Maandag 27/01/2020
Evgenia Brendes: ‘Ik heb het in mij, verhuizen. Soms denk ik: ik zit in slaap te dommelen, ik moet iets veranderen.’

Interview

Actrice Evgenia Brendes (30) begon aan een nieuw leven: ‘Soms is het gezond om jezelf te resetten’

Evgenia Brendes: ‘Ik heb het in mij, verhuizen. Soms denk ik: ik zit in slaap te dommelen, ik moet iets veranderen.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Actrice Evgenia Brendes (30) uit de Eén-serie Over water begon anderhalf jaar geleden aan een nieuw leven, met een nieuw lief, in een nieuwe stad. Gelukkig verhuist ze graag. ‘Soms is het gezond om jezelf te resetten.’ 

Evgenia Brendes werkt momenteel aan een nieuwe voorstelling voor toneelgroep STAN die op 5 februari in première gaat. Iets over afkomst en racisme – wat het precies wordt, dat zijn de spelers nog aan het uitzoeken op het moment van dit interview. Vorig jaar won ze een prijs voor het theaterstuk Dounia B., al kent u haar misschien ook uit Problemski Hotel, de verfilming van het boek van Dimitri Verhulst. Vanaf dit weekend is de actrice weer op Eén te zien, in het tweede seizoen van Over water.

BIO * geboren op 23 april 1989 in Kazachstan * studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen * was te zien in Problemski Hotel (2015) * had als gastactrice de titelrol in Ondine, een voorstelling van Het Nationale Theater van Den Haag (2018) * won voor de theatervoorstelling Dounia B. de Theaterprijs voor meest gewaardeerde acteerprestatie (2019) * vertolkt ook in het tweede seizoen van Over water de rol van Ella Goes * speelt vanaf 5 februari in Move (on) van tg STAN in de Vooruit in Gent

De reeks speelt zich af in Antwerpen, zij verhuisde net naar Brussel. We hebben afgesproken in Schaarbeek. Ze geeft op elke vraag een lang antwoord, wikt en weegt haar woorden en lijkt soms al pratend tot een soort uitkomst te komen voor de bijvragen die intussen bij haar opkwamen. Ze stelt zichzelf in vraag, dus ze is.

Evgenia Brendes: “Anderhalf jaar geleden ben ik verhuisd. Het was uit met mijn vriend en ik wilde weg uit Antwerpen. Het voelde er te verstikkend. Ik woonde en werkte er, en als ik ’s avonds op café ging, kwam ik dezelfde mensen tegen. Ergens is het wel fijn deel uit te maken van zo’n grotere gemeenschap, dat warme gevoel heb je in Brussel minder. Hier moet je meer je plan trekken. Maar altijd ­datzelfde cirkeltje, daar moest ik even uit. In die zin was het een bevrijding.

“Ik heb het in mij, dat verhuizen. Soms denk ik: ik zit in slaap te dommelen, ik moet iets veranderen. Soms iets ­radicaals, omdat je plots zoveel in vraag stelt. Je relatie, je woonplek, je manier van werken en vrij nemen, zelfs je vriendengroep. Toen ik besliste om te verhuizen, was dat de eerste keer in jaren dat ik mijn leven actief in handen nam, ­realiseerde ik me later. De grote beslissingen die ik zelf heb genomen in mijn leven, kan ik op één hand tellen.”

In 2019 speelde ze een half jaar niet, op een voorstelling in een museum na. Ze bleef een tijdje in Amsterdam, waar ze in een café werkte en kaartjes knipte als suppoost op het Holland Festival. Het deed deugd. Uitzoomen. Voelen dat je dat podium mist. “Soms is het gezond om jezelf te resetten. Voor mij werkt dat positief, voor de creativiteit, voor de inspiratie, om mezelf te herdefiniëren. Anders raak ik in een systeempje waarbij ik van het een naar het ander ga en alsmaar dezelfde formule volg, terwijl ik dingen net wil blijven bevragen.”

