Zondag 18/08/2019
Kiefer Sutherland is niet alleen acteur. Hij toert nu ook rond met zijn eigen muziek.

Zomergids

Acteur en zanger Kiefer Sutherland, uw zomergids voor deze week: ‘In Nashville voel ik me welkom als muzikant’

Kiefer Sutherland is niet alleen acteur. Hij toert nu ook rond met zijn eigen muziek. Beeld Els Zweerink

Als hij geen president speelt in de Netflix-serie Designated Survivor, is acteur Kiefer Sutherland country­zanger. Hij gidst ons met doorleefde stem langs de zelfkant van zijn zomer.

Terwijl Kiefer Sutherland (52) op de stoep een sigaret staat te roken, vraagt zijn manager of het gesprek straks vooral over muziek mag gaan. We hoeven natuurlijk niet te doen alsof hij géén Hollywood-filmster is (A Few Good Men, Phone Booth, Flatliners, noem ze maar op) en alsof we hem níét kennen als agent Jack Bauer uit de serie 24, maar nu is hij in Amsterdam als countryrocker. In de uitverkochte Vondelkerk spelen Sutherland en zijn band liedjes van zijn eerste album Down in a Hole (2016), maar ook van het splinternieuwe tweede, Reckless & Me.

Sutherland is geen moeilijke man, een erg vriendelijke en meegaande zelfs, dus het verzoek komt niet als een bars directief, laat staan in de vorm van een contract. Gewoon een verzoek, meer niet.

Muziek maken doet hij al jaren, de acterende zoon van de acterende ouders Donald Sutherland en Shirley Douglas: aanvankelijk solo met akoestische gitaar, maar de laatste jaren met co-songschrijver en producer Jude Cole en een band achter zich.

Sutherland maakt stoere, roestbruine countryrock. Zijn stem past daar goed bij: een diepe, doorleefde stem met rauw braampje, gemarineerd in whisky, teer en nicotine. Van het eerste genotmiddel kan hij inmiddels goed afblijven; van de andere tweede inhaleert hij elk uur zijn dosis.

Voor de goede orde: Sutherland schrijft zijn eigen songs. Hij legt uit dat hij als songschrijver visueel is ingesteld. Hoe kan het ook anders, als filmman. Het beeld van zijn ernstig zieke moeder (‘Saskatchewan’) of een babyfoto van zijn inmiddels volwassen dochter Sarah (‘Song for a Daughter’), dát zijn de dingen die hem zomaar ineens kunnen inspireren tot een liedje.

De rol van Jude Cole daarbij? “Jude voegt bijna altijd iets belangrijks toe”, zegt hij. “Een tempowisseling, een bridge, instrumentatie. Het maakt het altijd beter en dus heb ik besloten dat Jude altijd gelijk heeft. Als Jude zegt: ‘die zin moet eruit’, dan gaat hij eruit. Ik vind het blijkbaar fijn om voor iemand te werken die het laatste woord heeft. Een regisseur, inderdaad. Deze acteur kan blijkbaar niet zonder.”

Zie je wel: daar slaat hij zelf al een brug naar zijn hoofdberoep – en niet voor het laatst. “Als acteur heb ik nooit een solovoorstelling gedaan. Altijd een script, regie en anderen om me heen. Als muzikant speel ik míjn liedjes. Live. Oog in oog met het publiek. Dat verklaart wellicht waarom ik nog steeds voor elk optreden doodnerveus ben. En dat terwijl ik vijftien jaar solo heb opgetreden, twee studioalbums met eigen werk heb gemaakt en alweer twee- à driehonderd optredens met mijn band heb gedaan. Ik mag me best muzikant voelen, onderhand.”

Zo is dat. En vandaag is hij nog iets anders: onze gids.

ALBUM

Bob Dylan, Nashville Skyline (1971)

“Als Canadese tiener was ik een rocker: Bad Company, Led Zeppelin, AC/DC, Boston en natuurlijk onze Canadese trots, Rush. Ik geloof dat hun Hemispheres (1978) de eerste lp was die ik kocht. Mijn liefde voor country en roots kwam wat later, maar die genres domineren nu mijn collectie, die alleen uit vinyl-lp’s bestaat.

Beeld RV

“Als ik een favoriet album moet noemen, neig ik naar Nashville Skyline van Bob Dylan (1969), terwijl ik verder niet eens zo’n enorme Dylan-fan ben. Maar ik wil er nog twee noemen: het titelloze debuutalbum van Jackson Browne (1972) en Electric Warrior van T. Rex (1971). Die drie draai ik wekelijks.

