Zondag 08/12/2019

Interview Theater

Abattoir Fermé bestaat al 20 jaar: ‘Het is plezant om niet altijd de paria te moeten zijn’

Stef Lernous in het decor van ‘De Expo Show’. Beeld Wouter Van Vooren

‘We zijn nog altijd een eilandje’, zegt Abattoir Fermé-bezieler Stef Lernous over zijn collectief. Maar dat eilandje is wel al twintig jaar de droombestemming voor wie van avontuurlijk theater houdt. De Expo Show is een fascinerende kaart doorheen de chaos van Abattoir Fermé.

“Onlangs kwam ik hier een voormalig minister tegen – ik zal niet zeggen wie”, lacht Stef Lernous. “Die minister vroeg me, met de nodige dédain, of ik nu ‘een beetje kon leven’ van theater maken. Ik dacht: minister, kun je dáár een beetje van leven?”

Na een carrière van twintig jaar als artistiek leider bij het Mechelse collectief Abattoir Fermé, zijn er nog altijd mensen verbaasd dat Stef Lernous zijn brood verdient met theater maken. Niet alleen voormalige cultuurministers, dus. “Veel mensen denken nog altijd dat theater iets is dat wij na onze uren maken. Als ik iemand vertel dat ik lesgeef op het RITCS, denken ze meteen: dat is Stef z’n job. Maar dat klopt niet. Ik doe dat maar acht weken per jaar. Abattoir Fermé is mijn job.”

Dystopie

Het is wel een, hoe zullen we het zeggen, eigenaardige job. Wie al eens naar een voorstelling van Abattoir Fermé is gaan kijken, weet dat. Of het nu gaat om de dystopie die het collectief creëerde in Franz Kafka’s Het proces of om de uitspattingen van Apocalypso of Galapagos: het universum van Lernous en zijn kompanen is hoogst uniek. Dat blijkt eens te meer in CC Mechelen, waarin twintig jaar Abattoir Fermé samenkomt in De Expo Show. Wat dat juist inhoudt? Moeilijk te zeggen.

“Het is geen tentoonstelling, het is een voorstelling”, klinkt het in de aankondiging. “Maar geen stuk.” En: “Het is zeker géén installatie. (Omdat we dat een lelijk woord vinden.) Het is zekerst wel een expo. (Omdat we dat een mooi woord vinden.) Het is geen show, maar het is wel theatraal. Maar we zeggen show, omdat dat rijmt op expo.” Met andere woorden: je raakt er niet wijs uit.

“Het is geen normale tentoonstelling”, probeert Lernous het ons uit te leggen. “Het is meer een onderdompeling in ons vreemd universum.”

Het komt erop neer dat Abattoir Fermé het Mechelse cultuurcentrum ombouwt tot iets dat vooral Abattoir ademt. Er zijn heel wat rekwisieten en decors te zien uit hun twintigjarige geschiedenis, maar ook veel zaken die moeilijker thuis te brengen zijn. Kijkdozen, peep holes in de backstage, nieuw gecreëerde decors en ruimtes. Geluidloze fragmenten uit oude voorstellingen, terwijl er voor je neus een nieuwe wordt gecreëerd. “Hier zal Tine (Van den Wyngaert, EWC) zitten, in haar bokaal”, vertelt Lernous bij een soort aquarium-op-mensenmaat. Dus ook Abattoir-acteurs worden ‘tentoongesteld’.

Hoe dan ook: wie een museale terugblik op twintig jaar Abattoir had verwacht, komt bedrogen uit. “We werken wel met stukken uit het verleden, maar we willen daar iets nieuws mee creëren. Het is geen terugblik op onze carrière.” Heel erg veel duiding zal er niet zijn. Dat hoeft voor Lernous niet. “Ik ben al veel te veel aan het verraden”, beseft hij wanneer hij ons door de opbouw van De Expo Show leidt. Abattoir verrast zijn publiek graag.

