Zondag 05/02/2023

InterviewTijmen Govaerts

‘1985’-acteur Tijmen Govaerts: ‘De verrechtsing van de samenleving baart me grote zorgen’

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Acteur Tijmen Govaerts (28) is niet meer van het scherm weg te slaan. Hij was te zien in de recentste Dardenne-film en vanaf volgende zondag zit hij als rijkswachter de Bende van Nijvel op de hielen in de prestigieuze reeks 1985. Maar ondanks het succes wil hij zich tegen de onzekerheid en de grillen van het vak wapenen. ‘Hoe zorg ik ervoor dat het hierna niet bergaf gaat? Die vraag houdt me wel bezig.’

Stijn De Wandeleer

Er was een tijd dat Tijmen Govaerts vooral mocht ­opdraven om de gevoelige jongen te spelen. Om, zoals hij eerder weleens grapte, melancholisch naar de einder te staren. Maar van dat imago lijkt hij zich stilaan los te wrikken. Vorig jaar kregen we Govaerts nog als malafide drugsdealer te zien in de Dardenne-film Tori et Lokita en weldra jaagt hij in 1985 dus op de Bende van Nijvel.

“Ik werd vroeger weleens getypecast, ja”, grijnst Govaerts terwijl hij koffiebonen maalt in zijn appartement in Vorst, op de tweede verdieping van een herenhuis. “Kennelijk zit er iets liefs in mijn blik, waardoor ik vaak voor dat soort zachtere rollen gevraagd werd. Terwijl ik met evenveel plezier een macho speel. Daarom was het ook zo’n verademing om met de broers Dardenne samen te werken. Zij kenden mijn parcours in Vlaanderen nog niet en zagen sneller: als we je haren afscheren en je andere kleren aantrekken, kan jij best een ruigere rol aan. Ja, regisseurs willen vaak mijn haren afscheren, heb ik al gemerkt. Anders zie ik er zéker te braaf uit.” (lacht)

Toch ligt – gelukkig voor ons – de zachtaardigheid nog steeds dichter bij zijn natuur dan de bruut. Govaerts, gekleed in een jeansbroek en een wit T-shirt, ringen aan verschillende vingers, baant zich met gedempte stem en bedachtzame tred door ons vragenvuur. Tijdens het praten werpt hij zijn blik geregeld door de hoge ramen.

BIO

geboren op 6 juni 1994 in Mechelen /studeerde woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen / was eerder te zien in Girl (2018), Muidhond (2019), De kraak (2021), Twee zomers (2022), en weldra in 1985 / speelde in verschillende theaterproducties, zoals Angels in America, waar hij het podium deelde met Peter Van den Begin / woont in Vorst, is samen met regisseur Cato Kusters

2022 leek voor jou een gul jaar te zijn. We kregen je te zien in Twee zomers en je mocht meespelen in Tori et Lokita. Het gaat góéd.

“Er is het voorbije jaar inderdaad veel verschenen waarin ik te zien was, maar eigenlijk heb ik een redelijk rustig jaar achter de rug. De opnames van 1985 dateren nog van 2021, net als die van Tori et Lokita. Het was in zeker opzicht dus best een zoekend jaar. Ik heb zowel met de broers Dardenne als met Wouter Bouvijn (regisseur van ‘1985’, red.) kunnen samenwerken, en op een bepaald moment vraag je je dan wel af: wat komt er nu? Hoe zorg ik ervoor dat ik met zulke getalenteerde mensen kan blijven samenwerken, dat het hierna niet bergaf gaat? Dat heeft me het voorbije jaar wel beziggehouden, ja.

“Ik heb gemerkt dat ik graag acteer, maar niet graag genoeg om aan matige projecten mee te werken. Ik moet het gevoel hebben dat ik een verhaal aan het vertellen ben dat echt van belang is, dat iets kan losmaken bij het publiek. Als dat niet zo is, is het misschien niet aan mij om dat verhaal te vertellen. Ik ben soms jaloers op acteurs die daar minder mee bezig zijn en die ook plezier putten uit het maken van een onderhoudende film. Ik vind dat moeilijker.”

‘Kennelijk zit er iets liefs in mijn blik. Ik word dus vaak gevraagd voor zachtere rollen, terwijl ik met evenveel plezier een macho speel. Daarom waren de broers Dardenne zo’n verademing.’ Beeld Damon De Backer
‘Kennelijk zit er iets liefs in mijn blik. Ik word dus vaak gevraagd voor zachtere rollen, terwijl ik met evenveel plezier een macho speel. Daarom waren de broers Dardenne zo’n verademing.’Beeld Damon De Backer

Jouw agenda voor 2023 zit dus nog niet hermetisch volgepuzzeld?

(lacht) “Sommigen denken dat ik de scenario’s maar voor het uitkiezen heb, maar dat is echt niet zo. Je kan als acteur wel weten wat je wilt, maar je bent zo afhankelijk van wie je vraagt. Film is bovendien een sector waarin alles erg last minute gebeurt. Het is dus vaak een kwestie van erop te vertrouwen dat er wel een nieuw project op je pad zal komen. Ik ben op dit moment de theatervoorstelling Long Day’s Journey into Night van Theater Zuidpool mee aan het maken en straks ben ik dus te zien in 1985, waarop ik ongelofelijk trots ben. Maar welke projecten daarna volgen, weet ik niet.”

Kan je goed omgaan met die onzekerheid?

“Soms al beter dan anders. Maar om me toch wat beter te wapenen tegen die grillen van het vak, heb ik me vorig jaar meermaals afgevraagd wat ik nog allemaal kan doen. Buiten acteren, bedoel ik dan. Ik heb bijvoorbeeld achter de schermen meegewerkt aan Putain, een serie die op dit moment in de maak is, over jongeren die opgroeien in Brussel. Ik hielp mee met de casting, gaf workshops aan die jonge gasten… Zalig! Het deed me ook veel plezier om eens deel uit te maken van een hecht team. Dat heb ik als acteur bij momenten toch gemist, omdat je natuurlijk minder vaak op de set staat dan de vaste crew. Op dat vlak lijkt het me heerlijk om in een band of theatergroep te zitten. Je kan dan nog steeds omzwervingen maken, maar komt uiteindelijk wel thuis bij een vaste ploeg. Dat gevoel wil ik in de toekomst vaker ervaren.”

Ik leerde je destijds kennen als hoofdrolspeler in Muidhond, waarin je personage worstelt met pedofiele gevoelens voor zijn buurmeisje. Geen evidente rol om je als piepjonge acteur mee in de markt te zetten, denk ik dan.

“Dat was zo’n scenario waarbij ik voelde: dit verhaal móét verteld worden. Lang heb ik ook niet getwijfeld om die rol aan te nemen. Voor mij was het meteen helder dat pedofilie een geaardheid is, en dat het personage er dus ook niet veel aan kon doen dat hij met die gevoelens worstelde. Ik zou het veel moeilijker vinden om – ik weet niet of ik het moet zeggen – een extreemrechts personage te vertolken dan om een pedofiel te spelen. Want dan denk ik: dat is wél echt een keuze.

“Voor de duidelijkheid: ik ben tegen elke vorm van mentaal en fysiek geweld tegen kinderen. We hebben pedofilie nooit verheerlijkt in Muidhond, hè. In tegenstelling tot wat je tegenwoordig in heel wat series over moordenaars ziet gebeuren. Die criminelen krijgen nu plots dozen vol liefdesbrieven van hun fans. We hebben een vorm van empathie proberen los te weken, meer niet. Omdat het uiteindelijk een vrij kleine arthousefilm was, is hij ook niet bij internettrollen terechtgekomen, maar bij een publiek dat het verhaal kon appreciëren.”

Waarom ging het je als acteur de voorbije jaren zo voor de wind, denk je?

“Dat vind ik moeilijk.” (denkt na)

Ik hoorde dat het iets met je blik te maken zou hebben.

