Zaterdag 28/11/2020

InterviewTommy Iommi (Black Sabbath)

50 jaar ‘Paranoid’: ‘Tegen dat mijn vrouw haar nachtcrème opgedaan heeft, heb ik een nieuwe riff’

Black Sabbath anno 1970 met van links naar rechts Tony Iommi, Bill Ward, Geezer Butler en Ozzy Osbourne.Beeld RV

Is er iemand die de iconische riffs van Paranoid, ‘War Pigs’ en ‘Iron Man’ niet kan meezingen én meespelen op luchtgitaar? Ze zijn bedacht door Tony Iommi (72), een man die op z’n 17de twee vingerkootjes verloor in de fabriek, maar desondanks uitgroeide tot één van de allergrootste gitaristen aller tijden. Met Black Sabbath werd hij in 2006 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. En vandaag is er weer reden tot vieren: Paranoid, hun tweede en wellicht beste plaat, is 50 geworden en heruitgebracht in een super-de-luxe uitvoering.

Tony Iommi is een levende legende. In zijn eentje is hij verantwoordelijk voor de sound en stijl van honderden gitaristen die na hem kwamen. Hij wordt de vader van de heavy metal genoemd. Rolling Stone zette hem op 25 in zijn lijst met Beste Gitaristen aller Tijden. In andere, meer metalgerichte lijsten staat hij zonder pardon op nummer één. Op 16 juni 1970 dook hij met Black Sabbath de Regent Sound Studio in Londen in voor de opnames van Paranoid. Amper vijf dagen later was het meesterwerk al klaar. Die prestatie wordt nog straffer als je weet dat de groep nauwelijks een song klaar had toen ze Regent Sound binnenstapten.

Op 17 juni 2016 stond Tony Iommi voor het laatst met Black Sabbath in België, op de Graspop Metal Meeting, met een tour die nogal definitief ‘The End’ werd gedoopt. Vandaag krijgen we hem aan de lijn vanuit zijn hometown Birmingham.

Meneer Iommi, de deluxe-heruitgave van Paranoid ziet er prachtig uit.

Tony Iommi: “Noem me Tony, alsjeblieft. Ik heb de nieuwe box gezien, maar ik heb zelf nog geen exemplaar. Ze hebben dus eerst aan jou gedacht, proficiat! (lacht) Maar het is natuurlijk mooi om te zien dat die plaat er na al die jaren nog altijd is, dat wat erop staat nog altijd relevant is.”

Heb je de verjaardag zelf gevierd, met een fles wijn van een goed jaar, bijvoorbeeld?

Iommi: “Die fles komt sowieso op tafel, of het nu de verjaardag van Paranoid is of niet. En als ik mijn exemplaar eindelijk in handen krijg, zal ik er nog weleens naar luisteren.”

Wanneer heb je de plaat voor het laatst integraal gehoord?

Iommi: “O God, dat kan ik me zelfs niet meer herinneren. (Denkt na) Waarschijnlijk toen we de setlist voor de vorige Sabbath-tour aan het uitvlooien waren. 2015? Valt nog mee.

“Gisteren zat ik in de auto en ze draaiden ‘Paranoid’ en ‘Iron Man’. Altijd raar als ze twee van je liedjes na elkaar draaien – heel even dacht ik dat ik misschien overleden was zonder het te weten (lacht). Maar het was om aan te kondigen dat die 50ste verjaardag eraan kwam.”

Wat gaat er door je heen als je toevallig met één van die songs geconfronteerd wordt?

Iommi: “Ze voeren me terug mee naar die tijd. Naar Regent Sound in Londen.”

Hadden jullie toen al in de gaten dat jullie iets aan het maken waren dat de tand des tijds zou doorstaan?

Iommi: “Je kunt voelen wat je wilt, maar je weet het natuurlijk pas als de tijd effectief verstreken is. Wij hielden gewoon van wat we deden en dachten niet na over wat er zou gebeuren. We keken niet eens naar morgen, laat staan naar vijftig jaar later. Wíj voelden iets, dat zeker. Bij de eerste plaat ook al: we voelden dat het juist zat, en dat het anders was. Dat zagen we als onze job: barrières doorbreken.

“De eerste plaat werd door veel mensen niet gesmaakt, omdat ze niet snapten wat de bedoeling was. Maar toen Paranoid uitkwam, snapten ze het al een beetje beter. Ze belandde overal in de top 20, hier in Engeland zelfs op nummer 1. Er was geen internet, en televisie was niet wat ze vandaag is: we moesten onze fanbase van onderuit opbouwen, via mond-tot-mondreclame.”

