Maandag 21/10/2019

Het grote psychiatrierapport

“Zes mensen grijpen je vast en planten een spuit in je billen”

Nadia Mahjoub. Beeld Jonas Lampens

Psychiatrische patiënten alleen opsluiten, is therapeutisch noch humaan. Toch belanden ze nog steeds te snel, te vaak en te lang in de 'iso'. Nadia Mahjoub (44) is één van hen: "Het voelde als een verkrachting."

De allereerste keer heeft ze niet tegengestribbeld. Ze wist dan ook niet wat het betekende om “efkes vastgemaakt te worden”. Nadia was 24 jaar toen ze die woorden voor het eerst uit de mond van een verpleegkundige hoorde. Ze ijsbeerde in de gang van een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis in Brussel. In 1996 was dat. “Ik was toen nog een braaf meisje.”

Denk aan: een meisje dat twee voltijdse banen als talenleerkracht in een middelbare school combineert, in de hoop een vast contract te krijgen. “Mijn familie en vrienden zagen dat ik ongezond veel bezig was met mijn werk, dat ik niet meer sliep. Maar het was pas toen ik hen probeerde te overtuigen van mijn paranormale gaven dat ze doorhadden dat het écht niet goed met mij ging.” Nadia dacht dat ze aids had en dat ze, als Belgisch-Tunesische, moest infiltreren bij het Vlaams Blok.

In het ziekenhuis kwam ze niet tot rust. Ze weigerde te gaan slapen. Volgens haar ontdekte ze daardoor wat “efkes vastgemaakt worden” betekent. “Ik ben aan mijn armen, benen en middel gegespt. Pas toen de deur in het slot viel, drong het door: ik kan nergens naartoe.” Haar neus begon te kriebelen, haar blaas te prikken. “De ochtend nadien, toen mijn keel schor was van het roepen, ging de deur eindelijk weer open. Ik voelde me niet beter, maar gebroken.”

Nadia leerde, vreemd genoeg pas na die eerste opname, dat ze psychosegevoelig is. Met haar hand rond een glas water vertelt ze in een Brussels café hoe ze na haar 24ste nog vijf keer herviel en telkens in een andere instelling terechtkwam. Enkele maanden geleden nog werd ze opgenomen. “Ik kan niet zeggen dat ik positief op die periodes terugblik. Voor mij gaan opnames zowat altijd gepaard met isolatie en fixatie.”

Ze geeft toe: als ze psychotisch is, kan ze erg opstandig zijn. Ze stribbelt nu wél tegen. “Door mijn angst voor de afzonderingskamer verzet ik mij. En juist daardoor beland ik er telkens weer in. Het is een vicieuze cirkel. Alleen de gedachte doet mij al panikeren.” Hoe zou je zelf zijn, vraagt ze. “De eerste keer ben ik in de isolatiecel door zes mensen vastgegrepen. Iemand trok mijn broek uit om een spuit in mijn billen te planten. Voor mij voelde dat als een verkrachting.”

Allerlaatste redmiddel

Leg je een verhaal als dat van Nadia aan een hulpverlener voor, dan is de kans groot dat hij je zegt dat de zaken vandaag helemaal anders zijn. Dat afzondering en fixatie alleen bij hoge uitzondering gebeuren. Dat zoiets niet straffend bedoeld is, maar om patiënten te beschermen. Hij zal uitleggen dat dit soort dwang alleen plaatsvindt als er geen enkele andere manier is om iemand tot rust te brengen. Hij noemt het een allerlaatste redmiddel.

Hoe vaak hulpverleners dat laatste redmiddel hanteren en of dat wel altijd 'zo min en zo kort mogelijk' is, blijkt niet te verifiëren. In tegenstelling tot andere landen wordt in België niet centraal bijgehouden hoe veel er gefixeerd of geïsoleerd wordt. De meeste psychiatrische instellingen hebben deze data wel zelf, zo leren de verslagen van de Vlaamse Zorginspectie. Maar omdat de registraties verschillen en de inspecties niet in dezelfde periode plaatsvinden, is het onmogelijk om een totaalbeeld te krijgen.

