Zaterdag 24/07/2021

InterviewYong Yello, Faisal en Glints

Abattoir Anvers: ‘Wij maken piratenradio voor de staatsradio’

Yong Yello, Faisal en Glints. 'We hebben snel-snel een kamer vrijgemaakt, een tafel gebouwd en de muren geschilderd. Er was geen tijd meer voor een testuitzending.' Beeld Koen Bauters
Yong Yello, Faisal en Glints. 'We hebben snel-snel een kamer vrijgemaakt, een tafel gebouwd en de muren geschilderd. Er was geen tijd meer voor een testuitzending.'Beeld Koen Bauters

Huisgenoten Faisal, Glints en Yong Yello dienen elke vrijdagavond vanuit hun ‘slachthuis’ Abattoir Anvers de strafste hiphop op. Studio Brussel laat het trio het tijdslot tussen 19 en 21 uur geheel naar eigen meug invullen. ‘De bazen zijn verbaasd dat ons programma al vijf maanden élke week in orde is. En wij eigenlijk ook.’

Aan een herenhuis op het Antwerpse Zuid hangt een roze plakkaatje: Abattoir Anvers. Brandt de woonst af, dan is de helft van de Antwerpse hiphopscene dakloos. Op het eerste resideert Yello Staelens aka Yong Yello, soloartiest en producer van onder meer Noémie Wolfs en Glints, aka Jan Maarschalk Lemmens. Die woont op de tweede verdieping, net als de gelauwerde deejay Faisal. Het is híér dat het drietal elke vrijdag zijn succesvolle hiphopshow de ether in slingert.

Hoe hebben jullie dit oude herenhuis gevonden?

Yello Staelens: “Via Facebook. Het zag er verwaarloosd uit, met afgebladderde verf en losse matrassen op de grond.”

Jan Maarschalk Lemmens: “Het diende als verblijfplaats voor truckchauffeurs die over heel Europa rijden en een brievenbus nodig hadden.”

Staelens: “Ik stond onlangs in mijn badjas mijn tanden te poetsen, toen twee potige Polen op de voordeur bonsden – vroegere bewoners die om hun post kwamen. Gelukkig was er nog net één brief toegekomen, anders had ik moeten toegeven dat we hun brieven eigenlijk allemaal hadden weggegooid (lacht).”

Jullie doopten jullie nieuwe woonst Abattoir Anvers. Waar staat dat slachthuis precies?

Staelens: “In de tuin staat een groot gebouw, bekleed met prachtige Arabische tegeltjes. Het diende voor offerfeesten. Wij gebruiken het nu als ons containerpark: we moeten érgens onze rommel kwijt.”

Lemmens: “We zitten nu in de gezamenlijke eetkamer. Ieder heeft zijn slaapkamer, en voorts zijn er een opnamestudio, een fotostudio en een schilderatelier, en in de living staat een vleugelpiano. Mijn vriendin woont hier ook en zij brengt ons wat beschaving bij: het is hier geen smerig studentenkot.”

Jullie hokken al anderhalf jaar samen. Steekt het nog niet tegen?

Lemmens: “Echt niet. Ik ben al lang gefascineerd door collectieven die dicht op elkaar wonen, naar het voorbeeld van Brockhampton, Odd Future of de Soulquarians (het collectief van D’Angelo, J Dilla, Questlove, Erykah Badu en Mos Def eind de jaren 90, red.). Wanneer mensen die samen creëren ook samenwonen, kan er iets bijzonders gebeuren. Yello en ik hebben twee jaar lang bijna elke dag samen in de studio gezeten om mijn debuutplaat Choirboy in te blikken.”

Faisal Chatar: “Het alternatief is elkaar dagelijks mailen of videobellen. Er kan veel magie verloren gaan als je vanop afstand werkt.”

Lemmens: “Ik ga zelden in mijn eentje aan de slag met beats die de gasten mij hebben toegestuurd. In een ideaal scenario werken we samen in de studio een song uit, van begin tot eind. Zo kun je op elkaar inspelen.”

Chatar: “Nog even en onze menstruaties lopen gelijk.”

Na een half jaar in jullie nieuwe woonst brak corona uit.

Lemmens: “Het was een geluk bij een ongeluk. Ik zat samen met mijn favoriete producers in een bubbel. Het livecircuit viel dan wel stil, onze muziek bleef leven, en dat was goed voor de mentale gezondheid.”

