Maandag 20/09/2021

SmaakmakerMichael J. Fox

Acteur Michael J. Fox: ‘Ik neem een voorbeeld aan de zeeschildpad’

Michael J. Fox (60) Beeld © MARK SELIGER
Michael J. Fox (60)Beeld © MARK SELIGER

Proeven, luisteren, kijken, lezen, reizen: de favorieten van een avontuurlijke wereldburger. Deze week: acteur Michael J. Fox (60). In de afgelopen tien jaar schreef hij al drie keer zijn memoires: Fox heeft weliswaar parkinson, maar hij heeft zichzelf verplicht tot een vrolijke kijk op het leven. ‘Struikelen op een golfbaan is niet zo erg. Tenzij je op een vlaggenstok valt.’

Michael J. Fox zit op zijn kantoor in New York, zwaait vrolijk via de computercamera naar de interviewer aan de andere kant van de oceaan. Achter hem aan de muur: foto’s van hond Gus, vrouw Tracy en hun vier kinderen. Links in de hoek ontwaren we een open kast met Emmy’s, vijf stuks televisieprijzen. De acteur grinnikt. “Nu lijkt het net alsof ik wilde dat je die zag.”

Voorgoed verbonden aan de jaren 80 is hij, vanwege zijn rol als Marty McFly in de tijdreistrilogie Back to the Future, en die als de jonge Reagan-fan Alex P. Keaton in de langlopende serie Family Ties. En hij bleef acteren. Ook nadat bij hem de ziekte van Parkinson werd gediagnosticeerd, al op z’n 29ste.

‘Een optimistische kijk op mijn sterfelijkheid’, luidt de ondertitel van Fox’ in het Nederlands vertaalde memoires No Time Like the Future. ‘Ik ga néér’, is de eerste zin van het boek, dat aanvangt met een dieptepunt in het leven van de acteur, in 2018. Hij viel, niet voor het eerst.

“Ik was geopereerd aan mijn wervelkolom”, zegt Fox over dat rampjaar 2018. “Daarna moest ik opnieuw leren lopen. Dat stond los van parkinson. En toen gleed ik uit in de keuken, waarbij ik mijn arm verbrijzelde. Er zijn ergere zaken natuurlijk, dan zo’n verbrijzelde arm. Maar het kwam aan. Ik dacht: waarom vertel ik de mensen altijd dat ze vrolijk en optimistisch moeten zijn? Life sucks! Je eindigt alleen op de keukenvloer met een gebroken arm, niemand in de buurt, wachtend op een ambulance.”

BIO

• 1961: geboren als Michael Andrew Fox in Edmonton, Canada, op 9 juni
• 1978 rol in Canadese tv-serie Leo and Me
• 1982: tv-serie Family Ties (tot 1989)
• 1985-1988: rollen in Back to the Future, Teen Wolf, Light of Day, The Secret of My Success, Bright Lights, Big City, Casualties of War
• 1988: trouwt met actrice Tracy Pollan
• 1989: Back to the Future Part II, Part III (1990)
• 1991: gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson
• 1991: Doc Hollywood, The Hard Way
• 2000: Oprichting Michael J. Fox Foundation for Parkinson’s Research
• 2000–2020: gast­rollen in tv-series (o.a. Rescue Me, Curb Your Enthusiasm)
• 2002: ster op Hollywood Walk of Fame
• 2010: tv-serie The Good Wife (tot 2016)
• 2020: memoires, No Time Like the Future

Fox oogt en klinkt nog altijd jeugdig. Wel is zijn blik wat verstard. Gedurende het hele gesprek wappert zijn bovenlijf en schudden z’n armen; de symptomen van wat hij zelf ‘the gift that keeps on taking’ noemt.

Hij tekende al vaker zijn memoires op. Humorvolle, relativerende inkijkjes in zijn leven, met titels als Lucky Man (2002) of Always Looking Up (2009), waarin hij de ziekte die hem met de jaren steeds meer aantast geenszins bagatelliseert, maar wel zo optimistisch mogelijk benadert. Het werd zijn roeping: de twintig jaar geleden door de acteur opgerichte Michael J. Fox Foundation for Parkinson’s Research haalde inmiddels al een miljard dollar op voor onderzoek naar een mogelijk geneesmiddel.

