Donderdag 29/10/2020

interviewJérémie Renier

Aan de haal met de zaak-Wesphael in ‘L’Ennemi’: ‘Ik heb mezelf in gevaar gebracht’

Belgische acteur Jérémie Renier in de fictiefilm 'L’Ennemi', gebaseerd op de zaak-Wesphael.Beeld rv

Dit weekend zijn op Film Fest Gent een potentiële vrouwenmoordenaar en een kindermisbruiker te gast. Of toch de Belgische topacteur die hen dapper belichaamt in L’Ennemi en Slalom: Jérémie Renier, lieveling van de broers en regisseurs Dardenne. Vooral de eerste film, gebaseerd op de zaak Bernard Wesphael, veroorzaakt deining.

Het is eerder zeldzaam dat een Vlaams cultureel evenement stof doet opwaaien in Wallonië – en vice versa –, maar dit jaar is er bij onze Franstalige landgenoten uitzonderlijk veel aandacht voor Film Fest Gent. Dat heeft alles te maken met L’Ennemi, de nieuwe langspeler van Stephan Streker (Noces) die er vandaag in première gaat. Een fictiefilm, maar wel eentje die opvallende gelijkenissen vertoont met een van de meest gemediatiseerde gerechtelijke soaps van het laatste decennium: de zaak-Wesphael.

Voormalig Waals politicus Bernard Wesphael was altijd al een veelbesproken figuur, een enfant terrible binnen zijn eigen partij Ecolo. Maar zijn turbulente pad in de politiek werd later compleet overschaduwd door zijn nog stormachtigere privéleven. Op 1 november 2013 werd de Luikenaar aangehouden op verdenking van de moord op zijn echtgenote Véronique Pirotton. Wesphael had haar naar eigen zeggen levenloos aangetroffen in de badkamer van het Oostendse hotel waar ze het weekend doorbrachten, maar vloog als verdachte wel tien maanden in voorhechtenis in de gevangenis van Brugge. Op 26 augustus 2014 kwam hij vrij onder voorwaarden, en twee jaar later werd hij definitief vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs – een groot contrast met de publieke opinie, die hem allang schuldig had verklaard. Deze week nog ontving Wesphael 83.000 euro schadevergoeding voor zijn nodeloos lange verblijf in de gevangenis.

In L’Ennemi vertolkt de grote Franstalige acteur Jérémie Renier (vooral bekend uit de films van de broers Dardenne) Louis Durieux, een rebelse politicus die in Oostende wordt aangehouden nadat zijn vrouw dood wordt aangetroffen in hun hotelkamer. Dat het personage op Wesphael geïnspireerd is, lijdt geen twijfel. Maar fysiek is er geen enkele gelijkenis. Met zijn blonde haren en blauwe ogen lijkt Renier zelfs bewust gecast om zo weinig mogelijk aan de donkere Wesphael te herinneren. “Ik heb inderdaad niet geprobeerd om op hem te lijken”, beaamt Renier aan de telefoon. “Meer zelfs: regisseur Stephan Streker heeft me ook uitdrukkelijk gevraagd om me niet in de zaak te verdiepen. Ik heb me enkel gebaseerd op het scenario dat Stephan had geschreven. We hebben samen een personage gecreëerd, en probeerden ons in te beelden wat hij doormaakte. We waren niet geïnteresseerd in de feiten, wel in het thema: hoe vernietigend de liefde kan zijn. Hoezeer ze ons de controle kan doen verliezen. Hoe iets dat zo mooi begint, ons kan kapotmaken.”

De film laat in het midden of Durieux zijn vrouw gedood heeft of niet. Weet hij het zelf eigenlijk?

Renier: “Hij weet het niet, of hij heeft het verdrongen. Het was duizelingwekkend om die onzekerheid te vertolken. De film gaat ook over die essentiële levensvragen: ‘Wie is de ander? Wie ben ik?’ We zijn altijd snel om anderen te beoordelen, en hun levens door onze eigen bril te interpreteren. Maar uiteindelijk hebben we geen idee wat er zich in het hoofd van de ander afspeelt. En dat geldt even goed voor onszelf: wie zijn wij echt? We hebben een bepaald beeld van onszelf, maar zelfs dat is vervormd.”

Als u een personage speelt dat de controle verliest, raakt u dan als acteur ook een beetje de pedalen kwijt?

“Niet noodzakelijk, maar bij deze rol is het wel gebeurd. Ik heb mezelf echt in gevaar gebracht. Het innerlijke onbehagen van Louis Durieux moest op zijn lichaam af te lezen vallen, vond ik. Want ik breng liever fysiek informatie over, dan dat alles expliciet verteld moet worden. Daarom volgde ik een streng dieet, waardoor de kilo’s eraf vlogen, en sliep ik heel weinig. Ik wilde dat mijn gezicht er getekend uitzag. Ik ben nog nooit eerder zo diep gegaan. Maar dat ik me zo aan het personage kon overgeven, zonder enige vorm van controle, was alleen maar omdat ik Stephan blind vertrouw. Het was heel uitputtend en intens, maar dankzij Stephan heb ik er toch van genoten.”

Jérémie Renier in 'Slalom'.Beeld charlie bus production

Laat zo’n rol sporen na?

