Zaterdag 21/09/2019

Interview

Aanstormend talent Charline Tyberghein: ‘Raar dat ze me opeens een kunstenaar noemen’

Charline Tyberghein: ‘Heel mijn jeugd heb ik naar manieren moeten zoeken om goesting te krijgen in de dag.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Het kan rap gaan in de kunst, maar zo hard als het met Charline Tyberghein (°1993) gaat, is nog maar zelden vertoond. Een jaar geleden studeerde ze af aan het KASK in Antwerpen, vandaag gaat haar derde solotentoonstelling feestelijk open. ‘En dat terwijl ik mentaal klaar was voor een carrière in de horeca.’

Wie haar appartement in een rijhuis in Antwerpen-Zuid betreedt, vraagt zich onmiddellijk af of Charline Tyberghein ook eet en slaapt, en zo ja: waar? Het atelier aan de straatkant heeft gaandeweg alle vertrekken ingepalmd. Tegen de muren staan grote houten panelen, al dan niet reeds beschilderd. Op de vloer en op het aanwezige meubilair liggen de kleinere werken in uitvoering. De keuken wordt gebruikt om schildersmateriaal schoon te maken, het tuintje om te airbrushen in de buitenlucht.

BIO • in 1993 geboren in Antwerpen • studeerde in 2018 af aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen • kreeg de Masters Salon Painting Award voor beste Europese kunststudent • debuteerde in 2018 met de solo­-expo One Trick Phony bij Next door/ Keteleer Gallery • exposeerde eerder dit jaar solo in de Beursschouwburg in Brussel, onder de titel Soft News • heeft zich verbon­den aan Gallery Sofie Van de Velde in Antwerpen; van­daag opent Born to be Mild, haar eerste solo bij Van de Velde • ‘nofuntyberghein’ is haar Instagram-account • heeft een relatie met Dennis Tyfus

“Ja, sorry voor de rommel”, verontschuldigt de kunstenares zich. “Ik heb eens in een interview gezegd dat ik graag dingen orden. Mijn moeder kwam niet meer bij van het lachen toen ze dat las.”

Van haar eerste tegenstrijdigheid is Charline Tyberghein niet gebarsten. Na een lang en hobbelig parcours op de middelbare school trok ze naar de kunstacademie, ook al had ze niet de minste ambitie om kunstenaar te worden. Aan de academie ging ze schilderkunst studeren, ook al had ze tot dan toe nooit geschilderd. En helemaal op het einde van haar opleiding kwam ze op de proppen met opmerkelijk heldere, opgewekte schilderijen, ook al was ze altijd een twijfelaar en een zwartkijker geweest. Wie weet is dat wel de sleutel tot haar huidige succes. Dat het gebeurde omdat het niet koste wat het kost móést.

what's your damage? (2019) Beeld RV Charline Tybergheins / courtesy Gallery Sofie Van De Velde

We installeren ons in de veranda aan een oud kaarttafeltje, met een blad van groen vilt en in de hoeken een afbeelding van de vier symbolen: harten, ruiten, schoppen, klaveren. Die symbolen staan ook afgebeeld op haar schilderij what’s your damage?, tevens de affiche van haar eerste tentoonstelling bij Gallery Sofie Van de Velde.

Hebt u dit tafeltje zelf gemaakt?

Charline Tyberghein: “Nee, voor vijf euro gescoord bij het Leger des Heils. Een paar dagen nadat ik what’s your damage?, met de kaartsymbolen en de emoticons, had afgemaakt. En het groen van dat vilt had ik ook al eens gebruikt in een schilderij. Het waren dagen vol kosmische serendipiteit.” (lacht)

Gebeurt het vaker dat de huishoudelijke werkelijkheid van alledag in uw schilderijen terechtkomt?

“Ja, steeds meer. (wijst) Het patroon van dat tafelkleed. De tekening op die koffiemok daar. Ik heb het gevoel dat mijn schilderijen steeds minder, euh, menselijk worden. In het begin flanste ik er af en toe nog een gedaante of een gezicht bij. Nu probeer ik hetzelfde gevoel te leggen in alleen maar voorwerpen. Een ding bezielen, dat vind ik poëtisch. Uitgewerkte menselijke figuren of dieren zul je bij mij niet snel tegenkomen.”

Born to be mild is de naam van de nieuwe expo. Mild, nu al?

“Ik ben op alle vlakken het tegendeel van ‘born to be wild’, de kreet waarnaar die titel uiteraard verwijst. Het kost me bijvoorbeeld verschrikkelijk veel moeite om uit te gaan, mensen te zien en feest te vieren. Daar moet ik mezelf werkelijk toe dwingen. (lacht) En daarnaast hou ik van spreekwoorden en gezegden die, bewust of onbewust, verhaspeld worden. Ik hou ze bij in een schriftje. Soms past er eentje bij een schilderij. In mijn werk zit vaak een optische twist, of iets relativerends.