“Eigenlijk is dat mijn tip: kies drie lievelingsplaten en beluister ze vaak, tot ze zo bekend voor je zijn dat er een kalmerend pavlov-effect van ze uitgaat. Waar ik ook ben, in een vliegtuig of op een filmset: zodra ik een van die drie platen hoor, ben ik ontspannen.”

FILM

Don’t Look Now (1973)

“Ik ben grootgebracht door mijn moeder, Shirley Douglas. Mijn vader Donald kende ik niet erg goed en van zijn filmcarrière had ik nauwelijks een indruk: bijna al zijn films waren 18+ en video was er nog niet.

“De eerste film die ik van hem zag was Don’t Look Now, een jaar of tien nadat die was verschenen. Ik was 16 of 17. Het was verpletterend: het is een doodenge thriller over ouders die rouwen om de dood van hun dochter. Mijn vader is fenomenaal. Ik heb huilend met hem aan de telefoon gehangen: ‘Ik heb je gezien, pap. Wat ben je goed.’

“Ik bewaar ook een hilarische herinnering aan die film. Er zat een voor die tijd zeer expliciete seksscène in, met mijn vader en Julie Christie. Ik had nog nooit zoiets gezien, vond de seks en die mooie blote vrouw erg opwindend, maar het was wel mijn blote pa die daar met haar bezig was – en dat wilde ik dan weer níét zien.

“Ik zie me nog zitten met mijn hand voor mijn ogen, proberend om mijn vader als het ware uit het beeld te knippen en alleen Julie te zien.”

ARTIEST

Elton John

Beeld EPA

“Ik groeide op met een oudere broer, zodat ik als jongetje van 4 al naar volwassen popmuziek luisterde. Er is maar één artiest die ik op die leeftijd al fantastisch vond, maar op mijn 15de, 30ste en 50ste nog steeds: Elton John. Kennelijk maakt die man muziek voor alle leeftijden: melodieën die op elke leeftijd pakkend zijn, een stem die op elke leeftijd aanspreekt, teksten waar je op elke leeftijd iets mee kunt. Het werk van Elton John heeft die universele kwaliteit, of het nou ‘Your Song’, ‘Rocket Man’, ‘Goodbye Yellow Brick Road’ of ‘I’m Still Standing’ is. En wat is hij productief geweest!

“Oké, hij is niet de eni­ge artiest voor wie dit geldt. Over The Beatles en Paul Simon kan ik hetzelfde zeggen, maar Elton John krijgt minder vaak credits, dus noem ik hem.”

CAFÉ

4100 Bar (4100 Sunset Boulevard, Los Angeles)

“Ik zocht een gebouw waarin ik een studio en een atelier voor mijn vriendin kon bouwen. In East L.A. vond ik het, vlakbij Glendale. Daar zit mijn studio, tevens hoofdkwartier van mijn platenlabel Ironworks. Op een dag ontdekte ik bij toeval de 4100 Bar: indianen­tapijten aan de muur, de beste cocktails en de beste jukebox van L.A. en een bonte verzameling stamgasten.

“Ik woon een heuvel verderop, maar beschouw de omgeving van de 4100 als mijn buurt: een desolaat, een beetje weggestopt wijkje. Daarom vind ik Los Angeles toffer dan New York, waar ik vijf jaar met plezier heb gewoond. Maar L.A. is de stad waar mijn kinderen rondlopen, waar mijn hart ligt en waar ik mezelf kan verliezen én terugvinden. Los Angeles is thuis.”

STAD

St. John’s, Canada

“Ik ben in Londen ­geboren omdat mijn ­ouders toen daar woonden, maar heb me altijd Canadees gevoeld, ook al ging ik er pas rond 1975 wonen. In Toronto, met mijn ­moeder. Geweldige stad, maar ik houd toch het meest van het rauwe, koude, uitgestrekte ­Canada. Daar ga je ­begrijpen wat voor ­mensen de Canadezen zijn.

“De Sutherlands hebben wortels in de provincie Saskatchewan. De ­winters zijn er echt ­onbarmhartig. Eigenlijk valt er niet te leven, maar de mensen doen het en halen er vreugde uit. Dát is Canada.

“Mijn favoriete stad is St. John’s, hoofdstad van Newfoundland & ­Labra­dor, bijgenaamd The Rock. Als je de stad ziet liggen, denk je: die plek is onbewoonbaar. Ook daar: brute winters. Maar toch bruist het overal, zijn de kroegen niet te tellen en klinkt er overal livemuziek.”