Maar na die zoveelste val was het even op. “Ik twijfelde aan alles. Had ik optimisme verkocht als wondermiddel? Was dat niet te makkelijk? Ik kon niks, dus ik lag op de bank oude tv-series te kijken. Dat hielp me niet. Maar het verschafte me wel een perspectief op mijn situatie. Dat ben ík ooit, dacht ik: een dode man op televisie, in een sitcom waar dan misschien nog wat mensen naar kijken. Dus ik móét verder. En ik móét dankbaar zijn voor de mensen om me heen.”

En zo werd ook No Time Like the Future alsnog een relatief optimistisch boek. “Ik zou mezelf nu een optimist én een realist noemen. Niet altijd makkelijk te combineren, die twee.”

Een zeeschildpad.  Beeld photo_news
Een zeeschildpad.Beeld photo_news

Dier: zeeschildpad

“Hier, kijk.” Fox stroopt z’n mouw op, toont de tatoeage van een zeeschildpad op zijn arm. “Ik nam nog een laatste duik aan het eind van de dag, op vakantie in de Caraïben, en plots dook er een zeeschildpad naast me op. Hij bleef kalm naast me zwemmen. Iets had ooit een flinke hap uit zijn vin genomen. Ook liep er een fors litteken over zijn neus. Ik dacht: deze gast heeft oorlogen doorstaan, die heeft álles gezien. En hij maakt zich totaal niet druk om mijn aanwezigheid. Dat dier ziet wel wat er op zijn pad komt, is veerkrachtig.

“Ik dacht aan wat ik zelf allemaal voor mijn kiezen had gekregen. Ik zei tegen mijn vrouw: ik wil een zeeschildpad op mijn arm. Om me te helpen herinneren aan het ongelooflijke doorzettingsvermogen van zo’n dier.”

Sport: golf

“Als je zoals ik pas op je 40ste begint met golfen, én je hebt parkinson, dan ben je een optimist. Dat moet wel, want je weet dat je nooit echt goed zult spelen. Maar ik genoot er wel van. Ik heb goede vrienden gemaakt via het golfen. Eentje is Harlan Coben, de schrijver. Een kolossale man met kaalgeschoren hoofd: hij kan best intimiderend ogen, maar het is de aardigste man op de wereld. Ik stuurde hem wat pagina’s door toen ik mijn boek schreef. En kreeg een briefje terug, met twee korte opmerkingen: meer showbusiness, meer Tracy – Tracy is mijn echtgenote. Goeie adviezen!

“Nu heb ik al zeker zeven maanden geen golfbaan meer gezien. Sinds mijn laatste operatie is mijn evenwicht niet meer zo goed. Ik val geregeld. Op zich is struikelen op een golfbaan wel oké: je kunt niet heel veel schade aanrichten, tenzij je recht op een vlaggenstok valt.

“IJshockey en skateboarden, dat waren de sporten uit mijn jeugd in Canada. Ik was geen uitzonderlijke skateboarder hoor, vóór Back to the Future. Maar wel oké. Toen die filmrol voorbijkwam, dacht ik: oh, gitaar, skateboard, meisjes, auto’s – dit wordt leuk!”

Gibson ’62 Les Paul Beeld rv
Gibson ’62 Les PaulBeeld rv

Instrument: Gibson ’62 Les Paul

“Mijn favoriet, de Gibson ’62 Les Paul. Wát een gitaar. Op die van mij zit een elementje dat het geluid verandert van zes naar een twaalf snaren. Sla je een D-akkoord aan, krijgt het ineens een pianoachtig geluid. Pretty cool.”

Het waren Fox’ eigen vingers die razendsnel én exact meebewogen bij het gitaarspel in ‘Johnny B. Goode’, uitgevoerd door z’n personage Marty McFly in Back to the Future. Al speelde hij de solo niet zelf in.

“Zo goed was ik niet, hoor. Ken je die Keith Richards-klanken? Dat jankende en smerige rockgeluid, dat zo geweldig klinkt? Nou, ik klink zoals hij, maar dan alleen níét goed. Zónder genie bij het afstemmen.

“Toen ik in Bhutan was, ben ik ook nog gevallen en brak ik mijn vinger. Die zwol zo op, ook omdat mijn trouwring erom zat, dat de arts in het ziekenhuis zei: het kán dat u die vinger verliest. Toen dacht ik wel aan mijn gitaar, hoe graag ik speel.”

