Donderdag 01/12/2022

InterviewDries Heyneman

Acteur Dries Heyneman schittert in ‘Chantal’: ‘Ik ben zot van vrouwen met een grote mond. Ik word graag overrompeld’

Dries Heyneman als Rik Cloedt in ‘Chantal’. Beeld VRT
Dries Heyneman als Rik Cloedt in ‘Chantal’.Beeld VRT

We zijn niet de eersten die het zeggen, maar wat staat Maaike Cafmeyer waanzínnig te acteren in Chantal. Je voelt aan alles dat Mathias Sercu haar de hoofdrol op het lijf heeft geschreven. Kom daar als acteur maar eens tegenover te staan, denken we als we aanbellen bij acteur, cabaretier en scenarist Dries Heyneman (42).

Stefanie De Jonge

Heyneman schreef mee aan Grond en Bevergem, wat meteen de vanzelfsprekendheid verklaart waarmee hij Rik Cloedt laat geloven dat híj de sheriff is in Loveringem. Gedurfd in al haar eenvoud, trouwens, die verwijzing van Sercu naar het eeuwige kind in de man. Heyneman geeft grif toe dat het kind in hem nog alive-and-kicking is, en voegt eraan toe: “Vrouwen zijn slopers van dromen.”

Chantal speelt met de man-vrouwclichés en doet dat – een verademing – zonder dat het woke zwaard van Damocles boven elke scène hangt. Chantal die op het toilet zit, op de muur ‘This is a man’s world’ leest en er een ‘wo’ tussenstift: je voelt ’m aankomen. En toch denk je: haha! Ook al omdat je wéét welke barre tijden Maaike Cafmeyer achter de rug heeft.

Chantal is duidelijk een post-#MeToo-serie. Dat Cafmeyer de hoofdrol speelt, geeft daaraan een boeiende ondertoon.

Dries Heyneman: “Mathias en Maaike kennen elkaar goed. Ik denk dat Maaike, na alles wat ze heeft meegemaakt, niet toevallig met deze serie weer naar buiten is gekomen. Chantal is voor haar een subtiele en geslaagde manier om tegengas te geven. Dat Chantal op het toilet ‘man’s world’ verandert in ‘woman’s world’, is geen agressieve daad. Het is niet hetzelfde als roepen: ‘Fuck you all!’ Bovendien ziet ze daarna dat het toiletpapier op is – en is ze zelf weer de lul (lacht). Dat is toch de perfecte toon?”

Het ploerterige seksisme van Rik Cloedt is hilarisch. Tegelijkertijd denk ik wel: dat gedrag is nog verre van uitgestorven.

Heyneman: “Dat is zo. Mijn opdracht was: speel een jongen die in een dorp is opgegroeid en wat wereldvreemd is. Dan kom je al snel uit bij clichés, natuurlijk. Het was, laat ik zeggen, een ideale gelegenheid om alles uit te kramen wat niet woke is – en er nog mee weg te komen ook. Maar het is waar, er lopen nog veel mensen rond die zich bevestigd zullen voelen door wat Rik allemaal zegt. Terwijl het voor anderen zonneklaar een grap is. Zo hebben we die beide groepen bij de lurven, hè. Dat merk je ook aan de kijkcijfers (lacht).”

Meer dan een miljoen kijkers: dat gebeurt bijna niet meer. Kunnen humormakers nog om #MeToo heen? In je zaalshow Uit respect voor de buren heb je je er ook op gestort.

Heyneman: “Je kunt er moeilijk omheen, dat is een feit.”

Je vergelijkt in die show jouw situatie als man met die van je vriend en collega Zouzou Ben Chikha. Net als hij krijg jij nu te horen: ‘Jíj bent wel niet zo, maar…’

Heyneman: “Ja, met dat verschil dat Zouzou het bij wijze van spreken ‘gewend’ is om gediscrimineerd te worden. Ik heb zoveel geleerd door samen met hem Grond te maken. Het was echt onthutsend om te merken hoe hij altijd in meer of mindere mate als ánders benaderd wordt. Ik wist dat niet. Ik kon het me ook niet voorstellen, omdat ik als man nooit, maar dan ook nóóit gediscrimineerd werd.”

Nu wel?

Heyneman: “Als er tegenwoordig prijzen worden uitgereikt in het culturele milieu, merk ik, kun je het kennelijk niet meer maken om er géén te geven aan een vrouw of iemand met een andere huidskleur. Anders word je in de kranten meteen afgemaakt.”

