Zaterdag 19/10/2019

reportage

25 jaar na zijn dood: terug naar de roots van Kurt Cobain

Kurt Cobain op de piano in de vroege jaren 70, in zijn ouderlijk huis in Aberdeen, Washington. Beeld AP

Op 5 april 1994 maakte Kurt Cobain op 27-jarige leeftijd een einde aan zijn leven. Een kwarteeuw na zijn dood trekken we van zijn verloederde geboorteplaats Aberdeen naar bedevaartsoord Seattle en houden halt bij de belangrijkste plaatsen in het leven van de getormenteerde rockster.

Aberdeen ligt op een dikke twee uur rijden van Seattle. Het is een klein, somber stadje met iets meer dan 16.000 inwoners. Charmant om eens door te cruisen, maar op het eerste gezicht een nachtmerrie om in te wonen. In de woelige jaren 50 noemde het tijdschrift Look Aberdeen ‘een van de hotspots in Amerika’s strijd tegen de zonde’ vanwege de vele bordelen. Toen Kurt Cobain er in de jaren 70 opgroeide, was prostitutie grotendeels verbannen. Toch vormde de louche reputatie van de stad de perfecte achtergrond voor een zonderling die muziek wilde maken op zijn eigen manier.

Aberdeen verwelkomt bezoekers met de slogan ‘Come As You Are’, naar de gelijknamige Nirvana-song van het album ‘Nevermind’. Beeld Bram Vandecasteele

Wie Aberdeen binnenrijdt, ziet twee borden aan de kant van de weg. Eentje omschrijft het stadje als Lumber Capital (hout-hoofdstad) of the World, een ander verwelkomt bezoekers met de woorden ‘Come As You Are’. Het is een van de weinige verwijzingen naar hun beroemdste inwoner. Don Stone van Rosevear’s Music Center weet waarom er zo weinig verwijzingen naar Kurt Cobain terug te vinden zijn: hij was een zondige junkie die zelfmoord pleegde. Niets om trots op te zijn, in landelijk Amerika.

Cobain kocht, net als Nirvana-bassist Krist Novoselic, zijn allereerste gitaar bij Rosevear’s Music Center in Aberdeen. Cobain hing als tiener vaak rond in de winkel. De eigenaars zagen hem niet graag komen, want meestal probeerde hij urenlang gitaren uit om uiteindelijk met lege handen de winkel te verlaten. Voor zijn veertiende verjaardag kreeg hij van zijn neef Chuck een tweedehands elektrische gitaar. Hij kreeg er gratis een gitaarles bij. ‘Back in Black’ van AC/DC is volgens de legende het allereerste nummer dat hij leerde spelen.

Vissen, houthakken en mijnbouw waren ooit de belangrijkste bedrijfstakken in Aberdeen. De lokale bevolking probeerde de woeste, beboste kusten van Washington zo nuttig mogelijk te benutten. Tegenwoordig blijft vooral de houtindustrie over, maar deze harde sector is niet voor iedereen weggelegd. Een rapport van de veiligheidsraad van de staat Washington (uit 1920) noemde de houtsector ‘dodelijker dan oorlog’ omwille van de vele letsels door vallende bomen en onvoorspelbaar bewegende zagen. Amputaties en dodelijke ongevallen kwamen in deze omgeving vaak voor, net als alcoholisme, huishoudelijk geweld en zelfdoding. De hoofdstraat van Aberdeen ziet er vrij normaal uit, maar sla een willekeurige zijstraat in en je wordt onmiddellijk geconfronteerd met verloedering en armoede. Hier en daar loopt een zonderling figuur verdoofd door een van de aftakelende buurten.

Ongedateerde foto van Kurt met gitaar. Beeld AP

Scheiding van ouders

Kurt Cobain, geboren in 1967, groeide op in een houten huisje met een klein tuintje in East First Street. Hij beleefde er naar eigen zeggen een gelukkige, doorsnee jeugd. Cobain was als kind vrij populair op school. Hij deed er aan sport en speelde mee in de schoolfanfare. Hij luisterde net als zijn leeftijdsgenoten naar bands als Meat Loaf en Electric Light Orchestra. Zijn eerste concert was er geen van de hardcoreband Black Flag (zoals hij in een interview ooit beweerde), maar wel van voormalig Van Halen-zanger Sammy Hagar.

