Woensdag 23/10/2019

Preventie boven

Zo slaagt dit bedrijf erin om burn-outs succesvol te lijf te gaan

Beeld Charlotte Dumortier

Een burn-out is net een bankencrisis: iedereen ziet het aankomen, behalve de betrokkenen zelf. Het management van AGC Automotive Europe zag dat twee jaar geleden in, nog vóór de nieuwe wetgeving er was. Het bedrijf gaat sindsdien voluit voor preventie. Die aanpak lijkt te lonen.

Het begon met twee werknemers op mijn afdeling die kort na elkaar plots uitvielen met een burn-out. Wij produceren hier onder meer autoramen, en binnen de afdeling waarvoor ik verantwoordelijk ben, zitten voornamelijk ondersteunende diensten zoals marketing, aankoop en verkoop. Bedienden en kaderleden dus, en dat is in dit verhaal niet bepaald zonder belang. We zijn actief in een sector die het de laatste jaren sowieso al niet onder de markt heeft, en waar de druk van de klanten vaak erg hoog is. Het zijn de bedienden en kaderleden die dan als eersten in de vuurlinie komen te liggen."

Jean Charles is HR-manager bij AGC Automotive Europe, een Belgische divisie van een multinational die wereldwijd ruim 50.000 werknemers telt. Hij was het die twee jaar geleden binnen zijn bedrijf de kat de bel aanbond en mee aan de wieg stond van een stevig uitgewerkt burn-outbeleid. In tempore non suspecto, toen er nog helemaal geen sprake was van nieuwe wetgeving. "Wat niet wil zeggen dat burn-out toen nog geen probleem was. Integendeel, maar het wordt in het grootste deel van de bedrijfswereld al jarenlang systematisch onder de mat geveegd."

Steunpilaren voor de bijl

Over de twee werknemers van wie hierboven sprake was, liet de medische diagnose geen spatje twijfel bestaan: burn-out. Charles: "Ook een vijftal andere medewerkers stevende daar regelrecht op af, maar in hun geval was er nog geen formele medische diagnose gesteld. Dat alles zette me aan het denken. Het zijn immers vaak de echte steunpilaren binnen een bedrijf die het eerst voor de bijl gaan. Zij werken keihard, zijn perfectionistisch ingesteld, nemen hun werk mee naar huis en gaan er vervolgens ook mee slapen.

"Toen de signalen op de werkvloer frequenter en duidelijker werden, heb ik zelf aan de alarmbel getrokken. We werken hier met veel ingenieurs die opstaan en gaan slapen met allerlei indicatoren en rapporten, maar als het over de geestelijke gezondheid van onze mensen zelf gaat, waren er blijkbaar helemaal geen indicatoren beschikbaar. Dat leek me nogal ongerijmd."

Het is geen overbodige luxe om als bedrijf werk te maken van een burn-outbeleid, want jaarlijks vallen tienduizenden werknemers in ons land weken- of soms maandenlang uit omdat ze het niet meer zien zitten of volledig opgebrand zijn. Een cijfer: mensen die de medische diagnose burn-out opgeplakt krijgen, blijven gemiddeld 189 dagen afwezig van het werk. In sommige extreme gevallen zitten zij zelfs twee jaar thuis. Een aantal slachtoffers haakt trouwens definitief af, en gaat na hun herstel op zoek naar een andere baan. Het prijskaartje van dit alles, voor bedrijven en ziekteverzekering, valt onmogelijk precies in te schatten maar loopt jaarlijks in de tientallen miljoenen euro's. En dan is er natuurlijk nog het leed van de betrokken patiënten zelf.

Beeld ANP

'Mij gebeurt dat niet'

Nu denkt u misschien: mij zal het niet overkomen, ik ken de signalen intussen wel. Of u meent, als manager of bedrijfsleider: onze werknemers zijn daartegen wel gewapend. Charles: "We zijn toch allemaal zo goed bezig, niet? Af en toe een drink, regelmatig een uitstapje met de collega's, jaarlijks een teambuilding. Een medische check-up eventueel, voor de iets oudere werknemers. Daar is inderdaad niks mis mee - wij deden het ook - maar alleen daarmee red je het niet meer."

Toen het, ondanks die borrels op gezette tijden, fout liep bij AGC Automotive, besloot Charles extern advies in te winnen. Hij klopte onder meer aan bij The Insitute for Intervention and Research on Burn Out, een soort pan-Europees netwerk van gespecialiseerde consultants, coaches en psychologen. Dat resulteerde in een behoorlijk grootschalig en multidisciplinair plan van aanpak, waarbij het hele bedrijf betrokken werd.

"Essentieel daarbij is dat je ook de bedrijfstop overtuigt en meekrijgt, al was het maar voor de draagkracht en geloofwaardigheid binnen het bedrijf. Wij hebben ons directiecomité eerst een halve dag op vorming gestuurd, zodat ze een juist beeld kregen van wat burn- out nu precies is en welke impact het kan hebben.

"Na die vormingsdag heeft het voltallige directiecomité een charter ondertekend waarin het bevestigde deze problematiek ernstig te gaan nemen. Dat was een belangrijk signaal naar de werknemers dat mensen met symptomen die wijzen in de richting van een burn-out niet als luiaards of plantrekkers zullen worden beschouwd."

Vertrouwenspersonen

In een tweede fase werd bij bij AGC een monitoringcomité samengesteld om het plan vorm te geven. "Alle kaderleden kregen op hun beurt een vormingsdag aangeboden, het voltallige personeel werd uitgebreid geïnformeerd over onze plannen en last but not least werden op de werkvloer een zevental vertrouwenspersonen aangesteld. Geen managers, geen HR-medewerkers, wel mensen die bekend stonden om hun luisterend oor en die een breed vertrouwen genoten.