Vanaf morgen is ze te zien in Over water. Wat voorafging in het eerste seizoen: John Beckers, gespeeld door Tom Dewispelaere, is een BV die moet afkicken van alcohol en zijn tv-leven vaarwel zegt, en vervolgens in louche toestanden verzeild raakt in de Antwerpse haven. Hij vermoordt per ongeluk zijn schoonvader, hervalt en wordt verliefd op de secretaresse, Ella Goes, in het havenbedrijf van diezelfde schoonvader. Ella wordt gespeeld door Evgenia Brendes.

Mooie serie, wel veel bloot, dacht ik vorig jaar. Ze vertelt dat ze vooraf even getwijfeld heeft. “Ik was me ervan bewust dat het mijn tv-debuut was, maar op zich heb ik geen probleem met naaktheid, ook niet in het theater, als het functioneel wordt ingezet. Voor mij was het resultaat achteraf minder expliciet en ruwer dan verwacht. Bijna alsof je naar silhouetten keek. Het zijn er wel veel. Lag dat aan het scenario, waardoor ze de vrijscènes gebruikten als middel om andere scènes aan elkaar te lijmen? Daar heb je geen invloed op als acteur. Ik stoorde me er niet aan. Er was tijdens de opnames een veilige omgeving gecreëerd; we hebben er vooraf veel over gepraat en er is met veel liefde aan gewerkt. Met de scenarist, Tom Lenaerts, en met de regisseurs. Tijdens de opnames voelde het evenwaardig: Tom Dewispelaere voelde zich even kwetsbaar als ik. Achteraf triggert het wel eerder de mannelijke kijker. Tom wordt er als man minder op aangesproken.”

‘Na ‘Over water’ gaven mannen me op Facebook punten voor mijn lichaam. Dat gaat heel ver.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Na Over water ontplofte haar Facebook. Door alle ­mannelijke reacties. Geen dickpics, wel veel berichten. “Mensen gaven me punten voor mijn lichaam! Dat gaat heel ver. En ik hield er een stalker aan over. Hij schrijft brieven. Het is begonnen met seksuele fantasieën en later zaten er ­bedreigingen in. Het ging er ook over dat mijn rol het clichébeeld bevestigt van een vrouwelijk lustobject. Het dubieuze is dat hij – of zij, soms stelt hij zich voor als vrouw – me in dezelfde brief alsnog aanspreekt als lustobject. Is dat zo, deed ik iets waardoor ik het feminisme ondermijn? Die vraag stel ik me dan echt. Want uiteraard vind ik het belangrijk dat vrouwen een stem hebben en evenveel verdienen. Ik weet dat de dingen nog niet in evenwicht zijn. En dan spreken we alleen maar over hier bij ons, in andere werelddelen is er geen beginnen aan. Ik schrik van die beschuldiging. Alsof ik er niet over heb nagedacht. Natuurlijk wel.”

Ze probeerde niet het cliché te spelen van de minnares. “Ik wilde er iemand oprecht van maken. Ella heeft haar leven en wordt overvallen door een enorme verliefdheid. Vanaf het tweede seizoen zijn we geen minnaars meer en word ik zijn vriendin. Op basis van wat ik heb gezien, vind ik het tweede seizoen beter. De personages staan meer op zichzelf.”

Veel heeft ze niet met de Antwerpse haven, al koestert ze er nog herinneringen aan van toen ze met haar ouders als vluchtelingen vanuit Kazachstan naar België verhuisde, in 2000. “Mijn vader is een fervente wandelaar en we hebben de stad te voet ontdekt. Het was nog de tijd voor de gps en hij had een kaart gekocht van Antwerpen en omstreken. Dan namen we de bus, stapten uit en gingen zo’n gebied ­verkennen – ook de haven. Op een gegeven moment ­stonden we tussen de containers. Normaal kom je daar niet als voetganger. (lacht)

“Mijn eerste indruk van België was: koud en grijs. Mensen denken dat je goed tegen de kou kunt als je uit Rusland of Kazachstan komt, maar het is hier zo vochtig dat het veel kouder aanvoelt. De eerste weken woonden we ­achter het Sportpaleis. Er stond een fabriek en er hing elke ochtend een rare geur. Allesbehalve idyllisch.”