Stef Lernous. Beeld Wouter Van Vooren

Vergane glorie

Wat we wél al kunnen zeggen: Abattoir Fermé heeft een film gemaakt. Hotel Poseidon heet hij. “Maar wij zeggen: ‘Póssedon.’ Lekker plat.” Wanneer die film moet uitkomen? “Ik weet het niet. In oktober zal de film af zijn. En zodra we klaar zijn met de montage, kunnen we een distributeur zoeken. Want op basis van het scenario was ons dat toch nooit gelukt.”

De decors uit die film zijn gerecupereerd voor De Expo Show en zijn vintage Abattoir. Ouderwetse interieurs, vervallen meubelen, verweerde muren die bespat zijn met verf, en waar het behang van de wanden krult. De glorie van Abattoir Fermé zat altijd al in de vergaanheid. Wat niet betekent dat het gezelschap al over zijn hoogtepunt is: wel dat Lernous een speciaal oog heeft voor de schoonheid van verval. En voor bizarre details.

Groezelige hotelkamer

De twee komen even samen als we bij een groene, afgeleefde badkuip staan, in een soort groezelige hotelkamer. Eerst wilde Lernous dat er axolotls – een soort Mexicaanse salamanders – in dat bad zouden zwemmen. “Dat gaan we uiteindelijk toch niet doen. Dan blijf je met die beesten zitten. Ik heb ze vroeger gehad, maar ik wil ze toch niet meer in huis. Dan moet ik ze weer eten geven.”

Lernous’ voorliefde voor decadentie en verval heeft goed uitgepakt voor Abattoir Fermé. De eerste jaren moesten hij en oprichters Nick Kaldunski en Tine Van den Wyngaert het zonder noemenswaardig budget zien te rooien. En ook nu Abattoir Fermé een structureel ondersteund gezelschap is, is geld over de balk smijten geen optie. Van den Wyngaert, nog steeds lid van de artistieke kern, en actrice Kirsten Pieters, die het gezelschap in 2006 vervoegde, zijn de tentoonstelling zelf mee aan het opbouwen als we Lernous spreken.

“We hebben snel beseft wat geld waard is”, legt Lernous uit. “Ik ga ons budget niet opnoemen, maar in tentoonstellingstermen is De Expo Show onwaarschijnlijk goedkoop. We recycleren heel veel, elke euro wordt een paar keer omgedraaid. Maar we hebben natuurlijk een dankbare esthetiek. Een esthetiek die niet te duur is. De decorstukken mogen wat vuil zijn, en we lopen niet rond in designerkleren. Onze ‘slechte’ smaak is ons geluk, op dat vlak.”

Zonder budget

De zeven eerste jaren heeft Abattoir zonder noemenswaardig budget gefunctioneerd. Van den Wyngaert werkte toen bij Flair, Kaldunski, vandaag zakelijk leider, werkte bij Telenet. Lernous was “gelukkig” werkloos. “Ik zeg ‘gelukkig’, want ik moest niets opgeven voor Abattoir. Tine en Nick wel. Maar die jobs deden ze gewoon om de huur te kunnen betalen. Theater was echt wel the main thing voor ons.”

Dat mag opvallend heten, want Lernous is in het theater ‘gerold’, zo zegt hij zelf. Zijn hart klopte eerder voor film, en met artistieke impulsen moest je eerder bij schilderen of fotografie zijn, dacht hij. “Ik werkte in een gsm-winkel – ik heb het nu over de jaren 90, toen de eerste gsm’s uitkwamen – en elke maandag moesten wij op cursus. Om te leren hoe het nieuwste modelletje van Ericsson werkte. Daar werkte een heel knappe secretaresse, die me vroeg of ik niet eens wilde meedoen met haar toneelgezelschap. Ik dacht: sure (lacht).

“Het bleek een balletgezelschap te zijn. Klassiek ballet, maar ik ben er toch twee jaar blijven plakken. Ik heb er twee recitals gedaan, I kid you not, als danser. Dat was heel leuk, maar ik was daar niet goed in. Via die weg ben ik wel bij een ander amateurgezelschap geraakt, hier in Mechelen, en even later vroeg ik of ik eens een stuk mocht schrijven en regisseren. Daar is de goesting ontstaan.”