De zorginspecteurs koppelen ook geen waardeoordeel aan de data. Of een instelling nu 294 afzonderingen per jaar telt, waarvan een derde gepaard met fixatie, of ze telt er 537, waarvan een tiende langer dan vijf dagen duurt: het zijn voor hen 'algemene bevindingen'.

Nochtans roept een heleboel passages in de inspectieverslagen ernstige vragen op. Zo beschrijven de inspecteurs hoe patiënten die 's nachts worden opgenomen standaard geïsoleerd worden en hoe sommige tijdens een eenzame opsluiting verplicht incontinentiemateriaal moeten dragen. Nog schrijnender zijn vaststellingen als “De langste afzondering bedroeg 116 dagen” of “Eén patiënt werd meer dan vier maanden dagelijks gefixeerd". Iedereen die dit te horen krijgt, is formeel: dit soort praktijken zijn mensonterend. Dit kan en mag nooit.

De inspectie geeft wel een score voor wat ze in beleidsdocumenten over vrijheidsbeperkende maatregelen terugvindt. Bij welke indicaties worden patiënten geïsoleerd? Worden ze op één, twee of vijf punten op hun lichaam gefixeerd? Hoe is het toezicht geregeld? Zijn alle registratieformulieren netjes ingevuld? Zijn zulke zaken niet in regel of kunnen ze beter, dan noteren de inspecteurs het als een 'non-conformiteit' of een 'tekortkoming'. Hetzelfde geldt voor de afzonderingskamers. Er wordt gekeken naar de grootte, de lichtinval en de beschikbare oproepsystemen.

“Ik wist lange tijd niet eens waar dat belletje voor diende”, herinnert Nadia zich. Ze drukte er regelmatig op, maar er kwam niemand. “Hulp vragen was voor mij in de psychiatrie niet hetzelfde als hulp krijgen.” Misschien had dat ook wel met haar aandoening te maken, zegt ze. “Door mijn psychoses had ik geen besef van tijd. Dat moet voor de verplegers lastig zijn geweest. Zeker als ze alleen op de afdeling stonden. Misschien heb ik wel elke vijf minuten op dat belletje zitten drukken. Dat kan. Maar voor mij voelde het écht alsof er uren tussen zaten.”

Weinig moeite, weinig geld

Dwang in de psychiatrie gaat niet alleen over mensen zonder hun toestemming afzonderen of vastbinden. Evengoed gaat het over gedwongen opnames. In ons land vinden die steeds vaker plaats. Tussen 1999 en 2008 is dat aantal in België met 42 procent gestegen. In Vlaanderen hield die stijging ook de voorbije jaren aan: tussen 2009 en 2013 ging het van 6.479 naar 6.673 keer.

“Deze cijfers leggen een spanningsveld bloot dat al eeuwenlang in de psychiatrie speelt: moeten we de patiënt tegen de omgeving beschermen of de omgeving tegen de patiënt?”, zegt Brenda Froyen. De ervaringsdeskundige en schrijfster gelooft evenwel niet dat dit de enige reden is waarom de traditie van dwang maar moeizaam doorbroken raakt. Better safe than sorry. Ook dat principe staat volgens haar een revolutie in de weg. “Uit de gesprekken die ik de afgelopen jaren had met tal van mensen in de sector onthoud ik dat er ook bij de hulpverleners zelf veel angst heerst. Omdat ze ooit eens een negatieve ervaring hadden of omdat ze een collega daar ooit over hoorden spreken. Dus nemen ze het zekere voor het onzekere en isoleren of fixeren ze. Het blijft ook simpelweg de makkelijkste oplossing. In een mum van tijd keert de rust op de afdeling terug. Voor weinig moeite en weinig geld.”

