Dinsdag 21/01/2020

Zalm van het jaar

Zalm van het jaar: De Focuscoach

Assistent-trainer Hennie Spijkerman, coach Frank de Boer en assistent-trainer Dennis Bergkamp tijdens een match van Ajax. Beeld PHOTO_NEWS

Meer inzicht, meer zalm. In 2016 blijft dat het devies van De Morgen, maar natuurlijk staan we ook even stil bij het bijna afgelopen jaar. Met woorden die beide jaren verbinden. Die meer inzicht geven in wat gebeurt, aan het denken zetten of simpelweg leuk zijn.

Een nieuw woord is altijd leuk als het betekenis heeft. Als het een frisse draai geeft aan ontwikkelingen in de samenleving en in de tijd. Modieuze nieuwlichterij of koketterie hoort daar niet bij.

De voetbalvocabulaire is een valse à mille temps. Een grabbelton van woorden, begrippen en metaforen, van newspeak. Semantiek in permanente staat van vervelling. Je kunt er een halve Van Dale mee vullen. En dat is toch gek, want de kruising blijft al honderd jaar de kruising en het gebit van een Engelse mandekker is nog altijd een fietsenstalling. Ook de reglementen veranderen nauwelijks. Conservatieve sport met conservatief taalgebruik.

Met de technische taal van hoofdcoach, assistent-coach, keeperstrainer, materiaalman, kantinejuffrouw, wordt gezien als een kleine elite, maar nog steeds verbonden met de taal van de fans. Woorden tussen klompen en noppen. De jongste tijd heeft echter ook in het voetbal de psychologisering van alles en nog wat hevig toegeslagen. Wat heet, zelfs verwaaide existentialisten hebben zich gemeld. In het modernistische reveil beleven we nu de intrede van een 'focuscoach'. Het curiosum werd een half jaar geleden geïntroduceerd door Ajax-coach Frank de Boer die wanhopig werd van het belabberde spel van zijn spelers. Hij herinnerde zich de woorden van medevoetbaltrainer Louis van Gaal die altijd beweerde dat je een wedstrijd eerst moet imagineren. Derhalve: onder de huid met bal en man om spelers zo hoog mogelijk in de concentratie te brengen.

Focus is het meest inflatoire begrip sinds het in 1604 voor het eerst gebruikt werd door de Duitse astronoom Johannes Kepler. De Boer heeft daar nu een levende mens bij bedacht: de focuscoach. Noem het gerust de vierkantswortel van onzin. Dure dikdoenerij. De focuscoach als pochet van normale stafleden. Het hoort tegenwoordig bij de scholastieke aankleding van de voetbalsport die graag enig academisme gebruikt als schaamlap voor ruig kapitalisme en corruptie. De deskundige die nonchalance uit het elftal moet halen voor zogenaamde maximale capaciteitsbenutting - proef de woorden, en je hoort een academische snob dementeren.

Allicht houdt iedere coach de focus op scherp. Hij heeft weinig anders te doen, maar een aparte paljas als medium van het hogere en ontoegankelijke is nergens goed voor. Het doet alleen denken aan een mis met drie heren - flauwekul. Chroom rond een lege huls. Spelers in een wervelend elftal slingeren zich voort op instinct en intelligentie. De focus is voor thuis. Vanuit de dug-out zijn alleen kreten over looplijnen, gemillimeterde passes, scoringsvermogen enigszins relevant. En ook dat is niet eens zeker.

Focus veronderstelt stilstand. Dan gaat de focus op de clitoris je makkelijker af dan op de wreef. Stilstand zat. Alles wat uit de mond van een focuscoach komt, is prietpraat van een toogpsychiater. Concentratietrucjes? Daar zorgen Hein en Besnik zelf wel voor, zonder focusgelul. Als coach van Feyenoord schoot de legendarische Ernst Happel op training eens acht colablikjes achter elkaar van de lat. Of dat genade was, vroeg een verslaggever. Wegwerpgebaar: "Het is de wreef, Mein Jungen."

Genade in het voetbal? Te abstract voor het jonge geweld. Focus: idem dito. In een bedrijfstak met duistere geldstromen uit een plug van de Andes tot de Oeral, zijn ze niet zo met de ziel bezig. En dus moet de volkssport gemakshalve worden ingeduffeld met een modieus academisch kleedje. Om meer maatschappelijke status te werven. Een invasie van halve wetenschappers, begeleiders, pedagogische exoten en zielenknijper moet vooral indruk maken. Bij een sportpsycholoog kan ik me er nog iets voorstellen. Al de rest is visitekaartje-vullis. Intellectuele oplichterij, soms.

Clubs hebben tegenwoordig een pakhuis vol coaches. Spitsencoach, linietrainer, stiftjescoach, pegelcoach, muurtjescoach, knijpcoach... Een beetje voetballer wordt zeeziek van deze menigte met haptonomentaal. Geef dan alle spelers ineens een eigen focuscoach. FC Focus. Het klinkt chique, maar de Champions League win je er niet mee.

Frank de Boer was de eerste die met het woord 'focuscoach' op de proppen kwam. Beeld PHOTO_NEWS

Wat zou de focus van George Best zijn geweest? En zou Lionel Messi voor hij aan een weergaloze slalom begint, even stilstaan bij het punt in zichzelf waarin lichtstralen of geluidsgolven convergeren? Die zou niet verder zijn gekomen dan pleintjesvoetbal.

Het woud van coaches dat elftallen instrueert en begeleidt, is een waterhoofd dat lekker meelift op het succes door ingebeelde kennis uit te dragen waar niemand om vraagt. Het is ook een vorm van indekking van de hoofdcoach die omringd door zeven paladijnen altijd een ander schuld kan aanpraten. De focuscoach als krukas voor het recht op eigen falen. Denk aan de mooie arts van Chelsea, Eva Carneiro, die na een omstandige blessurebehandeling door José Mourinho bij het grof vuil werd gezet.

Ik heb nog de tijd gekend dat provincieclubs een eigen kapelaan hadden. Van die orde zijn focuscoaches ook: ze blazen zich vol met nonsens van de psyche, maar hebben alleen ijle lucht in de aanbieding.

Words, words, words.

Morgen deel 8: Sjoemelsoftware

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234