Maandag 14/10/2019

Songwriting

2ManySongwriters: waarom schiet het aantal schrijvers per popsong de hoogte in?

Vroeger had Madonna genoeg aan één co-writer, tegenwoordig werken er tot tien mensen aan haar muziek. Beeld REUTERS

In de jaren 80 had Madonna één co-writer aan haar zijde, na de eeuwwisseling werkten er tot negen mensen aan haar nummers. En het ligt niet zozeer aan Madonna: wanneer je de hitlijsten ontleedt, springt de grote hoeveelheid namen in de credits meteen in het oog. Is het schrijven van een popsong dan niet langer een vak apart?

In 2016 nam het Amerikaanse magazine Music Week de 100 populairste singles van dat jaar onder de loep, waaruit bleek dat slechts vier nummers door één artiest werden geschreven. Uit dat onderzoek kwam nog een opvallend cijfer: in 2016 werkten er gemiddeld 4,53 mensen aan een hit. En het aantal schrijvers per song lijkt alleen maar toe te nemen. Aan ‘Galway Girl’ van Ed Sheeran werkten niet minder dan negen mensen.

Als u in de credits van een popnummer tot tien namen ziet staan, schieten uw wenkbrauwen wellicht spontaan in een kramp. In het verleden domineerden schrijversduo’s de hitlijsten: Lennon en McCartney, Jagger en Richards, Benny en Björn. Maar die tijden zijn voorgoed verleden tijd. Het is geen geheim dat grote sterren als Adele, Bruno Mars, Ed Sheeran, Selena Gomez en Beyoncé de hulp inroepen van bevriende songwriters, componisten en producers wanneer ze aan nieuwe muziek werken. Toen Beck in 2015 de Grammy Award voor beste album won ten koste van Beyoncé, ging er een meme viraal die het grote verschil tussen beide artiesten blootlegde: Beck maakte zijn plaat Morning Phase alleen, Beyoncé kreeg op haar titelloze album de hulp van maar liefst 24 verschillende mensen. Betekent dat duizelingwekkende hoge aantal co-writers dat popmuziek het product is van een popfabriek? En betekent deze evolutie het einde van de authenticiteit?

Die manier van werken is geen nieuw fenomeen. In hiphop is collaboratie altijd al een wapen en toegevoegde waarde geweest, en het is geen staatsgeheim dat Elvis Presley zijn songs niet zelf schreef. In de categorie van Elvis zijn er nog duizenden voorbeelden. Een performer hoeft nog geen componist te zijn, en toch kijkt de gemiddelde muziekfan nog steeds neerbuigend naar een artiest die zijn muziek niet zelf en/of alleen maakt. Zijn Beyoncé, Britney Spears en Ed Sheeran dan geen rasartiesten? En wat dan bijvoorbeeld ook met de Belgische revelatie Angèle, die de schrijftafel deelt met Matthew Irons van Puggy en Veence Hanao?

Dat er steeds meer muzikanten, componisten en producers aan één popnummer werken, heeft niets te maken met bedrog, zegt Thomas De Mot van Strictly Confidential, de uitgever van onder meer Oscar & The Wolf, Henri PFR en Blanche. Het is het resultaat van de veranderende muziekindustrie en de huidige tijdsgeest. “Vijftien jaar geleden was de rol van een publisher beperkt tot administratie en het voorzien van financiële middelen. Platenlabels engageerden zich destijds voor hapklare projecten als een album om dat product vervolgens zo goed mogelijk in de markt te zetten. Vandaag is de focus verlegd: artiesten willen in de eerste plaats straffe songs afleveren. Een uitgever heeft nu meer een creatieve rol en waakt, samen met de artiest, over de kwaliteit van het product. We hebben slechts één doel: topsongs uitbrengen. Als je je muziek naar een hoger niveau wilt tillen, kom je al snel uit bij samenwerkingen met andere schrijvers, componisten en producers. Daar spelen wij een grote rol in.”

In de portefeuille van een publisher zitten performers en componisten, en ook artiesten die beide zijn. “Het is onze taak om onze artiesten ook buiten hun eigen projecten aan het werk te zetten. Het maken van filmmuziek zou zo’n zijproject kunnen zijn. En als ze openstaan voor samenwerkingen koppelen we ze aan artiesten die een helpende hand zoeken”, legt De Mot uit.