ROMAN

Harper Lee, To Kill a Mockingbird (1960)

“Ik lees schandalig weinig boeken, omdat ik bedorven ben door het lezen van filmscripts. Voor elk seizoen van 24 las ik 24 scripts van tachtig pagina’s, die ik elk vier keer doornam. En dan heb ik het nog niet eens over de slechte scripts gehad, die je leest om te bepalen of je aan een film wilt meewerken. Meestal besluit je van niet.

Beeld RV

“De laatste jaren speel ik in de serie Designated Survivor. Dat betekent: tien pagina’s dialoog per dag uit mijn hoofd leren. Dan is een boek ongeveer het laatste waar je ’s avonds zin in hebt.

“Niettemin: mijn favoriete roman, tevens de enige die ik een paar keer heb herlezen, is To Kill a Mockingbird. Het heeft dezelfde kwaliteit als Elton John: je kunt er op elke leeftijd iets mee. Als schoolkind vond ik het verhaal spannend en vereenzelvigde ik me met Scout, de hoofdfiguur. Bij herlezing op latere leeftijd wordt het een sociale schets, over klassenjustitie, ongelijkheid en racisme, thema’s die me sowieso erg bezighouden.”

THEATER

Ryman Auditorium (Grand Ole Opry), Nashville, Tennessee

“Voor elke country­muzikant is de Grand Ole Opry (concertpodium waar een legendarisch muzikaal radioprogramma werd opgenomen, red.) een droom, maar voor mij als zingende acteur had de zaal nog een extra betekenis. Dat zit zo: in de filmindustrie is de collegialiteit ver te zoeken. Harde concurrentie, mensen gunnen elkaar weinig. Toen ik als muzikant debuteerde en in de Grand Ole Opry mocht spelen, was ik onzeker en argwanend. Ik rekende op afgunst en scepsis: meneer de filmster, wat moet je hier? Maar zo was het dus totaal niet.

“Het Ryman Auditorium, zoals het tegenwoordig heet, is de hele dag in bedrijf. Er is een lange gang vol kleedkamers. Alle deuren stonden open. Iedereen zat wat te spelen. Muzikanten praatten met elkaar. Toonden belangstelling. Wensten elkaar succes. Keken naar elkaars optredens. Ze kwamen op me af en stelden zich voor. Broederschap.

Beeld AFP

“Een oudere countryzangeres kwam op me af. Ze zei: ‘Ben je nerveus, honey?’ Ik zei: ja, nogal. Zij: ‘Maak je geen zorgen, pop. Deze tent is anders. We got your back: we staan achter je.’

“Ze gaf me een knuffel. Die kameraadschap, dat positieve, in de filmindustrie bestaat dat niet. In de muziek wel en in de Grand Ole Opry meer dan waar ook. Sinds dat moment voel ik me ingewijd en welkom als muzikant.”

OUTLAW (1)

Merle Haggard (1937-2016)

“Bijna elke man komt op een moment in zijn leven dat hij bevangen raakt door de songschrijvers van de zelfkant, de outlaws: Johnny Cash, Waylon Jennings, Kris Kristofferson, Merle Haggard.

“Haggard, mijn held, zong over alcoholverslaving en wat je ermee kapot kunt maken. Ik weet er alles van, ik heb die fouten zelf gemaakt. Merle komt dan als het ware naast je zitten. Hij veroordeelt je niet, maar zegt: ik ken het, jongen. En plotseling ben je niet meer alleen.

“Haggard kwam in 2016 naar een optreden van me kijken in een kerk in Bakersfield, Californië. Ik was op van de zenuwen toen ik hoorde dat hij er was. Na afloop hebben we samen gespeeld. Hij zei aardige, bemoedigende dingen over mijn songs. Het is een herinnering die ik koester. Twee weken later was hij dood.”

OUTLAW (2)

Johnny Cash (1932-2003)

“Het Amerikaanse gevangenisstelsel is keihard. Ik heb in de cel gezeten wegens rijden onder invloed, dus ik weet waar ik over praat. Het eerste dat ze je afnemen, is je zelfrespect. De samenleving kan genadeloos oordelen over mensen die in de bajes hebben gezeten. Het is maar al te vaak een brandmerk: voor velen heb je levenslang, ook al heb je maar kort gezeten. Ik vind dat mensen een tweede kans verdienen. Iedereen heeft er weleens eentje nodig.

“Johnny Cash zat zelf niet in de cel, maar hij trad in gevangenissen op, schreef liedjes over bajesklanten, correspondeerde met ze en sprak met respect over ze. Hij wees erop dat gedetineerden mensen zijn. Ook Johnny’s liedjes deden voor me wat de beste outlawsongs doen: ze gaven me het gevoel dat ik niet alleen was.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden