Dinsdag 23/04/2019

Leugenaars

Zo kunt u zien of iemand liegt

Nu het internet en de sociale media het zo simpel maken om leugens te verspreiden, weet niemand nog wat hij moet geloven. Geen wonder dat Pamela Meyers TED-talk ‘Hoe herken je een leugenaar?’ één van de populairste ooit is, met meer dan twintig miljoen views. ‘Iedereen zoekt wanhopig naar houvast: wie kan ik nog geloven en wie niet?’

In uw boek Liespotting verklaart u de psychologie van het liegen en zet u alle wetenschappelijke kennis over hoe je bedrog kunt opmerken op een rij.

“Als je de waarheid wilt achterhalen, moet je eerst en vooral begrijpen dat een leugen op zich geen kracht heeft. Die krijgt ze pas als iemand anders beslist om erin te geloven. Het klinkt hard, maar als je belogen bent, is dat omdat je daarin toegestemd hebt.” 

Waarom doen we dat?

“Omdat we allemaal blinde vlekken hebben: bepaalde dingen willen we gewoon niet inzien. We hunkeren allemaal naar iets, bijvoorbeeld slimmer, machtiger of rijker zijn. Als je je laat beliegen, is dat vaak in de hoop de kloof te dichten tussen wie je bent en wie je zou willen zijn. Als je erg bezig bent met geld te verdienen, ben je een makkelijke prooi voor oplichters. Als je wanhopig op zoek bent naar liefde, stijgt de kans dat je op een dag je kleren uittrekt voor iemand met foute bedoelingen die je de complimenten gaf die je wilde horen. Je laten beliegen heeft te maken met een gebrek aan zelfkennis. Als je niet weet wat je zwakke plek is, gaan bedriegers ermee aan de haal, zonder dat je het doorhebt.”

Je eigen blinde vlekken zien is niet evident.

“Klopt. We hebben niet allemaal de tijd en het geld om daarvoor tien jaar in psychoanalyse te gaan (lacht). Maar wat je wél kunt doen, is aan je vrienden en je familie vragen waar je volgens hen iets te gretig naar verlangt. Het zal pijnlijk zijn naar hun verdict te luisteren, maar je bespaart jezelf veel pijn als je niet meer te bedotten bent door mensen die je vertellen wat je horen wilt.”

Is het ook wegens die blinde vlekken dat de sociale media ons kunnen beliegen?

“In zekere zin wel. Onderzoek heeft aangetoond dat feiten weinig invloed hebben op mensen hun emotionele overtuiging. Er loopt momenteel een onderzoek naar de vraag: ‘Hoe corrupt zullen mensen Donald Trump vinden als hij straks in staat van beschuldiging wordt gesteld voor witwaspraktijken?’ Nu blijkt dat het grootste deel van de bevolking zal blijven geloven dat hij een eerlijke man is die het land ten goede zal veranderen. Mensen willen in de bubbel blijven leven die hun wereldbeeld bevestigt en ze gaan op de sociale media op zoek naar berichten die dat beeld onderschrijven. Met resultaat: je kunt op het internet zowel bewijs als tegenbewijs vinden voor elke mogelijke visie.”

Opmerkelijk: u zegt in uw boek ook dat leugens nodig zijn.

“Niet alle leugens zijn schadelijk. Onderzoek toont aan dat we per dag tien tot tweehonderd keer worden belogen. We zijn allemáál leugenaars. We zeggen heel bewust: ‘Wat zit je haar leuk,’ terwijl we denken: wat voor coupe is dát? Of we beweren: ‘O, ik heb je mail nu pas in de spam gevonden’, in plaats van toe te geven dat we geen zin hadden die mail te beantwoorden. Formeel keuren we liegen af, maar onderhuids voelen we dat er manieren van liegen zijn die de maatschappij goedkeurt. Meestal liegen we om mensen in hun waardigheid te laten, en de scherpe kantjes van onze sociale omgang te schaven. Als we stoppen met liegen, zou de wereld plots een veel hardere en deprimerendere plek zijn. We zouden elkaar zelfs afmaken, denk ik.

