Maandag 23/11/2020

interviewAnthony Hopkins

Acteur Anthony Hopkins: ‘Ik ben me elke dag bewust van mijn verleden’

Anthony Hopkins: ‘Ik heb een aantal dingen gedaan waar ik niet trots op ben. Ik was geen aardige vent, nee, ik was echt een gemene kerel.’Beeld Tara Arroyave

Een van de beste, maar ook lichtst ontvlambare acteurs van zijn generatie gaat tegenwoordig door het leven als schilder, componist, schrijver én Insta-held. Sir Anthony Hopkins (82) vertelt hoe hij gaandeweg milder is geworden. ‘Je kunt je tijd niet verspillen met voortdurend woedend te zijn, daarvoor is het leven te kort.’

Iedereen die Anthony Hopkins dezer dagen op Instagram volgt, kent intussen zijn verschillende identiteiten. Je hebt de gevoelige Hopkins die piano speelt voor zijn kat Niblo; de gekke Hopkins die op TikTok op een nummer van Drake danst; de imitator die de ­accenten van Sylvester Stallone en Arnold Schwarzenegger na-aapt; en de trotse bezitter van vele uitbundige, bont­gekleurde hawaïhemden.

Maar de belangrijkste is misschien wel de inspirerende en filosofische Hopkins, die de jongere generatie toeroept dat ze ondanks de recente gebeurtenissen hun dromen kunnen waarmaken. In juli postte hij: “Felicitaties aan de klas van 2020… Ik las ergens, ik weet niet meer of het in het Oude Testament was, of nee, het was een sjamaan, en die zei: graaf greppels… graaf greppels en de regen zal komen.”

Decennia geleden maakte Hopkins komaf met de zware drinker en herrieschopper in zichzelf. Maar hij blijft ondoorgrondelijk en heeft nog altijd een wispelturig, gevaarlijk kantje. Die wispelturigheid bepaalde ook het verloop van zijn acteer­carrière. Je wist nooit wat of wie je nu weer te zien zou krijgen, of hij op het podium van het National Theatre in Londen King Lear zou spelen, of een Oscar zou winnen voor zijn vertolking van seriemoordenaar Hannibal Lecter in The Silence of the Lambs.

In 1973 stapte hij halverwege een voorstellingenreeks van een Macbeth-productie op. Het meest roekeloze dat hij ooit deed, vindt hij zelf. Maar ook het slimste: die voorstelling was niks voor hem, zag hij in. Twee jaar daarna kwam nog een carrièrebepalende stap: hij dronk toen zijn laatste borrel.

Hopkins groeide uit tot een van Hollywoods meest productieve sterren, met nog vier Oscar-nominaties voor The Remains of the Day, Nixon, Amistad en dit jaar voor The Two Popes. En dat terwijl zijn leven net zo goed een verhaal van vergooid talent, van een antiheld, had kunnen zijn.

Met zijn oorstrelende, Zuid-Welshe stem spreekt hij me vanuit zijn huis in Malibu toe. Hopkins draait zijn hele motiverende riedel voor me af: “Wat de post over die klas van 2020 betreft: ik stelde me voor hoe schokkend het moet zijn voor een hele generatie jonge mensen die staat te popelen om in gang te schieten wanneer de leraar plots van het toneel verdwijnt. Wat gaat er met hen gebeuren, waar moeten ze nu heen? Daar kwam mijn idee dus vandaan, want ik heb heel mijn leven in ­positieve gevolgen geloofd en die gevisualiseerd. Ik doe alsof alles mogelijk is, alsof ik er zelf in geloof. Natuurlijk heeft iedereen weleens twijfels, maar zet ook op die momenten gewoon door en geloof dat het zal lukken. Doe alsof je niet kunt falen.”

Vroeger wist hij nooit precies waarin hij moest geloven, zegt hij (“De ene dag God, de andere dag de Kerstman of Tinkelbel”), maar nu lijkt Hopkins ervan overtuigd te zijn dat er een kracht bestaat die van binnenuit komt. “Ik heb al die jaren overleefd, ondanks mijn twijfels en mijn verleden, ik word telkens verrast. Volgens mij ligt dat aan een soort van vertrouwen of geloof in een vorm van energie die diep in elk van ons zit. Krachtige woorden, dat besef ik. Ik ben geen psychiater of filosoof, integendeel, maar het is iets waaruit ik wellicht als kind al kracht putte. En ik weet zeker dat het ook nu kinderen kan helpen. Geloof erin, geloof en zie jezelf in een sterke toekomst.”