Chatar: “Ik betwijfel of ik zin zou hebben om creatief te zijn mocht ik alleen wonen.”

Staelens: “In de eerste maanden van de lockdown speelden we met alle bewoners nog ‘cafeetje’ – we misten onze avonden uit – maar dat hebben we losgelaten. De pandemie dwingt je tot een andere levensstijl: er wordt hier nog weinig gefeest of gedronken. Ik wil die rust ook na corona volhouden, want ik merk dat ik veel meer gefocust ben.”

De één is een nachtbraker, de ander een ochtendmens. Op wiens tempo leven jullie?

Chatar: “Ik volg het schema van Jan, want anders zou ik snel vergeten welke dag het is. We zitten elke maandag en dinsdag samen in de studio.”

Lemmens: “Ik heb altijd al structuur in mijn leven aangebracht, maar sinds corona nog extremer. Ik sta om kwart voor acht op, en werk tot zeven uur ’s avonds. Alleen op zondag wijk ik ervan af, want dan maak ik tijd voor mijn vriendin. Maar eigenlijk werk ik het liefst elke dag (lacht).”

Glints (links): ‘Het is een luxe om tijdens de pandemie wekelijks iemand over de vloer te hebben. Door de radioshow voelt ons leven minder als een eindeloze loop aan.’ Beeld Koen Bauters
Glints (links): ‘Het is een luxe om tijdens de pandemie wekelijks iemand over de vloer te hebben. Door de radioshow voelt ons leven minder als een eindeloze loop aan.’Beeld Koen Bauters

In het voorjaar van 2020 kwam Glints met de mixtape 28 Days, geproduceerd door Faisal, Yong Yello en Tila. Faisal bracht zijn debuutsingle ‘Some Time Alone’ uit met een feature van Glints. Muzikale samenwerkingen troef, dus. Wanneer kwam de radioshow voor het eerst ter sprake?

Chatar: “Studio Brussel had ons in maart uitgenodigd om met z’n allen een uur lang te komen praten over Jans debuutplaat – dat was nét voor de eerste lockdown. Presentator Bert Van Steenberghe had allerlei vragen voorbereid, maar heeft die nooit kunnen stellen: wij lulden en lachten wat af.”

Staelens: “Ik dacht achteraf: oei, dat was wel heel chaotisch, maar blijkbaar waren ze bij StuBru enthousiast. Muziekcoördinator Joris Jonckheer nam contact op: hij wou ons elke week zo door elkaar laten roepen. Wij zagen dat meteen zitten, als we het op ónze manier mochten invullen.”

Chatar: “We wilden het programma bij ons thuis maken, met telkens een gast om het fris te houden. Ik had al eens een radioshow op Studio Brussel gehad, maar die leek eerder op een dj-set. Abattoir Anvers was uitdagender en plezanter, omdat we het met z’n drieën zouden doen.”

4 september was het zover. Hoe was die allereerste uitzending?

Staelens: “Stresserend. Geen idee waarom, maar wij dachten dat het programma pas eind september van start zou gaan. Een week op voorhand hoorden we dat we de studio nog snel moesten bouwen. Op dinsdag 1 september stond er een truck van Studio Brussel voor de deur met het nodige gerief.”

Lemmens: “‘Wat hebben jullie allemaal nodig?’ vroegen die mannen. ‘Alles!’”

Staelens: “We hebben snel-snel een kamer vrijgemaakt, een tafel gebouwd en de muren geschilderd. Er was geen tijd meer voor een testuitzending.”

Chatar: “Er kan zoveel verkeerd gaan. Wij gaan rechtstreeks op antenne via internet. Wij nemen dus niet alleen de presentatie voor onze rekening, maar ook de playlist, de jingles en de reclamespots. Het signaal viel enkele minuten vóór onze eerste uitzending even weg: ik heb er een kleine hartstilstand aan overgehouden.”

Liep het al flink mis?

Lemmens: “We hebben eens per ongeluk over het nieuwsbericht zitten praten. We kregen daarop een mail met een geluidsfragment, waarin je ons hoort zeveren terwijl de nieuwslezer zijn best doet de nieuwe coronamaatregelen uit te leggen. Gênant!”

Staelens: “Als er een kleinigheid verkeerd loopt tijdens onze radioshow, vraagt Faisal gewoonlijk in paniek: ‘Moeten wij er geen volwassene bijhalen?!’”