Terwijl haar tien jaar oudere zus naar Parijs trok als au pair, vroegen de ouders van Evgenia asiel aan in België. “Ik had een blind vertrouwen in hen, hoewel het een sprong in het duister was. Je moet het maar doen, op je veertigste, naar een ander land verhuizen waar je de taal niet spreekt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef wat voor ingrijpende keuze dat was. Toen, op mijn twaalfde, vond ik het ­spannend. We gaan een reis ondernemen! Iets nieuws! Daar zat een impulsiviteit in waar ik van hield – nog altijd.

“Ik heb Russisch bloed, mijn ouders zijn Russisch, net als mijn grootouders. Ik ben in Kazachstan geboren. Rusland en Kazachstan zijn twee verschillende werelden. Kazachstan is Azië. In de tijd van de Sovjet-Unie werden veel Russen naar daar gestuurd, zoals mijn grootouders, om er te werken. Vanaf de jaren 90 ­trokken veel Russische mensen er weg. (pauzeert) Is dat interessant, mijn afkomst?”

Ze werkt nu aan een voorstelling voor STAN met negen ­spelers van zeven verschillende nationaliteiten. Hoe moet je, in deze tijd, spreken over afkomst en cultuur? Het is een zoektocht. Is het beter er juist niet over te spreken en Tsjechov te spelen? Ze vonden Arabische literatuur, maar kwamen ook uit bij de Britse schrijver Dennis Kelly. Complex is het zeker.

Vreemde eend

Maar zou de verhuis naar België haar niet gemaakt hebben tot wie ze nu is? “Zeker. Je rekent als kind op je ouders, maar uiteindelijk ga je naar school en sta je er alleen voor. Ik had net in Kazachstan mijn zesde leerjaar gedaan en heb dat hier overgedaan. Zo was mijn Nederlands beter tegen dat ik naar het middelbaar moest. Anders was het waarschijnlijk te moeilijk geweest. In het begin zat ik in de klas en zag ik plots iedereen rond me schrijven. Oei, een test. Welk vak? De leerkracht dicteerde getallen. Dan had ik iets gemist. Sommige kinderen maakten er misbruik van. Er waren Vlaamse meisjes voor wie ik de boekentas moest dragen. (lachje) Ik werd wat gepest. Het eerste jaar was wringen. Ik vond gelukkig ­aansluiting bij een groepje met allemaal mensen van verschillende nationaliteiten. Ze merkten dat ik verloren liep. ‘Je hebt niet veel vrienden, hè?’ zeiden ze. ‘Als je zin hebt, kom maar bij ons.’

“Als vreemdeling trek je enorm de aandacht in de klas, terwijl dat het laatste is wat je wil. Je wil je op de achterste rij verstoppen en in de massa verdwijnen. Ik ben wel een kameleon, pas me gemakkelijk aan. Misschien is die ­eigenschap versterkt door te verhuizen.”

Haar leven leek op dat van haar personage Dounia B. in de gelijknamige voorstelling. Het theaterstuk ging over een meisje dat met haar vader naar België komt en voor hem moet vertalen. “Er zaten dingetjes in die uit mijn leven kwamen. Over de taal leren, bijvoorbeeld. Wablieft? Dat woord begreep ik niet. Wablieft, wat is dat? Ik probeerde het fonetisch na te zeggen. Zo waren er veel woorden. Dounia B. bemiddelt tussen haar vader en de buurvrouw. Ik moest thuis alle brieven lezen, van het Commissariaat en van de politie. Op het oudercontact, waar een kind normaal niet bij is, was ik de tolk. Je hebt zo meer inkijk in het leven van volwassenen.”

Living on the edge

Ze studeerde wiskunde-wetenschappen in het middelbaar. Het heeft misschien niet eens zoveel gescheeld of Brendes was nu apotheker. Een van haar eerste dromen, naast acteren, was geneeskunde studeren, maar ze haalde de toelatingsproef niet, dus werd het farmacie. Ze zat op kot in Leuven en begon steeds te laat aan de blok, omdat ze ­liever bezig was met het CampusToneel. Altijd net genoeg punten, maar geen uitblinkende student.

