Dinsdag 21/01/2020

Column De schaal van Mulders

Zeer vermakelijk zijn zoekopdrachten als ‘14 hairless cats that look like Vladimir Putin’

Beeld rv

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen. 

Mijn kat dut met gekruiste voorpoten bovenop het Verzameld werk van Willem Elsschot. Je kunt veel zeggen van katten, maar niet dat ze voor literaire reuzen bewondering voelen.

Mijn hele leven al heb ik katten, hoewel ik ook langere periodes kat­loos heb doorgebracht. Dat waren de jaren waarin ik de wereld het onherbergzaamst vond. Katten verzachten de situatie. Ze leren je dat vlijt overschat wordt en dat je altijd op je pootjes kunt vallen. Ook vermakelijk, overigens, zijn zoekopdrachten als Cats that look like other things of 14 hairless cats that look like Vladimir Putin.

Hoewel ik als kind verzot was op katten, wist ik in wezen weinig over ze. Ik vroeg mij bijvoorbeeld af wat er zou gebeuren mocht een leeuw een huiskat in de savanne ontmoeten. Zouden die twee elkaar als soortgenoten herkennen en nonchalant begroeten, zoals de ene motor­rijder de hand opsteekt als hij een andere tegenkomt? Ik weet nu dat dat een romantische illusie is. Wellicht zou de leeuw de huiskat naar binnen spelen, ondanks hun familieband.

Je leert je huisdier beter kennen door er de vakliteratuur over te raadplegen. Ik weet nu dat katten woestijn­dieren zijn, vandaar dat gescharrel in kattenbak­grind. Katten zijn minder op hun gemak in de wereld dan ze lijken. In het wild dreigen ze het slachtoffer te worden van grotere roofdieren, lees ik in een boek met de leuke titel I Love Happy Cats. Vandaar dat mijn huis­tijger verschrikt opkijkt als er een motorfiets optrekt in de verte of als de buren enthousiast in hun slaapkamer rondscharrelen.

Beeld RV

Mijn kat is constant op zijn hoede en dat heeft hij geërfd van de wilde kat (Felis silvestris lybica) waarvan hij afstamt en die ‘woon­achtig’ is in Noord-Afrika. Woon­achtig vind ik een grappig woord, zeker als je het in een kattenboek tegenkomt. Ik lees over gelukkige en ongelukkige staarten, over snorharen en over de kegels en staafjes in ogen van katten en mensen. Katten zien scherper dan wij, maar van kleur hebben ze weinig kaas gegeten, waardoor rood, roze, bruin en oranje voor hen vijftig tinten grijs zijn. Hun neus is uitmuntend. De mens kan vijf miljoen geuren onderscheiden, maar de kat overklast hem met tachtig miljoen. Ik denk aan de onwelriekende brokken die ik hem voorschotel, en voel mij een flurk met beperkte reukzin.

Ik doorgrond nu ook waarom mijn kat aan een deur krabt en dan toch niet naar binnen gaat. Alle vluchtwegen moeten open blijven, voor het geval er een groter roofdier opdaagt. Tegelijk is er die andere kant, beschreven in een passage die doet denken aan zen­boeddhisme: ‘Katten kunnen niet complex denken, waardoor zij zich niet in het verleden of de toekomst kunnen verplaatsen. Katten leven in het hier en nu. Ze bedenken geen andere scenario’s buiten datgene wat op een welbepaald moment gebeurt.’

Het lijkt me een zegen om zo in het moment te kunnen leven. Het belet de kat niet om van de groten der aarde de mooiste complimenten te krijgen. “Er zijn twee manieren om aan de ellende van de wereld te ontsnappen”, schijnt Albert Schweitzer gezegd te hebben: “Muziek en katten.”

Ik kan er gelukkig een paar meer bedenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234