Zijn bezorgdheid over de jongere generatie is uitgemond in een wat bevreemdend (toch voor wie de lever etende Hannibal Lecter niet van zijn netvlies krijgt), maar niettemin bewonderenswaardig project. Hij bracht namelijk net een Anthony Hopkins-lijn uit met geurkaarsen, verdampers en een eau de parfum, geïnspireerd op de geuren van het platteland uit zijn kindertijd in Margam, Port Talbot, in Zuid-Wales. Zo wil hij de No Kid Hungry-campagne van de Amerikaanse lief­da­­dig­heidsorganisatie Share Our Strength ondersteunen. “We hadden er een jaar aan gewerkt en toen veranderde de lockdown alles. We beseften dat gezinnen over heel de wereld zware tegenslagen moesten doorstaan, vooral kinderen die niet terug naar school konden. Er zijn rampzalige dingen gebeurd en het enige wat ik kan doen, is met mijn positiviteit mensen proberen helpen om dit te boven te komen.”

Met dank aan andré rieu

Op de verpakking van die spullen staan afbeeldingen van Hopkins’ eigen schilderijen. Want naast een van de meest hardwerkende acteurs van Hollywood is hij ook een kunstenaar met enige faam, én niet te vergeten een componist wiens werk is opgenomen en op het podium uitgevoerd door het Birmingham Symphony Orchestra. Hij mag dan, zoals collega Richard Attenborough ooit zei, de beste acteur van zijn generatie zijn, blijkbaar dacht de jonge Hopkins in eerste instantie helemaal niet aan acteren.

Muziek was zijn eerste liefde en als kind improviseerde hij graag op de piano. “Ik wilde pianist worden,” zegt hij, “maar door een gelukkig toeval werd ik acteur.” Hij was als kind ook gek op tekenen en dacht dat het wel leuk zou zijn om cartoonist te worden. Dat duurde niet lang. “Ik sprak iemand die zelf kunstenaar en cartoonist was en die zei: ‘Tja, maar dan moet je wel veel talent hebben’, dus liet ik dat plan maar varen.”

Pas na een halve eeuw begon hij opnieuw te schilderen, aangemoedigd door zijn derde en huidige vrouw, Stella Arroyave, die de figuurtjes had gezien die hij op zijn film­scenario’s tekende. “Zij is de drijfveer”, zegt hij. “Ze zag mijn tekeningen en zei dat ik moest gaan schilderen – ‘gewoon doen’. Idem met muziek. Ze hoorde me een stuk spelen en vroeg: ‘Wat is dat?’ En ik zei: ‘Geen idee, gewoon iets wat ik eeuwen geleden heb verzonnen’. ‘Daar moet je iets mee doen’, vond Stella. Ze stuurde de partituur naar André Rieu en die speelde het live met zijn orkest, waarna ik meer begon te componeren.”

‘Als kind was ik niet bepaald slim. Ik liep een beetje achter op school en voelde me in mijn puberteit dan ook heel boos en verward. Ik wist niet waarheen, had geen greintje hoop.’Beeld Tara Arroyave

Veel van zijn schilderijen zijn onheilspellende werken waar figuren met grote ogen op staan. Het zijn wilde expressies in neontinten, waarbij de verf in een dikke laag is aangebracht. Er zijn ook landschappen, sommige in de stijl van Hopper, andere eerder impressionistisch. “Ik ben niet goed in instructies krijgen en zou niet graag op een kunstschool zitten om daar een appel te tekenen”, zegt hij. “In het begin dacht ik: ik kan er niets van. Maar een andere stem zei: probéér het gewoon, niemand zal je in de gevangenis stoppen als het niets wordt.”

Een van zijn schilderijen, Ballet On The Moon, stelt een verzameling dieren voor, waaronder een roze olifant met flirterige wimpers, rond het hoofd van een oude man; misschien een verwijzing naar een uitstapje dat hij in 1947 met zijn grootvader maakte naar het circus in Port Talbot. Over dat moment schreef hij ook een muziekstuk.

