Donderdag 18/08/2022

InterviewSchrijver Lisa Weeda

‘Aan de rand van Europa worden mensen uitgemoord, verjaagd. Mensen zoals mijn oom Kolja, die is gemarteld en vermoord’

Lisa Weeda: 'Het moeilijke aan een Oekraïense familie is wel dat ze allemaal hopen dat ik met een man thuiskom.’ Beeld Eva Roefs
Lisa Weeda: 'Het moeilijke aan een Oekraïense familie is wel dat ze allemaal hopen dat ik met een man thuiskom.’Beeld Eva Roefs

Sinds de oorlog in Oekraïne kan schrijver Lisa Weeda (33), die daar familie heeft wonen, aan weinig anders meer denken. Haar roman Aleksandra, die voor de inval verscheen, is een bestseller geworden. Maar: ‘Het voelt geen moment alsof ik daar recht op heb.’

Sara Berkeljon

‘Vrijdag maakte ik een Oekraïense dip met mayonaise, knoflook, peper en kaas”, zegt Lisa Weeda. “Vieze, stinkende knoflookshit, die je de volgende dag ook nog proeft. Heavy. Je moet er ook bij drinken. Bier of wodka. Om de zoveel tijd vind ik het ook fijn om vareniki te maken, een soort Oekraïense dumplings. En laatst, bij een optreden, heb ik een plak salo gekregen, wit varkensvet. Dat eet je in dunne plakken op zwart brood. Moet je ook weer wodka bij drinken. Het is niet zozeer lekker als dat het me doet denken aan hoe ik dat met vrienden en familie in Oekraïne heb gegeten, het roept dat gevoel op. Als ik daar ben, eet ik alles wat me wordt aangeboden.”

In je roman laat je je alter ego een vissenkop uitzuigen.

“In werkelijkheid was dat mijn moeder, in 1973. Ze ging toen als zestienjarige met mijn Oekraïense oma mee naar Loehansk. Daar moest ze allerlei troep eten, vissenhersenen en zo. ­Superdronken werd ze, op haar zestiende. Je neemt alles aan wat ze je geven, dat hoort, anders schrikken ze en dan gaan ze uit alle kastjes nog veel meer eten halen, en trekken ze uit beleefdheid ook de champagne open die voor oudjaar bestemd was. In Nederland zijn we afgemeten. Het eten is in Nederland op een gegeven moment op. In Oekraïne is het nooit op. Je kunt altijd blijven eten.”

Dat koken doet schrijver Lisa Weeda ook om de zinnen te verzetten, om haar gedachten even weg te voeren van de oorlog in het geboorteland van haar oma, naar wie ze haar debuutroman Aleksandra vernoemde. Weeda werd in december door de Volkskrant uitgeroepen tot het literaire talent van 2022 en haar boek was genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. En dan staat het ook nog in de top van de bestsellerlijsten. “Sinds de invasie verkoopt het als een tierelier”, zegt Weeda met ­enige schroom. “Belachelijk. Er zijn er nu meer dan 20.000 van verkocht, waarvan driekwart na de inval.”

Aleksandra beslaat een eeuw Oekraïense geschiedenis, van de jaren 1930, waarin de boerderij van haar overgrootvader door de Sovjets werd onteigend, tot de in 2014 begonnen oorlog in de Donbas, waarin haar oom werd doodgemarteld. Het beginpunt was de tocht van haar eigen, nog steeds levende oma Aleksandra (97), die in de Tweede Wereldoorlog als Ostarbeiterin in een fabriek in Frankfurt werd tewerkgesteld en van daaruit in Nederland terechtkwam.

Praten wilde Aleksandra eigenlijk niet, over haar geschiedenis. “Ik heb ontzettend aan haar moeten trekken. In het begin was ze chagrijnig als ik weer vragen begon te stellen. Ik vroeg haar om het dorp te beschrijven waar ze was geboren. Dan zei ze: ‘Er was een molen, van hout, we hadden paarden, er was maïs en we hadden een huis.’ Ik vroeg dan: hoe zag dat huis eruit? Wist ze niet meer. Dan ging ik op zoek naar foto’s van huizen uit die tijd, de foto’s liet ik haar zien. Had ze een bedkachel? Hing er een wandtapijt? Het slaat nergens op, want ik had het ook gewoon kunnen verzinnen, of invullen, maar ik wil alles altijd zo precies mogelijk weten.”