Je doelt op de Ensors, de in maart uitgereikte Vlaamse film- en televisieprijzen. Het was echt wel opvallend dat geen enkele actrice er één won. Grond was de grote winnaar: een topserie, maar denk je dat de tijdgeest ook geholpen heeft?

Heyneman: “Dat denk ik dan weer níét (lacht). Maar het is dus wel zo dat er minder prijzen naar blanke mannen gaan. Wij zijn de eerste generatie die dat meemaakt.

“Ach, het zal allemaal wel. Ik ben alleen geïnteresseerd in mensen die goed zijn in wat ze doen. Ik ben nu een serie aan het schrijven met Emilie De Roo (actrice en de helft van Kenji Minogue, red.). Dat ze een vrouw is, heeft daar níks mee te maken. Ze heeft simpelweg veel talent en zorgt voor een synergetisch extra.”

‘Voor Maaike is ‘Chantal’ een subtiele manier om tegengas te geven na alles wat ze heeft meegemaakt.’ (Foto: Dries
Heyneman en Maaike Cafmeyer in ‘Chantal’.) Beeld © VRT - NyklyN
‘Voor Maaike is ‘Chantal’ een subtiele manier om tegengas te geven na alles wat ze heeft meegemaakt.’ (Foto: DriesHeyneman en Maaike Cafmeyer in ‘Chantal’.)Beeld © VRT - NyklyN

REUZENFALLUS

Heb je het oprechte onbegrip van Gert Verhulst gezien toen Marc-Marie Huijbregts hem in De tafel van vier probeerde uit te leggen dat zijn kijk op racisme niet meer van tel is? En de verbazing toen de Nederlander hem vroeg of hij al eens in therapie was geweest: ‘Hoezo, moet ik dan veranderen?!’

Heyneman: “Ik snap je verontwaardiging. Die is terecht. En toch... Ik geef eerlijk toe dat ik óók in de war ben als ik in de krant lees dat in Gent een groep cismannen uit een café is gezet, omdat ze het te bont hadden gemaakt. Een cisman? Ik wist niet wat dat was, maar blijkbaar ben ik er zelf één. Ik vind het boeiend dat wij – die dachten dat we de norm waren – nu óók een label krijgen, net als ‘de buitenlander’ of ‘de lesbienne’. Maar die bewustwording vraagt wel om een oefeningetje in mindfulness. Niet dat ik me bedreigd voel. Ik ben geen zilverrug die meteen boos wordt en in paniek raakt als je hem een beetje macht afpakt.

“Je hoort mannen nu vaak zeggen: ‘We mogen niks meer.’ Dat vind ik grappig, want je mag alleen niet meer wat je sowieso al niet mocht. ‘Bart De Pauw mag niet meer aan digitale belaging doen!’ Je vrouw slaan mag ook al niet meer: wel, mij pakken ze daar niks mee af, hoor.

“Nu, ik snap wel: er zullen ook onuitgesproken privileges verdwijnen, en downsizen is altijd minder leuk dan upgraden. Daar komt een proces van desidentificatie aan te pas, en dat gaat gepaard met depressie en melancholie. Wie wil dat? Niemand.”

Hier spreekt duidelijk de psycholoog die je van opleiding bent.

Heyneman: “Het zal wel (lacht).

”Ik besef dat ik ook gehecht ben aan mijn vrijheden. Toen ik nog als consultant werkte, wilden ze op mijn werk een veiligheidscamera installeren. Die zou boven mijn hoofd komen te hangen. Dat wilde ik niet. ‘Je doet toch niks verkeerd?’ kreeg ik te horen. Dat was waar, maar ik kreeg het Spaans benauwd van de gedachte dat ik me niks meer zou kunnen permitteren. Je durft dan minder. Wat ik bedoel, is: je haalt de persoonlijkheid uit mensen als je ze onder de loep legt.”

Zo is het. En dan komen ze minder makkelijk tot bloei: welkom in het minder geprivilegieerde leven. Al hoop ik dat we mannen nu niet helemaal gaan beknotten. Ik vind het heerlijk om een man te zien focussen op iets waarvan-ie denkt dat het van wereldbelang is.

Heyneman: “Haha, dat heb ik ook.”