Door de jaren heen trad hij op naast allerlei grote rocksterren, die zijn parkinson-benefietgala’s opluisterden. “Ik heb niet zo goeie balans, dus als ik op een podium speel, doe ik dat zittend op een kruk. Jeff ‘Skunk’ Baxter, de gitarist van Steely Dan en The Doobie Brothers, doet het ook zo tegenwoordig, die pakt er een kruk bij. Dus zo lijk ik toch een beetje op Baxter.”

‘Geweldig hoe de mensen van Bhutan achter het idee van ‘bruto nationaal geluk’ staan, het idee dat geluk iets wezenlijks is’, zegt Fox.  Beeld Thinkstock
‘Geweldig hoe de mensen van Bhutan achter het idee van ‘bruto nationaal geluk’ staan, het idee dat geluk iets wezenlijks is’, zegt Fox.Beeld Thinkstock

Plek: Bhutan

“Is Bhutan de beste plek op aarde? Nee, het is er als iedere andere plek op aarde. Er zijn problemen, de samenleving is niet perfect. Maar – en dat vond ik zo interessant toen ik het land bezocht – de bevolking doet er zó haar best. En hoe het land zich ook achter dat idee van ‘bruto nationaal geluk’ heeft geschaard, die erkenning dat geluk iets wezenlijks is, een doel. Zelf voelde ik me ook écht een stuk beter daar, ja. Ik moest mezelf eraan herinneren dat ik mijn medicatie moest innemen, zo weinig last had ik van mijn symptomen.

“En zodra ik Bhutan verliet, kwamen die symptomen weer terug. Het is een prachtig land, mooie mensen. Als je er rondrijdt val je in het ene na het andere tableau. Zie je ineens boogschutters pijlen afvuren in de bergen, of zoiets. En al die prachtige huizen van ze, met de grote penissen erop! Overal, bovenop huizen, scholen en bedrijven. Geschilderd, of van hout. Soms twee of drie penissen samen, in een arrangement. Ze brengen geluk, schijnt het.”

Muhammad Ali Beeld Ed Kolenovsky  (Sourced via AP Images)
Muhammad AliBeeld Ed Kolenovsky (Sourced via AP Images)

Persoon: Muhammad Ali

“Hij hangt boven mijn bureau, hier op kantoor. Op de foto zie je mij in boxtenue tegenover Ali, met handschoenen aan. Hij – de reus – heeft me in een headlock.

“Muhammad, zelf ook parkinson­patiënt, belde me op, nadat ik had bekendgemaakt dat ik parkinson had. Ik was zó opgewonden. Muhammad Ali aan de telefoon! Dus ik liep naar een stil plekje in ons huis, waar ik hem nog altijd maar moeilijk kon verstaan. “Het spijt me dat je het hebt”, sprak hij, heel zacht. “Maar nu jij ook in dit gevecht zit, maken we meer kans om te winnen.

“Dat raakte me diep. Later heb ik hem ook meermaals ontmoet. Wat me daar het meest van bijstaat, is hoe onzichtbaar je was zodra je naast Muhammad stond. Niemand zag je! Iedereen keek naar Ali. Mensen zijn heus ook aardig tegen mij, als ze me zien op straat. Maar Ali bezat iets magisch.

“Mij wordt weleens gevraagd hoe het is om oude beelden van mezelf terug te zien, op televisie. Of dat pijnlijk is. Nee hoor. Ik kijk gewoon even, om dan meestal door te zappen naar een sportzender. Toen ik daar eens over nadacht, vroeg ik me af hoe híj dat voelde. Wat dacht Muhammad als hij zichzelf zag, nog boksend, lachend, dansend en poëzie reciterend? Dus ik belde Lonnie, Ali’s echtgenote. Ze moest lachen. Muhammad? Die kon úren naar z’n jongere zelf kijken, vond hij heerlijk. That’s great, zei ik.”

Kookboek: ‘Mostly Plants’ (flexitarische recepten van de familie Pollan)

“Het kookboek van mijn vrouw Tracy Pollan, en van mijn schoonfamilie. Staat van alles in, gestoomde heilbot – je weet niet wat je proeft. Tracy maakt ook geweldige dressings en dips. Of gewoon sandwiches. Als mijn vrouw een eenvoudige sandwich maakt, bijvoorbeeld een kaassandwich, doet ze er niet alleen extra mosterd op, maar óók nog blokjes wortel en rozijnen. Ik kijk ernaar en denk: wat is dit, kán dit? En dan smaakt het zó goed. Het is met voedsel bereiden net als met schilderen, geloof ik. De één schildert een huis, de ander is Picasso.”