In dit kleine houten huisje in East First Street groeide Cobain op. Beeld Bram Vandecasteele

Cobain had het enorm moeilijk met de scheiding van zijn ouders. Hij noemde het zelf ooit de belangrijkste gebeurtenis uit zijn jeugd, het moment waarop zijn woede naar boven kwam. Daarna relativeerde hij deze uitspraak. In ‘Serve the Servants’ zingt hij zelfs ‘that legendary divorce was such a bore’. Toch brak er iets in hem. Hij voelde zich verraden en vond geen echte thuis. Hij verhuisde van de ene ouder naar de andere en raakte ontheemd. De sociale jongen trok zich steeds vaker terug. Zowel zijn vader als zijn moeder wilde hem liever niet in huis, ze noemden hem onhandelbaar. Gedurende een korte periode kreeg hij medicijnen voor ADHD voorgeschreven, maar volgens insiders vertoonde hij eerder tekenen van een opkomende depressie. Een deel daarvan kan toegeschreven worden aan zijn gezinssituatie, maar het grootste stuk was waarschijnlijk aangeboren.

Op moeilijke momenten wandelde Cobain naar het Riverfront Park op het einde van de straat. Daar zat hij onder de Young Street Bridge, een brug boven de Wishkah-rivier die het noorden van het zuiden van Aberdeen scheidt. Hij beweerde zelf dat hij er ooit woonde, maar dat wordt door iedereen tegengesproken. Het was een plaats waar hij met zijn vrienden rondhing en joints rookte. Op die plaats zei hij op zijn veertiende tegen een vriend: ‘Ik word later een wereldster, ik snijd mijn polsen open en verdwijn in een vuur van glorie’. Tieners zeggen vaak domme dingen. Je kunt niet alles wat ze zeggen serieus nemen. Toch blijft het zonde dat Cobain nooit werd behandeld voor zijn depressie. Zijn ouders wisten niet wat ze met hem moesten aanvangen en op school was er geen CLB-achtige instantie die zich over hem ontfermde. Hij noteerde zijn gedachten en angsten in dagboeken. De teksten en tekeningen die je daar in ziet, tonen dat zijn innerlijk leven een kwelling moet zijn geweest.

De ruimte onder de Young Street Bridge is een soort mekka voor Nirvana-fans geworden. Beeld Bram Vandecasteele

Serieuze drummer gezocht

Het Riverfront Park is niet echt een park. Niet zo heel lang geleden werd het kleine, zompige graspleintje omgedoopt tot Kurt Cobain Memorial, een van de zeldzame heiligdommen in de omgeving waar Nirvana-toeristen terechtkunnen. Behalve twee houten bankjes, een statief waar een luchtgitaar in past en enkele bordjes met inspirerende quotes van Cobain, valt er niet veel te beleven. Terwijl je in de richting van de brug stapt, zie je op een groot plakkaat de tekst van ‘Something in the Way’: ‘Underneath the bridge / The tarp has sprung a leak…’ Onder de brug kunnen fans van over de hele wereld hun laatste woorden kwijt voor Cobain. De meeste boodschappen zijn drugsgerelateerd. Er liggen zelfs enkele spuiten met naalden. Ik lees in grote letters: ‘From the Muddy Banks of the Wishkah’. Het is er best modderig ja, maar ik denk vooral aan het (gelijknamige) live-album van Nirvana dat ik in 1996 kocht met mijn zakgeld.

In 1986 begon Kurt Cobain een band met bassist Krist Novoselic. Ze wilden aanvankelijk het liefst Dale Crover op drums, maar deze haakte af omdat het net zo goed ging met zijn andere band, Melvins. Aaron Burckhard, een jongen uit de buurt, werd daarom de eerste drummer van Nirvana, al werd die naam op dat ogenblik nog niet gebruikt. Na een concert in de zomer van 1987 in het Community World Theater in het nabijgelegen Tacoma viel de band wat uit elkaar. Cobain verhuisde naar Olympia, Burckhard bleef in Aberdeen en Novoselic woonde in Tacoma. Cobain wilde zo veel mogelijk repeteren, maar de afstand vormde een probleem en hij voelde de chemie niet helemaal. In oktober 1987 plaatste hij een advertentie in The Rocket, een lokaal muziekblad: ‘Serieuze drummer gezocht, undergroundinstelling’. Burckhard was niet op de hoogte. Omdat de advertentie niets opleverde, viel Dale Crover in tot ze een geschikte drummer zouden vinden. Drummers waren een groot probleem in de begindagen van Nirvana. Dave Grohl werd in 1990 de zesde en laatste drummer van de band.