De eerste plaat van Black Sabbath verscheen op 13 februari 1970, en op 16 juni van dat jaar zaten jullie al in de studio voor Paranoid.

Iommi: “Dat was bijzonder snel, zeker in vergelijking met vandaag. Nu wil de platenfirma het liefst dat je zo’n drie jaar wacht, maar toen waren zíj het die aandrongen om zo vlug mogelijk weer aan het werk te gaan. Met als gevolg dat we niet genoeg songs hadden. Op een bepaald moment – we hadden echt ál onze ideeën opgebruikt – zei producer Rodger Bain tegen mij: ‘We hebben er nog eentje nodig.’ En ik dacht: God, nee. De rest sloop er stiekem tussenuit en ging in de pub een biertje drinken, ik bleef achter in de studio. Ik ben dan het eerste wat in mij opkwam beginnen te spelen, en dat was de riff van ‘Paranoid’. De engineer riep: ‘Heel goed! Als we dat tot drie minuten kunnen rekken, zijn we klaar.’ Toen de rest terugkwam, zei ik: ‘Luister hier eens naar.’ Ozzy (Osbourne, red.) kwam met een melodie, Geezer Butler schreef de tekst, en off we went.”

Twee uur van conceptie tot afgewerkte opname, wil de legende.

Iommi: “Zoiets zal het geweest zijn, ja.”

Hoe noem je dat? Goddelijke interventie? Talent?

Iommi: “Geluk, wellicht (lacht). Het zijn van die dingen die kunnen gebeuren als je onder druk staat, als het nu of nooit is. Als je weet dat je drie maanden tijd hebt, dan neem je die drie maanden. Maar we hadden niet veel tijd en het móést. Het had net zo goed iets kunnen worden waar we ons tot op vandaag voor schamen, maar het werd Paranoid.”

sabbathBeeld RV

De hele plaat is opgenomen in vijf dagen.

Iommi: “Dat lijkt nu een onmogelijke zaak, en eerlijk: dat leek het voor ons toen ook (lacht). Aan al onze andere platen hebben we langer gewerkt, en ook al zaten daar uitstekende platen bij, Paranoid is onze klassieker geworden. Zoals ik al zei: onder druk lever je vaak je beste werk af. Hoe meer tijd je hebt, hoe meer je sleutelt, hoe meer je in vraag gaat stellen, terwijl het initiële idee meestal het beste is.”

Was je, al die keren dat je de plaat hebt herbeluisterd, verbaasd over hoe hard de versies die jullie intussen live speelden, afweken van het origineel?

Iommi: “Niet echt. Ik herinner me nog goed hoe we die platen opnamen: je had geen tijd om te gaan zitten, je speelde het zoals je het op dat moment voelde. Ook op voorhand werd er nauwelijks iets afgesproken. Als we al eens drie of vier takes van een song deden, dan waren die allemaal anders. Op het podium ging het net zo. Soms speelden we het trager, soms een heel pak sneller, en ook dat hing af van hoe je het op dat moment voelde. ‘Iron Man’ werd gaandeweg bijvoorbeeld veel trager, omdat dat de song zwaarder maakte.”

In de studio was er destijds uiteraard nog geen computer of...

Iommi: “Níks was er (lacht). Onze instrumenten en versterkers, een handvol microfoons, that’s it. We zaten ook geen uren te sleutelen aan de klank of zo, nee, die moest je zelf meebrengen (lacht). Als de sound niet uit je vingers kwam, dan kon je het schudden.”

VUIL PEDAALTJE

Toen jullie in 2013 ‘13’ opnamen, zei je dat jullie de sound van de vroege jaren hadden willen recreëren.

Iommi: “En dat bleek dus onmogelijk. Maar het waren wij niet die dat wilden, maar producer Rick Rubin. Hij had me gevraagd of ik mijn versterkers van toen nog had, en ik zei: ‘Wat denk je zelf? Dat is meer dan veertig jaar geleden.’ Toen ik in de studio aankwam, had hij een muur vol versterkers voor mij klaargezet. Ik vroeg: ‘Wat is dat?’ ‘Vintage versterkers,’ zei hij, ‘uit de tijd van Paranoid’. Ik heb ze allemaal geprobeerd, maar uiteindelijk heb ik de plaat opgenomen met het spul waarop ik in die tijd speelde. Het is niet omdat iets vintage is, dat het automatisch goed klinkt.”

Was er een plan toen jullie de studio ingingen voor Paranoid?

Iommi: “We gingen een plaat opnemen, dat was het plan, verder niets. En de bijdrage van producer Rodger Bain was voornamelijk: enthousiasme. Waardoor wij enthousiaster werden. It worked, obviously.”