‘Ik had nooit gedacht dat ik de taal zo kon beheersen en dat acteren mijn beroep zou worden.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik was twee jaar bezig en mijn ouders hadden al een plan rond hoe we zo’n apotheek zouden aanpakken met het gezin. (lacht) Ik moet lachen als ik eraan denk, maar het is ook heftig. Het doet me denken aan hoe mijn vader me vroeger altijd zei dat ik te emotioneel was: ‘Je moet veel ­rationeler in het leven staan!’ Hij laat niet vaak zijn emoties zien. Ik probeerde dat ook, maar bij mij mislukte het. Ik kan niet rationeel denken, ik ben veel meer het type living on the edge. Ook financieel. Soms denk ik: shit, hoe kom ik deze maand door, als er niets binnenkomt? Ik ben geen planner en hecht weinig aan het materiële. Ik huur iets kleins, dat is weer zoiets tijdelijks. Ik denk in korte stukjes. Het is confronterend als je merkt dat dat een deel is van je persoonlijkheid, om zo te denken.

“Maar toen ik dus mijn ouders vertelde dat ik auditie zou doen voor de toneelschool, schrokken ze, en tegelijk ook niet, want ik was mijn hele leven al bezig met dans, muziek en toneel. ‘Het is jouw leven,’ zeiden ze. ‘Wij zouden het anders aanpakken, maar je moet doen wat je moet doen.’ Ik moest naar mezelf durven luisteren. Ik deed recent een paar sessies met een psycholoog en kwam erachter dat ik dat in feite moeilijk vind, doen wat ík verlang. Soms weet ik erg goed wat ik wil – mijn wil en mijn wezen schreeuwen er dan om – maar durf ik er niet naar te luisteren en naar te handelen. (denkt na) Wanneer ik merk dat anderen er racistische ideeën op nahouden, durf ik niet altijd mijn mond open te doen. Ik merk wel dat ik me nu op een kantelpunt bevind. De noodzaak om iemand erop aan te spreken, wordt groter. Ik heb meer moed – of ik probeer alleszins mezelf uit mijn comfortzone te trekken.

“De keuze voor de toneelopleiding was niet impulsief, want het gevoel zat er al lang. Pas als de dingen zich opstapelen, durf ik de knoop door te hakken. Dan kan ik het niet meer tegenhouden. Als een kleine ­explosie.”

Voilà. Dat is de allereerste grote levenskeuze: de auditie bij de toneelschool. Brendes had vijf teksten ingestudeerd. Op de toelatingsproef mocht ze er eentje kiezen. Het werd Phaedra in een bewerking van Hugo Claus. Waarna de jury haar vroeg een tekst van de Duitse post-modernistische schrijver Botho Strauß te doen. Roepen moest ze, tegen jurylid Frank Focketyn. Hem uitschelden! Op de fysieke proef zagen de juryleden hoe ze bewoog en nee, ze was geen stijve hark.

“Ik wist dat toneel mijn medium was, omdat ik in Antwerpen bij een Russisch amateurgezelschap had gespeeld en in Leuven bij het CampusToneel. Maar ik had nooit gedacht dat ik die taal zo kon beheersen of dat dit ooit mijn beroep zou kunnen worden.”

Dat werd het wel en sinds haar afstuderen had ze als actrice bijna altijd aaneensluitend werk. Voor Dounia B. won Brendes op het TheaterFestival de prijs voor ‘de meest gewaardeerde prestatie’. Haar ouders namen hem voor haar in ontvangst, toen ze op reis was. Peter Van den Begin reikte hem uit. “Toen we naar België kwamen, hebben we naar Matroesjka’s gekeken. Ja, ik heb ooit een edelfiguratierol gedaan in het tweede seizoen, als Bulgaarse prostituee. (lacht) Maar dat hij die prijs uitreikte, maakte het voor mijn ouders specialer. Ze gaven een speech, die ik achteraf heb gehoord. ‘Dit heeft ze zélf gedaan,’ zeiden ze, ‘wij konden haar niet helpen in deze wereld.’ Ik vond het mooi dat mijn vader dat zo benoemde. Deze prijs was voor hem op een bepaalde manier een bevestiging dat het de juiste keuze was om naar dit land te komen. Mijn ouders uiten niet vaak hun enthousiasme, ze vinden niet alles wat ik doe fantastisch, enkel omdat ik hun kind ben. Daarom was ik ontroerd.”