“Liegen heeft ook een evolutionair nut. In de prehistorie moesten mensen liegen om te overleven: in het geval van voedselschaarste logen ze over waar hun voorraad lag, zodat ze niet beroofd zouden worden. Dieren doen het ook, bedrog maakt intrinsiek deel uit van de natuur. Kameleons die van kleur veranderen, een vogel die doet alsof hij gekwetst is om een aanvaller van zijn nest jongen weg te lokken. Hoe meer ontwikkeld de neocortex (de bovenste laag van de hersenhelften, red.) is, hoe ingenieuzer het bedrog wordt.

“Mensen liegen vanaf het moment dat ze geboren worden. Het is een overlevingsreflex. Baby’s faken pijn omdat ze willen weten of hun moeder in de buurt is. Ze huilen terwijl er niks aan de hand is, stoppen even om te zien of mama al komt aanrennen, en gaan dan weer vrolijk verder met krijsen. Van die overlevingsreflex zie je soms nog resten bij mannen. Zij voelen dezelfde afhankelijkheid van hun vriendin of vrouw, maar liegen om niet te tonen dat ze zich verloren en overgeleverd voelen. Tot op zekere hoogte is het gezond te liegen over je hulpeloosheid. Om te overleven is het soms noodzakelijk je minder kwetsbaar te tonen dan je in werkelijkheid bent.

“Als we eenmaal getrouwd zijn, liegen we tegen onze partner in één op de tien interacties. Tegen minnaars of minnaressen doen we dat drie op de tien keer. Net zoals je tegen je beste vriend eerlijker zult zijn dan tegen een verre vriend. Maar de gróve leugens, waarbij er véél op het spel staat als de waarheid aan het licht komt, komen dan juist weer wel vaker voor tussen echtgenoten en close vrienden. ‘Waar was je gisterenavond, schat? Je was niet op kantoor.’ ‘Ja, ik moest tanken en kwam een oude vriend tegen en mijn gsm was plat en…’ Leugenaars gebruiken altijd overdreven veel woorden, verstoppen hun bedrog tussen zoveel mogelijk irrelevante details. Hun verhaal zal ook volledig chronologisch verteld zijn, terwijl een eerlijk verhaal altijd chaos vertoont.”

We liegen ook makkelijker tegen bazen dan tegen mensen die lager op de ladder staan, schrijft u.

“Dat heeft te maken met de manier waarop we ons leugenachtige gedrag goedpraten. Je kunt tegen je baas liegen over spullen die je op kantoor hebt gestolen omdat je denkt: die man is zelf corrupt, wat maakt mijn bedrog uit? Dat is één van de belangrijkste dingen die ik mensen tijdens mijn trainingen meegeef: zoek naar de gedachtekronkels waarmee de leugenaar zijn gedrag rechtvaardigt. Een goeie leugenspotter kan zich verplaatsen in het hoofd van bedriegers. Ze gooien allerlei mogelijke rechtvaardigingen op tafel: ‘Die baas van jou bespaart echt wel op alles, hè? Terwijl jij alleen maar harder moet werken. Jij verdient eigenlijk wel een extraatje.’ Vervolgens is het wachten tot de bedrieger toehapt. Er bestaat een handleiding voor die aanpak, met daarin wel achthonderd mogelijke redeneringen waarmee mensen hun bedrog rechtvaardigen. De kunst tijdens zo’n ondervraging is de bedrieger het gevoel te geven dat je hem niet moreel veroordeelt. Als hij zich begrepen voelt, zal hij sneller bekennen.

“Ik gebruik die techniek soms ook thuis, bij mijn man. Ik vraag af en toe: ‘Wat is het onnozelste ding dat je dit weekend heeft dwarsgezeten?’ Wegens het woord onnozel zal hij het gevoel hebben dat ik hem de permissie geef echt álles te zeggen, zonder dat ik hem zal veroordelen. En juist daarom zal iemand aan wie je die vraag stelt nooit iets onnozels zeggen. Integendeel. Je zult er een waarheid mee loskrijgen die die persoon anders zou hebben achtergehouden.”