“Ik heb na de opnames van L’Ennemi een hele tijd nodig gehad om fysiek te recupereren. En omdat ik wel vaker personages heb gespeeld die heel heftige dingen meemaken, was ik op een bepaald moment zelfs bang dat het mij ook psychologisch had aangetast. Ik vreesde dat mijn lichaam en geest die donkere ervaringen zouden opslaan alsof ik ze echt had beleefd. Dat was een vies gevoel, dat kan ik je wel zeggen. Maar toen ben ik met iemand gaan praten, die me zei: ‘Je lichaam maakt heel goed het onderscheid tussen wat je als acteur doet, en wat je echt meemaakt.’ Dat heeft me gerustgesteld. Ik kan dus rustig smeerlappen blijven spelen.” (lacht)

Uw personage in Slalom, de andere film die u in Gent voorstelt, is ook geen lieverdje. Fred is een skicoach die een 15-jarig meisje naar de wereldtop begeleidt, maar ook seksueel misbruikt.

“Die rol bevat inderdaad ook een enorme ambiguïteit. Fred doet strafbare en verwerpelijke dingen, maar het wordt complexer voorgesteld dan dat. Slalom wil niet gewoon oordelen, het gaat niet simpelweg over slachtoffer versus dader. De vraag is: hoe word je een dader? In welke omstandigheden kun je zo verloren lopen dat je zoiets doet?”

Een man met macht die misbruik maakt van de naïviteit en de bewondering van een jong en ambitieus meisje: het komt niet alleen in de sport voor, weten we sinds Weinstein en #MeToo. Hebt u in de filmwereld wel eens dingen gezien of gehoord?

“Ik ben nooit getuige geweest van seksueel misbruik, maar machtsmisbruik heb ik vaak genoeg gezien. Als onervaren acteur of actrice, die nog niet al te stevig in zijn of haar schoenen staat, kun je snel omvergeblazen worden door een regisseur met macht. Want als acteur moet je jezelf toch altijd een beetje aan de filmmaker overgeven. Dat is iets heel intiem, en dan kan je snel platgewalst raken. Ik heb het in mijn carrière al verschillende keren meegemaakt.”

Toch niet bij de broers Dardenne, mag ik hopen?

(lacht) “Nee, de frères hebben een geweldig vertrouwen in hun acteurs. Ik maakte La Promesse met hen toen ik 14 was, een kind nog. Maar jaren later, toen we op mijn twintigste opnieuw samenwerkten aan L’Enfant, zeiden ze me op de set: ‘Weet je, Jérémie, van nu af aan moeten wij naar jou luisteren, in plaats van omgekeerd. Jij kent het personage beter dan wij, jij weet wat er in hem omgaat.’ Dat vond ik prachtig. Het is als een vader die zijn kind vertelt dat hij hem onvoorwaardelijk vertrouwt en hem overal zal volgen.”

Dankzij de Dardennes brak u al heel vroeg door als acteur. Hoe was het om zo jong al op het hoogste niveau mee te draaien?

“Ik was in het begin heel bang om een dikke nek te krijgen. Ik kon geen complimenten aanvaarden, uit angst dat ik erin zou gaan geloven. Als mensen me op straat aanspraken om te zeggen dat ze me graag zagen spelen, wendde ik mijn hoofd af en bedekte ik mijn oren. Ik wou het gewoon niet horen. Ik vroeg me ook voortdurend af of al die lof wel gemeend was. Want ik had zelf eigenlijk niet het gevoel dat ik iets bijzonders had gedaan in La Promesse. Het was allemaal zo natuurlijk – ook omdat de broers Dardenne bewust op zoek gaan naar ongedwongen acteerprestaties –, dat ik het bijna als een vakantie had ervaren. (lacht) Ik had dus niet het gevoel dat ik acteerde, en ik kon toen nog niet plaatsen dat mensen gewoon reageerden op die film in zijn geheel. Pas later heb ik geleerd om complimenten te aanvaarden. Het zijn energetische cadeautjes, en die neem ik nu met plezier aan.”

‘L’Ennemi’ en ‘Slalom’ zijn zaterdag op Film Fest Gent te zien, en komen binnenkort in de bioscoop.

Bernard Wesphael voelt de blikken nog elke dag

Het kan geen kwaad dat de makers van l’Ennemi het vooraf zelf benadrukken: “We waren niet geïnteresseerd in de feiten.” Want de feiten zijn in de zaak-Wesphael iets heel anders dan wat enkele Nederlands onkundige en mede daardoor slecht geïnformeerde journalisten destijds hebben aangericht in de Franstalige publieke opinie. De feiten werden op het assisenproces verwoord door professor Jan Tytgat, toxicoloog aan de KU Leuven: “De doodsoorzaak bij mevrouw Pirotton is overduidelijk een combinatie van een overdosis van 3,7 promille alcohol, 0,56 promille Citalopram en Lormetazepam.” Dit was haar zevende poging tot zelfdoding in enkele maanden. Was Bernard Wesphael die avond in die hotelkamper niet in slaap gevallen, dan had hij sneller de ambulance kunnen bellen. Einde verhaal.

Twaalf juryleden antwoordden op het eind van het drie weken durende proces allemaal “neen” op de schuldvraag en gingen achteraf op het plein voor het gerechtshof in Bergen journalisten aanklampen met de vraag om in hun verslaggeving, s’il vous plait, de 0-12-score te vermelden. Dit was een uniek proces, niet omwille van dodelijke liefde, maar dodelijke tunnelvisie bij enkele Brugse politiemensen.

Als je de debatten hebt gevolgd, word je een beetje ongemakkelijk van het idee achter l’Ennemi. Bernard Wesphael voelt die blikken in zijn rug nog dagelijks. Hij is met zijn hoop op rehabilitatie uiteindelijk bij Netflix beland. De serie, die wél is gebaseerd op feiten, alleen feiten, is gepland voor eind dit jaar. (DDC)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234