Chatar: “Het voelt nog steeds bizar dat Studio Brussel ons laat doen. Soms denk ik: moet iemand dit eens niet nakijken?”

Lemmens: “We hadden de zomer vóór onze eerste uitzending nethoofd Jan Van Biesen ontmoet. Hij moedigde ons aan: ‘Doe helemaal jullie ding, gasten. Wij willen terug wat rock-’n-roll op de radio.’ Faisal riep hem toen als afscheid toe: ‘Allez Jan, tot op het matje!’ Maar hij meende het.”

Rapper Spreej, jullie eerste gast van het tweede seizoen, vertelde me: ‘Ik had het gevoel dat ik aan tafel zat met vrienden met dezelfde interesses. Het was pas nadien dat ik besefte dat ik live was gegaan op één van de grootste radiozenders in België.’

Staelens: “Als je te gast bent op de radio, krijg je meestal drie voorbereide vragen voorgeschoteld: twee minuten praten en klaar! Bij ons krijgt iedereen ruim de tijd om los te komen, waardoor ze vergeten dat ze op de radio zijn. Ik ben zelf een introvert, ik weet hoe belangrijk het is dat mensen zich op hun gemak voelen.”

Chatar: “We maken voor elke uitzending een script, maar zijn bereid om daar flink van af te wijken. We zeggen dat ook aan de gasten: ‘Als jullie ineens een kwartiertje willen rappen, doe gerust!’ Wij maken piratenradio voor de staatsradio.”

Lemmens: “Het is natuurlijk een luxe om tijdens deze pandemie wekelijks iemand over de vloer te hebben, al is het vanop een afstandje of achter plexiglas. Door de radioshow voelt ons leven minder als een eindeloze loop aan.”

Staelens: “Al onze gasten waren ook warme mensen. Neem nu Freddie Konings: je verwacht een afstandelijke straatrapper, maar hij is net een grappige en hartelijke kerel die veel te vertellen heeft.”

Het eerste wat jullie met de gast doen, is freestylen. Jullie leggen een huisbeat op en spuwen om beurt vier bars.

Chatar: “Het is een uit de hand gelopen grap. Wij freestylen zélf vaak. In de uren voor de uitzending zijn wij al bezig: Jan heeft meestal tegen zes uur al zijn kruit al verschoten (lacht).”

Staelens: “Die freestyle is een ijsbreker. De beat is ridicuul en we zingen keer op keer: ‘In het slachthuis, Abattoir Anvers!’ We roasten elkaar zo vaak we kunnen: dat neemt meteen alle houterigheid en pretentie weg.”

Lemmens: “Wanneer mensen me aanspreken over de show, gaat het meestal over de freestyle. We zetten die ook telkens op Instagram – er zijn best veel mensen die dat volgen.”

Ziet iedereen die freestyle zitten?

Lemmens: “Opmerkelijk genoeg wel! Van Dikke, over Dvtch Norris, tot Brihang. Zwangere Guy was onhoudbaar: hij rapte bijna het volledige eerste uur van de uitzending vol. Alleen Chuki en UM! deden geen freestyle, maar dat zijn producers, geen rappers.”

Chatar: “Ik ben ook een producer en ik doe wél een freestyle.”

Lemmens: “Ja, maar jij bent een comedian: jij zevert maar wat.”

Faisal, iedereen kent jou als producer en dj. Wou je ooit rapper worden?

Chatar: “Ik heb alle opties overwogen. Je kon me op mijn 15de weleens op een freestyle betrappen, maar het lag me niet. Ik vormde met mijn broer Hakim het duo Elektro Brothers, wat leuk was voor eventjes. Ik speelde in een bluesband en was ook de gitarist van een metalband, Kreeper. Maar het is achter de knoppen dat ik mij thuis voel.”

Jullie draaiden tijdens Abattoir Anvers al Nas, Al Green, Tsar B, Fugees, De Jeugd van Tegenwoordig en BadBadNotGood. Vanwaar die diverse playlist?

Lemmens: “We kiezen ieder tien tot vijftien tracks per week. Ik check vooral Britse rappers, Faisal kijkt naar Nederland en Yello komt met de weird stuff af, zoals BadBadNotGood en Sault. Niet alle keuzes halen de uitzending, meestal omdat ze niet in de flow passen.”

Chatar: “Per seizoen krijgt ieder van ons ook twee veto’s, voor het geval we een nummer werkelijk háten.”

DE BREDERODEPRIJS

Jullie mogen minstens tot de zomer radio blijven maken. De show slaat dus aan?

