Zaterdag 16/01/2021

ReportageSportweekend

60 jaar ‘Sportweekend’: ‘Wij waren de beste sportredactie van West-Europa’

Mark Uytterhoeven vroeger – in ‘Sportweekend’ – en nu – bij een terugblik op het 60-jarige sportprogramma.Beeld VRT

Het journaal en Het weer zijn nog wat ouder, maar ook Sportweekend is al decennia een vaste waarde op zondagavond. Nu het programma zestig kaarsjes mag uitblazen, kijkt Eén terug op de geschiedenis van het programma. De Morgen vroeg zes tenoren naar het geheim achter het succes. ‘Wij waren de beste sportredactie van West-Europa.’

De beginjaren

Mark Uytterhoeven: “Ik keek waarschijnlijk al naar Sportweekend in 1966. Sportweekend was alles voor mij. Je moet weten dat het nog de tijd van de antennes was. Mijn vader heeft onze eerste televisieantenne nog zelf gemaakt van gordijnrails. Als we daarmee de Franse omroep wisten te ontvangen, kwam de hele buurt kijken, want ‘de Walter héé Rijsel op den tv’.

“Gek genoeg zag je in Sportweekend heel weinig. Je zag een bal de goal in vliegen, maar je wist niet hoe die vertrokken was. De cameramensen mochten maar drie of vijf minuten beeld schieten, omdat film zo duur was.

“Het mooiste vond ik wanneer ze bij een topmatch een camera achter de goal plaatsten, die dan in vertraagde opname filmde. Dan hadden ze de goal wél goed in beeld en zag je de bal prachtig door het net begeleid worden. Dat speelde ik thuis na met een ballon om ook dat vertraagde effect te hebben.

Pol Jacquemyns was toen dé figuur van Sportweekend. Die zat in de studio en vertelde alle wedstrijden waarvan er geen beeld was na, zowat alle wedstrijden op één of twee na dus. Dan begon hij uit te leggen hoe die match verlopen was en bij een kopbaldoelpunt bewoog hij zijn hoofd alsof hij de bal er zelf inkopte. (lacht) Fantastisch.”

Zwemmen of verzuipen

Dirk Abrams: “Opleidingen bestonden nog niet. Ik ben één keer met Dirk De Weert meegegaan en de week daarop werd ik al alleen met een cameraploeg op pad gestuurd. Je werd in het water gegooid en dan was het zwemmen of verzuipen.”

Ivan Sonck: “Ik ben op de toenmalige BRT begonnen op 15 maart ’71. Ik herinner mij die datum omdat op die dag Jean-Pierre Monseré, een heel talentrijke wielrenner, om het leven is gekomen op een kermiskoers. Ik mocht mee op reportage met Hugo Symons. Dat vergeet je nooit meer.

“Het tweede deel van mijn opleiding kwam enkele dagen later. De toenmalige baas Wim de Gruyter wandelde met mij naar de tv-studio, vroeg mij aan het presentatortafeltje te gaan zitten en zei: “Daar en daar staan camera’s. Wanneer het rode lampje begint te branden, is het aan jou.”

Carl Huybrechts: “Voor mijn eerste opdracht mocht ik in ’74 dubbellopen met Ivan Sonck. Ik mocht met hem naar een rallycross in Opgrimbie. Wij werden door de organisatoren ontvangen in een soort feesttent. Je moet weten: ik had op dat moment geen nagel om aan mijn gat te krabben. Daar stonden copieus gedekte tafels met heerlijke koude schotels en die mannen zeiden: eet iets, want straks is het te laat. Het water stond in mijn mond en ik wilde aanschuiven, maar Sonck hield mij tegen en zei: “Kijk, dat proberen ze nu overal. Daar mag je nooit op ingaan.” (lacht) Ik voel mijn maag nog rammelen.”