Alleen wil ik zelf óók de ruimte om me zo te kunnen focussen. Maar als ik niet keihard de strijd aanga, gaan mijn mannelijke collega’s nog altijd met de fijne interviews lopen.

Heyneman: “Door met Zouzou door de stad te lopen, ben ik gaan beseffen hoe subtiel uitsluiting kan zijn. Dat is vergelijkbaar, denk ik. Tegelijk denk ik dat ik óók mijn voet tussen de deur zou zetten om een mooi gesprek van je af te pakken, zonder je daar bewust kwaad mee te willen doen. Mannen doen dat, want anders zijn we niks. En we móéten iets zijn. We moeten een stempel op de geschiedenis drukken, we moeten de natuur vormen. En jullie moeten dan zeggen: ‘Goed gedaan!’ (rolt omver van het lachen)

‘‘Chantal’ is opnieuw een in Vlaamse klei geaarde serie die inzoomt op de disfunctionele familie die het West-Vlaamse dorp is.’ Beeld Guy Kokken
‘‘Chantal’ is opnieuw een in Vlaamse klei geaarde serie die inzoomt op de disfunctionele familie die het West-Vlaamse dorp is.’Beeld Guy Kokken

In je voorstelling Uit respect voor de buren noem je vrouwen ‘slopers van dromen’.

Heyneman: “Dat wil ik wel even contextualiseren (lacht). Toen ik met Zouzou en Wannes Cappelle Grond aan het schrijven was, zei Wannes, die een IJslandse vriendin heeft, dat hij van plan was een halfjaar naar IJsland te gaan. Dat was een probleem voor het schrijfproces, dus zeiden Zouzou en ik: ‘Waarom gaan we niet gewoon een maand mee?’

“Welnu, thuis leg ik dat plan enthousiast voor aan mijn vrouw, die net van haar job is thuisgekomen – ze is communicatieverantwoordelijke bij de stad Gent – en de boekentassen van de kinderen aan het uitpakken is. Ze kijkt me met bliksemende ogen aan en zegt: ‘Dat vind ik een héél slecht idee.’

“In Uit respect voor de buren speel ik een man die volkomen begríjpt dat zijn vrouw zo’n prachtig idee neersabelt: ‘Vrouwen zijn de hoeders van de realiteit, bouwers van nesten en slopers van dromen.’ Vervolgens trek ik het helemaal in het absurde en zeg ik: ‘Als het aan mevrouw Eifel had gelegen, stond er nu geen toren in Parijs.’ (lacht) Je moet toch echt een vent zijn, hè, om een fallus van meer dan 300 meter in het midden van Parijs te zetten en die nog naar jezelf te vernoemen ook.”

Je vrouw lijkt me iemand die de realiteit in de gaten houdt.

Heyneman: “Ik ben meer een dromer dan zij, maar ik ben zot van vrouwen met een grote mond. Ik vind dat sexy. Ik word graag overrompeld.”

Een vrouw die klaarstaat om voor je te applaudisseren, windt jou niet op?

Heyneman: “Nee. Nu, ik wíl dat applaus wel, maar ik krijg het niet – en net dat vind ik interessant, dat ik niet krijg wat ik wil. Zo ben je, voor je het weet, twintig jaar samen en word je voortgestuwd door de ijdele hoop dat je op je sterfbed toch nog een applausje zult krijgen.

“Mijn vrouw is in het reine met zichzelf. Zij kan tot rust komen. Ik kan dat niet. Ik ben altijd bezig. Alleen creëren maakt me enigszins kalm.”

Lees ook

De conclusie na één aflevering van ‘Chantal’: eerder knettergek dan geniaal

Actrice Maaike Cafmeyer: ‘Ik heb beslist: ik ga hier niet aan ten onder’

Chantal heb je niet mee gecreëerd.

Heyneman: “Het is de eerste keer dat ik zo’n grote rol speel in een reeks die ik niet meegeschreven heb.”

Toen je Bevergem schreef, bedacht je voor jezelf de rol van Kurt. Ook hij heeft een blinde vlek, net als Sheriff in Chantal.

Heyneman: “Ik creëer graag zulke personages. Mensen die zich in de nesten werken, terwijl de kijker denkt: dit is zo simpel op te lossen, doe gewoon dít of dát. Maar dat doen ze dus niet. Als toeschouwer voel je je dan heel betrokken. De films van de broers Joel en Ethan Coen lopen vol met zulke figuren. Zij zijn meesters in het scheppen van mensen met blinde vlekken.”

