Maandag 28/11/2022

InterviewAboubakr Bensaihi

Aboubakr Bensaihi, de hoofdrolspeler uit ‘Rebel’: ‘Het voelde alsof ik echt naar de oorlog vertrok’

Aboubakr Bensaihi: ‘Ik kan niet alsof doen. Ik ben heel hard voor mezelf.’

 Beeld Tim Dirven
Aboubakr Bensaihi: ‘Ik kan niet alsof doen. Ik ben heel hard voor mezelf.’Beeld Tim Dirven

Tijdens het WK voetbal zal Aboubakr Bensaihi (26) voor Marokko én voor België supporteren. Maar eerst is er Rebel, de nieuwe film van Adil El Arbi en Bilall Fallah, waarin de jonge rapper-acteur in de huid kruipt van een Brusselse Syriëstrijder. ‘Ik hoop dat de mensen niet meer focussen op jihadi’s, maar op mij. Want ík ben ook van Molenbeek.’

Ewoud Ceulemans

“Ik hoop dat je het niet erg vindt,” zegt Aboubakr Bensaihi wanneer we aan ons gesprek beginnen en hij naar de camera’s achter ons wijst, “maar er wordt een documentaire over mij gemaakt.” Voor wie er nog aan twijfelde: het gaat hárd voor de jonge acteur uit Sint-Jans-Molenbeek. Zes jaar geleden maakte hij als achttienjarige zijn debuut in Black, de doorbraakfilm van Adil El Arbi en Bilall Fallah, met wie hij nadien ook samenwerkte voor de tv-serie Grond. Vandaag staat hij ons te woord over Rebel, de nieuwste film van het regisseursduo.

“Mijn eerste gedachte was twijfel”, erkent Bensaihi wanneer hij vertelt over toen hij het scenario voor de eerste keer las. “Want zo’n film, dat kan zich snel tegen ons keren, als we het niet goed aanpakken.” In Rebel kruipt Bensaihi in de huid van Kamal, een Molenbeekse rapper en drugsdealer die in 2014 naar Syrië trekt om er tegen het regime van dictator Bashar al-Assad te vechten, maar vervolgens wordt ingelijfd bij de terroristen van IS, ‘Daesh’ in het Arabisch. Ondertussen volgen El Arbi en Fallah ook Kamals moeder Leïla (Lubna Azabal) en zijn kleine broer Nassim (Amir El Arbi), die in Molenbeek radicaliseert.

Kamal is iemand die uit idealisme naar Syrië trekt, tegen zijn wil bij IS wordt ingelijfd en gedwongen wordt om terreur te zaaien. Bent u bang dat jullie ervan zullen worden beschuldigd dat jullie de daden van Syriëstrijders willen goedpraten?

“Er zullen altijd negatieve reacties zijn, wat er ook gebeurt. Maar ik denk dat het wel zal meevallen. Het is de eerste keer dat mensen dit perspectief te zien krijgen, en in de film zie je alles, van begin tot einde: Kamal die beseft dat hij een grote vergissing heeft begaan, Nassim die radicaliseert... Na de opnameperiode was ik wel een beetje bang voor hoe er gereageerd zou worden, maar na de première op het Filmfestival van Cannes, na de interviews die ik heb gedaan, heb ik toch vooral goede reacties gehoord. Er zijn tot nu toe toch geen mensen die de film willen boycotten, ik denk dat mensen vooral excited zijn.”

Still uit 'Rebel'. Beeld BAC Films
Still uit 'Rebel'.Beeld BAC Films

Had u deze film ook gemaakt als hij niet door El Arbi en Fallah werd geregisseerd?

“Dat weet ik niet. Ik denk het niet. Ik respecteer alle regisseurs, maar dit is een film van Adil en Bilall – geen enkele andere regisseur zou het vertellen zoals zij dat doen. Daarom dat ze ook zeggen dat Rebel hun persoonlijkste film ooit is. En zo voelt het ook. Ik heb daar heel veel respect voor. Ze hadden ook gewoon in Hollywood kunnen blijven om daar aan hun carrière te werken, maar voor hen was het belangrijk om terug naar België te komen en een film als Rebel te maken.”