(lacht) “Dat heb ik inderdaad al vaker gehoord, dat ik zonder veel te zeggen toch heel wat emotie kan overbrengen. Ik vind van mezelf ook dat ik een best aangename stem heb. En mijn nogal androgyne uiterlijk wordt in deze tijd ook vaak interessant bevonden. Misschien zou ik dertig jaar geleden dus helemaal niet zo interessant geweest zijn, misschien pas ik gewoon goed in de tijdgeest. Pas op, ik denk wel dat ik ook iets kan, zoals elke acteur met enige vorm van succes. Ik vind het niet vervelend om dat toe te geven.”

In eerdere interviews vertelde je nochtans dat je lange tijd behoorlijk onzeker was over je eigen kunnen. Wat is er veranderd?

“Een groot deel van die onzekerheid kwam doordat ik geen acteeropleiding heb gevolgd. Ik studeerde woordkunst aan het conservatorium in Antwerpen omdat ik radiopresentator bij Studio Brussel wilde worden. Pas tijdens het studeren merkte ik dat het lesonderdeel podium­kunsten me eigenlijk meer aansprak. Maar tot die tijd had ik nog nooit een auditie gedaan en tot mijn achttiende had ik zelfs amper theatervoorstellingen gezien. Terwijl ik wel op kot zat met iemand die elke avond in een of andere theaterzaal doorbracht. Ik was op dat vlak een laatbloeier.

“Doordat ik die professionele scholing miste, dacht ik lange tijd: sta ik hier wel op mijn plek? Mag ik mezelf überhaupt een acteur noemen? Erkenning van buitenaf heeft me daarin enorm geholpen. Mensen die zeggen: ‘Hé, jij kan echt wel iets’, dat is zo belangrijk. Het is ook niet zo dat die onzekerheid nu volledig weg is. Maar ik kan er nu wel meer op vertrouwen dat ik een acteur bén, en dat ik niet moet doen alsof.”

Mogen ze je nu nog bellen met de vraag om een eigen radioshow te beginnen?

“O nee, die ambitie heb ik totaal niet meer. Het zegt me niet veel om een mediapersoonlijkheid te worden, om Tijmen als product in de vitrine te zetten. Hier praat ik natuurlijk wel over mezelf. Toch denk ik telkens: waarom, eigenlijk? Vooral in de hoop dat mensen geprikkeld raken om naar mijn werk te kijken. Ook naar de projecten die in het verleden misschien minder media-aandacht kregen.”

‘Sinds zes maanden woon ik in Brussel, en dat vind ik zálig. Dit is hoe de toekomst er zal uitzien. Alle verschillende werelden die samenkomen, al die culturen, dat is toch geweldig?’ Beeld Damon De Backer
‘Sinds zes maanden woon ik in Brussel, en dat vind ik zálig. Dit is hoe de toekomst er zal uitzien. Alle verschillende werelden die samenkomen, al die culturen, dat is toch geweldig?’Beeld Damon De Backer

Mannelijke personages met een bredere gevoelswereld neerzetten, heb je al vaak je missie genoemd. Omdat je die mannen zelf niet vaak genoeg op het scherm zag?

“Ja, ik had lang het gevoel dat mannen in films hun emoties moesten opkroppen, tot ze op een bepaald moment braken. Pas dán mochten ze ongegeneerd emotioneel zijn. Terwijl ik het veel interessanter vind om vanaf de eerste scène mannelijke personages met een gevarieerd emotioneel landschap te tonen.

(denkt na) “Zo zit ik zelf ook in elkaar. Ik heb het nooit moeilijk gevonden om me kwetsbaar op te stellen en emoties te tonen. Dat ik af en toe naar een psycholoog ga, is geen groot geheim. Ook met vrienden praat ik daar makkelijk over: het is totaal geen issue. Maar ik besef ook dat het een privilege is om me in zo’n omgeving te kunnen begeven. Door mijn kleur, door het feit dat ik tot de middenklasse behoor en door de job die ik uitoefen, hoef ik me niet te verantwoorden voor het uiten van gevoelens. Ik ben me bewust van het feit dat dat voor sommige mannen minder vanzelfsprekend is.

“Dat het belang van mentale gezondheid veel meer erkend wordt, is absoluut een goede zaak, maar het is natuurlijk wel nog steeds erg duur om een psycholoog of therapeut te bezoeken. Daardoor blijft het toch iets voor de elite. Terwijl er ongetwijfeld mensen rondlopen die meer nood hebben aan een therapiesessie dan ik, maar die het gewoon niet kunnen betalen.”