Je moeder noemde je ‘een serieus kind’ dat overal induikt, of het nu voetbal is, archeologie, de Tweede Wereldoorlog of de geschiedenis van het land van je grootmoeder.

“Ja, ik verdwijn erin. Mijn overgrootvader was een Don-Kozak, en zo zat ik dan dagenlang Russische pdf’s van obscure websites over Don-Kozakken-nederzettingen te lezen. De Don-Kozakken waren vrijbuiters, die niet aan een overheid wilden gehoorzamen en door de Sovjets werden onderdrukt. Hun symbool, een wit hert met een gouden gewei en een pijl in de rug, gewond en sterk tegelijkertijd, heb ik steeds laten terugkeren in dit boek.

“Toen Aleksandra uitkwam, heb ik het hert achter mijn oor laten tatoeëren. De naam van mijn oma staat in het Russisch op mijn onderarm. En ik twijfel nog over een tatoeage van het symbool van het onafhankelijke Oekraïne, de drietand. Maar het tatoeëren doet wel gewoon pijn, en zo. En ik weet niet zo goed waar ik ze moet zetten, ik denk ergens waar de douane ze niet kan zien, mocht ik ooit nog naar Rusland willen.”

Is dat prettig, verdwijnen in de research?

“Ergens wel. Ik ben voor dit boek in Sint-Petersburg, Moskou, Charkiv, Kiev, Odessa, Gori – het geboortedorp van Stalin in Georgië – en in Frankfurt geweest. Ik heb de reis van mijn oma in omgekeerde richting afgelegd: eerst per boot van Nederland naar Frankfurt, toen per trein naar Oekraïne. Alleen in de Donbas ben ik niet geweest, omdat het te gevaarlijk was. Ik heb acht jaar aan dit boek gewerkt. Op mijn computer staan tienduizend foto’s, ik heb talloze boeken gelezen, weken besteed aan het uitpluizen van levens die nooit in het boek zijn beland, veel te veel zijpaden bewandeld. Mijn redacteur zei dan: ga nu maar weer over je oma schrijven. Het is een nogal megalomaan project geweest, zeker voor een debuut. Ik had ook iets anders kunnen doen, natuurlijk. Een leuke millennialroman over al mijn lesbische zorgen.”

Dat kan altijd nog.

“Haha. Nooit.”

Een eerdere interviewafspraak werd afgezegd omdat Weeda haar oudtante Klawa moest ophalen uit Düsseldorf. Ze was eindelijk, na aanhoudend aandringen door familie, gevlucht uit Odessa. “Met een aantal familieleden besloten we haar elke dag om beurten berichtjes te sturen, te zeggen dat ze daar weg moest. Een tocht naar Moldavië mislukte. Veel was onduidelijk, het blijft een Oekraïense familie, ze zeggen vaak niet precies wat er aan de hand is.

“Mijn oudtante kwam uiteindelijk aan in Düsseldorf met één zware koffer en een paar plastic tassen vol eten: tomaten, brood, boter, grillworst, een theekan met kopjes. In de trein heeft ze een broodje voor me gemaakt. Ik vertelde dat een droeg, dat is vriend in het Russisch, ons zou komen ophalen van het station in Utrecht. Hoopvol vroeg ze: ‘Een droeg? Of een droeg-droeg?’ Nee, gewoon een vriend, zei ik.

“Die vragen houden nooit op, ze blijven hopen dat ik ooit met een man zal trouwen. Ik denk vanuit de wens dat ik een voorspoedig leven zal hebben. In Oekraïne ben je de lul als je queer bent, dan word je gediscrimineerd. Dus die vragen zijn goedbedoeld. Mijn oudtante logeert nu bij de zus van mijn moeder. Ze blijft tot de oorlog voorbij is, daarna wil ze terug.”

Heb je je afgevraagd wat jij zelf had gedaan, als je in Oekraïne had gewoond?

“Zeker net na de invasie was ik daar erg mee bezig. Op de middelbare school heb ik lang getwijfeld of ik bij de marine wilde, om op vredesmissies te gaan. Zeker toen mijn gedroomde carrière als profvoetballer niet doorging. Ik voetbalde in de selectie van de KNVB (Nederlandse voetbalbond, red.) en wilde – ik durf het nu bijna niet meer te zeggen – de nieuwe Marc Overmars worden. Maar ik kreeg een blessure, mijn ene heup zat hoger dan de andere, en daar was niks aan te doen.