Dat een muzikant ook voor anderen muziek schrijft, is geen nieuw gegeven. Al lijkt het in België nu pas boven water te komen. “Er zijn andere Europese landen waar een songschrijver even hoog staat aangeschreven als de performer van dat nummer. Van Johnny Hallyday was geweten dat hij niet al zijn muziek zelf maakte, maar daarom keek het Franse publiek nog niet neer op hem. Integendeel. In België was je altijd verdacht als je je nummers niet schreef, al heb ik de indruk dat die perceptie aan het veranderen is. Het wordt stilaan geaccepteerd dat het bundelen van de krachten een extra troef is.”

Scoutskamp

Maar hoe valt die karrenvracht co-writers per productie te verklaren? Zijn popartiesten te lui en besteden ze het werk daarom uit? Of is deze generatie simpelweg inspiratieloos? Twintig jaar geleden namen artiesten de tijd – een à twee albums – om te onderzoeken waarvoor ze willen staan, tegenwoordig wordt dat proces versneld door hen in een vroege fase te laten omringen door beginnende en gevestigde muzikanten, schrijvers en producers. Dat gebeurt steeds meer in de vorm van een writing camp. Publishers en platenlabels organiseren meerdaagse schrijfkampen waar muzikanten, componisten, producers en top-liners (iemand die gespecialiseerd is in melodieën) songs schrijven in opdracht van een artiest. Rihanna maakt daar gulzig gebruik van, en het fenomeen is intussen ook overgewaaid naar België.

De Belgische uitgevers Strictly Confidential en CTM Entertainment organiseren zulke schrijfkampen. Het concept is simpel: een week lang muziek maken voor een viertal artiesten. Elke dag werken teams van 3 à 4 componisten, muzikanten en/of producers voor een beginnende of bekende popartiest. Daags nadien werken ze in andere teams. “Op papier lijkt die manier van werken artificieel, maar dat is het niet. Het is niet de bedoeling dat er aan de lopende band hits worden geschreven. Wij vinden het belangrijk dat een artiest ideeën kan uitwisselen en uitwerken met de expertise van anderen”, duid De Mot. “Er komen goede resultaten uit die sessies, maar wat ook opvalt, is dat er op een writing camp bijzondere vriendschappen tussen artiesten ontstaan. Het gebeurt regelmatig dat ze elkaar achteraf opbellen om nog eens samen te werken.”

Het schrijven van een popsong is geen exacte wetenschap, hoewel de formule van een writing camp dat wel doet vermoeden. Een schrijfkamp verbreedt niet alleen de visie van de artiest waarvoor songs worden geschreven, maar zorgt ook voor openbaringen. “Vorig jaar stapte er een artiest op mij af: ‘Ik weet dankzij dit kamp hoe ik songs moet schrijven.’ Vandaag levert die persoon songs af van een zéér hoog niveau. Ik heb ook Blanche op een writing camp zien openbloeien. Zij weet sindsdien waarvoor ze wil staan”, aldus De Mot.

Schaduw

Maar een writing camp is ook nuttig voor de deelnemende schrijvers. Johannes Genard van School Is Cool is een van de vele Belgische muzikanten die op schrijfkampen wordt uitgenodigd. “Ik heb altijd al respect gehad voor schrijvers die voor anderen schrijven. Ik heb onlangs pas ontdekt dat ‘I Can’t Make You Love Me’ van Bonnie Raitt en ‘Seven Wonders’ van Fleetwood Mac – twee van mijn favoriete nummers – door onbekende songschrijvers zijn geschreven. Voor mij zijn samenwerkingen met beginnende schrijvers een goede leerschool. Het helpt mij om mijn eigen stijl te evolueren en mijn manier van werken op punt te stellen.”

Er zijn daarnaast ook de artiesten die eerder renderen in de schaduw. David Poltrock schrijft al jarenlang nummers voor én met andere artiesten. Hij scoorde zelfs ooit een gouden plaat met zijn songs voor de Duitse rapper Prinz Pi. “Ik vind het fijn om met anderen te werken, het doorbreekt meteen de eenzaamheid. Alleen is ook maar alleen. En het is simpelweg nuttig om een klankbord te hebben. Je kunt de sterke punten in elkaar naar boven halen. En ik ben daar niet alleen in. Ik merk in de alternatievere scene veel bereidheid van collega’s om zo te werken. Jasper Steverlinck schrijft voor andere artiesten, en Alex Callier werkt voor Hooverphonic met songschrijvers uit naburige landen. Als het klikt met de artiest die tegenover jou zit, is het een verrijking.”