Wat heeft uw man geantwoord?

“Dat hij vond dat we veel te veel geld hadden uitgegeven. Dat was kennelijk iets wat hem al lang dwarszat, en het was heel goed dat we dat eindelijk eens hebben besproken.”

Clinton en lewinsky

U geeft veel trainingen aan fraudebestrijders binnen bedrijven.

“Bedrijfsfraude kost Amerika elk jaar bijna een miljard dollar. Ik ben in mijn eerste eigen bedrijfje zelf opgelicht door de assistente die ik had aangenomen en volledig vertrouwde. Ze heeft voor enorme bedragen cheques vervalst en spullen gekocht met mijn creditcard, zonder dat ik enig vermoeden had. Zo is mijn interesse in de materie ontstaan.”

In hoeveel procent van de gevallen achterhaalt u de leugen?

“Getrainde leugenspotters achterhalen de waarheid in 90 procent van de gevallen. Bij de rest van de mensen is dat maar 54 procent. Het is dus eigenlijk best makkelijk. Dat komt omdat we allemaal dezelfde technieken gebruiken en dezelfde fouten maken als we liegen.”

Leg uit. Hoe herken ik een leugenaar?

“Om te beginnen herken je hem aan de taal die hij gebruikt. Daarnaast zijn er typische minuscule gezichtsuitdrukkingen waarmee hij zich verraadt. Ook de lichaamstaal wijst op oneerlijkheid.

”Hét voorbeeld dat ik altijd geef, is de uitspraak van Bill Clinton: ‘I did not have sexual relations with that woman.’ Daarin zitten vaak voorkomende fouten. Ten eerste zegt hij: ‘I did not.’ Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die iets té graag willen ontkennen, overschakelen op dergelijke formele taal. Dat hij het heeft over ‘that woman’, is ook veelzeggend: leugenaars proberen zich onbewust te distantiëren van het onderwerp in kwestie. Clinton startte zijn betoog met: ‘I will say this one more time...’ Het zou nog duidelijker zijn geweest als hij had gezegd: ‘Ik zal nog een keer eerlijk zijn…’ Dat soort taalgebruik is ook kenmerkend voor mensen die iets verbergen. Wat leugenaars verder nog vaak doen, is de vraag herhalen, om meer bedenktijd te hebben om hun verhaal te fabriceren.”

Verraadt de bedrieger zich niet vooral met zijn lichaamstaal?

“Freud zei het al: ‘Geen sterveling kan een geheim bewaren. Als zijn lippen zwijgen, spreken zijn vingertippen.’ Liegen vergt veel van ons cognitief vermogen, en daarom verraadt de bedrieger zich altijd. Het kost moeite om bij elk woord dat je zegt na te denken en toch spontaan te lijken. Je hersenen moeten op zo’n moment met zoveel zaken tegelijk bezig zijn dat je ongewild signalen uitstuurt die je verraden.”

En die zijn?

“We denken dat leugenaars friemelen, maar dat doen ze juist níét. Hun bovenlichaam verstijft helemaal. We gaan ervan uit dat een bedrieger je niet in de ogen kijkt, maar hij kijkt je meestal eerder te véél in de ogen. We hebben het gevoel dat uit een lach eerlijkheid spreekt, maar een getrainde leugenspotter ziet onmiddellijk wanneer die lach fake is. Je mondhoeken kun je bewust optrekken, maar de echte lach zit in de ogen; en de spieren die je kraaienpootjes bezorgen, kun je niet bewust opspannen. Als de ogen niet met de mond meelachen, weet je dat er iets niet in de haak is.