Brenda Froyen, ervaringsdeskundige en schrijfster Beeld Jonas Lampens

Nadia voelt geen wrok ten opzichte van de mensen die haar met dwang tot rust probeerden te brengen. Het is het systeem dat haar boos maakt. “Ik vergelijk het soms met vlees eten. We weten dat dieren in vreselijke omstandigheden worden geslacht, maar daarom zijn we nog niet allemaal vegetariër. Je gedrag aanpassen is lastig. Daar komt nog eens bij dat de realiteit makkelijk te negeren is: net als die dieren zijn de mensen in de afzonderingskamer niet zichtbaar.”

Is dwang nooit heilzaam? Of wel onder duidelijk bepaalde omstandigheden? Hoe schadelijk zijn de gevolgen precies? Vanuit wetenschappelijke hoek is er bijzonder weinig aandacht voor dit soort vragen.

In het vakblad The Lancet Psychiatry verscheen vorig jaar een zeldzame studie over opnames in gesloten psychiatrische afdelingen. Op basis van 145.000 patiëntendossiers in 21 Duitse ziekenhuizen tussen 1998 en 2012 onderzochten ze in welke mate bijvoorbeeld patiënten met suïciderisico beter geholpen zijn op een gesloten afdeling. Hun conclusie: het maakt geen verschil. Zelfdoding kwam even vaak voor in ziekenhuizen met een gesloten regime als in die met een open regime.

Doodzonde

Volgens psychiater Chris Bervoets, expert dwang bij de Hoge Gezondheidsraad (HGR), zijn er nochtans omstandigheden waarin een afzondering therapeutisch kan zijn. “Het gaat dan om heel duidelijk afgelijnde situaties. Denk aan mensen die zodanig onder invloed zijn van drugs of in een acute toestand van neurologische verwardheid verkeren dat geen enkele vorm van communicatie mogelijk is.” Volgens hem voelen deze mensen zich niet getraumatiseerd.

Toch vindt Bervoets dwang in de psychiatrie een problematische praktijk. Zeker als het gaat over isolaties omdat patiënten afdelingsregels niet volgen, therapie niet bijwonen of om agressie te vermijden. “Er zijn zeker instellingen die het vandaag anders aanpakken. Die moeite doen om het aantal afzonderingen terug te dringen.” Maar volgens hem mogen we daar geen vrede mee nemen. Al die instellingen gebruiken eigen regels en hanteren een eigen manier van registreren. “Op die manier kun je niet vaststellen of ze het nu beter of slechter doen. De overheid moet een centraal registratiesysteem opzetten en duidelijke richtlijnen uitvaardigen. Zolang ze dat niet doet, schiet ze tekort.”

Nadia wil niet tegen schenen schoppen, zegt ze. De afgelopen zestien jaar is ze in de psychiatrie wel degelijk geholpen. En ze weet ook: de sector is in volle transitie. Bij een van haar recentere opnames, toen ze naar een Vlaams-Brabantse instelling moest verhuizen omdat een Brussels algemeen ziekenhuis geen raad met haar wist, kwam er zelfs geen automatische isolatie aan te pas. “Een verpleegkundige is mij toen persoonlijk komen ophalen. Onderweg hebben we in de ambulance een persoonlijk gesprek gehad. Dat kan dus ook, met iemand die psychotisch is.”

De conclusie bij aankomst: Nadia was rustig, haar opnieuw afzonderen was nergens voor nodig. “Het is de eerste keer dat ik mij zo begrepen voelde. Zo gerustgesteld ook. Die man heeft mij een nieuw trauma bespaard.”

Wat hij deed, sterkt Nadia ook in haar overtuiging dat het op een dag écht anders zal zijn, dat niemand nog alleen en tegen zijn wil opgesloten wordt. “Maar intussen blijft het doodzonde dat het allemaal zo langzaam gaat. De verandering is er, maar het is nog een briesje. Het gaat rustig, zacht. De grote storm die nodig is, blijft uit.”

Nadia Mahjoub. Beeld Jonas Lampens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234