Ivan Sonck, volgens Uytterhoeven de eerste die humor in in het promma stak.Beeld één

Uytterhoeven: “Ik mocht, zeker in het begin, nooit naar het voetbal of naar de koers, mij stuurden ze naar het rugby met het idee: geef dat aan Uytterhoeven, die maakt daar nog iets van. Ik was zo tevreden toen ik eindelijk eens naar een voetbalwedstrijd mocht, Lokeren-Beringen op vrijdag denk ik. Ik weet nog dat Jacques Pijpen toen tegen mij zei: “Lokeren-Beringen? Zijt ge gestraft of wa?” (lacht)

“Pas in december ’82 ben ik beginnen te presenteren. Het was die zomer wereldbeker voetbal geweest en alle vastbenoemden zaten met te veel ‘recup’. Ze hadden dus niemand meer om de sport te presenteren. Ik werd aan de nieuwsredactie voorgesteld met de woorden: “Vanavond hebben we niemand anders en dus zal Mark Uytterhoeven het doen.”

Frank Raes: “Je leert op de sportdienst improviseren en je plan trekken. Zo leer je de stiel.”

Carl Huybrechts: 'Sonck leek een smalle, klerkachtige droogstoppel, maar in zijn teksten zat altijd wel ergens een dubbele bodem of een fijne woordspeling.'Beeld VRT

Uytterhoeven: “Maar soms ga je ook geweldig de mist in. Dan zei er iemand: we komen 8 minuten te kort. Heeft er iemand een idee? Ik zei ja, ik zal wel iets maken. Geef mij alle beelden van het Europees voetbal van vorige week woensdag. Dan had ik dat op ‘Flash’ van Queen of zo gezet. Iedere keer dat je ‘flash’ hoorde, liet ik er een goal invliegen. Maar je kon niet zien hoe die goal gemaakt was, omdat alles met de muziek moest uitkomen. Dat leek echt op geen voeten. Toen ben ik op het matje geroepen bij Daniël Mortier. Ik zei: ‘Sorry, ik zag meteen dat het mislukte, maar we hadden geen tijd meer om iets anders te doen. Zo is het meestal bij mij, ofwel is het heel goed ofwel heel slecht, maar nooit de grijze lijn.’ En Daniël Mortier zei toen tegen mij: ‘Uytterhoeven?’ Ja. ‘Die grijze lijn?’ Ja. ‘Dat is wat ik hier wil.’ (lacht) Toen dacht ik: ik blijf hier niet.”

Humorprogramma

Uytterhoeven: “Ivan Sonck was de eerste die er humor in stak.”

Huybrechts: “Sonck leek een smalle, klerkachtige droogstoppel, maar in zijn teksten zat altijd wel ergens een dubbele bodem of een fijne woordspeling. Als Ivan presenteerde dan klopte ons hartje vol verwachting, want wij wisten dat hij in een of andere aankondiging met uitgestreken gezicht een geweldige grap ging lanceren.”

Uytterhoeven: “Ik herinner mij een grand prix formule 1 in Monaco. Die had standaard plaats in mei geloof ik en in België ging er dan heel wat volk naar de kust. Er was een ongeval op het circuit gebeurd met vijf formule 1-wagens die boven op elkaar lagen en Ivan Sonck komt na dat item in beeld en zegt: ‘Zoals u ziet, is de terugkeer van de kust niet zonder slag of stoot verlopen.’ Dan lagen wij plat.”

Abrams: “Ivan Sonck was een van mijn helden, maar het was toch vooral Carl Huybrechts die een frisse wind door dat programma liet waaien. Hij had een opleiding als regisseur en stak vaak visuele grappen in zijn reportages. Zo klonk er tijdens de voetbaluitslagen altijd een tubadeuntje. Op een keer stond hij daar dan na de uitslagen met zo’n tuba om zijn nek. Ik herinner mij dat mijn moeder daar echt mee weg was: “Amai, speelt die dat allemaal zelf?” (lacht)

Raes: “Carl heeft een enorme schwung aan Sportweekend gegeven.”

Abrams: “Op de sportredactie werd er hard en goed gewerkt, maar er heerste ook een losse sfeer, met veel practical jokes. Carl was daar een meester in. Het strafste dat ik hem ooit heb weten doen was in de Studio Reusens, waar onze reportages, die op film waren opgenomen, geknipt en geplakt werden. Dat moest daar dan ook ingelezen worden.”