Staelens: “We hebben tijdens het eerste seizoen geen officiële vergadering of evaluatiegesprek gehad – we wisten dus niet zeker wat Studio Brussel van ons programma vond. Het was pas toen we optraden voor De Warmste Week dat we de bevestiging kregen. ‘Dat werkt eigenlijk wel goed, hè, elke week’, zeiden ze. Ze waren verbaasd dat Abattoir Anvers toen al drie maanden vlekkeloos liep. Wij eigenlijk ook.”

Yong Yello, Faisal en Glints. Beeld Koen Bauters
Yong Yello, Faisal en Glints.Beeld Koen Bauters

Chatar: “Ik merk vooral op sociale media dat ons programma iets losmaakt. De één kijkt uit naar de playlist, de ander vindt de interviews geweldig, en sommigen komen voor de onnozelheden. Zo hebben we een tijdje de Brederodeprijs uitgedeeld. In de Brederodestraat in Antwerpen kun je werkelijk álles vinden. Wij kochten elke week iets belachelijks en schonken dat weg. We stuurden al Chatar-worsten, mierzoete Turkse koekjes en een pot met pepers op.”

Lemmens: “Abattoir Anvers staat voor velen ook gelijk aan het begin van het weekend. Studio Brussel had eerst zondagavond voorgesteld, maar wij wilden het slot van Lefto niet overnemen: zijn schoenen vallen niet te vullen.”

Staelens: “Intussen vragen artiesten óns of ze mogen afkomen. De juiste gasten en de juiste songs kiezen, voelt meer en meer als een verantwoordelijkheid. We willen een platform bieden aan onze Belgische hiphopscene, want die blijft onderbelicht.”

Yello, jij was een finalist in De Nieuwe Lichting 2020, maar je moest het afleggen tegen twee rockbands en een singer-songwriter. De jongste editie werd door drie gitaargroepjes gewonnen. Het zijn de Studio Brussel-luisteraars die stemmen…

Staelens: “Een groot deel hoort nog steeds het liefst gitaren. We krijgen tal van berichten van boze rockers: ‘Wat een gezever, die hiphop, ik zap weg!’ Vreemd, want hiphop is al jaren wereldwijd het grootste genre. Maar België loopt altijd tien jaar achter.”

‘Vlaamse hiphop? Sorry, niet goed genoeg’, kopte De Standaard in 2012.

Staelens: “Ik herinner me dat artikel nog. Ik zat toen bij Eigen Makelij, een hiphoplabel in Antwerpen met ook Tourist LeMC en Safi & Spreej. Natuurlijk waren wij op onze tenen getrapt. Maar nu moet ik toegeven dat De Standaard een punt had. Aan talent was er geen gebrek, maar rappers kregen toen nauwelijks een platform, waardoor ze zich niet konden ontwikkelen. Anno 2021 zijn er duidelijk wél artiesten die goed genoeg zijn, zelfs voor het buitenland.”

Je produceerde de debuutplaat Antwerps testament van Tourist LeMC in 2010. Hij is nu coach in ‘The Voice’.

Staelens: “Wij geloofden in Tourist, maar we vreesden dat hij niet verder dan ’t stad zou komen – wij Antwerpenaren begrepen al maar de helft van zijn teksten. Maar men kon hem in een mum van tijd smaken in Brussel en Gent. Tourist heeft hiphop in de Vlaamse huiskamer gebracht. Brihang deed iets gelijkaardigs enkele jaren later, en nu is het publiek klaar voor rauwere hiphop zoals die van Zwangere Guy.”

Geen enkele Belg scoort zo goed in de Hooray 100, StuBru’s lijst met de beste hiphopsongs aller tijden. Wat maakt hem zo bijzonder?

Lemmens: “Gorik is rauw en rechtdoorzee: mensen begrijpen meteen waar hij voor staat. Ofwel haat je hem, ofwel vind je hem de shit. En er zijn véél mensen in die laatste categorie: hij kan jongeren én Radio 1-luisteraars tot zijn fans rekenen.”

Journalisten delen het hiphoplandschap graag in scenes in. Samen met Coely, blackwave. en TheColorGrey behoren jullie tot de Antwerpse scene. Zien jullie dat ook zo?

Staelens: “Ergens wel. Je werkt sneller samen met mensen die in je buurt wonen. Al zijn er genoeg samenwerkingen die de provinciegrenzen overschrijden.”