Aaron Burckhard woont nog steeds aan de andere kant van de Young Street Bridge. Hij leeft er met zijn honden in een veredelde caravan op een veredeld stort. Vanuit zijn woeste tuin loert hij naar de muziektoeristen die een bezoekje brengen aan de legendarische brug en het bijbehorende monument. Het duurt niet lang voor Burckhard voor onze neus staat met twee gebruikte drumstokken die hij met plezier wil signeren in ruil voor 20 dollar. Een koopje volgens hem: “Op eBay zijn ze gegarandeerd 200 dollar waard.” We hebben medelijden met de man die naar eigen zeggen krap bij kas zit. Hij draagt een gekke hoed en mist enkele voortanden. De alcoholgeur die hij ondanks het vroege uur verspreidt, verraadt het vermoedelijke eindpunt van onze financiële bijdrage. Een interessante, maar treurige ontmoeting.

Op de foto met oud-Nirvana-drummer Aaron Burckhard (m). Beeld Bram Vandecasteele

Net voor we Aberdeen uitrijden, passeren we even langs de opmerkelijke Sucher & Sons Star Wars Shop. Deze uitzonderlijk rommelige winkel verkoopt Star Wars-brol én Nirvana-memorabilia. Eigenaar Don Sucher opende de shop aanvankelijk als Star Wars-fan, maar toen hij in de jaren 90 veel Nirvana-fans over de vloer kreeg, besloot hij een gat in de markt te vullen. Omdat Aberdeen niet investeerde in Kurt Cobain-toerisme, maakte hij zelf een plannetje met een korte beschrijving van de belangrijkste plaatsen uit de jeugd van Cobain. Daarom breidde hij de naam van zijn shop uit met ‘Official Kurt Cobain Memorabilia and Information Center’. De kleine zelfstandige verkoopt gekopieerde posters, enkele oude muziekmagazines, rivierzand van onder de beroemde brug en de cheques voor royalty’s die Aaron Burckhard zo nu en dan krijgt opgestuurd.

Bikini baristas

De weg van Aberdeen naar Olympia is best mooi. Hoge bomen, mysterieuze mistvlagen en besneeuwde bergtoppen herinneren ons aan Twin Peaks, de geroemde televisiereeks die in volle Nirvana-periode werd opgenomen in deze omgeving. Onderweg stoppen we bij een van de vele Bikini Baristas die de staat Washington telt. Het concept is vrij eenvoudig: vanaf 6u ’s ochtends koop je hier een beker koffie van een meisje in een piepkleine bikini. Je moet het zien om te geloven. Dit zou Kurt Cobain nooit goedkeuren. Tijdens een concert zei hij ooit: ‘Ik zou graag alle homofoben, seksisten en racisten uit ons publiek willen bannen. Ik weet dat ze er zijn en het stoort me echt.’ Ik denk dat dit onder seksisme valt, maar zeker ben ik er niet van.

Hier en daar kom je Cobain nog tegen in Aberdeen, zoals op deze mural. Beeld Bram Vandecasteele

Kurt Cobain woonde gedurende zijn korte leven op een tiental (halve) adressen. Hij sliep bij vrienden en sympathisanten op de zetel of hij palmde tijdelijk een stukje huis in. In Olympia trok hij aanvankelijk in bij zijn toenmalige vriendin Tracy Marander. Het grote huis in Pear Street was onderverdeeld in drie kleine appartementjes. Toen de twee uit elkaar gingen, verhuisde hij naar de achterkant van het gebouw. In de periode 1989–1991 schreef hij hier 75 procent van alle Nirvana-klassiekers. Ook Dave Grohl woonde hier tijdelijk. Op een zatte avond schreef Bikini Kill-zangeres Kathleen Hanna ‘Kurt Smells Like Teen Spirit’ op de muur van de slaapkamer. Ze verwees naar de deodorant van Cobains toenmalige vriendin (Bikini Kill-drumster) Tobi Vail. De rest is geschiedenis.