De naam die Kamal krijgt als hij bij IS wordt ingelijfd, is Abu-Bakr al Belgiki. Was dat een streek van El Arbi en Fallah om voor ‘Abu-Bakr’ te kiezen?

“Dat was wel awkward, dat dat mijn echte voornaam was. Er zijn heel veel namen die met ‘Abu’ beginnen, en ze zeiden: we nemen gewoon Abu-Bakr. Ik zei: oké, chill. Maar als ik het nu kon veranderen, zou ik het misschien wel doen.

“Aboubakr is eigenlijk de beste vriend van de profeet Mohammed. In ons geloof is hij de eerste die zich heeft bekeerd tot de islam.”

Bent u zelf religieus opgevoed?

“Religieus opgevoed, dat is een breed begrip. Natuurlijk ben ik opgevoed in onze traditie, in onze cultuur, in ons geloof, maar niet op een extremistische wijze. Ik ben gelovig, maar ik respecteer ook alle andere religies.”

El Arbi en Fallah vertelden in eerdere interviews dat ze zelf mensen kenden die vanuit Antwerpen of Vilvoorde naar Syrië trokken. Hoe zit dat bij u?

“Ik kende niemand persoonlijk, maar ik ken wel familieleden van mensen die naar daar zijn vertrokken. Ik woonde ook niet zo ver van het café van de Abdeslams (Brahim Abdeslam blies zichzelf op tijdens de aanslagen in Parijs, zijn broer Salah vluchtte terug naar Molenbeek en werd in maart 2016 gearresteerd, EWC). Dus ja, zijdelings kregen wij er ook mee te maken. Daarom dat ik deze rol moest spelen. Wie anders?

“Het is een heel gevoelig thema: ons team heeft met families van Syriëstrijders gepraat, of met mensen die uit Syrië zijn teruggekeerd, maar ikzelf heb met niet zo veel mensen gesproken. Ik heb wel executievideo’s en IS-propaganda moeten bekijken: dat blijft je wel bij.”

U maakte uw debuut in Black, ook geen softe film, maar uw rol in Rebel is nog een stuk pittiger.

“De zwaarste rol ooit voor mij. Ik kan niet alsof doen, ik moet me 100 procent geven. We hebben een maand in Jordanië gedraaid, zes dagen op zeven, van zes uur ’s ochtends tot middernacht. En het is daar heel warm: 36 graden, in de woestijn. Die draaidagen in Jordanië hebben me mentaal en fysiek uitgeput. Het heeft lang geduurd om dat uit mijn lijf te krijgen. Ik heb echt het gevoel dat ik naar de oorlog ben vertrokken. Maar ik kan niet alsof doen. Ik ben heel hard voor mezelf.”

U bent ook niet ongeschonden uit de opnames gekomen.

“Ja, ik heb mijn neus gebroken tijdens de repetities voor een vechtscène. Een vuist op mijn neus en krak. Maar dezelfde dag ben ik terug op de set gekomen, en hebben we die draaidag afgewerkt. De dag erna ben ik geopereerd – de eerste keer in mijn leven, en ik zat 3.000 kilometer van huis. Maar dat heeft me niet tegengehouden. Ik kan niet aan een project beginnen en het dan niet afwerken. De grootste scènes, de moeilijkste scènes, hebben we pas na de operatie gedraaid.”

Hebt u het over de martelscène, waarin u ondersteboven hangt?

“Dat was de moeilijkste scène. Ik had alleen mijn onderbroek aan, en ik hing enkel vast aan mijn enkels. Zes uur, duurde dat, voor wat eigenlijk een heel korte scène is. Voor elke take werd ik even opgetrokken, drie tot vijf minuten, en dan werd ik weer naar beneden gehaald. Dat was heel moeilijk, maar dat duwde me in mijn spel. Het was zo echt, dat het voelde alsof ik écht gemarteld werd.”

Het brute geweld in Rebel wordt gecounterd met spectaculaire muziek- en dansscènes. Toepasselijk, want u bent ook rapper.