“Daarna wilde ik beroepsmilitair worden, want ik was van jongs af aan geïnteresseerd in oorlogen en conflicten. Vanaf mijn tiende begon mijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog. Andere kinderen hielden hun spreekbeurt over hamsters, ik over Buchenwald. Het waren de gruwelijkheden die me het meest interesseerden, ik denk omdat ik niet kon – en kan – begrijpen hoe mensen tot dit soort dingen in staat waren, en daar wilde ik graag iets tegen doen, iets concreets, met mijn handen.

“Dus om je vraag te beantwoorden: ik zou blijven. En ik zou me hebben aangemeld voor het leger. Al is het ook ontzettend suf om dit te zeggen achter een cappuccino in een café in Utrecht. Maar ik denk echt dat het waar is. Wat ik nu zo ingewikkeld vind, is dat ik alleen maar kan toekijken. Ik schrijf en praat over de oorlog, maar ik kan niks doen.”

BIO

• geboren op 25 januari 1989 in Rotterdam

• schreef in 2016 De benen van Petrovski

• publiceerde in 2018 het fotoboek Oselyata

• creëerde in 2019 de virtual­reality-installatie Rozsypne

• werd voor haar debuutroman Aleksandra (2021) voor de Boekhandels­prijs genomineerd en haalde de shortlist van de Libris Literatuurprijs

Je was na het begin van de invasie een paar keer op tv, bij talkshow M. Je beste vriend Floor zei dat jullie na de laatste keer tegen elkaar zeiden: ‘Dit niet meer.’ Waarom?

“Ik zat er voor de menselijke noot, zeg maar. Om te vertellen hoe mijn familie in Oekraïne eraan toe was, als de emotionele spil van die talkshowtafel. Het had niets te maken met mijn werk als schrijver. Voor de uitzending gebeurden er interessantere dingen dan tijdens. In een dagboek voor de krant NRC beschreef ik hoe een Kamerlid vóór de uitzending aan tafel besprak hoe mensen bakken met geld hadden verdiend door short te gaan op de Oekraïense economie.

“Het is toch frappant dat iemand die in een uitzending erg betrokken lijkt bij de slachtoffers van de oorlog, buiten de uitzending iets heel anders laat zien? Fascinerend, vond ik dat, hoe je zo laconiek kunt zijn over zoiets ernstigs.

“De man om wie het ging (D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma, red.) stuurde me kort daarna een lang, aardig appje. Ik denk dat hij wel geschrokken was. Het gaat me niet om hem, het gaat mij om de houding, dat we überhaupt op zo’n lacherige of ironische manier over de oorlog kunnen praten. Als ik kijk naar de houding van Nederland, dan vind ik ons laconiek, lethargisch. In het bijzonder mijn eigen generatie.

“Wat ik mooi vind aan Oekraïne, is dat er zo veel vechtlust is – niet op een eng nationalistische manier, maar ze zijn daar bereid te vechten voor politieke idealen, voor hun land. Een paar jaar geleden waren een paar van mijn Oekraïense vrienden hier in Utrecht, we zaten in een bar en praatten over politiek, een paar uur achter elkaar. Daarna vroeg de barman aan mij hoe ik het in godsnaam volhield om zó lang over politiek te praten. Ik snap juist niet hoe je het allemaal zo makkelijk van je kunt laten afglijden.”

‘Ik snap dat we ons niet in een oorlog willen storten, want dat is doodeng, maar een beetje meer pijn lijden zou niet erg zijn.’ Beeld Eva Roefs
‘Ik snap dat we ons niet in een oorlog willen storten, want dat is doodeng, maar een beetje meer pijn lijden zou niet erg zijn.’Beeld Eva Roefs

Jij denkt: hoe kun je in hemelsnaam de hele avond níét over politiek praten?

“Een beetje wel. Al maak ik heus wel grappen, ik misdraag me ook weleens en ik hou gewoon van dansen en bier drinken, maar ik mis hier echt de bevlogenheid. Mijn Oekraïense vrienden noemen het bored Europe. We zijn zo verveeld geraakt met al onze vrijheden dat we ze voor lief nemen. We zijn met onszelf bezig. Het eigenbelang moet beschermd worden, met tot gevolg dat alles wat over het grotere geheel gaat, wordt weggeduwd. Voor mijn generatie gaat het om selfcare, om financieel zelfredzaam zijn, om er goed uitzien, een fijn sociaal leven, een baan waar je je goed bij voelt. En alles wat dat zou kunnen bedreigen, brengt mensen zo van de wijs dat ze nog meer naar binnen keren.

