Donderdag 21/11/2019

Belgica

"Ach, die coke was laxeermiddel"

Stef Aerts en Tom Vermeir spelen in 'Belgica' twee broers-cafébazen. Hun rollen zijn gebaseerd op de broers Claes, die het Gentse café Charlatan groot maakten. Beeld Wouter Van Vooren

Als je Stef Aerts en Tom Vermeir bezig ziet als zuipende en snuivende cafébazen in Belgica van Felix Van Groeningen, vraag je je af wat ze gebruikt hebben om zo geloofwaardig van de wereld te zijn. Om dat te weten te komen, sleepten we de acteurs een avondje mee op café.

We beginnen onze kroegentocht in het Gentse café Afsnis, waar het grootste deel van de filmopnames plaatsvonden, en we eindigen in de Charlatan, het befaamde café iets verderop aan de Vlasmarkt, waarop van Groeningen en Arne Sierens het verhaal gebaseerd hebben. Wanneer Tom Vermeir de deur van de Afsnis opentrekt, draait hij zich om naar Stef Aerts en lacht: 'Hoor je dat gepiep, dat schurend scharniertje? Het is meteen thuiskomen.' En thuis zijn ze. Lukas, de uitbater van de Afsnis valt hen onmiddellijk in de armen en vertelt hen over een andere deur. Boven. Daar heeft Aerts een gat in geslagen toen hij zich tijdens de opnamen kwaad moest maken op zijn broer. "Ik heb ze niet vervangen. Er hangen nog een paar druppels bloed aan", zegt Lukas. "Dat gat wil ik bewaren. Het wordt geld waard."

Aerts kan er om lachen. A glory hole noemt hij het. "We zijn toen onmiddellijk naar de dokter van wacht geweest", herinnert hij zich. "Het was heel laat 's avonds. De splinters zaten in mijn hand. Ik zei hem dat ik een acteur was en dat we avondopnames aan het maken waren. Maar hij dacht er het zijne van. 'Waarschijnlijk weer zo'n paljas die stoer wou doen', zag je hem denken."

Lees ook

De review van Belgica: Topfeestje zonder climax

In je blootje

Aerts en Tom Vermeir geven toe doorgewinterde cafégangers te zijn. "Dat komt met de job", zegt Vermeir. Stef heeft het dan weer overgehouden aan zijn studententijd. "In mijn eerste jaar aan het conservatorium in Antwerpen ging ik na school recht naar het café en bleef ik er vaak hangen tot de les weer begon." De Pallieter was toen zijn stamkroeg, en ook de toenmalige Bato Batu was een vaste stek. Zijn drinkebroers en schoolmakkers van toen zijn dezelfde mensen met wie hij al tien jaar het toneelgezelschap FC Bergman vormt. Ze durven nog het beest uit te hangen, maar het is niet meer zoals toen.

Met Matteo Simoni, zijn vaste drinkebroer, kan Aerts tegenwoordig nauwelijks nog ergens komen. "In onze stamkroeg zijn we op ons gemak, maar op drukke plaatsen slaat de selfieplaag toe. Om even terug te koppelen naar Belgica. De film speelt zich af in het begin van het millennium. Toen nog niet iedereen constant een fototoestel op zak had. Heel dat socialemediagebeuren dreigt van het het uitgaansleven een bijna griezelige en ongezellige boel te maken."

Maar niet als Tom Vermeir erbij is. Het is al snel duidelijk dat je met hem erbij altijd avontuur beleeft. "Bij mij is het heel simpel. Ofwel drink ik, of ik drink niet", zegt hij. "En als ik drink, dan drink ik. En drink ik niet, dan drink ik niet. Dat is ook goed." Aerts knikt. "Ik ben ook een vrolijke drinker, maar tegenover Tom heb ik een fysieke beperking. Zonder je te willen schofferen, Tom", zegt hij tegen zijn filmbroer, "maar ik weeg de helft van jou. Met Tom op café gaan is heel gevaarlijk. Als ik zijn tempo tracht te volgen, dan kun je me aan het eind van de dag bij elkaar vegen."