‘#MeToo? Ik zal dit zeggen. Ik heb me nooit een slachtoffer gevoeld. Ik heb er niets aan ­overgehouden dat ik niet heb verwerkt.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Een gemakkelijke wereld is het niet. In december heeft ze mee betoogd in Brussel, tegen de besparingen. Intussen tikt de tijd, in de koffiebar in Schaarbeek, en ik wil nog wat vragen over #MeToo. Heeft ze ooit grensoverschrijdend gedrag meegemaakt en zaken zien veranderen in haar sector, de voorbije jaren? “Euuuuhm, ik heb persoonlijk zelf...” Waarna ze pauzeert. Te lang, beseft ze, want ze rolt met haar ogen en moet glimlachen. “Ik zal dit zeggen. Ik heb me nooit een slachtoffer gevoeld. Ik heb er niets aan ­overgehouden dat ik niet heb verwerkt.”

Ja, ze heeft wat meegemaakt. Nee, ze heeft nooit geklaagd. Het was vóór de hashtag. Ze blijft vaag. Expres. Twee situaties, allebei erg verschillend. In de ene ging het om een soort van misstap die op een of andere manier oprecht was en waarvoor ze zich mee verantwoordelijk voelde. “Er is over gepraat. Daarom kon ik dat plaatsen en kon ik verder. Ik apprecieer die persoon nog altijd en heb er een goed contact mee, zonder dat het awkward of pijnlijk is. We zijn daar samen als collega’s overheen gekomen.”

Intuïtie en chemie

De andere situatie was oppervlakkiger, maar ze zag het ook gebeuren bij iemand anders en toen wist ze dat het een patroon was. “Dat was gevaarlijker, omdat het meer routineus was. Dat zou me niet meer overkomen. Ik heb een soort intuïtie ontwikkeld.” Ze denkt dat alle vrouwen zich zo’n situatie kunnen herinneren, net omdat er zoveel onder de term ‘grensoverschrijdend gedrag’ valt. Ze benadrukt, meermaals, dat ze er niets aan heeft overgehouden. Echt niet. Ze heeft níét geleden.

Het is wel goed, dat er meer over wordt gepraat, zegt ze. Luister naar de podcast van actrice Violet Braeckman (ook te zien in Over water) bij Jacqueline Blom. “Die gaat breder, over de positie van de vrouw in het theater. Wat kan, wat niet? Mag een regisseur een actrice vragen op basis van het feit dat hij haar een mooie vrouw vindt? Er is iets als een muzegehalte, dat hoeft niet verboden te worden, ik kan dat schoon vinden.”

Terug naar Over water. Werd zij ooit verliefd op een man die niet de hare was, zoals Ella Goes en John Beckers? “Een getrouwde man nooit, maar mijn huidige vriend en ik zijn anderhalf jaar geleden verliefd geworden op elkaar toen we allebei nog in een lange, serieuze relatie zaten. In het begin van een relatie is er veel passie en hartstocht. Soms ontdek je je seksualiteit op een andere manier, omdat iemand dat in je triggert. Plots komen er dingen in jezelf naar boven die je vergeten was. Hele stukken waarvan je niet meer wist dat ze er waren – dat is ook wat John Beckers overkomt in Over water, als getrouwde man met twee kinderen. Hij en het ­personage van Natali Broods zitten vast in het patroon van die relatie, dat heeft niet enkel met seksualiteit te maken. Zo heb ik ook dingen in mezelf onderdrukt die ik pas kon ­vrijlaten toen ik die andere persoon tegenkwam. Je voelt je op een andere manier levend.”