“Misschien ben ik te boos om wat er in de wereld gebeurt. Het zou, in mijn geval, misschien wel wat minder kunnen. Het is niet per se goed voor je bloeddruk. Maar ik stoor me aan de bullshitgesprekken van leeftijdgenoten.”

Wat vind jij een bullshitgesprek?

“Ik was vorige week bij een concert in Amsterdam, en daar stond een groepje dat vrij veel plek in de zaal bezet hield. Een van die jongens zei dat ze nog wat breder moesten gaan staan, zodat er straks nog een vriend bij zou kunnen. Dat zag ik als een metafoor voor een hele levenshouding: als ik maar genoeg plek reserveer voor mij en mijn vrienden, anderen boeien me niet. Ik stoor me aan de gesprekken over olie en gas, over het lager zetten van de kachel, over de dure zonnebloemolie. Is dat echt je grootste zorg? Dat maakt me boos, ja.”

Hoe kijk jij naar de analyses en naar onze deskundigen die deze oorlog duiden?

“Wat ik best eng vind, is dat dit conflict zo geopolitiek is geworden. Het is zogenaamd rationeel om te zeggen dat we niet moeten escaleren, maar tegelijkertijd zijn er berichten over tienduizenden doden in het belegerde Marioepol. Aan de rand van Europa worden mensen uitgemoord, verjaagd. Mensen zoals mijn oom Kolja, die is gemarteld en vermoord. Mijn oom krijg ik niet terug met sancties of met diplomatieke taal. Ik snap dat we ons niet in een oorlog willen storten, want dat is doodeng, maar een beetje meer pijn lijden zou niet erg zijn, bijvoorbeeld door te stoppen met het importeren van Russisch gas.

“Hoe meer je met geopolitiek bezig bent, hoe meer je emotioneel verwijderd raakt van wat er daadwerkelijk aan de hand is. Je verliest het menselijke uit het oog. Dat menselijke, dat is waar mijn boek over gaat.”

Op welke praktische manieren ben je sinds de Russische inval met Oekraïne bezig geweest?

“Ik ben binnen een netwerk van Oekraïners bezig met het organiseren van informatieavonden. Ik heb twee vluchtelingen, een moeder en een dochter, in huis genomen, en een hond, die de hele dag blaft. Een vriendin van mij uit Kiev plaatste een oproep op Instagram en vroeg wie een opvangplek voor ze wist. Ik zei: kom maar. Niet echt over nagedacht. Ik heb een driekamerwoning. Zij bivakkeren in mijn slaapkamer, ik slaap in een eenpersoonsbed op mijn werkkamer. Dat is het meest praktische wat ik heb gedaan, en het is fijn, beter dan de hele dag Twitter lezen en verdrietig zijn. Maar het is ook gek. Zij zijn bang, want de vader van het gezin is nog in Oekraïne, ze zijn getraumatiseerd, ze voelen zich schuldig omdat ze in mijn huis zitten. Al zijn er ook relatief goede dagen, we hebben samen Pasen gevierd, bijvoorbeeld.

“Zelf heb ik het gevoel dat ik behalve die kamer weinig kan bieden. Ik kan de oorlog niet voor ze oplossen. Dus het is moeilijk. Niemand wil deze situatie, en dat is een gekke voorwaarde om samen in een huis te zitten. Ik ga vaak de deur uit, naar mijn vriendinnetje of mijn vrienden. We zoeken nu naar een andere plek, een zelfstandige ruimte. Ik had iets voor ze gevonden in Amsterdam, maar daar zit nu iemand in met een relatiecrisis. Die dingen gaan ook door, hè? Ik denk dan: jezus, kun je niet even ergens anders gaan zitten met je relatiecrisis? Wat natuurlijk óók nergens op slaat. Het leven staat voor mij bijna stil, maar ik kan niet van de rest van de wereld verlangen dat ze hun problemen een paar maanden op pauze zetten.”