Heb je die zachtheid van thuis uit meegekregen?

“Ja, dat denk ik wel. Ik kom niet uit een artistieke familie. Mijn papa werkt als maatschappelijk werker met jongeren die niet meer thuis kunnen wonen en mijn mama is zorgleerkracht in het lager onderwijs. Allebei mensen die met beide voeten in de wereld staan, dus. Door hun verhalen gaven ze het belang van gelijkheid, medeleven en respect van jongs af aan mee.

“Ooit zat ik met mijn vader in de auto toen David Bowie op de radio was. Toen ik een lacherige opmerking over zijn vrouwelijkere uiterlijk maakte, is papa daar meteen boos over geworden. ‘Dat Bowie zich zo gedraagt en kleedt, maakt hem net bijzonder’, bracht hij ertegen in. Verdraagzaamheid en respect waren in ons gezin altijd belangrijke waarden. Voor racisme of homofobie was echt geen plaats.”

Wat vonden je ouders ervan toen je later vertelde dat je een leven in de kunsten ambieerde?

“Mijn ouders hebben me altijd aangemoedigd in alles wat ik doe. Hun hele leven draait net om het zoeken naar talent in jongeren van wie niet geacht wordt dat ze talent hebben, gewoon omdat ze uit een minder geprivilegieerd milieu komen. Ze hebben me dus nooit tegengewerkt, maar zagen meteen dat die opleiding woordkunst de perfecte studie voor mij was.

‘Acteren is een job: het voelt absurd om dat te moeten blijven herhalen. Wat meer respect en aandacht vanuit de overheid voor de kunstensector zou wel op zijn plaats zijn.’ Beeld Damon De Backer
‘Acteren is een job: het voelt absurd om dat te moeten blijven herhalen. Wat meer respect en aandacht vanuit de overheid voor de kunstensector zou wel op zijn plaats zijn.’Beeld Damon De Backer

“Daarom word ik kwaad als Alexander De Croo op de klimaattop jongeren oproept om vooral wetenschappen te studeren, zodat ze de klimaatproblematiek kunnen oplossen. Of als Ben Weyts maar op het belang van wiskunde blijft hameren. Dan denk ik: laat iedereen nu toch eens in zijn eigen talenten uitblinken, in plaats van te verwachten dat we allemaal wetenschappers of wiskundigen worden. Je demotiveert jonge mensen alleen maar door hen in een richting te duwen die niet bij hen past. Ja, ik denk dat mijn ouders veel betere ministers of schepenen zouden zijn.”

Je komt best geëngageerd over. Waarvan lig jij nog wakker?

“De verrechtsing van de samenleving baart me grote zorgen. Als ik lees dat 25 procent van de Vlamingen mogelijk op Vlaams Belang gaat stemmen, denk ik: hoe kán dat nu? Ik vind dat ontzettend jammer. In plaats van terug in de tijd te gaan, zouden we ook kunnen proberen om vooruit te raken. Maar ik begrijp het natuurlijk ook wel: door de verdelende taal die politici gebruiken, wordt de mensen angst aangepraat.

“Sinds zes maanden woon ik in Brussel, en dat vind ik zálig. Als ik hier rondloop, kan ik alleen maar vaststellen: dit is hoe de toekomst er zal uitzien. Al die verschillende werelden die samenkomen, al die culturen, dat is toch geweldig? Ik vind het heerlijk om buiten te komen en, als ik iemand aanspreek, niet te weten in welke taal die persoon zal antwoorden. We kunnen maar beter ons best doen om dit verhaal te doen werken, in plaats van oogkleppen op te zetten en de realiteit te negeren. De grote vrijheid die ik in Brussel ervaar en die ik in Antwerpen bijvoorbeeld veel minder voelde, is zowel de grote sterkte als de zwakte van deze stad. Want hier lopen natuurlijk ook dingen fout…”

Na de WK-match Frankrijk-Marokko moest de politie hier nog traangas inzetten om de rellen tot bedaren te brengen.