Gelooft ze in eeuwige trouw? “Poeh, wat een moeilijke vraag. Oh! Eeuwige trouw... (lacht) Mijn vriend heeft me niet lang geleden ten huwelijk gevraagd. Ik heb ‘ja’ gezegd.” Ik kijk naar haar handen. Ze draagt ringen – misschien had ik beter moeten opletten, zoals de vluchtelingen in Problemski Hotel die met Belgische vrouwen willen trouwen en daarom altijd eerst kijken of een vrouw een ring draagt. Ze lacht en wijst naar haar middenvinger. “Dit is mijn verlovingsring, hij is te groot voor mijn ringvinger. Ik draag hem verkeerd. Hij moet nog verkleind worden.”

Haar vriend werkt op Het Nationale Theater in Den Haag en zij was daar als gastactrice. Het stuk heette Ondine. (enthousiast) “Het was een zomersprookje, een soort waterspektakel: een prachtige voorstelling. Niet per se mijn aandeel, wel het geheel. We speelden met een groep van twintig mensen. Zo’n grote ploeg zie je bijna nooit omdat er nooit geld is. Ik speelde een waternimf die verliefd wordt op een ridder – hij was de ridder.

“Soms werk je zo intens met iemand samen, ook fysiek, dat het bepaalde effecten oplevert op chemisch niveau. Je lichaam reageert op een geur, er is iets dat je prikkelt. Zo ging het bij ons. We zijn verliefd geworden toen we samen op het toneel stonden. Tijdens de repetities hadden we al zes weken moeten kussen voor onze rol, zonder dat er iets was. Tot ik ineens, tijdens de try-out, een elektrische schok voelde. Door heel mijn lijf. Ik dacht: huh, is deze kus altijd zo intens geweest? Plots was er iets anders. Toen kwam de première en het was alsof de druk er plots af werd gelaten. Kalmeren, dacht ik, maar het gevoel begon te groeien en is nooit meer weggegaan. We werden halsoverkop verliefd en zijn erin gedoken. Volledig. Na twee weken dachten we: goed, nu is het ‘geconsumeerd’, het is gedaan, we zijn ervan af, we gaan verder met ons leven, maar het lukte niet. Het zat veel dieper. Ik geloof heel erg in de liefde, al blijf ik ­realistisch.”

Ze gingen samen op reis naar Colombia. Een test is een te groot woord. Maar ze moesten het weten, wat zij samen waren. Ze leefden in een andere wereld. In een houten huisje liggen, terwijl het onweer als een aardbeving voelt. Over uitzoomen gesproken. Walvissen zien, maar ook Trash Mountain. De naam zegt het. Een berg afval – bovenaan vind je een bloementuin, als symbool van hoop. Ja, ze heeft er cocaïne aangeboden gekregen en nee, ze heeft het niet geprobeerd. Ze kijkt er hier, in België, nu ook anders naar. Het is alsof je in Bangladesh zou gaan kijken hoe je kleren gemaakt worden. Kan je niet meer doen alsof je van niks weet. Waarmee ze niet wil beweren dat ze heilig is, maar ze koopt wel bewust.

Haar vriend vroeg haar ten huwelijk in Hamburg, ­overdag, op de Reeperbahn, vlak bij de Titty Twister Bar. Ze hield hem eerst tegen want, oei, wat gebeurde er nu? Hij knielde. Het moment was er, al kwam het te vroeg, want hij had het pas die avond willen vragen, op ­restaurant. Net dat maakte het zo oprecht. Het moest eruit. Ze hebben er veertig minuten gestaan, op straat. Huilend.

Hoe dat straks moet? Hij in Den Haag, zij in Brussel? “Het ligt open. Ik heb hier een netwerk, ik heb iets opgebouwd en ze zitten in Nederland niet op me te wachten. Maar hij heeft een vaste aanstelling en ik ben freelance en niet gebonden aan een bepaalde plek. (glimlachend) De kans is groot dat ik de oversteek maak. Het is dat ik graag verhuis, ja. (lacht) Het is allemaal heel spannend.”

Move (on) van tg STAN, vanaf 5 februari in de Vooruit in Gent. 

Over water, zondag 12 januari, Eén.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234