In een radioprogramma werd je vorig jaar gevraagd naar de ramp met MH17 (vliegtuig dat in de zomer van 2014 neerstortte in oostelijk Oekraïne, nadat het was getroffen door een luchtdoelraket, red.) Je zegt dan: ‘Ik ga me daar niet politiek over uitlaten, maar er werd een Buk-raket de lucht in geschoten en een vliegtuig met 298 mensen erin stortte neer.’ Waarom formuleerde je zo voorzichtig?

“Het was mijn eerste grote interview. Maar als je kijkt naar het onderzoek van Bellingcat over MH17, waar ik in dit geval het meest op vertrouw, kun je ervan uitgaan dat het lanceren van die raket een Russische handeling was.”

‘Mijn vrienden zeggen ze dat ik niet zo chagrijnig moet doen, dat het ook weleens over iets anders mag gaan. Ik denk dat dat een goed advies is.’ Beeld Eva Roefs
‘Mijn vrienden zeggen ze dat ik niet zo chagrijnig moet doen, dat het ook weleens over iets anders mag gaan. Ik denk dat dat een goed advies is.’Beeld Eva Roefs

Waarom vond je dat moeilijk om te zeggen in een interview?

“Ik vind het een gevaarlijke tijd voor politieke uitspraken, omdat je zo snel in een kamp wordt geduwd. Ik heb een virtual-reality-installatie gemaakt over een oude vrouw die in een Oekraïens dorp woont waar de neus van MH17 neerstort. Toen die film op een festival in België werd getoond, kreeg de organisatie een mail waarin stond dat ik anti-Russische propaganda maakte.

“Dat soort dingen gebeuren en ik vind dat eng omdat mensen vaak een mening vormen zonder dat ze iets begrijpen. Een paar jaar geleden schreef ik een opiniestuk over de verrechtsing onder homoseksuelen, vooral onder oudere witte mannen. Ik ben drie dagen compleet gelyncht op het internet. Ik moest met mijn D66-bakfiets oprotten naar Syrië, daar zouden ze mijn gore lesbische hoofd er wel afhakken. Ik stem niet eens D66. In wat voor tijd leven we, dat het normaal is om afgemaakt te worden als je je mening uit? Daar ben ik dus voorzichtiger mee geworden.”

Heeft de angst om je politiek uit te laten ook iets met je eigen familie te maken? Je hebt pro-Russische en prowesterse familieleden, de politieke breuklijnen lopen dwars door de familie.

“Op een verjaardag van mijn oma ontstond ruzie, doordat een van haar zussen zei dat de Russen alleen maar goede dingen deden. De familie in Odessa is pro-Europees. De familie in de Donbas is pro-Rusland, en de enige daar die niet ­expliciet pro-Rusland was, mijn oom Kolja, is dood.

“Hij had een witgoedhandel, en toen de leiders van de nieuwe Volksrepubliek bij ondernemers begonnen aan te kloppen om geld te vragen, weigerde hij. Hij bewoog niet mee. Het laatste wat we weten is dat hij na een bezoek aan zijn nichtje in de auto stapte, er twee mannen bij hem zijn ingestapt en hij nooit meer levend is gezien. Drie maanden later is hij teruggevonden, vlak bij zijn huis, gemarteld en onherkenbaar.”

Je moeder zei dat je tijdens het schrijven van Aleksandra steeds verdrietiger werd.

“Ik denk dat dat klopt, ja. Ik heb lang gewacht met het schrijven van de stukken die na 2014 spelen, die bleef ik maar uitstellen. Ik had wel het beeldonderzoek gedaan over die oorlog in de Donbas, wat vooral inhield dat ik dagenlang naar gruwelijke foto’s heb gekeken. Ik had het idee dat ik het moest zien om erover te kunnen schrijven. Het schrijven over Kolja was het zwaarst, om mijn oom in een kamer te zetten met een commandant, wetende dat hij het niet zou overleven. Ik schreef het huilend. Ik heb lang getwijfeld om die martelscène ook te schrijven, maar dat heb ik niet gedaan. Ik vond dat ik het Kolja niet kon aandoen. En ook mezelf misschien wel niet.”

Was de nabijheid van dit verhaal een belemmering bij het schrijven?

“Ik heb het lang echt als schrijver aangepakt, ik benaderde het technisch, als een puzzel. Werkt dit? Is de functie van deze scène goed? Zo was ik bezig, het was niet mijn familie. Pas bij de laatste versie heb ik het helemaal achter elkaar gelezen. Toen ineens kwam het dichtbij.”

Heb je contact met je pro-Russische familieleden?