‘Easy Riders, Raging Bulls’ (Peter Biskind, 1998) Beeld RV
‘Easy Riders, Raging Bulls’ (Peter Biskind, 1998)Beeld RV

Boek: ‘Easy Riders, Raging Bulls’ (Peter Biskind, 1998)

“Een boek over een groep invloedrijke filmmakers. Met een aantal van hen heb ik gewerkt. Gordon Willis, Michael Chapman (cameramannen van respectievelijk ‘The Godfather’ en ‘Taxi Driver’, red.) en ook met Paul Schrader, Steven Spielberg en Brian De Palma. Biskind beschrijft een periode waarin er bij de studio’s mensen rondliepen die zeiden: láát Michael Cimino Heaven’s Gate maken. Hij is misschien gestoord, maar hij maakt goede films, dus we schuiven een berg geld naar hem toe, en dan zien we wel. Filmmakers kregen de vrijheid, ze hoefden zich niet verantwoorden. Dat zorgde voor veel interessante films. Ik mis dat wel.”

Fox speelde een hoofdrol in De Palma’s Vietnam-film Casualties of War uit 1989, naast Sean Penn. “Of de opnamen zwaar waren? Ik maak er altijd deze grap over: ik zat zes maanden lang met Sean in de jungle, en het was precies hoe dat klinkt. Een geweldige ervaring hoor, en volgens mij ook een goede film. Casualties of War kwam gelijk uit met Honey, I Shrunk the Kids. De posters hingen naast elkaar. Op die van hen stond: ‘Grappig! Lachen tot je kotst! Neem je kinderen mee!’ En bij die van ons: ‘Grimmig. Bruut. Gruwelijk.’ Ik dacht: o jee, de mensen gaan vast naar die andere film. Dat klopte.”

Pearl Jam met centraal frontman Eddie Vedder. Beeld Redferns
Pearl Jam met centraal frontman Eddie Vedder.Beeld Redferns

Muziek: grunge

“De jaren 90, voor mij de laatste periode waarin de muziek écht goed was. Ik groeide op in Vancouver, en hoe die grungebands eruit zagen, dat was ook hoe wij ons als tieners kleedden: flanellen shirts, gescheurde jeans. Het is mijn muziek, zo voelt dat. En zoals iedereen hou ik van Nirvana – zij stonden in het centrum van die stroming. Maar ook van Soundgarden en Pearl Jam. ‘Given to Fly’, een nummer van Pearl Jam, was belangrijk voor me in het jaar dat ik een hersenoperatie onderging, in 1998.”

De avond voor de op een gevaarlijke plek genestelde tumor werd verwijderd luisterde Fox naar dat ene nummer, omdat het hem kalmeerde. De acteur schreef erover in een eerder boek, dat onder ogen kwam van Pearl Jam-zanger Eddie Vedder. “Ik was erbij toen de band in de Hall of Fame werd opgenomen, een paar jaar geleden. Ze speelden ‘Given to Fly’ en droegen het lied op aan mij. Zo mooi.”

Brad Pitt en Leonardo DiCaprio in 'Once Upon a Time in… Hollywood'. Beeld rechten vrij
Brad Pitt en Leonardo DiCaprio in 'Once Upon a Time in… Hollywood'.Beeld rechten vrij

Film: Once Upon a Time in… Hollywood

“Ik houd sowieso al van Quentin Tarantino. En dan Brad Pitt en Leonardo DiCaprio samen, zúlke geweldige filmacteurs. Ik ken ze niet persoonlijk, maar ik ben een groot fan. En wat het met die film Once Upon a Time in… Hollywood is: die speelt in 1969, maar toen ik tien jaar later in 1979 zelf naar Los Angeles verhuisde, stonden veel van die oudere gebouwen er nog.”

“Het was er anders dan nu, die hele hippie vibe hing er nog. Ik vond dat Tarantino dat écht goed trof in z’n film. Er zit een moment in waarop Leonardo’s personage – een acteur – z’n dialoog niet kan onthouden. Hij scheldt op zichzelf: wat een lul ben je toch! Dat is wat ik deed, toen ik met m’n gebroken arm op de keukenvloer lag. Het is niet helemaal hetzelfde, maar ik herkende wel iets in die scène.”

Lees meer ‘Smaakmakers’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234