“Die rellen keur ik natuurlijk volledig af, maar ik was op dat moment zelf in het centrum van Brussel. Ik heb dus ook gezien hoe honderden politiemannen en -vrouwen op straat stonden, uitgerust met wapens en al. Toen die match tegen Marokko gespeeld werd, was de eerste vraag: zullen er rellen uitbreken? Niet: gaan ze winnen, of zal er gefeest worden? Er werd meteen een vijandig klimaat gecreëerd.

“Dat er tijdens de daaropvolgende voetbalmatch een mensenketting werd gevormd om de relschoppers tegen te houden, kreeg bijvoorbeeld veel minder aandacht. Eén procent amokmakers gaat met alle aandacht lopen. Jammer, want zo worden sommigen versterkt in hun rechtsere gedachtegoed. De politie wil nu ook weer meer financiële middelen krijgen, terwijl er misschien andere manieren zijn om zulke situaties in de toekomst vredig te doen verlopen. Misschien zouden we straathoekwerkers of sociaal werkers kunnen inzetten om effectief te práten met die mensen.”

In 1985 kruip je zelf in de huid van een rijkswachter. Ben je nu milder of scherper voor de arm der wet?

“Er zijn altijd mensen die het goede willen doen en anderen die misbruik maken van het systeem. Maar ik huiver wel als ik discussies hoor oplaaien over het al dan niet herinvoeren van de dienstplicht. Misschien zouden we jongeren beter verplichten om een jaar in een woon-zorgcentrum mee te draaien.”

 Tijmen Govaerts en Aimé Claeys in ‘1985’. Beeld © VRT
Tijmen Govaerts en Aimé Claeys in ‘1985’.Beeld © VRT

Wat doe jij eigenlijk als je niet aan het werk bent?

“Ik lees veel en ga vaak naar de cinema of naar concerten. Ik probeer de laatste tijd ook wat meer te sporten, omdat ik een vrij zware vorm van astma heb. Dat varieert dan van joggen tot squashen en boulderen… allemaal oudemannensporten, ik weet het. (lacht) Er zit ook helemaal geen regelmaat in, en voor mijn uiterlijk doe ik het al helemaal niet.”

Ik kan me niet inbeelden dat jij niet om je looks geeft.

“Ik vind het wel leuk om met mijn kleding bezig te zijn. Zeker als er filmfestivals op de planning staan. Ik draag ook ringen en oorbellen. (toont zijn handen) Kijk, deze ring heb ik samen met mijn broer en zus laten ontwerpen. Onze initialen staan erin gegraveerd. We zijn heel close, ook al doen we totaal andere dingen: mijn zus studeert wiskunde aan de universiteit, mijn broer doctoreert aan de VUB in criminologie.

“Wat mijn lichaam betreft: ik kan weleens jaloers zijn op iemand als Aimé (Claeys, red.), mijn ongelofelijk getalenteerde medespeler in 1985, die een heel gespierd lichaam heeft. Maar zelf hoef ik er niet per se supersterk uit te zien. Het probleem is ook dat je, zodra je dat gespierde lichaam hebt, het ook moet onderhouden. Daar heb ik al helemáál geen zin in. Dan lees ik liever een boek.”

Echt rock-’n-roll klinkt dat niet.

“Ha, maar mijn leven is ook helemaal niet zo rock-’n-roll. Uitgaan doe ik nauwelijks, omdat ik het vaak niet zo leuk vind. Om mij de nacht door te krijgen, moet de muziek al héél goed zijn. Ik zit veel liever op café te babbelen en zelfs dan maak ik het niet zo laat. Ik ben toch vaak bezig met wat er de dag erna allemaal nog moet gebeuren, of met mijn werk. Soms zou ik dat allemaal eens willen loslaten en een wild jaar in Berlijn beleven. Een vriend zei onlangs nog: jij gaat zo’n zware midlifecrisis hebben.” (lacht)

Je hebt een relatie met Cato Kusters, die onlangs met haar kortfilm Finns hiel de prijs voor beste studentenkortfilm wegkaapte op FilmFest. Twee filmmakers onder één dak, botst dat niet?