“Veel minder dan met de familie in Odessa. Er is één nichtje met wie ik weleens app. Dan vraag ik hoe het gaat, en dan zegt zij dat alles prima gaat. Althans, dat wás zo. Het wordt nu wel iets minder rooskleurig, nu de situatie daar steeds dreigender wordt. Ze vertelt nu weleens dat terroristen iets in brand hebben gestoken, doelend op het Oekraïense leger. Maar daar ga ik niet op in, want het heeft geen zin. Terwijl ik de woede wel voel, natuurlijk. Ze worden ontzettend voorgelogen.”

Je moeder vertelde dat toen jullie samen voor het eerst naar Oekraïne gingen, jij uit het vliegtuig stapte en zei: ‘Ik ben thuis.’

“Ja, dat was echt zo. Je stapt in Odessa uit op een vervallen vliegveld, en daar staat je familie, met bloemen, je wordt meteen omhelsd. In Nederland raak ik mijn familie zelden aan. Ze waren ongekend warm. Ik ben niet emotioneel aangelegd, misschien vond ik het daarom zo fijn. Ik voelde me onderdeel van een familie, er is daar een soort gastvrijheid die in Nederland gewoon niet bestaat. Is dit abstract? Het is moeilijk om het gevoel goed aan je uit te leggen, merk ik.”

Heb je ooit overwogen om er te gaan wonen?

“Ik heb getwijfeld of ik in Kiev wilde wonen, maar het past uiteindelijk niet. Mijn familie is leuk en lief, maar het moeilijke aan een Oekraïense familie is wel dat ze uiteindelijk allemaal hopen dat ik met een man thuiskom. In 2018 reisde ik met mijn toenmalige vriendinnetje naar Odessa, en daar noemde ik haar niet mijn vriendinnetje, ik noemde haar bij haar naam. Het was een raar gevoel, alsof ze op die plek ineens niet meer bij mij mocht horen. Ik hield haar hand niet vast waar mijn familie bij was.

“In Kiev is de sfeer wel opener, er is elk jaar een Pride, maar openlijk homoseksueel zijn is controversieel. En ik ben geen militante lesbienne die daar de hele tijd ruzie over wil gaan maken. Toen mijn oudtante een keer in Nederland op bezoek was, en ik tijdens een verjaardagsdiner vertelde dat ik met mijn vriendinnetje zou gaan samenwonen, zei ze: ‘Samen­wonen met een vrouw?! Ik heb geen honger meer.’ Mijn moeder zei: ‘O ja? Dan ga je toch weg?’ Hier in Nederland gelden onze regels, daar is mijn moeder stellig in. Maar in Oekraïne bestaat dat deel van mij niet. Dat is soms ingewikkeld.”

Lisa Weeda studeerde af aan de kunstacademie met een performance waarvoor ze, naar Oekraïens gebruik, acht glazen wodka binnen een kwartier achteroversloeg. Ze kreeg een 9. Daarna maakte ze virtual-realitykunst, en een literair programma, en nu is ze bezig met de voorbereidingen voor een nieuw interactief literair project over conflicten in pro-Russische schaduwrepublieken. Een nieuwe roman zal – waarschijnlijk – gaan over haar vaders kant van de familie.

Weeda: “Dat wordt een verhaal over mensen die moeite hebben om hun plek op te eisen, over hoe schuldgevoel en schaamte van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven. Ik denk dat ik van mijn vader die schaamte en schuld heb meegekregen. Ik zit hier nu wel, met mijn boek, met m’n bestseller, maar het voelt geen moment alsof ik daar recht op heb. Ik heb het idee dat mijn vader hetzelfde in elkaar zit, dat is iets wat ik zou willen onderzoeken. Hard willen werken, altijd de beste willen zijn, en je het leed van de wereld nogal aantrekken. Dat hebben mijn vader en ik gemeen. We vinden allebei dat we alles altijd zelf moeten oplossen. Terwijl: zo zit het leven niet in elkaar.”

‘Lisa trekt zich het lot van de hele wereld aan’, zei je moeder.