Chatar: “Wij willen die grenzen overbruggen met Abattoir Anvers. We nodigen daarom ook Brusselse en Waalse rappers uit. We zijn al zo’n klein muziekland, we moeten ons niet verder opdelen.”

Rappers verhuizen tegenwoordig naar Brussel. Dvtch Norris verliet Antwerpen en Brihang zijn geliefde Knokke. Miss Angel zei in Humo: ‘Ik ben geboren en getogen in Antwerpen, ik wéét hoe het daar is. Racisme en extreemrechts leven daar nu eenmaal.’

Staelens: “Snap ik. De polarisering is zo extreem dat links en rechts in aparte bubbels leven. Wij kennen geen racisten, waardoor wij denken dat zij slechts een marginaal gegeven zijn. Maar dan zie je de verkiezingsuitslagen in Antwerpen, en besef je dat wíj de minderheid vormen.”

Lemmens: “Ik begrijp waarom Miss Angel dan wil verhuizen. Anderzijds wil ik ook niet achterblijven met alleen maar racisten in Antwerpen.”

Faisal, er kwam in maart 2020 een einde aan het langlopende verhaal rond je gewelddadige arrestatie in het Sportpaleis vijf jaar geleden. Je werd veroordeeld tot een werkstraf van 50 uur en een schadevergoeding van 3.600 euro aan de Antwerpse politie. Hoe voelde jij je bij dat verdict?

Chatar: “Ik moet alleen nog mijn werkstraf doen, en dan kan ik zeggen: ‘I fought the law and the law won.’ (stilte)”

Staelens: “Misschien moet ik het even overnemen. Faisal is veroordeeld omdat hij zijn mening gaf. Natuurlijk heeft hij dan geen zin meer om erover te praten. Laten we het dus maar weer over muziek hebben.”

Yello, jouw debuutplaat moest vorig jaar verschijnen, maar laat nog op zich wachten.

Staelens: “De plaat is klaar, maar we hebben de release uitgesteld. We twijfelen nu of we de coronastorm helemaal moeten uitzitten. Ik hoop dat ik mijn momentum ondertussen niet kwijtspeel.”

Chatar: “Ik werk nu ook aan mijn debuut. Moeizaam, want ik heb als producer features nodig en door corona is dat allesbehalve evident. Gelukkig woon ik bij enkele rappers die mij kunnen bijstaan. Zo heb ik Glints ingeschakeld voor mijn eerste single ‘Some Time Alone’.”

Jan, jouw debuutplaat Choirboy verscheen vorig jaar op 6 maart, twee jaar na je doorbraaksingle ‘Bugatti’. Vijf dagen later werden concerten verboden. Zou jij je vrienden aanraden om tijdens deze pandemie te releasen?

Lemmens: “Ik geloof dat goede muziek altijd zijn weg naar de mensen zal vinden. Maar het is momenteel wel moeilijk, omdat het terugverdienmodel niet langer functioneert. Je moet het in Vlaanderen hoofdzakelijk hebben van de liveshows. Dus bouw je jarenlang je naam en je portfolio op, tot je klaar bent voor de release van een plaat, zodat je die op de festivals kunt voorstellen. Ik had tal van shows op de planning, waaronder Rock Werchter en enkele in Frankrijk. We hadden ook al duizenden euro’s uitgegeven aan de lichtshow en promo. Gelukkig heb ik nog onze radioshow.”

Als afsluiter een gevaarlijke vraag: luisteren jullie zelf naar de radio?

Staelens: “Ik had de laatste jaren amper tijd om nieuwe muziek te beluisteren – ik was druk bezig met producties in de studio. Maar nu wij zelf playlists in elkaar steken met nieuwe singles van opkomende artiesten, merk ik hoe tof het is om méé te zijn. Ik zet nu vaak de radio aan. Ik hoor veel brol, maar doe ook dagelijks ontdekkingen.”

Chatar: “De algoritmes van Spotify werken gewoon te goed: je krijgt nooit muziek buiten je comfortzone voorgeschoteld. Ik vind het nieuwe concept van de selector op Studio Brussel, waarbij muzikanten zoals wij twee uur carte blanche krijgen, daarom zo interessant: curators hebben een eigenzinnige kijk op muziek en kunnen meteen ook uitleggen waaróm zij iets goed vinden. Dan kan radio schitteren.”

Abattoir Anvers, Studio Brussel, vrijdag, 19 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234