Huybrechts: “Dat was in de jaren ’80. Video kwam toen op en film kwam in de verdrukking. Rudi Reusens voelde dat hij iets moest doen en hij had een peperdure geluidsstudio geïnstalleerd, met onder andere een geluidstafel met ontelbaar veel knopjes. Wij werden met de hele sportredactie rondgeleid en ik moest een reportage inlezen, om de mogelijkheden van de studio te tonen. Nu moet je weten, wij hadden al vaak bij Reusens ingelezen en als je haperde of stotterde, dan spoelden ze die film terug en hoorde je je eigen stem achterstevoren. Ik had mijn stem al duizend keer in teruggespoelde versie gehoord en ik kon dat redelijk goed nadoen. Dus, de hele redactie is er, Rudi Reusens zo fier als een gieter op zijn nieuwe studio, die reportage begint te lopen, ik begin te lezen (geeft een straf staaltje achterstevoren praten, red.) en je ziet Rudi Reusens verbleken en denken: hier loopt iets verschrikkelijk in de soep.” (lacht)

Ruben Van Gucht: “Ik dacht vroeger altijd – en dat was een verkeerd beeld – dat Carl en Mark vooral bezig waren met entertainment, maar in se waren het in de eerste plaats degelijke journalisten die bezig waren met het uitoefenen van hun vak en slechts af en toe een laagje entertainment aanbrachten. Of dat hebben ze mij toch wijsgemaakt.”

‘Sportweekend’-presentatoren (v.l.n.r. boven) Louis De Pelsmaeker, Ivan Sonck, Carl Huybrechts, (v.l.n.r. onder) Mark Uytterhoeven, Frank Raes en Ruben Van Gucht. Van Gucht: ‘Sportweekend is echt wel een instituut. Dat begin ik meer en meer te beseffen.’Beeld HLN

Raes: “We waren allemaal plichtsbewust. We probeerden altijd goede stukken te maken. Neem nu dat filmpje van Maradona die de bal jongleerde op de tonen van ‘Live is Life’. Ik had dat toen live in het stadion gezien, heb die beelden opgevraagd en gemonteerd en dat is toch de wereld rondgegaan.”

Sonck: “Ik ben van mening dat de sportredactie van de BRT lang de beste van West-Europa en misschien van ver daarbuiten was. Wij hadden enorm veel kwaliteit in huis, Mark en Carl, Rik De Saedeleer voor het voetbal, Mark Vanlombeek voor het wielrennen, noem maar op.”

Van Gucht: “Sportweekend is echt wel een instituut. Dat begin ik meer en meer te beseffen.”

Het mooiste

Sonck: “Waarom sport zo’n mooi onderwerp is? Ik denk wel eens dat het te maken heeft met mijn hang naar rechtvaardigheid. Mijn specialiteit is atletiek, en zeker daar is onrechtvaardigheid onbestaande. Als je als man de honderd meter in 11 seconden loopt, dan word je nooit olympisch kampioen.”

Raes: “Sport is een miniatuurweergave van de maatschappij, maar dan helderder en met duidelijke regels. Je leert ook verliezen, wat toch belangrijk is. Mijn zoontje voetbalt ook en in het begin is dat moeilijk, verliezen, maar iedereen moet het leren.”

Abrams: “Wat mij in sport enorm aantrekt zijn de verhalen. Meer nog dan de sport an sich. Dat én emoties. In een stadion kun je een aantal dingen vergeten en wordt het samenhorigheidsgevoel aangescherpt. Dat maakt sport zo mooi.”

Huybrechts: “Heb je de laatste vijftig kilometer van de Ronde van Vlaanderen dit jaar gezien? De drie favorieten Alaphilippe, Van der Poel, en Van Aert rijden voorop. Het is dus een shoot-out tussen de drie beste gunfighters van het moment. Alaphilippe rijdt tegen een motor en vanaf dan is het België-Holland, een oeroud gegeven dat bij beide volkeren nog steeds veel losmaakt en die twee gaan samen naar de streep. Dat kun je in de beste Netflix-serie niet evenaren, de spanning, de hartkloppingen, de zenuwen die dat veroorzaakt bij zovele miljoenen mensen. Qua scenario’s is sport het beste, spannendste en onvoorspelbaarste wat je kunt meemaken.”

60 jaar sportweekend. Zondag 6 december om 21u25 op één.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234