De huidige eigenaars verhuren de afzonderlijke delen van het huis via Airbnb. Het blijken vriendelijke mensen die ons rustig laten filmen en met plezier wat uitleg geven over de geschiedenis van het huis en de tuin: “Kurt Cobain schoot ooit met een loodjespistool op het gebouw aan de overkant.” De tuin ligt er wat treurig bij, maar het mos op de muren geeft het bouwwerk toch enig karakter. De eigenaars kochten het huis oorspronkelijk uit liefde voor Nirvana.

Op voorwaarde dat we hun naam niet vermelden, willen ze ons nog meenemen naar een oude garagebox, 10 kilometer verderop.

Het koppel kocht in 2012 namelijk ook de legendarische Mel-van, de Dodge Sportsman Royal Van uit 1972 waarmee de Melvins (vaak met superfan Kurt Cobain) naar optredens reden. Het ding is vooral uniek omdat Cobain er een tekening van de vier leden van Kiss in kraste. Het busje rijdt niet meer, maar volgens de fans hoort het roestige voertuig toch eerder thuis in een museum. Cobain zag de Melvins voor het eerst optreden in 1983 op de parking van een lokale supermarkt in Aberdeen. Sindsdien bleven het zijn grote helden. Hij hing zo veel mogelijk in hun buurt rond. Kurt Cobain is een kwarteeuw dood, de Melvins spelen op 20 juni in Trix. Het kan verkeren.

De Mel-van: museumwaardig door de tekening die Cobain binnenin maakte van de groep Kiss. Beeld Bram Vandecasteele

Jimi Hendrix

Op weg naar Seattle stoppen we bij Greenwood Cemetery, het kerkhof in Renton waar Jimi Hendrix in 1970 werd begraven. Oorspronkelijk kreeg de legendarische gitarist een kleine grafsteen, maar toen de familie in 1995 de rechten verwierf op zijn liedjes, kwam er plots wat budget vrij voor een groot monument. In 2002 werden de stoffelijke overschotten van Hendrix naar de ingang van het kerkhof verplaatst. Weinig supersterren krijgen na hun dood een mausoleum. Het is hem gegund. Het graf van de befaamde gitarist ligt vlak naast de Aziatische sectie. We zijn getuigen van een bijzondere plechtigheid waarbij vreemde kruiden worden verbrand. Begin dit jaar kreeg het postkantoor om de hoek een nieuwe naam. Het Renton Highlands Post Office mag je voortaan de James Marshall ‘Jimi’ Hendrix Post Office noemen.

Er bestaat wel degelijk een link tussen Hendrix en Cobain. De twee groeiden op in dezelfde streek en behoren beiden tot de club van 27. Ze hielden van gitaren, die ze met evenveel plezier kapot sloegen tijdens intense concerten.

Het sneeuwt terwijl we Seattle binnenrijden, maar het zicht op de stad blijft spectaculair. De Space Needle steekt boven alles en iedereen uit. Langs de kant van de weg vallen de indrukwekkende loodsen van vliegtuigfabrikant Boeing op. We rijden onmiddellijk door naar de Re-bar, de club waar op 13 september 1991 Nevermind werd voorgesteld aan de wereld. Een vreemde keuze, want de club stond in die tijd ook bekend voor zijn burleske-avonden, experimenteel theater en holebi-feestjes. De foto’s die de band er van zichzelf nam, hangen nog steeds aan de muur. We proberen het zelf ook eens. De wachttijd van zes minuten bewijst dat het ontwikkelingsproces niet geheel digitaal verloopt.

De bewogen avond eindigde in 1991 met een dronken voedselgevecht. De buitenwipper zette Kurt, Krist en Dave op straat. Hoe punkrock is dat?