Je hebt een unieke sound en stijl op de gitaar en hebt massa’s gitaristen beïnvloed. In welke mate is die sound ontstaan door interactie met de mensen met wie je samenspeelde? Zou je sound bijvoorbeeld compleet anders zijn geweest mocht je bij Jethro Tull gebleven zijn, en niet teruggekeerd zijn naar Sabbath?

Iommi: “Mijn sound was er al lang vóór Black Sabbath, lang voor Earth zelfs, de eerste incarnatie van Sabbath. Een Fender Stratocaster door een Marshall, de rest kwam uit mijn vingers. Met die set-up ben ik aan de opnames van de debuutplaat van Sabbath begonnen, maar tijdens de eerste track begaf één van de elementen van mijn Stratocaster het, en moest ik gebruik maken van mijn back-upgitaar, een Gibson SG. Die had een iets vettere klank, iets geschikter nog voor Sabbath, zo bleek. And I never looked back, really. Maar geloof me, mocht ik morgen op een plaat opnieuw een Strat gebruiken, niemand zou het merken. Sound komt uit je hoofd en je vingers, zo eenvoudig is het.”

Keith Richards heeft eens gezegd: ‘Ik heb duizenden gitaren en versterkers, maar geef me twintig minuten en ik laat ze allemaal hetzelfde klinken.’

Iommi: “Exactly. Ik speel vaak samen met mijn goede vriend Brian May van Queen, en als die hier inplugt in één van mijn versterkers, dan klinkt hij niet als Tony Iommi, maar honderd procent als Brian May.”

Tony Iommi: 'Gisteren draaiden ze op de radio twee nummers van mij na elkaar. Heel even was ik bang dat ik misschien overleden was.'Beeld FilmMagic

Eén van jouw grootste invloeden was Hank Marvin van The Shadows. Ook David Gilmour van Pink Floyd nam hem als voorbeeld. Toch valt de sound van Gilmour nauwelijks met die van jou te vergelijken. Waarom moest het voor jou vooral luider en ruiger zijn?

Iommi: “Brian May is overigens ook een grote fan van Hank Marvin. Wat Marvin zo interessant maakte voor beginnende gitaristen uit die tijd – er bestond nog geen internet waar je in vijfhonderd filmpjes wordt getoond hoe je je vingers moet zetten – was dat hij melodieus en duidelijk was. En gewoon bloody damn good. Hank Marvin speelt geen noot te veel. Persoonlijk ging ik op zoek naar een meer agressieve, vervormde sound. Wellicht had dat te maken met mijn roots en de plek waar ik vandaan kom: het grimmige, industriële Birmingham.

“Het probleem was dat gitaarversterkers in die tijd allemaal heel erg clean klonken, en distortion-pedalen bestonden nog niet. Ik had wel al een treble booster op de kop weten te tikken, een pedaaltje dat mijn sound iets scherper en agressiever maakte. Op een dag, na een concert in Glasgow, kwam er een kerel naar me toe – hij speelde bij The V.I.P.’s, wat later Spooky Tooth is geworden – en die zei: ‘Geef me dat pedaaltje eens mee, ik kan het nog vuiler laten klinken.’ Een paar dagen later was hij er al klaar mee: klonk fantastisch. Ik heb dan een aantal fabrikanten aangeschreven met de vraag of ze een versterker konden bouwen met die sound, maar ze dachten dat ze die nooit verkocht zouden krijgen. Vele jaren later kreeg ik een telefoontje van fabrikant Laney: ‘Hey Tony, we snappen nu wat je bedoelde, vijftien jaar geleden.’ (lacht)

MEER DAN MOSSELEN

Rolling Stone zette je op 25 in zijn lijst met beste gitaristen aller tijden. Een juiste ranking?

Iommi: “Ik was graag nummer 5 geweest (lacht). Het varieert al eens in dat soort polls. In de ene sta ik op 25, in de andere op 1. Hangt ervan af aan wie je het vraagt. Fijn dat ik er überhaupt in sta, ik ben er trots op. Vooral op die in Rolling Stone, omdat het blad ons in de begindagen echt haatte.”

Wie zou jij op één zetten?

Iommi (denkt na): “Eric Clapton misschien. Die heeft een hoop mensen aan het spelen gezet. Jimi Hendrix uiteraard ook. Maar uit die periode kan ik er veel opnoemen. En op technisch vlak lopen er vandaag massa’s fantastische gitaristen rond. Die spelen dingen die ik in geen honderd jaar onder de knie had gekregen. Maar bij mij gaat het niet om snelheid, maar om feeling, om wat je kunt zeggen met slechts een handvol noten.”

Heb je een favoriete riff van jezelf?