Je speelt zulke personages ook graag, heb ik begrepen.

Heyneman: “Sheriff en Kurt hebben niet hetzelfde probleem. Sheriff is neurotisch en heeft gewoon veel te weinig gezien in zijn leven. Kurt heeft echt een probleem, een ontwikkelingsstoornis – hij is een autist. Hij wint niet op het einde: dat was een bewuste keuze toen ik die rol schreef.

“Weet je, je hoeft geen psycholoog te zijn om goeie personages te creëren, maar het helpt wel. Als ik er één ontwikkel, let ik er altijd op dat zijn gedrag volledig consequent is. En iemand die niet in staat is om zich in het perspectief van een ander te verplaatsen, zoals Kurt, wint nooit. Ik heb daar al voorbeelden genoeg van gezien.”

Denken dat je normaal bent: dat schijnt jouw blinde vlek te zijn.

Heyneman: “Er was een moment, toen we Bevergem aan het schrijven waren, dat Bart Vanneste en Wannes helemaal loosgingen en ik zei: ‘Ik denk dat ik hier de enige normale ben.’ Ik méénde dat. Waarop die twee mij aankeken en een veelbetekenende pijnlijke stilte lieten vallen. Ze zijn nooit meer op het onderwerp teruggekomen.”

‘In mijn vak wil een mens graag applaus, maar van applaus en succes leer je niks. Je denkt alleen maar: hoe zorg ik ervoor dat het blijft?’ Beeld Guy Kokken
‘In mijn vak wil een mens graag applaus, maar van applaus en succes leer je niks. Je denkt alleen maar: hoe zorg ik ervoor dat het blijft?’Beeld Guy Kokken

‘ZEG WAT JE DENKT!’

Het moet voor jou niet makkelijk geweest zijn om ‘raar’ te zijn in een West-Vlaams dorp.

Heyneman: “Ik dacht in ieder geval al snel: ik moet mijn horizon verbreden en gelijkgezinden zoeken. Dat gevoel deel ik met Bart en Wannes, die ook uit zo’n dorp vertrokken zijn. In Bevergem kijken we daar samen op terug. Die serie is voor ons pure nostalgie. Een liefdesverklaring aan ons oude dorp.”

Loveringem is ook zo’n dorp.

Heyneman: “Ja. In Chantal heerst een soortgelijke sfeer. Het is opnieuw een in Vlaamse klei geaarde serie die inzoomt op de disfunctionele familie die dat West-Vlaamse dorp is. Zo’n familie waarin niemand zegt wat-ie eigenlijk denkt. Iedereen in het dorp wéét dat. Iedereen weet dat je altijd moet ‘interpreteren’ wat iemand zegt, iedereen weet ook hoe je dat moet doen. Zo’n wereld vol sous-entendus, dat is topmateriaal voor een scenario. Daarom hebben die West-Vlaamse series ook zo’n succes.

“Dat verklaart trouwens waarom het vaak clasht tussen West-Vlamingen en Antwerpenaars. Die laatsten verzuchten: ‘Zeg toch gewoon wat je denkt!’ Terwijl West-Vlamingen die van ’t Stad arrogant vinden omdat zij zo direct zijn. Ik kan het weten: mijn vrouw is van Antwerpen, en ik ben echt assertiever moeten worden. Niet alleen vanwege haar, trouwens.”

Volgens Bart Vanneste was jij vroeger een ongelofelijke kameleon.

Heyneman: “Een jaar of vijf geleden had ik het gevoel dat ik de controle verloor over wat ik zelf wilde, omdat ik niet genoeg tegen andere mensen durfde in te gaan. Ik ben toen in therapie gegaan bij een therapeut die Lieven Scheire me had aangeraden – ik zal hem daar eeuwig dankbaar voor zijn. De diagnose was dat ik last had van een sociale fobie, gecombineerd met een milde vorm van prestatieangst. Wat wel redelijk onnozel om te horen is als je zelf psycholoog bent.”

Wat betekent die diagnose precies?

Heyneman: “Als je een sociale fobie hebt, ben je iets te veel bezig met wat anderen van je denken. Dat staat natuurlijk niet los van mijn vak, waarin een mens graag applaus wil. Maar van applaus en succes leer je niks. Je denkt alleen maar: hoe zorg ik ervoor dat het blijft?