2404 Beeld Wouter Van Vooren

Establishment

Die goesting heeft geleid tot talloze voorstellingen, zeven selecties voor het Theaterfestival, een tv-reeks (MONSTER! op Acht), videoclips voor The Hickey Underworld en Helmut Lotti, een tentoonstelling in het Kasteel van Gaasbeek (Divine Decadence) en opera’s in Duitsland (Lulu). “Het is plezant om geaccepteerd te worden door het establishment”, grijnst Lernous. “Het is plezant om niet altijd de paria te moeten zijn, en niks gedaan te krijgen.”

Lernous en Abattoir krijgen véél gedaan, zeker voor iemand die nooit iets heeft genoten dat in de buurt van een theateropleiding kwam. “De eerste drie tot zeven jaar: dat was onze leerschool. Ik houd niet van school. Ik heb één jaar hoger onderwijs gedaan, aan Sint-Lukas: toegepaste grafiek. Ik vond dat verschrikkelijk: terug in de klas, opnieuw moeten doen wat die mens vooraan zegt... Ik besef de ironie, hoor, omdat ik nu zelf lesgeef. Maar ik geef mijn lessen niet in de klas.

“Hoe sneller je in de praktijk terechtkomt, hoe beter. Dat vind ik nog altijd. Maar een school helpt haar studenten wel om contacten te leggen in het veld. Dat hebben wij nooit gehad. Wij vragen nu en dan wel een gastacteur, en op die manier leren we andere mensen en andere gezelschappen kennen. Maar we hadden geen enkel netwerk toen we met Abattoir begonnen. En op een bepaalde manier zijn we nog altijd een eilandje. Wij hebben weinig contact met onze collega’s.”

Marc Reynebeau

Diep vanbinnen blijven de leden van Abattoir Fermé toch outsiders, lijkt hij te willen zeggen. Aan een muur hangen dan wel foto’s van mensen die aan MONSTER! meewerkten, en dat zijn niet alleen Abattoir-gezichten als speler Chiel van Berkel en acteur/muzikant Pepijn Caudron, maar ook mensen als Johny Voners, Jelle Cleymans, Isabelle A en, godbetert, Marc Reynebeau. “Hij speelde de rol van Marc Reynebeau. Dat deed hij heel goed.”

Maar in plaats van zich in hun leefwereld te begeven, heeft Lernous hén meegetrokken in zíjn leefwereld. De leefwereld van een nerd. Het is die nerdiness die hij ook in De Expo Show toont, als een soort essentieel ingrediënt van het Abattoir-recept. Hij toont ons accreditaties van evenementen als het ‘Fantastic Film Festival’ in 1990, of van Con Fiction, een Nederlandse conventie voor fans van striphelden, nog lang voor de mainstream ze hip vond. Hij praat graag over obscure B-films en fantasy games. Hij blijft een buitenbeentje.

Maar wel een outsider die zijn eigen weg heeft gevonden, en een eigen theatertaal heeft ontwikkeld. “Ik heb meer vertrouwen in mezelf dan twintig jaar geleden. Als een voorstelling een succes bleek, dacht ik tot tien jaar geleden nog elke keer: oef, ze vinden het goed. Ik heb me er weer doorgebluft. Niemand zal erachter komen dat ik het eigenlijk niet kan. Die twijfel is eruit: ik weet dat ik een stuk kan maken.”

Twintig jaar geleden had hij ook niet gedacht dat hij er zijn brood mee zou kunnen verdienen. Vandaag lijkt dat een vanzelfsprekendheid. Zij het niet voor voormalige cultuurministers. Of voor mensen die nog een stuk dichter bij Lernous staan. “Mijn ouders hebben vrij lang gezegd: zeg, jongen, als er een vaste plek vrijkomt in die school, dan ga je dat toch doen, hè? Terwijl ik hier perfect van kan leven, en het zeer naar mijn zin heb.”

De Expo Show loopt van 4 mei tot 16 juni CC Mechelen. Per dag twee tijdslots, reserveren kan op cultuurcentrummechelen.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234