“Het belang van muziek heeft voor mij de doorslag gegeven om voor deze film te kiezen. Voor mij is de muziek het hoofdpersonage van Rebel, meer dan Kamal, Nassim of Leïla. Het is een heftige film, en de muziek verzacht de brutaliteit een beetje. En muziek maakt deel uit van onze traditie, van onze cultuur, terwijl het bij Daesh volledig verboden is. Muziek is een wapen tegen Daesh.

“Ik rap al heel lang, ik maak muziek van toen ik tien was. Adil en Bilall hebben me carte blanche gegeven voor de rapnummers in de film. En ik heb samen met Sidi Larbi Cherkaoui kunnen dansen. Dat is toch crazy? Die heeft met Beyoncé gewerkt! En dan ik, een jongen uit Molenbeek, die nog nooit had gedanst.”

Hebt u eigenlijk ooit een acteeropleiding gevolgd?

“Nee. Een paar jaar geleden waren Adil en Bilall op zoek naar jongeren voor Black, maar ze vonden niemand in film- of acteerscholen. Dus hebben ze een streetcasting gedaan, in jeugdhuizen en middelbare scholen. Ik zat toen op het Imelda-Instituut in Molenbeek. En een leerkracht van mij zei: ‘Er komen twee regisseurs voor een casting, misschien is dat wel iets voor jou.’ Dus ik dacht: oké, let’s do it. Dus ben ik naar die casting geweest, en zo heb ik de hoofdrol in Black gekregen. Ik zat toen nog in het vijfde middelbaar.”

Dat was in de periode dat Molenbeek, na de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel, wereldnieuws werd. Hoe was dat voor jullie?

“Er kwamen heel veel mensen over Molenbeek praten, die ons helemaal niet kennen. Iedereen wilde zijn haat uitstorten over Molenbeek. Dat was een moeilijke periode voor ons. Natuurlijk zijn er problemen, maar er zijn overal problemen. Dat is waarom ze niet meer willen dat er cameraploegen komen. Er is te veel negatiefs verteld over Molenbeek, mensen zijn het beu dat het altijd maar over terroristen ging. Terwijl we ook voetballers, tekenaars, artiesten, rappers hebben. Ik ben daar het levende bewijs van.

“Ik hoop dat de mensen niet meer focussen op de jihadi’s, maar dat ze focussen op mij. Want ík ben ook van Molenbeek. Of dat ze kijken naar Ait (El Hadj, EWC), die bij Anderlecht speelt.”

Over voetbal gesproken: er zit een scène in Rebel waarin Kamal met een vriend een verhitte discussie voert over Real Madrid en Barcelona...

“Heel die scène hebben we geïmproviseerd. En ik was écht pissed toen mijn tegenspeler ‘Fuck Messi!’ zei. Dat mag je niet zeggen. Hij is de beste speler ooit. Ik was echt boos. Visca Barça! Ik kom uit een grote familie, en zij zijn allemaal voor Madrid. Maar ik ben een echte fan van Barcelona. Dat is een grote passie van mij. Ik ga soms naar wedstrijden in Camp Nou, en ik heb alle shirts. Ze wilden mij in de film eerst een truitje van Real Madrid aandoen, maar ik zei: fuck it, dat zal ik nooit doen.”

U had ook een truitje van Anderlecht kunnen dragen. Of van RWDM, om bij Molenbeek te blijven.

“RWDM, sowieso. Ik hoop dat RWDM volgend jaar in eerste klasse speelt. RWDM, dat is mijn wijk. Al heel mijn leven zie ik die vlaggen. Ik ben daar opgegroeid, aan het stadion. En I love football. Ik houd van Barcelona, van de Belgische nationale ploeg, en van de Marokkaanse. Wat gaat dat zijn op de wereldbeker, als het Marokko-België is! Ik wil van beide ploegen een truitje kopen, en die aan elkaar plakken. Echt waar. Als België wint, juich ik. Als Marokko wint, juich ik. En als het gelijkspel is ook. Ik kan niet kiezen, echt waar.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234