“Ja, daar moet ik echt mee ophouden. Ik heb vanochtend de therapeut gebeld. Serieus, geen grap. Ik dacht: dit gaat helemaal niet goed. Ik ben alleen maar met die oorlog bezig. Van kinds af aan ben ik al zo, ik lag wakker van foto’s uit de Tweede Wereldoorlog, foto’s van lichamen in een treinwagon. Maar je hebt er niks aan, je moet af en toe een biertje drinken en grappen maken. Misschien iets meer bored Europe worden dan ik nu ben. Het is te veel. Ik ben de hele dag boos, en dat is niet gezond. Het komt erop neer dat ik niet per se aardiger word van deze oorlog.”

Zeggen je vrienden dat ook?

“Jawel. Dan zeggen ze dat ik niet zo chagrijnig moet doen, dat het ook weleens over iets anders mag gaan. Ik denk dat het een goed advies is. Wat goed dat mijn moeder dat zei, trouwens. Nice.”

‘Ik stoor me aan de bullshitgesprekken, over dure zonnebloemolie en over het lager zetten van de kachel. Is dat echt je grootste zorg?’ Beeld Eva Roefs
‘Ik stoor me aan de bullshitgesprekken, over dure zonnebloemolie en over het lager zetten van de kachel. Is dat echt je grootste zorg?’Beeld Eva Roefs

Was er thuis vroeger veel aandacht voor de ellende in de wereld?

“Mijn ouders namen mij en mijn broer als kinderen mee naar Duitsland en Polen, naar Auschwitz en Buchenwald. Dus ja, daar was veel oog voor. Mijn vader en ik kunnen tijdens een etentje samen huilen om de ellende in de wereld. Hij is slavist, hij heeft de literatuur er bij ons in geramd. En hij was nogal streng, als ik een 8 haalde op het gymnasium, zat een 9 er ook wel in, vond hij. Dat was de vibe.

“Mijn moeder was anders, van haar mocht ik best een keertje spijbelen, gym overslaan was geen probleem. Uiteindelijk zijn mijn ouders gescheiden toen ik 21 was. Ze hadden veel eerder uit elkaar moeten gaan, geen idee waarom ze zo lang hebben gewacht. Als puber had ik wel door dat mijn ouders uit elkaar waren gegroeid. Zelf wilde ik graag het huis uit, de wijde wereld in. Ik ben queer, en in Dordrecht is er op dat gebied niks te doen. Maar ik wilde ook gewoon mijn eigen leven kunnen leiden, eindelijk wasverzachter kunnen kopen, want dat deden mijn ouders niet. Zachte handdoeken uit de was. Héérlijk.”

Ga je je vader interviewen zoals je dat ook bij je oma hebt gedaan?

“Ja. Ik wil dit voorjaar met mijn vader gaan praten, hem interviewen over zijn jeugd. Ik vermoed dat zijn vader ook zo in elkaar zat als wij. En ik weet dat hij een overgrootmoeder had die gasmunten spaarde, net zo lang tot ze er genoeg had om zichzelf te vergassen. Ik heb al zo’n Schiedamse gasmunt gekocht op Marktplaats. Ik zou bij haar kunnen beginnen, en dan eindigen bij mezelf, bij mijn eigen gevoeligheid voor het lot van de wereld, mijn neiging mezelf te vergeten, mijn neiging tot zwaarmoedigheid. Het is nog maar een idee.

“Dat presteren van mij, dat doe ik eigenlijk ook voor hem. Ik wil mijn vader graag laten zien dat ik het goed doe. Mijn grootste nachtmerrie over mijn roman was dat mijn vader hem slecht zou vinden. Dat droomde ik echt, ik werd huilend wakker. Insane.”

Zei je dat tegen hem?

“Ja, dat heb ik wel gezegd. Hij vond het boek trouwens mooi. Gelukkig. Bij de boekpresentatie vroeg een vriendin van mij aan hem of hij trots was. Nou, trots, dát zou hij niet zo gauw zeggen. Dat is blijkbaar iets heel moeilijks.”

Ziet je oma zichzelf eigenlijk als Rus, ­Oekraïner, Don-Kozak of Nederlander?

“Daar heb ik het nooit met haar over gehad. Ik denk dat die identiteitsvraag haar niet bezighoudt, dat is echt iets van deze tijd. Zij is Oekraïens, met Russisch bloed, en haar vader was een Don-Kozak. Wat ze vooral is, is verdrietig. Want haar land is weer in oorlog. Voor de zoveelste keer.”

Wat zei je oma over het boek?

“Leuk gedaan. Je kunt mooi schrijven.”

Lisa Weeda, ‘Aleksandra’, De Bezige Bij, 352 p., 22,99 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234