Zijn jeugd in het arbeidersmilieu van Margam komt telkens weer boven als inspiratie voor zijn werk. Hij groeide op als enig kind. Zijn vader, een bakker, was een no-nonsense man die hem met beide voeten op de grond hield. Zijn moeder moedigde zijn muzikaal talent aan en kocht hem voor vijf pond een kinderpiano. Een van zijn schilderijen toont een groep staalarbeiders uit Port Talbot met Munch-achtige, ovale hoofden die zij aan zij lopen. In contrast met dat industriële landschap staat de landelijke omgeving. Die wordt opgeroepen in een gevoelige en nostalgische compositie voor orkest, die eenvoudigweg de naam Margam kreeg. “Ik ben me elke dag bewust van mijn verleden”, zegt Hopkins. “Ik droom vaak dat ik daar weer ben. Ik heb er vorig jaar een tijdje gelogeerd, toen ik een documentaire maakte over mijn tijd in Wales en met de gedachte speelde om misschien terug te keren.”

Niet gelukkig

Het was nochtans een plaats waar hij, op school dan toch, niet gelukkig was. Veel van de zaken die Hopkins dwarszaten toen hij jonger was, stammen volgens hem uit die tijd. “Als kind was ik niet bepaald slim”, zegt hij. “Ik liep een beetje achter op school en voelde me in mijn puberteit dan ook heel boos en verward. Ik wist niet waarheen, had geen greintje hoop. Maar ondanks mijn rampzalige schoolrapporten zei ik op een dag tegen mijn vader, die me trouwens altijd bleef aanmoedigen: ‘Ooit zal ik je tonen wat ik kan’. Ik herinner het me nog goed, het was Pasen 1955, en ik zei het vol overtuiging. Aan het einde van dat jaar kreeg ik een studiebeurs voor het Royal Welsh College of Music & Drama, en in de tien jaar die volgden, gebeurden er buitengewone dingen in mijn leven. Ik vraag me nog altijd af hoe dat allemaal is kunnen gebeuren. Dat ene cruciale moment met mijn vader had er veel mee te maken.”

Natuurlijk kreeg hij ook tegenslagen te verwerken. Hij vertelt hoe hij in 1960 van Wales naar de Old Vic, een roemrucht Londens theater, reisde voor een auditie en hoe hij van de regisseur te horen kreeg: “Goh, ooit misschien wel, maar ik denk niet dat je het nu al in je hebt”. Twintig jaar later, in het National Theatre, kwam diezelfde regisseur met hangende pootjes naar Hopkins’ kleedkamer, die toen een onmenselijke krantenmagnaat speelde in Pravda van David Hare. “Zo gaan de dingen nu eenmaal”, zegt Hopkins monter.

In 1965 werd hij door acteur en regisseur Laurence Olivier uitgenodigd om zich bij de National Theatre Company aan te sluiten. Jong en ambitieus als hij was, stal hij al gauw de show. In zijn autobiografie vertelt Olivier dat hij de rol van Edgar in August Strindbergs The Dance of Death aan Hopkins moest doorgeven, omdat hij zelf blin­de­darm­ont­ste­king had: “Een nieuwe, jonge, uitermate beloftevolle acteur in het gezelschap, die Anthony Hopkins heette, verving mij en liep weg met de rol van Edgar als een kat met een muis tussen haar tanden.”

Hopkins bestempelt die tijd, en later toen hij in 1986 met David Hare in het National Theatre aan Pravda werkte, als zijn twee gelukkigste periodes in het theater. Maar midden jaren 80 beleefde hij ook zijn zwanenzang als theateracteur. Zijn laatste Shakespeare-vertolking zette hij neer in 1986, toen hij King Lear speelde in een regie van Hare. Hollywood lonkte. Peter Hall, directeur van het National Theatre, was er het hart van in: “We hebben Tony’s laatste Shakespeare-vertolking gezien. Doodjammer dat hij stopt.”

Heeft hij er spijt van dat hij het theater heeft opgegeven? “Nee”, klinkt het resoluut. “Ik voelde gewoon dat ik het niet aankon. Ik kon die routine niet opbrengen en mijn sociale vaardigheden lieten te wensen over. Ik dacht, ik hoor hier nog niet thuis. Toen veranderden de omstandigheden, ik ging naar Amerika en maakte The Silence of the Lambs en dat kantelde mijn levenspad een beetje. Ik dacht, misschien moet je dit dan maar blijven doen.”

Overweegt hij ooit nog naar het theater terug te keren? “Ik heb vijf jaar geleden met Ian McKellen aan de film The Dresser gewerkt. Ik bewonder hem en Judi Dench en alle anderen die dat doorzettingsvermogen hebben, die gedrevenheid om op de planken te staan. Maar ikzelf, driewerf helaas… Misschien ben ik te nerveus om dat deel van mezelf bloot te geven. Ik denk ook dat ik dat uithoudingsvermogen niet heb, dat het niet in me zit om avond na avond hetzelfde te herhalen. Nee, ik heb geen zin om ooit nog terug te gaan. Maar ja, zeg nooit nooit. Stel dat er een buitengewoon aanbod komt waarover ik twee keer zou moeten nadenken...”