“Vaak is er een veelzeggende discrepantie tussen wat een leugenaar zegt en doet. Je ziet hem dan, bijvoorbeeld terwijl hij iets heel stelligs beweert, heel hard met zijn hoofd van neen schudden. Heb je de beelden van acteur Jussie Smollett uit de serie Empire niet gezien? Hij beweerde dat hij het slachtoffer was van racisme en homofobie, maar nu is er een sterk vermoeden dat hij de beelden van de aanval zelf in scène heeft gezet – vermoedelijk omdat hij kwaad was dat er maar weinig reactie was gekomen op een homofobe dreigbrief die hij openbaar had gemaakt. Je moet maar eens kijken naar de beelden waarop hij ontkent dat de aanval fake is. Hij schudt ondertussen ook flink met z’n hoofd.

“Nepvideo’s zijn het grootste probleem van dit moment. Intussen kunnen we fake news binnen de kortste keren achterhalen: er zijn systemen bedacht die snel verdachte geldstromen detecteren en zulke constructies blootleggen. Maar er is een nieuwe dreiging: met deepfake software kun je beelden zodanig manipuleren dat je een bekende figuur alles kunt laten zeggen wat je wilt, mét geloofwaardige gezichtsuitdrukkingen. Zelfs ik kan die valse beelden niet van echte onderscheiden. Dat is een taak waar wij, fraudebestrijders, nog een vette kluif aan zullen hebben.”

Moet ik nu onmiddellijk twijfelen aan iemands oprechtheid als hij me té recht in de ogen kijkt en te veel woorden gebruikt?

“Nee. Je moet je pas zorgen gaan maken als je bij iemand meerdere signalen tegelijk opmerkt. Ik geef in mijn boek een checklist van alle indicatoren. Ik noem er nog een paar: leugenaars knipperen te veel met hun ogen en wrijven ook vaak met hun handen in de ogen. Hun voeten staan vaak naar de deur gericht – omdat ze eigenlijk aan de situatie willen ontsnappen (lacht). Tijdens het gesprek bouwen ze soms onbewust barrières met spullen die voor hen liggen, omdat ze zich eigenlijk het liefst zouden verschansen. Ze spreken ook meestal met een lagere stem dan anders.

“Weet je wat ik vaak zeg tegen mensen die bedriegers uit hun omgeving willen weren? Leg mijn boek gewoon op tafel. Je hoeft het niet eens te lezen. Als jij heel expliciet aangeeft dat je werk maakt van je morele code, mijden de meeste leugenaars je vanzelf.

“Het probleem is wel dat we in een tijd leven waarin we niet erg worden aangemoedigd het nauw te nemen met de waarheid. Politici, kerkvaders: allemaal liegen ze erop los. En voor jonge mensen is de waarheid helemaal een diffuus begrip. Dat komt omdat ze tegenwoordig zoveel verschillende identiteiten hebben: eentje op Instagram, eentje op Snapchat.... Vroeger was je één iemand, één persoon met ideeën waar je achter moest gaan staan. Jongeren van nu zijn gewend om regelmatig van identiteit te wisselen, voelen zich er comfortabel bij om het ene moment te doen alsof ze blond zijn en het andere moment bruin. Sjoemelen is alledaags geworden. Ze vinden ook dat ze daar recht op hebben.

“Dát is waar bedrijven erg mee worstelen: jonge werknemers zijn vooral met zichzelf bezig. Zij vinden vaak dat de ideeën die zij ontwikkelen niet van het bedrijf zijn, maar van hen, en dat zij ermee mogen doen wat ze willen. Kijk maar naar CIA-klokkenluider Edward Snowden. Als er één vraag is die we in de fraudebusiness krijgen van bedrijven, is het wel: ‘Hoe herkennen we een Snowden in onze onderneming?’ Snowden was geen hacker. Hij kraakte geen computers, hij kraakte mensen. Hij ontfutselde mensen hun paswoord door langs zijn neus weg te vragen: ‘Hoe heet je hond? Wat is je favoriete voetbalploeg?’ Het zijn de gevaarlijkste bedriegers van deze tijd en we zijn hard aan het werken om hun karaktereigenschappen in kaart te brengen.”

U gelooft nog steeds dat eerlijkheid het langst duurt.

“Net als iedereen. Waarom denk je dat mensen naar mijn TED-talk blíjven kijken?”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.