“Ik doe erg mijn best om mij niet te laten meeslepen door melancholie en tristesse, waar ik een natuurlijke aanleg voor heb. Als een beeld wat zwaar op de hand wordt, zal ik geneigd zijn dat te compenseren met een snoepkleurtje of een grap. Zo probeer ik toch een zekere lichtheid te bereiken.”

U maakt inderdaad geen donker werk.

“Het gebeurt wel eens hoor, maar dan denk ik: boe-hoe. (zucht) ’t Is zo verleidelijk, en ook zo gemakkelijk, om je te wentelen in somberheid. Dat heb ik heel lang gedaan. Ik ben met de middelbare school gestopt omdat ik depressief was en niet meer vooruit raakte. Heel mijn jeugd, al vanaf mijn puberteit, heb ik naar manieren moeten zoeken om goesting te krijgen in de dag. De oplossing was altijd: werken, iets dóén. Want van doorlopend in je bed liggen word je alleen maar miserabeler. Ik denk dat dat dwangmatige op de een of andere manier ook wel in mijn werk zit.”

Charline Tyberghein: ‘Soms heb ik twee weken aan iets gewerkt, kilometers plakband gebruikt, trek ik die eraf en lap: komt het hele schilderij mee.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Kunst maken, schilderen, als bezigheids­therapie?

“Dat klinkt wat zielig, maar een poging om mijn natuurlijke stemmingen te manipuleren is het alleszins. Die voorwerpen en symbolen zijn er ook ingekomen in een poging om mijn emoties eruit te krijgen. Mijn kunst vertelt mijn verhaal, maar niet letterlijk, niet van: kijk mij, triestig meisje. Het is een geëncrypteerde, versleutelde versie van wie ik ben.”

Uw geheel eigen versie van het zigeunerinnetje met de traan, kortom.

(lacht luid) “Ja-ha! Zoiets. Iets minder zielig misschien, maar ook weer niet overdreven vrolijk.”

Wat zeggen die symbolen en voorwerpen over u? Het kaart­spel, de sigaretten, de messen, het keukengerei, de ruit­patronen: wat betekenen ze?

“O, dat is heel concreet begonnen maar gaandeweg steeds abstracter geworden. In het begin stond elk symbool of voorwerp echt wel voor iets of iemand; voor een duidelijke emotie of zelfs een concrete persoon. Nu kan ik het nog moeilijk uitleggen.

(denkt na) “Het is alsof je droomt over iemand, en in die droom ziet de man of vrouw in kwestie er totaal anders uit dan in werkelijkheid, maar wanneer je wakker wordt weet je nog wel precies over wie het gaat. Snap je? Het schilderij is nu een idee, een zweem van iets of iemand. En sommige symbolen kunnen in verschillende schilderijen opduiken en telkens iets anders betekenen.

“Steeds meer komt ook mijn fascinatie voor het banale aan het licht. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor alledaagse dingen. Voor mij staan ze voor rust, aanwezigheid, duidelijkheid, herkenbaarheid. Op de een of andere manier zijn ze vertrouwenwekkend. De werken met eenvoudige, repetitieve patronen vind ik ook het leukst om te maken. Ik meet alles op voorhand uit, plak het hele ding af met tape en voer het werk uit.

(lacht) “Idealiter is het hier een soort beschutte werkplaats. Louter invullen, louter uitvoeren. Zodat ik me niet te hard moet concentreren en ondertussen rustig naar een podcast kan luisteren. En als het schilderij op het einde toch mooi op z’n plaats valt, precies zoals ik het in mijn hoofd had, is het helemaal wow.”

Enige spanning creëren, gewoon beginnen en afwachten welke wending het neemt, dat is niet aan u besteed?

“Nee, ik probeer net geen hoge verwachtingen te koesteren. Anders loopt het sowieso fout. Ik begin ook heel vaak opnieuw. Dan heb ik twee weken aan iets gewerkt, kilometers plakband gebruikt, trek ik die eraf en lap: komt het hele schilderij mee. Of lijkt het gewoon nergens op. Kan ik opnieuw beginnen. Maar dat doe ik dan ook. Pas als het na de zevende poging nog niet gelukt is, zal ik denken: laat vallen Charline, slecht idee.”

sit down II (2019) Beeld RV Charline Tybergheins / courtesy Gallery Sofie Van De Velde

“Maar dat is eigenlijk nog niet zo vaak gebeurd. Ik kan me wel vastbijten. (denkt na) Ik heb natuurlijk ook gedaan wat veel schilders doen: voor een leeg canvas gaan staan en gewoon beginnen, onder het motto: we zien wel waar we uitkomen. Bij mij was de uitkomst steevast totale chaos. Verschrikkelijk. Ik wist nooit wanneer ik moest stoppen. Nu zijn mijn schilderijen duidelijk, denk ik. En ze vertellen me zelf wanneer ze klaar zijn.”