Kalmeren, kalmeren

Toneelschrijver David Hare zei ooit dat Hopkins de driftigste persoon was die hij ooit had ontmoet. In een documentaire zei Hopkins: “King Lears woede is net een vulkaan. Ze scheurt hem helemaal open. Ik heb diezelfde woede in mij.” Waar kwam die innerlijke woede vandaan en hoe heeft hij die leren beheersen?

“Ik denk dat het kwam door terug te gaan naar dat kleine kind, door instabiel te zijn, me een buitenbeentje te voelen… Het was niet echt een explosieve woede of boosheid. Het was een soort dynamiek. Ik noemde het gewoon een energie, de energie van er niet bij te horen. Je kunt je tijd niet verspillen met voortdurend woedend zijn, want het leven is te kort en je zou eraan sterven. Ik heb dus gewoon veel geluk gehad dat ik al die jaren heb overleefd en ja, ik heb twee levens achter de rug. Soms, als ik terugkijk op mijn leven van veertig jaar geleden, denk ik: mijn god, wat een puinhoop was dat. Ik ben niet trots op mijn verleden. Ik had het niet willen missen, hoor, zo is het nu eenmaal gegaan. Maar ik heb een aantal dingen gedaan waar ik niet trots op ben. Ik heb best wat schade aangericht. Een paar mensen met wie ik heb samengewerkt, zijn onlangs gestorven, ze zijn doodgegaan omdat ze hun eigen leven hebben verwoest. Ik zat in hetzelfde straatje en dacht: goddank ben ik daaruit geraakt. Ik ben blij dat ik mezelf uit die nachtmerrie heb bevrijd, want dat was geen pretje. Ik was geen aardige vent, nee, ik was echt een gemene kerel. In de loop der jaren dacht ik dus: kalmeren, kalmeren. Ik mag van geluk spreken dat ik er nog ben.”

‘Ik hoorde niet thuis in het theater. Ik kon de routine niet opbrengen en mijn sociale vaardigheden lieten te wensen over. Met ‘The Silence of the Lambs’ kantelde mijn levenspad.’Beeld Tara Arroyave

Vanwege het risico om Covid-19 te krijgen, vertelt hij, heeft hij een rol moeten weigeren in een film met Kenneth Branagh (“een van mijn favoriete acteurs”). Maar hij is nog altijd in de wolken na zijn nominatie voor de Oscar voor beste mannelijke bijrol in The Two Popes, en zijn vrouw regisseerde hem onlangs in een psychologische thriller die ze zelf schreef, Elyse (streaming vanaf 4 december), waarin hij een psychiater vertolkt die een jonge vrouw met een zenuwinzinking helpt. Een film die – als corona het toelaat – ook binnenkort uitkomt, is The Father, naar het succesvolle toneelstuk van regisseur Florian Zeller, waarin Hopkins een dementerende man speelt. Na het Sundance Film Festival eerder dit jaar beschreef Vanity Fair de film als “een geweldig staaltje acteerwerk dat even nauwkeurig en veeleisend als ­meeslepend is. Het herinnert je eraan waarom Hopkins al zo lang een ereplaats bekleedt”.

Hopkins zelf vindt The Father “een van de beste films waaraan ik heb meegewerkt. Ik heb vijf fantastische jaren achter de rug, waarin ik heb samengewerkt met Richard Eyre, Ian McKellen, Emma Thompson en nu met tegenspeelster Olivia Colman. Een zeer opmerkelijke periode.” En zo gaat hij maar door, met het zorgvuldig voorbereiden van nieuwe filmrollen, met schilderen, pianospelen, een film­scenario schrijven dat zich afspeelt in Wales, een thuis aan zwerfkatten en -honden geven, en met veel ­zelfvertrouwen hawaïhemden dragen, die hij in Hawaï zelf koopt, bij ‘Jams World’.

Anthony Hopkins is een complexe mix tussen een ­wijsgeer en een nuchtere kerel uit de Welshe arbeidersklasse. “Blijf glimlachen, blijf grappen maken, meer kun je niet doen”, zegt hij, als we ons gesprek afronden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234