Vermeir geeft toe dat hij met alcohol om kan. "Er zijn periodes geweest dat de Charlatan mijn living was. En dan zijn er tijden geweest dat ik er twee, drie jaar niet kwam. Meestal hangt het ervan af of ik een lief heb of niet." De gedachte aan hoe simpel een man in elkaar zit, tovert een grijns op zijn gezicht. Maar die maakt plaats voor bewolking wanneer de muziek zijn aandacht trekt. "Tof café hoor, maar je hebt hier vaak van dat gejam, muzikanten die elkaar niet vinden, en daar kan ik niet tegen. Hoor die drummer, die is niet aan het meespelen met de anderen, die wil gewoon laten horen wat hij kan. Ik herken dat. Toen ik destijds aan de Jazzstudio bij Bas Kooijman met een combo 'Autumn Leaves' moest spelen en ik na het thema met mijn saxofoon begon te soleren, kreeg ik de volle laag : 'Jij speelt geen 'Autumn Leaves', maar 'Winter Storms'."

"Dat heb je in alle kunstdisciplines," zegt Aerts terwijl we buitenstappen. "In het theater ben je geen acteur als je geen stuk gespeeld hebt waarin je je schor moet schreeuwen."

"Zoals ieder meisje in de theateropleiding zich geen actrice voelt als ze nog geen hoer gespeeld heeft", grolt Vermeir. Waarop Aerts: "En je moet ook absoluut eens uit de kleren. De eerste keer dat je uit je broek stapt, denk je sowieso dat je goed bezig bent. Omdat dat natuurlijk een zekere dosis moed vergt. In je blootje voor een publiek staan, je moet dat toch eens gedaan hebben." Tom Vermeir staat de laatste tijd ook vaak in het theater op de planken. Maar de kick die hij krijgt van het toneel is niet te vergelijken met wat hij destijds als muzikant bij A Brand heeft meegemaakt, toen hij "aan het eind van een nummer aan een snaar van mijn gitaar trok en het gejuich uit de massa hoorde opstijgen alsof er een monster aan het brullen was". Aerts snapt wat hij bedoelt: "Dat het een veel driftigere trek aan je lul is, dat de bevrediging een pak intenser is, dat kan ik me voorstellen."

Beeld Wouter Van Vooren

Wonderlijk West-Vlaams

Vermeir en Aerts kenden elkaar niet voor ze aan de film begonnen. Maar Aerts had er geen moeite mee om zich Vermeir in te beelden als een grote broer. "Tom is zo'n hartelijke en genereuze mens dat ik het alleen maar leuk vond om met hem op te trekken. En het feit dat Felix vrij kort voor de opnamen besliste dat de broers West-Vlaams zouden praten, heeft ervoor gezorgd dat ik noodgedwongen heel veel tijd met hem moest doorbrengen, omdat Tom een geboren en getogen West-Vlaming is. Dus heeft hij me ingewijd in de wonderen van de West-Vlaamse taal. En daarnaast hebben we ons ook wat ingewerkt in het nachtleven. Dat brengt mensen dichter bij elkaar."

Niet alleen geloof je dat Aerts een West-Vlaming is - werkelijk ongelooflijk dat hij in vier weken tijd als Kempenaar het dialect perfect onder de knie kreeg - je twijfelt er ook geen moment aan dat ze broers zijn en dat ze de hele opnamen zwaar onder invloed moeten geweest zijn. "Niets van", zegt Tom. "Alleen na de werkuren bevatte het bier al eens alcohol. En door de hoge werkdruk waren we na twee pintjes uitgeteld. En de lijntjes coke waren laxeermiddel." Maar wie heeft er geestesverruimende middelen nodig als Felix Van Groeningen er is? "Waar die zijn energie vandaan haalt, het is me een raadsel", zegt Stef Aerts. "En zo'n warme mens", vult Vermeir aan. "Hij vraagt veel, het moet allemaal intens, maar hij geeft zelf zoveel dat je er graag alles voor terugdoet."