In krap een jaar tijd hebt u uzelf uitgevonden als kunstenaar, zo lijkt het. Of zat het allemaal al lang klaar?

“Echt niet. Het is totaal anders gelopen dan ik het mij had voorgesteld. Toen ik in mijn laatste jaar academie zat, was ik mentaal klaar voor een lange carrière in de horeca. Ik heb bijna zeven jaar in een café gewerkt. En nadat ik afgestudeerd was ook nog even in een grote winkel voor kunstenaarsbenodigdheden. Maar toen won ik die prijs (de Masters Salon Painting Award voor de beste Europese kunststudent van 2018, red.) en had ik ineens een financiële buffer. Toen zei zelfs mijn moeder: ‘Smeed het ijzer terwijl het heet is, stop met werken.’

“Ik heb een superintens jaar achter de rug, met de ene tentoonstelling na de andere, en ik heb superveel geproduceerd. Maar er zijn echt nachten geweest dat ik in totale paniek wakker schoot, of dat ik niet kon inslapen van de stress. ‘O nee, wat als de mensen mij na één tentoonstelling al beu zijn? Wat als ze straks los door mijn werk heen kijken?’

“Anderzijds weet ik nu van mezelf dat ik superhard kan werken. Ik sta niet elke dag om zeven uur op, maar ten laatste om tien uur ben ik bezig en dan trek ik vaak door tot tien uur ’s avonds.

“Toen Sofie Van de Velde mij net voor de zomer vroeg om net na de zomer een soloshow te doen in haar galerie, heb ik even naar adem gehapt, maar vervolgens ben ik keihard aan de slag gegaan. Als het móét gebeuren, lukt het doorgaans wel. En zie, drie weken voor de opening heb ik 25 nieuwe werken naar de galerie gebracht. We gaan ze zelfs niet allemaal kunnen tonen, het zijn er te veel.”

Charline Tyberghein: ‘Ik heb het ook gedaan: voor een leeg canvas gaan staan en gewoon beginnen. Maar de uitkomst was steevast totale chaos. Verschrikkelijk.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

(stilte) “Weet je wat ik raar vind? Dat ik ineens kunstenaar word genoemd. Onlangs vroeg iemand mij of ik er als kind al van droomde om kunstenaar te worden. Nee, dus. Zelfs toen ik aan de academie begon, had ik niet de droom om kunstenaar te worden. Ik had nog nooit geschilderd. Wist ik veel wat ik wilde.”

Wat had u dan wel gedaan?

“Een beetje alles en een beetje niks. Ik had op heel veel middelbare scholen gezeten en het was overal een mislukking geworden. Ik heb mijn diploma uiteindelijk gehaald via de middenjury.

“Ik heb als kind wel veel getekend. Niet omdat ik dat goed kon, maar omdat ik mij anders verveelde. Ik probeerde creatief bezig te zijn, zoals dat heet. Met mijn naaimachine maakte ik zelf kleren en zo.

“Ik heb ook op de kunsthumaniora gezeten, maar daar ben ik redelijk snel mee gestopt. Mijn probleem was dat ik mij niet lang op iets kon concentreren. Als het niet binnen de kortste keren lukte, stopte ik ermee.”

Dat verbaast mij. Als ik naar uw schilderijen kijk, zou ik juist denken dat ze langdurige concentratie vereisen.

(lacht) “Ik ben serieus veranderd. Ik verplicht mezelf nu om dingen af te maken. Op de academie lukte me dat zelden. Ik was amper aan een schilderij begonnen of ik was het al beu. Dan werd ik kwaad, liep naar beneden, ging een sigaretje roken, draaide rondjes, kwam terug… Ik probeerde vooral níét te werken, eigenlijk.”

Uitstelgedrag.

“Precies. Uit angst om niet aan de verwachtingen te voldoen en wéér een slecht schilderij te maken. Daar heb ik nu geen last meer van. Maar nu ben ik weer bang om op een punt te komen dat ik mezelf begin te herhalen. Ik zou moeten inzien dat jezelf herkenbaar maken, door bepaalde elementen systematisch te laten terugkomen, of door binnen je eigen idioom te blijven, niet hetzelfde is als jezelf herhalen. Ik hoef mezelf niet elke dag opnieuw uit te vinden.

“En ik heb nog alle tijd van de wereld om heel veel verschillende dingen te doen.”

beunhaas (2018) Beeld RV Charline Tybergheins / courtesy Gallery Sofie Van De Velde

Uw eerste solotentoonstelling was helemaal uitverkocht. Hoe was het om uw schilderijen de deur te zien uitvliegen?