"Zij werden vervolgens drie dagen op opleiding gestuurd, zodat ze in staat waren al vroeg bepaalde signalen op te vangen, collega's met problemen op de juiste wijze op te vangen en hen desnoods ook door te verwijzen richting gespecialiseerde hulp. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling dat zij zelf psycholoog gaan spelen.

"Wie bij hen gaat aankloppen mag uiteraard ook om geheimhouding verzoeken, maar het is wel de bedoeling dat de vertrouwenspersonen altijd en overal de vinger aan de pols houden en in nauw contact staan met het monitoringcomité."

Sinds het systeem in werking trad, klopten al zowat 25 medewerkers - op een totaal van 250 - aan bij de vertrouwenspersonen omdat ze voelden dat het de verkeerde kant uitging. Maar net omdat het probleem nu wel op tijd werd aangepakt, moest niemand de voorbije twee jaar op doktersadvies nog enkele maanden thuisblijven, laat staan op zoek gaan naar ander werk.

"Dat is mooi, ik ben er zeker van dat we hierdoor al een aantal medewerkers voor verder onheil behoed hebben. Maar nog veel belangrijker is de bewustwording die hierdoor in het hele bedrijf is ontstaan en gegroeid. Onze mensen beseffen nu dat de thematiek ernstig wordt genomen, het taboe is weg, en op lange termijn is dat wellicht nog veel belangrijker. Burn-out is geen modeverschijnsel maar een harde realiteit.

Niet waterdicht

"Tegelijk besef ik maar al te goed dat je als bedrijfsleiding nooit alle gevallen zult kunnen traceren of vermijden. Soms vangen we signalen op, gaan we met mensen praten en dan verzekeren die ons dat er niets aan de hand is. Waarna ze twee maanden later toch thuis zitten.

"Omgekeerd mag je ook niet de fout begaan alle medewerkers over dezelfde kam te scheren: voor sommige mensen is het totaal geen probleem om 's avonds thuis te komen en een uur later de laptop opnieuw open te klappen. Bij anderen is dat nu net de druppel die de emmer langzaam maar zeker doet overlopen.

"Bedrijven moeten beseffen dat zij niet als enige de verantwoordelijkheid dragen voor medewerkers die met een burn-out sukkelen: iemands persoonlijkheid is niet zelden een heel determinerende factor. Wél moeten ze leren dat ze er alle belang bij hebben deze problematiek ernstig te nemen. De crisis, de druk op bepaalde afdelingen of sectoren, lastige klanten die je medewerkers de kast opjagen: dat heb je zelf niet in de hand. De wijze waarop je daar binnen je bedrijf mee omgaat daarentegen, dat kun je als management wel sturen.

"En voor alle duidelijkheid: een burn-out is géén depressie, en is altijd werkgerelateerd. Als iemand bij ons aanklopt en het wordt duidelijk dat de bron van zijn problemen in de privésfeer ligt, dan verwijzen we hem of haar gewoon door naar de huisarts."

Andere bedrijfscultuur

Professor Elke Van Hoof (VUB), die al ruim tien jaar patiënten met burn-out en overmatige werkstress begeleidt, heeft eerder gemengde gevoelens bij de nieuwe wetgeving. "Dit is zonder meer een eerste stap in de goede richting om deze problematiek min of meer bespreekbaar te maken. Het taboe hierover blijft immens, vanuit het idee: ik heb stress, dus ik ben zwak. We moeten dus echt naar een andere bedrijfscultuur, maar hoe doe je dat bijvoorbeeld bij al die internationale bedrijven in ons land, waar men doorgaans de traditie en cultuur van het moederbedrijf volgt? Ik vrees dat deze wetgeving op dat vlak weinig zal veranderen."

Een tweede, veel fundamenteler bezwaar, is dat de nieuwe wetgeving bedrijven niet verplicht om werknemers daadwerkelijk door te verwijzen naar specialisten met een gedegen opleiding op het vlak van stress-gerelateerde aandoeningen. "De huisarts, de bedrijfsarts, allemaal goed en wel, maar wat met de kwaliteit van dat soort zorg? Ik vrees echt dat al te veel problemen gewoon ad hoc en heel gefragmenteerd zullen worden opgelost, net omdat het nieuwe wettelijke kader op dat vlak zo vaag blijft.

"Zelfs de meeste klinische psychologen hebben niet echt een opleiding gehad om burn-out vroegtijdig te detecteren en de diagnose te stellen, zodat dit bij uitstek een uitsluitingsdiagnose blijft: als alle andere mogelijke aandoeningen medisch uitgesloten zijn, dan moet het wel een burn-out zijn. Tja, daarmee ga je werknemers die echt een zware burn-out hebben niet veel verder helpen.

"Het is voor alle betrokken partijen totaal zinloos wanneer de huisarts of bedrijfsarts snel-snel drie weekjes platte rust voorschrijft. Doorgaans heb je zes tot acht maanden nodig om te herstellen van een echte burn-out.

"Ik kan het dus niet voldoende herhalen: ook en vooral werkgevers hebben alle belang bij een vakkundige preventie en diagnose."

De burn-outwet

Sinds begin september verplicht een nieuwe wet bedrijven in ons land om werk te maken van een preventief burn-outbeleid. Werkgevers moeten hun medewerkers sensibiliseren en risicoanalyses opstellen. Voor werknemers moet het via een laagdrempelig meldingssysteem voortaan een stuk eenvoudiger worden om eventuele problemen aan te kaarten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234