“Iemand die prestatieangst heeft, gaat dan weer bepaalde situaties vermijden. Als het met mijn theatervoorstellingen niet lukte, zei ik tegen mezelf: ‘Dit is ook maar een hobby. Eigenlijk ben ik een scenarioschrijver.’ Zulke trucs moest ik uithalen om rust in mijn hoofd te creëren.

“Nu, gelukkig zijn dat allemaal neurotische klachten. Daar kun je iets aan doen, want het gaat om aangeleerd gedrag. Je kunt het ook weer afleren. Bij een persoonlijkheidsstoornis of psychoses kun je alleen aan damagecontrol doen.”

Hoe komt een mens aan sociale angst?

Heyneman: “Dat is meestal het resultaat van je opvoeding. Bij mij heeft het er ook mee te maken dat ik van dichtbij heb meegemaakt dat mensen niet de waardering kregen die ze verdienden. Dat ik voor mijn fratsen wél waardering kreeg, voelde als een belangrijke rechtzetting. Maar ik hechtte daar zoveel belang aan dat het bijna een halszaak werd.”

LOSER IN DE LIEFDE

Kurt uit Bevergem is deels gebaseerd op je vader. Hij was OCMW-secretaris in Ruddervoorde. Een excentrieke man.

Heyneman: “Mijn vader is bijzonder. Hij weet veel over alles. Hij kan je exact vertellen wanneer de lijfeigenschap in Rusland is afgeschaft, of hoeveel de maliënkolders wogen tijdens de Guldensporenslag. Ik was eens vergeten dat ik een spreekbeurt had, en hij heeft die toen ’s nachts samen met mij in elkaar gestoken. Het ging over de bokkenrijders, de roversbenden uit de 18de eeuw. Uren heeft hij me erover verteld.

“Mijn vader heeft me nooit uitgelegd hoe je vrouwen moet versieren, maar hij heeft me wel getoond wat het is om een passie te hebben. En dat is het mooiste cadeau van mijn leven geweest. Alleen was niet altijd iedereen even geïnteresseerd in bokkenrijders en dergelijke. Ik heb als kind weleens gedacht: kun je het niet ook eens gewoon over vóétbal hebben met mensen?”

Is hij trots op je?

Heyneman: “Ik denk het. Al kan hij dat niet echt uitdrukken. Ik herinner me nog goed zijn gelaatsuitdrukking toen ik was geslaagd voor mijn eerste jaar aan de universiteit. Mijn vader is redelijk geïnstitutionaliseerd, hij vindt het belangrijk dat je diploma’s behaalt en zo. Ik kwam thuis met het goede nieuws en zag dat de vreugde bijna uit zijn lichaam barstte, maar hij wist niet wat hij ermee moest aanvangen. Ik geloof dat hij gewoon weggegaan is. Door de jaren heen heb ik hem steeds beter leren lezen. Er is niks dat me zo ontroert als weer eens zien dat hij zo op barsten staat.”

En voor het versieren van vrouwen heb je uiteindelijk een rationele oplossing gevonden, naar het schijnt.

Heyneman (schatert): “Ja, dat is wat losers in de liefde doen, hè. Ik was smoorverliefd op een meisje, maar ik kreeg het niet voor elkaar haar dat te vertellen. Ik had op een jongensschool gezeten en had geen idee hoe ik met vrouwen moest omgaan. Ik was toen al 17. Ik heb van die situatie dan maar een statistische vergelijking gemaakt. ‘Je hebt verschillende soorten mensen‘, zei ik tegen dat meisje. ‘Mensen die elkaar niet eens kennen, mensen die elkaar kennen, mensen die bevriend zijn, en mensen die heel goed bevriend zijn. Jij en ik – waar zou jij ons zo situeren?’ Die tekst zit letterlijk in Bevergem.

“Met dat meisje is het natuurlijk nooit iets geworden. Maar hoe geweldig is het dat ik een vak heb waarin ik dat trauma in één keer heb kunnen verwerken, door een scène te schrijven die iedereen nog leuk vindt ook? (lacht)

Wel boeiend dat jij in situaties die je angst aanjagen, zoals die met dat meisje, je heil zoekt in rationele kennis. Net zoals je vader, eigenlijk.

Heyneman: “Ja. En ik doe dat, denk ik, nog altijd. Maar omdat ik onderliggend nogal emotioneel ben, brengt dat de dingen goed in balans.”

