat dan slecht? Ik wil dat een voorstelling in optimale omstandigheden gespeeld wordt. Dus ik ben streng voor mezelf, maar ik vind ook dat als er krassen komen op het decor, we dat moeten retoucheren. En als we een rekwisiet vergeten, vind ik dat heel erg. Dan is dat een probleem dat we snel even moeten oplossen, en dat wil ik liever niet. Ik wil gewoon dat het in orde is.”

En je kan geen ‘nee’ verdragen.

“Gaat dat over die rookmachine? (lacht) Laatst mochten we in een cultureel centrum onze rookmachine niet gebruiken. Dan ga ik toch eens vragen of het alsnog kan. En dan nog eens. Want dan denk ik: hebben we het wel hard genoeg geprobeerd?

“In vriendschappen vind ik een ‘nee’ soms ook moeilijk. Als we afspreken om samen op weekend te gaan en iemand laat weten dat er iets is tussengekomen waardoor ze maar één dag blijven, dan vind ik dat heel lastig. Ik weet dat ik dat moet proberen los te laten.”

Vinden mensen je soms bazig?

“Dat zou kunnen. Ik herinner me een lichtontwerper met wie ik het niet kon vinden. O, dat was moeilijk. Als ik vind dat iemand het laat hangen, dan zal ik daar iets van zeggen, ja. Vroeger liet ik frustraties opbouwen, nu heb ik geleerd dat je kan zeggen: dit stoort mij, kunnen we het daar over hebben? Soms botst dat even, maar daarna kan je weer verder. Ik doe dat niet voor mezelf, maar voor het publiek.”

Heb je soms het idee dat je jezelf niet goed genoeg vindt?

“Ik heb leren aanvaarden dat ik kan spelen. Ik werk nog steeds als actrice, dus ik denk dat ik wel iets kan. Maar je bent maar zo goed als je laatste werk.

“Falen vind ik heel erg. Ik had ooit eens te veel ­gedronken de avond voor ik moest spelen, en toen kreeg ik een black-out op het podium. Ik wist het echt niet meer, en het leek zo lang te duren voor ik weer verder kon. Mijn tegenspeler zei dat het zo erg niet was, dat ik maar drie ­zinnen had gemist, maar in mijn hoofd was dat een drama.”

Wanneer wist je eigenlijk dat het theater zou worden?

“Als kind deed ik alles wat mijn oudere zus deed. Zij volgde toneelles, dus ik ook. Ik vond dat heel leuk, maar ik had geen idee dat je ook toneel kon studeren, tot twee meisjes van mijn school ergens ingangsexamen gingen doen. Toen dacht ik: dat kan ofwa? Daarvoor wilde ik juffrouw worden, want mijn mama was juffrouw. Eigenlijk ben ik vooral een na-aper.”

Ging die opleiding je goed af?

“Ik heb dat vooral zelf veel zwaarder gemaakt dan nodig. (met geaffecteerde stem) ‘O, dit is zo’n moeilijke opleiding. O, ze geven mij een opmerking, het zal wel slecht zijn.’ Dat was gewoon opbouwende kritiek, maar ik nam het zo ­persoonlijk omdat ik dacht dat het zwaar hóórde te zijn. Zo belachelijk. (lacht) Maar het ging me goed af, natuurlijk wel. Anders was ik nooit afgestudeerd.

“Ik vond die opleiding de max. Je kreeg drie maanden om aan een scène te werken, wat een luxe. Je mocht bezig zijn met je eigen ontwikkeling. Als ik naar de universiteit was gegaan, liep ik vandaag wellicht nog altijd rond in een hoodie. Maar op school heb ik veel van mezelf ontdekt, zoals mijn vrouwelijke kant.”

Hoe ging dat dan?

“Ik was een mollige puber, en brede T-shirts en mannenkleren waren een manier om me weg te steken. Ik heb onlangs foto’s gezien van toen ik in Mexico was: mijn vriendinnen waren mooi gekleed, en ik had een hawaïshort aan.