“Straf, hè? Cato en ik leerden elkaar een goed jaar geleden kennen op de set van 1985, waar zij de figuratieregie deed. Ik hou van haar en vind het heerlijk dat we over film kunnen praten. Onze hevigste discussies gaan over films waar we anders over denken. Voor ons is dat iets wezenlijks. Als ik een film goed vind, is dat omdat ik een connectie met dat werk heb gevoeld. Ik denk dan: maar hoe kán dat nu, dat jij dat niet gevoeld hebt?”

'Met het geld dat er op dit moment binnenkomt, zou het me niet lukken om kinderen groot te brengen. Gelukkig heb ik op dit moment geen kinderwens.'
 Beeld Damon De Backer
'Met het geld dat er op dit moment binnenkomt, zou het me niet lukken om kinderen groot te brengen. Gelukkig heb ik op dit moment geen kinderwens.'Beeld Damon De Backer

Boris Van Severen beklaagde zich in onze krant onlangs over de financiële stress van zijn leven als acteur. Kom jij goed rond?

“Ik zwem zeker niet in het geld, integendeel. Maar hij heeft dan ook twee kinderen groot te brengen. Met het geld dat er op dit moment binnenkomt, zou dat me ook niet lukken. Gelukkig heb ik op dit moment geen kinderwens.”

Gene Bervoets tipte je ooit om een deel van je inkomsten in kunst te investeren. Doe je dat nog steeds?

“Dat probeer ik toch te doen, al zie ik kunst wel breder dan enkel een schilderij tegen de muur. Cultuur is sowieso mijn grootste kostenpost: ik geef best wel wat uit aan boeken, cinema, theater en concerten. Ik zie het dan ook als mijn taak als acteur om mee te blijven en om collega’s te steunen. Al hoop ik daar in de toekomst toch iets meer rust in te vinden. Ik heb nu vaak het gevoel dat ik elke avond iets gedaan moet hebben, terwijl ik soms liever in mijn bed zou kruipen. Het is dus ook vermoeiend om de hele tijd méé te willen zijn.”

De nieuwe besparingsronde in de cultuursector maakt het er voor jonge makers in elk geval niet makkelijker op. Ben je mee gaan protesteren?

“Eén keer ben ik mee gaan betogen, op de andere dagen moest ik werken en ben ik er niet geraakt. De besparingen die de cultuursector nu weer te slikken krijgt, zijn compleet ridicuul. Ik zie cultuur als een vorm van zorg, en net in die budgetten wordt er weer zo stevig gesnoeid. Volgens de Antwerpse schepen van Cultuur, Nabilla Ait Daoud, moeten kunstenaars maar gaan werken voor hun centjes. (snuift) Alsof je zomaar het podium opstapt en daar gewoon een voorstelling klaarligt. Terwijl er natuurlijk keihard gerepeteerd wordt. Acteren is een jób: het voelt absurd om dat te moeten blijven herhalen. Wat meer respect en aandacht vanuit de overheid voor de kunstensector zou wel op zijn plaats zijn, vind ik. Er mag verder gekeken worden dan de internationale prijzen.”

De pastéis de nata die bij het begin van ons gesprek op tafel werden uitgestald, zijn intussen weggewerkt, en na twee uur praten komt buiten de avondspits op gang. We kaatsen nog een laatste vraag zijn richting uit. Of het niet stilaan kriebelt om België te ontvliegen en zijn stempel ook elders achter te laten? Hij grijnst. “Ik heb op zich wel grote ambities, maar zolang ik verhalen kan vertellen die ik belangrijk vind, maakt het me niet zoveel uit waar ik dat doe. Als er in België de komende vijf jaar steengoede projecten gemaakt worden, blijf ik met plezier. Maar als er wordt besloten om enkel films te maken die veel volk moeten trekken, zonder oog voor de inhoud, ga ik ergens anders m’n ding doen. Voor mij is die internationale droom niet zo belangrijk: ik wil gewoon mooie dingen maken.”

1985, met o.a. Tijmen Govaerts, Peter Van den Begin en Ruth Becquart, vanaf zondag 22 januari om 21 uur op Eén en VRT MAX.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234