Hoewel de meest legendarische grungelocaties intussen plaatsmaakten voor splinternieuwe gebouwen met hippe techbedrijven, houden bepaalde hotspots stand. Nirvana speelde, net als streekgenoten Mudhoney, Pearl Jam en Sleater-Kinney, in 1992 in The Crocodile. De pizza is er nog steeds lekker en goedkoop. Het Paramount Theatre herkennen we van de dvd Nirvana – Live at the Paramount, het enige concert van de band dat ooit op 16mm-film werd gedraaid en op 12 april officieel op vinyl verschijnt. Linda’s Tavern is de plaats waar Kurt Cobain voor het laatst levend werd opgemerkt. Onze serveerster kent Eddie Vedder persoonlijk, hij komt er wel eens over de vloer. De sfeer is er gemoedelijk en de pannenkoeken zijn niet te dik.

Kurt Cobain in ‘Nirvana Performs Live’ op MTV, december 1993. Beeld FilmMagic, Inc

Bedevaartsoord

In het MoPOP, het indrukwekkende museum van popcultuur, lopen op dit ogenblik onder andere de tentoonstellingen Pearl Jam: Home and Away en Nirvana: Taking Punk to the Masses. Vooral die laatste interesseert ons. Curator Jacob McMurray toont met trots de overblijfselen van een vernielde Univox Hi-Flyer: ‘Kurt Cobain had op dat ogenblik van zijn carrière geen geld. Dit was zijn enige gitaar. Dan weet je hoe hardcore hij was als artiest’.

Buiten aan het museum staat een bronzen standbeeld van Soundgarden-zanger Chris Cornell, die twee jaar geleden zijn leven beëindigde. Soundgarden ontleende zijn naam overigens aan A Sound Garden (1983), een installatiekunstwerk dat we aantreffen op de streng beveiligde campus National Oceanic and Atmospheric Administration. Als de wind waait, komt er een zachte fluittoon uit de buizenconstructie.

Voor de grootste Soundgarden-hit ‘Black Hole Sun’ inspireerde Cornell zich trouwens op een ander beeld in Seattle. Black Sun (1969) is een ronde sculptuur van de Japans-Amerikaanse artiest Isamu Noguchi die je nog steeds kunt bewonderen in Volunteer Park.

Onze reis eindigt op de plaats waar het voor Cobain 25 jaar geleden voor altijd eindigde: 171 Lake Washington Boulevard East. Iedereen kent Viretta Park beter als het officieuze Kurt Cobain Memorial Park, maar de plaatselijke autoriteiten doen hard hun best om er geen bedevaartsoord van te maken. Dat is het voor alle duidelijkheid wel. Wie een uurtje doorbrengt op de bank naast het huis waar de tragedie plaatsvond, ontmoet muziekfans van over de hele wereld. Als je de helling opwandelt, krijg je een duidelijk zicht op de achterkant van het huis. De beruchte garage, waar Cobain drie dagen na het fatale schot werd gevonden, staat er niet meer. Ik kan mij voorstellen dat de huidige eigenaar bepaalde lugubere gebeurtenissen liever uit zijn geheugen bant. De buurman staat zijn haag te snoeien. De gepensioneerde man woonde er in 1994 ook al: “Hij woonde hier amper drie maanden. We hebben nooit problemen met hem gehad.”

Het huis waarin Kurt Cobain zelfmoord pleegde: 171 Lake Washington Boulevard East . Beeld Bram Vandecasteele

Na de dood van Cobain zei Gary Gersh, CEO van Capitol Records die Nirvana bij Geffen liet tekenen, tegen de Los Angeles Times: “Als ik terugkijk op mijn dagen in de muziekindustrie, denk ik dat er een periode voor en na Nirvana is. Nevermind zal gezien worden als een mijlpaal in de rockgeschiedenis.”

Zo is dat. Kurt Cobain schreef in zijn afscheidsbrief een zin uit ‘Hey Hey, My My (Into the Black)’ van Neil Young: ‘It’s better to burn out, than to fade away.’

Laten we toch liever een andere zin uit hetzelfde nummer onthouden: ‘Hey hey, my my, rock and roll can never die.’

Rock ‘n’ Roll Highschool, vanaf 2 april op VRT NU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234