“Maar op de toneelschool moest ik een erg vrouwelijk personage spelen, dus ging ik maar eens een kleedje kopen. En dan kijk je in de spiegel en denk je: o, wow. Of plots moet je nadenken over je seksualiteit en hoe je dat op een podium kan uitvergroten. Op die manier ontdek je andere kanten van jezelf.”

Word je soms getypecast?

“Ik heb daar veel geluk mee. Ik heb eigenlijk lang gedacht dat ik nooit op tv zou komen, want mollige mensen zie je niet vaak op tv. Maar voor Den elfde van den elfde zochten ze een dikke familie. Daar ben ik getypecast, maar ik snapte waarom, dus dat vind ik niet erg. Maar in Beau Sejour, Call Boys en Influencers kreeg ik altijd mooie rollen.

“Op school heeft een leerkracht wel ooit gezegd: ‘Joke, jij bent mollig, maar je moet echt dík worden. Dan ga je veel werk hebben.’ Toen dacht ik: nee, dat gaan we niet doen. Ik vind niet dat ik twintig maten groter moet worden om iemand te zijn.

“Ik word wel niet snel gevraagd om de knappe chick te spelen. Ik las pas een interview met acteur Georges Ocloo, die zei: ‘Het zou toch tof zijn als James Bond gespeeld wordt door een zwarte vrouw, of de president van Zimbabwe door een witte acteur. En dat dat allemaal niet uitmaakt.’”

Wat vind je van de beweging voor body positivity?

“Ik vind het heel goed dat mollige en dikke mensen gezien worden en dat mensen van hun lichaam houden. Een Lizzo (corpulente Amerikaanse singer-songwriter, red.) is fantastisch, maar ik denk ook: body positivity betekent niet dat je je mag laten gaan. Een gezonde levensstijl is ook belangrijk. Mag ik dat zeggen? Ik ben niet zo activistisch, ik wil niemand tegen de schenen schoppen.

“Weet je wat ik wel heftig vind? (Haalt een magazine uit de papiermand en toont een modereportage) Deze vrouw is een plussize model. Vertel mij eens wat hier plussize aan is? Erg ver gaat dat toch nooit. Ik heb nog nooit een plussize model met een dubbele kin gezien. Ik hoop dat het beeld van vrouwen wat normaler wordt, en dat ik niet meer gezien word als dik. Want dat ben ik niet, ik ben mollig.”

Waarom lukt het je nu om je goed in je vel te voelen?

“Geen idee. Ik denk dat tevreden zijn met je job wel helpt. Als ik speel, ben ik op mijn best. Ik word ook heel vaak geschminkt en gekleed door mensen die er verstand van hebben, en elke avond applaus krijgen doet veel voor je eigenwaarde. Dat is verslavend.”

Je hebt naar het schijnt ook het talent om gelukkig te zijn.

“Ik denk dat ik als kind in een vat vol serotonine gevallen ben. De dalai lama zegt dat je geluk moet zien als iets dat je kunt bereiken, en elke stap die kant uit is een positieve stap. Dat is wat kort door de bocht, maar ik vind het wel fijn om te geloven dat je je geluk wat in eigen handen kunt nemen. Ik word wakker met zin in de dag. Maar wel eerst snoozen.”

Moet een echte kunstenaar niet lijden?

“Dat vind ik zo vervelend. Ooit ben ik om dramaturgische redenen uit een productie gezet, maar ik had ook het gevoel dat mijn leven niet spannend genoeg was voor de regisseur. Dat snap ik niet. Een goed acteur heeft niet de ervaring nodig, maar de verbeelding.

“De beste les die ik ooit gekregen heb, was van Bas Teeken (Nederlands acteur, LB), die op het conservatorium zei: ‘Jongens, vergeet alles wat je geleerd hebt, je moet je gewoon de klere amuseren’. Dat is een goede graadmeter voor veel beslissingen. Als ik iets niet leuk vind, dan moet ik het niet doen.”

'Ik ben een pleaser, ik wil geliefd worden.'Beeld kevin Faingnaert

Over keuzes gesproken: heb je getwijfeld om mee te werken aan een reeks van Bart De Pauw?