Maar aan de een vraagt hij al wat meer dan aan de ander. Aerts moest het in die rare taal doen, en met één oog. Zoals Gerald Claes, de ene van de twee broers die nog altijd de Charlatan runt. Die was nog een kind toen hij na een oogontsteking een oog verloor. En dus moest Stef de nodige diepgang in zijn rol zien te leggen zonder dieptezicht. "Tijdens de opnames liep ik er vaak lastig bij. Er was die taal waar ik me niet zeker in voelde, dat oog waar ik duizelig van werd en tot overmaat van ramp had ik zelf nog besloten om een kettingroker van mijn personage te maken, en sloeg ik soms groen uit van de nicotine die mijn lijf vergiftigde", herinnert hij zich.

We zijn intussen in het rokershok van de Charlatan beland en Gerald Claes hangt daar ook rond. Hij vindt de film "mega, mega", zo brult hij. Want hij is luid. Iets zachter voegt hij er aan toe: "Maar ik kan er moeilijk afstand van nemen." Het oog van Aerts in de film vindt hij "lelijk. Zoals het moet zijn." En voor we het weten schuift hij ons zijn iPhone onder de neus en mogen we zijn fotoreeks bekijken op Facebook, van hem in het gezelschap van mensen die ook iets aan een van hun ogen hebben. "Kijk, hier, die is intussen al dood. Hij had een tumor en er was een stuk uit zijn hoofd verdwenen. En moet je die zien. Het is alsof het vlees in zijn oog is dichtgesmolten. Precies een aars op zijn gezicht. En die heeft maar één arm, maar mocht ook op de foto."

Ondergeplaste schoenen

Gerald Claes is in de film zelf ook even te zien. "Ze hebben me een tweede oog gegeven. Ik ben vroeger genoeg uitgelachen, ik mag nu ook eens lachen", schatert hij. Claes lijkt veel feller dan het personage dat op hem gebaseerd is. "Je kunt hier de realiteit niet overtreffen", zegt Vermeir. En Aerts beaamt het. "Je zou dan Joris eens moeten zien, op wie het personage van Tom gebaseerd is. Dat is Arno en twee Sam Louwycks door elkaar gemixt." Geen wonder dat Van Groeningen bij een avonturier als Tom Vermeir terechtkwam toen hij een acteur zocht om de oudste broer te vertolken.

Vermeir is in ieder geval blij dat hij gekozen werd. Het zijn mooie dagen. Hij heeft er al andere gekend. "Ik ben heel content hoe mijn leven gelopen is tot nu toe. Ik heb altijd mijn goesting gedaan. Ik heb als duikinstructeur gewerkt in Azië, ik heb wat geschreven voor De Morgen over eten en drank, ik heb in een fantastische rockband gespeeld waarmee ik op alle grote festivals grote festivals heb gestaan, en ik speel nu in een schone film. Alles komt zoals het komt. Ik ben getrouwd geweest, gescheiden. Ik heb schone liefdes gekend, ik ben heel alleen geweest. Maar als je niet triestig bent geweest, kun je niet weten wat geluk is.

"Ik herinner me nog, vele jaren geleden op de Gentse feesten, ik moest toen na een mislukte liefde weer eens gaan verhuizen. Het was vier uur in de namiddag en ik zat op het terras van de Afsnis met een tequila en ik had nog één lijn coke. Ik schikte die mooi en ging hurken, en opeens zag ik een rol voor mij. Ik keek naar boven en ik zag een blondine. Ik hoorde haar zeggen: 'Voor mij ook een streep.' Voor ik iets kon doen, trok ze haar rok omhoog, ik zag haar kaalgeschoren foef, ze boog zich en snoof mijn coke op, en vervolgens begon ze mijn schoenen onder te plassen. Met mijn laatste moed ben ik dan bij Ollie een broodje preparé gaan halen. En mijn natte schoenen ben ik naar huis gewandeld. Ik zette mijn tanden in dat broodje en begon daar opeens beginnen onbedaarlijk beginnen wenen. En 's morgens ben ik wakker geworden met mijn gezicht in dat broodje preparé. En toen dacht ik: nu is het genoeg. Op zich is dat triestig, hè, maar eigenlijk is dat ook schoon. Want je leert daar iets van."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234