Johannes Genard en David Poltrock geloven wel dat die persoonlijke klik de sleutel is tot een geslaagd resultaat. “Ik heb soms dagen versleten in schrijfsessies waarbij je na een halfuur al voelt dat het op niets gaat uitdraaien”, zegt Poltrock. Als een sessie uitdraait op eenrichtingsverkeer werkt het ook voor Johannes Genard niet. “Het moet van beide kanten komen. Ik herinner mij dat ik Henri PFR een akkoordschema aanreikte, en dat hij dat voorstel in twee minuten omtoverde tot een professionele productie. Je verwacht dat niet meteen van zo’n jonge muzikant, maar je leert er wel veel uit. Daar doe je het voor.”

Ghostwriters

Het gegeven co-writers is niet nieuw, al wordt er wel niet meer geheimzinnig gedaan over wie in de schaduw van (pop)artiesten werkt. Via websites als AllMusic kan u in enkele clicks achterhalen wie de pennen achter een hit zijn. In de steeds uitgebreidere credits is het echter opvallend dat anno 2018 een producer zo goed als altijd een credit krijgt. “Vroeger kreeg een producer – of die nu een technische of creatieve rol vervulde – een vast bedrag per opdracht, met daarnaast royalty’s op de verkoop van een cd. Maar aangezien de budgetten nu lager liggen en er nog nauwelijks cd’s worden verkocht, gebeurt het dat de artiest een compromis sluit met de producer door die een credit toe te kennen”, legt Stefaan Moriau van CTM Entertainment uit.

Thomas De Mot vindt het een belangrijke nuance dat de hoeveelheid namen in de credits geen exacte weergave is van de taakverdeling. “Het gebeurt weleens dat er een bevriende muzikant de studio binnenwandelt en een suggestie doet. Als dat idee dan wordt gebruikt, geef je die artiest al snel een credit om later geen rechtszaak aan je been te krijgen.”

Hij ontkent echter niet dat er meer met co-writers gewerkt wordt dan vroeger. Maar hoe zit het eigenlijk met ghostwriters? Zijn de tijden waarin anonieme hitschrijvers een nummer en de bijhorende rechten aan een artiest verkocht voorbij? “Het was inderdaad lange tijd niet ongebruikelijk om producties af te kopen. Broodschrijvers die van negen tot vijf songs schrijven op hun kamer bestaan nog steeds, maar ik vermoed dat ze zich meer bewust zijn van hun (auteurs)rechten. Ik kan mij inbeelden dat het een goede deal kan lijken om je rechten volledig te verkopen en snel te cashen, maar in tijden van streaming rendeert het op lange termijn om eigenaar te blijven van je muziek. Als het goed loopt, kun je makkelijk een veelvoud verdienen als je wél je rechten claimt en in de credits staat.”

Ghostwriters zullen nog steeds bestaan, net zoals er altijd artiesten zullen zijn die alleen muziek maken, zonder de hulp van co-writers of klankbord van buitenaf. Ook U2 werkte intussen samen met hitmakers als Kygo, Paul Epworth en will.i.am, al betekent dat niet dat ook alle andere rockbands mee op de kar zullen springen. “Ik zou elke artiest aanraden om eens deel te nemen aan een writing camp”, zegt Johannes Genard van School Is Cool, “maar ik weet niet of die manier van werken zou aanslaan bij School Is Cool. In een band zit je sowieso al met de input van verschillende muzikanten.” Ook Thomas De Mot ziet in de toename van co-writers niet per se het einde van de alternatieve muziek. “Pop en indie zijn verschillende disciplines. Op dit moment domineren co-writers de mainstream, en dat gegeven zal nooit verdwijnen, maar dat betekent niet dat dit soort muziek eeuwig de hitlijsten zal aanvoeren. Wie weet wordt folk binnenkort de nieuwe smaak van het moment. Alles komt en gaat met golven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234