“Natuurlijk heb ik daar lang over nagedacht en getwijfeld en met veel mensen over gesproken.”

Ze is geen held als het op controversiële onderwerpen ­aankomt, geeft Emmers toe. Meermaals zegt ze dat ze ­niemand voor het hoofd wil stoten. “Ik ben een pleaser, ik wil geliefd worden. Ik vond het lang leuk om mij te ­verstoppen achter een jeugdige naïviteit, maar als je ouder wordt, moet je plots een mening hebben over die dingen.”

Je bent pas dertig geworden. Leverde dat existentiële vragen op?

“Ja, dat was wel een moeilijk moment. Ik ben best wel bang om dood te gaan, want ik leef zo graag. Elk jaar dichter bij de tachtig vind ik lastig. De maatschappij dringt je ook al die vragen op: je bent nu dertig, wat heb je allemaal al bereikt? Wel, best veel eigenlijk. Ik ben superblij met mijn eigen appartement, ik heb veel werk, goede vrienden, een heel fijne familie.

“Oké ja, ik heb geen lief. Maakt dat uit? Nee. Je wordt in het beste geval negentig, dus dat zijn nog zestig jaar om met iemand door te brengen. Maar ik merk dat mijn ouders mij graag met een partner zouden zien.

“Maar dat is oké, ik weet nu waar ik aan moet werken: een vriend zoeken. En wat beter leren doseren, zodat mijn agenda wat rustiger wordt. Dat valt toch best mee?”

Hoe doe je dat, een lief zoeken?

“Ik moet misschien wat meer tijd maken. Als ik nu met mensen afspreek, is dat om bij te babbelen. Nooit: kom, we gaan op café en wie weet ontmoet ik iemand die interessant is. Ik werk zoveel, maar misschien bots ik wel op een leuke theatertechnieker.”

In elk theater ga je dus op zoek naar de technieker?

“Nee. (lacht) Ik ben nogal romantisch, ik ga op de trein zitten en opeens kijk ik op en daar zit hij. Maar ik had het er pas met een vriendin over: op mijn leeftijd wordt het aanbod kleiner, dus je moet blijkbaar daten. Je moet vrienden vragen of ze iemand kennen en daar iets mee gaan drinken. Tinder vind ik eng. Ik ben bang dat mensen gaan zeggen: Joke Emmers, die kennen we van op tv! Wie haar het eerst binnendoet, krijgt tien punten.”

Is het moeilijker om te daten als je een bekend gezicht hebt?

“Sinds ik op tv kom, voel ik een soort schroom, alsof ik me moet gedragen. Dat had ik vroeger helemaal niet. De schuld van de gsm hè, iedereen kan alles filmen en online zetten. En we kennen allemaal de roddelboekjes. Jammer wel, want dat heeft mijn spontaniteit wat weggenomen. Ik ging heel graag naar Werchter, nu vind ik het moeilijker om over die wei te lopen. Ik drink me ook niet meer lazarus, maar stop zodra ik ­aangeschoten ben.” (lacht)

Was je leven voorheen zo seks, drugs en rock-’n’-roll?

(lacht luid) “Goh, laten we dat voor een ander interview houden.”

Hoe is het trouwens nog met je Eminem-obsessie?

“Eminem blijf ik heel leuk vinden. Hij heeft pas een nieuw album uit: Music to Be Murdered by. Hij inspireert mij enorm. Hij rapt ‘mijn leven is zo zwaar’, maar op een grappige manier. Hij kan met zichzelf lachen, dat probeer ik ook in mijn voorstellingen te steken.”

Wat vinden je vrienden daarvan ?

“Die vinden dat totaal belachelijk. Maar hij is zo goed! Dan denk ik: lúíster er eens naar.”

Vind je Eminem een knappe man?

“Ik vind hem wel aantrekkelijk. Daar ga ik ook mee ­uitgelachen worden. Maar dat is omdat ik hem zo goed vind. Talent en humor maken mensen aantrekkelijk. Ik hoop dat ik die ook allebei heb.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234