'Mijn vader heeft me nooit uitgelegd hoe ik vrouwen moet versieren, maar hij heeft me wel getoond wat het is om een passie te hebben.' Beeld Guy Kokken
'Mijn vader heeft me nooit uitgelegd hoe ik vrouwen moet versieren, maar hij heeft me wel getoond wat het is om een passie te hebben.'Beeld Guy Kokken

DE LIEFDE VOOR KAMA

Ben je psychologie gaan studeren om meer te begrijpen van jezelf en de sociale omgang in het algemeen?

Heyneman: “Ik was me daar niet echt van bewust, maar dat zal zeker meegespeeld hebben. Ik denk dat ik sowieso een hang heb naar een zo groot mogelijk begrip van de dingen.”

Ik geef me juist graag over aan de chaos die het leven volgens mij regeert, en aan de driften die me sturen.

Heyneman: “Dat vind ik een romantisch idee. Ik denk dat de werkelijkheid veel mathematischer is.”

Van de boeiende psychoanalytica Ariane Bazan heb ik net geleerd dat de mens voor 15 procent irrationeel is.

Heyneman: “Wat jij irrationeel noemt, is volgens mij gewoon complexe rationaliteit. Het is waar: vaak zijn we ons niet bewust van onze motieven. Maar dat komt doordat die motieven zo complex zijn, en omdat ze op zó’n ingewikkelde manier geworteld zijn in ons verleden dat alleen artificiële intelligentie ze zou kunnen ontraadselen. Soms kunnen mensen beter een cursus statistiek volgen dan in therapie te gaan.”

Huh?

Heyneman: “Nogal wat mensen zijn verontrust dat extreemrechts zo groot is geworden. Tegelijkertijd stellen ze zich gerust met het idee dat die populariteit ‘toch ergens moet stoppen’. Welnu, als je ervan uitgaat dat extreemrechts zich hoofdzakelijk extreemlínks op een gausscurve bevindt, zie je meteen dat die partijen juist nog heel veel groeimarge hebben – en kun je je daar psychologisch op voorbereiden.”

Ik snap opeens veel beter waarom je in je vorige leven statisticus en data-analist was bij een consultancybedrijf.

Heyneman: “Tijdens mijn studie psychologie had ik natuurlijk wel wat statistiek gehad. Maar toen ik werd uitgestuurd naar grote bedrijven als General Electric of Siemens, verbaasde het me enorm hoeveel meer ik daar toen al van begreep dan al die marketingmanagers, die hooguit wisten wat een gemiddelde was. Ik, die in die tijd al de drang had me te onderscheiden, ben me er dan helemaal op gaan toeleggen.

“Ik weet nog dat ik met Lieven Scheire op vakantie was in Nice en tussendoor even met mijn nette pak naar Milaan moest om een presentatie te geven bij General Electric. Ik was 24 of 25 jaar. Achteraf zei de marketingdirecteur van het bedrijf tegen me: ‘You are very, very smart.’ Terwijl er echt niet veel nodig was om slimmer te zijn dan zij.”

Je had nu dus heel rijk kunnen zijn.

Heyneman: “Dat had gekund, ja. Maar op een bepaald moment kreeg ik toch morele bezwaren. Marketing is het hellegat van het kapitalisme. Het enige wat iedereen eigenlijk van me wilde weten, was: ‘Als ik ‘nieuw’ op de verpakking zet, voor hoeveel meer kan ik het dan verkopen?’”

Je carrièreswitch heb je eigenlijk volledig te danken aan je studiegenoot Tim Goditiabois.

Heyneman: “Hij zag potentieel in me. Hij heeft me het podium opgeduwd. Met de cabaretgroep Ter Bescherming van de Jeugd hebben we in 2008 het Leids Cabaret Festival gewonnen. Daarna hebben we drie jaar door Nederland getourd – ik heb daar echt élk dorp gezien. Ons laatste optreden was in Carré in Amsterdam. Daarna ging hij naar Leiden, naar zijn lief, en ben ik teruggekeerd naar Gent. De kiem van dat einde was er al sinds het begin. Hij hield van Kommil Foo, ik van Kamagurka.”

Je hang naar het absurde is er altijd geweest.

Heyneman: “Ik maak mezelf wijs dat dat een teken van intelligentie is. Dat je na al die statistische berekeningen nog zóveel ruimte overhebt in je hoofd dat je begint te spelen met feiten.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234