Iommi (lacht): “Heb je enig idee hoe vaak die vraag me al is gesteld? En ik vind het nog altijd moeilijk om erop te antwoorden. De ene dag is het ‘Iron Man’, de andere ‘War Pigs’. Het zijn allemaal favorieten.”

In de deluxe-box die nu van Paranoid verschijnt, zit zowel de originele als de quadrophonic mix die in 1974 verscheen. Heb je daar een favoriet?

Iommi: “Doe mij maar de originele, rauwe versie, zoals ze oorspronkelijk bedoeld was. Maar het is goed dat de quadrophonic mix er nu bij zit. Leuk dat er fanatiekelingen zijn die zich daarmee willen bezighouden en ernaar willen luisteren. I like a bit of fanaticism.”

Er zitten ook twee liveconcerten uit 1970 bij de reissue: eentje in Montreux, en eentje in Brussel. Wat herinner je je daar nog van?

Iommi: “Ik wist dat je dat ging vragen (lacht). Heel eerlijk: helemaal niks. In die tijd speelden we zo vaak... Weet jij nog wat er vijftig jaar geleden op die en die dag is gebeurd? Nee, ik heb in mijn leven duizenden concerten gespeeld, en zelfs die van vijf jaar geleden kan ik met moeite uit elkaar houden. Wat het voor mij natuurlijk ook wel interessant maakt om die concerten opnieuw te horen, omdat ik er bijna als buitenstaander naar kan luisteren. We jamden vaak op het podium, en regelmatig denk ik: o God, wat deden we toch allemaal? In a good way (lacht).”

Opmerkelijk: The Rolling Stones hebben recent Goats Head Soup heruitgebracht in deluxe-uitvoering, en ook daarin zit een liveconcert uit Brussel.

Iommi: “Groepen spelen bij jullie blijkbaar hun beste concerten. Zo zie je maar, there’s more to Belgium than mussels and chocolate (lacht).

2017: Ozzy Osbourne (L) and Tony Iommi (R) tijdens de 'The End-tour.Beeld WireImage

Na de release van Paranoid hadden jullie voor het eerst geld. Véél geld. Heeft dat je leven veranderd?

Iommi: “Ik denk niet dat het ons als mensen heeft veranderd, het stelde ons gewoon in staat om de dingen te kopen die we wilden. In mijn geval was dat: een huis voor mijn ouders. In het geval van Geezer: een Rolls Royce. Dat zei hij al jaren – als grap, dachten wij: ‘Als ik ooit geld heb, koop ik een Rolls Royce.’ Een paar maanden na de release van Paranoid hoorde ik thuis een auto stoppen voor de deur. Ik deed open en daar stond Geezer, naast zijn Rolls: ‘Ik had het je gezegd, hè!’ (lacht)

“Maar nee, het geld heeft ons niet veranderd, en het is ons niet naar het hoofd gestegen. We zijn er niet egoïstisch door geworden, zijn nooit gaan neerkijken op andere mensen.”

Is er sprake geweest van een tour of enkele concerten om de vijftigste verjaardag van Paranoid te vieren?

Iommi: “Nee, ik zie ons nooit meer samenspelen in de originele bezetting. Ik zou het fijn vinden: ik speel graag live, zeker met die mensen. Maar Ozzy ziet het niet meer zitten. Heel jammer.”

Ben je met iets bezig momenteel?

Iommi: “Ik ben veel aan het schrijven, heb massa’s riffs op cd en tapes, en de laatste jaren ook op mijn telefoon. En ik ben net begonnen om wat van die dingen op te nemen in de studio.”

Oefen je nog?

Iommi: “Niet bijzonder veel. Niet meer sinds de begindagen van Sabbath, eigenlijk. Al snel begonnen we heel veel concerten te spelen, en qua oefening volstond dat wel. Ik speel nog wel elke dag, zo’n 10 tot 15 minuten. Meestal om te zien of er iets uitkomt, een riff hier, een melodietje daar. Gek genoeg komen de beste ideeën net voor ik in bed kruip. Dus heb ik een gitaar in de slaapkamer staan, en als mijn vrouw de badkamer ingaat voor haar avondroutine, speel ik wat. In de tijd dat zij haar nachtcrème heeft aangebracht, heb ik wel weer een riffje gevonden (lacht).”

Laatste vraag: zing je in de douche?

Iommi: “Nee, ik zing nooit, en daar mogen veel mensen me dankbaar voor zijn (lacht). En voor je het vraagt: gitaar spelen doe ik ook niet in de douche (lacht).

Bedankt voor het gesprek.

Paranoid Super Deluxe is nu uit bij Sanctuary.

Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234