“Minder ingrijpend dan ik gedacht had. Ik maak die schilderijen natuurlijk in de wetenschap, en in de hoop, dat ze verkocht zullen worden. Ik was vooral dankbaar en blij dat er mensen waren die ze wilden hebben. Het idee dat iemand duizenden euro’s betaalt voor een werk van mij, vind ik nog altijd waanzinnig.

“Maar voor de grote schilderijen maak ik voorstudies op kleine plankjes, en die verkoop ik niet, dat krijg ik niet over mijn hart. (wijst weer) Ze staan daar in houten kistjes. Het is mijn persoonlijk archief. Ook de mislukkingen hou ik bij.”

Zijn er kunstenaars van vroeger of nu die u inspireren?

“Zeker. Maar ik heb een heel specifieke, bijna rigide manier om inspiratie op te doen. Om mijn inspiratie te organiseren, zou ik beter zeggen. Zoals het een echte millennial past, ontdek ik veel kunstenaars via Instagram. Ik maak aan de lopende band screenshots. Ook van reclamebeelden, of van dingen die ik op straat zie liggen. Al die beelden print ik af en breng ik samen in mappen, door elkaar heen. Kunstwerken van Avery Singer en René Magritte komen dan naast en tussen heel onnozele, banale beelden te zitten. Wanneer ik tijd en zin heb, blader ik door die mappen.

(denkt na) “Ideeën die technisch goed zijn, die aangeven hóé je een bepaald werk kunt realiseren, krijg ik niet uit mezelf. Dus die moet ik bij andere kunstenaars gaan zoeken. Al zal ik ze nooit domweg kopiëren.”

Sommige schilderijen lijken naar de popart te verwijzen.

“Popartkunstenaars als Ed Ruscha en James Rosenquist behoren dan ook tot mijn favorieten. (lacht) Als het over kunststromingen gaat, zijn mijn grote inspiratiebronnen zeker de popart en het surrealisme.”

Maar uw werk is minder gelikt dan de klassiekers van de popart, soms tot op de rand van trashy.

“Dat komt doordat er veel fouten in zitten. Hier en daar kun je zien dat ik vergeten ben een stukje tape te plakken of weg te halen. Of dat er nog een ander, mislukt schilderij onder zit. Dat doe ik niet expres, hoor. Maar ik laat het wel gebeuren. Anders zou ik mijn werk evengoed met de computer kunnen maken, als ik nog een spoedcursus Photoshop doe.

“Dat vind ik ook zo chique aan de iconische werken uit de popart: dat de Photoshop-optie er toen nog niet was, dat al die prints en collages nog met de hand werden gemaakt, pre-technologisch. Je mag zien dat mijn werk geschilderd is, naïefweg, ambachtelijk.”

Is dat schilderen ondertussen een plezier?

“Ja, best wel. (lacht) Sinds ik niet meer in olieverf schilder maar in sneldrogend acryl op hout, en met de airbrush steeds in de aanslag, gaat het goed vooruit. En ik vind het ook niet meer zo erg als er iets mislukt.”

Heeft uw lief, de artistieke vulkaan Dennis Tyfus, daar iets mee te maken? Heeft hij u zelfvertrouwen gegeven, of een zeker je-m’en-foutisme bijgebracht?

(twijfelt) “Ik heb mijn vrienden-kunstenaars altijd weggehouden uit mijn atelier. Omdat ik niet besmet wilde worden door het nuchtere realisme van mensen die al twintig jaar of langer bezig zijn. Ik wilde mijn naïviteit zo lang mogelijk bewaren.

“Heel soms stuur ik een foto naar Dennis, meestal met een technische vraag erbij: ‘Zit die figuur niet te veel verstopt?’, ‘Komt dat motief duidelijk genoeg naar voren?’ Dat soort dingen. Heel gericht, en wanneer ik het wil. (lacht) Ondertussen mag hij hier af en toe binnen. Meestal wordt hij verrast door wat hij ziet: ‘Hey, waar komt dat ineens vandaan?’ Maar hij geeft me wel zelfvertrouwen, ja. Hij heeft al zo veel watertjes doorzwommen, louter op eigen kracht. Dingen waar ik totaal van flip, relativeert hij kapot.”

Bent u nog nerveus aan de vooravond van een nieuwe tentoonstelling?

“Ja, verschrikkelijk. Ik besef heel goed dat ik een geluksvogel ben, maar geloof me: nieuwe omstandigheden brengen nieuwe stress en nieuwe paniek. Ook al is straks iedereen vol lof, dat ene kritische, dissonante geluid zal me uit mijn evenwicht brengen. (zucht en lacht) Dat wordt een leven van angstig voortstrompelen naar het volgende obstakel.”

Charline Tyberghein, Born to be Mild, nog tot 13 oktober in Gallery Sofie Van de Velde, Antwerpen, sofievandevelde.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234