Zaterdag 14/12/2019

Interview

‘Wij moeten van plofkippen terug scharrelkippen worden’: verouderingsexpert David van Bodegom

David van Bodegom: ‘Na je zestigste kom je in de bonustijd.’ Beeld Illias Teirlinck

Hij neemt altijd de trap, nooit de lift. Maar vraag de Nederlandse verouderingsexpert David van Bodegom (41) niet om een marathon te lopen. ‘Wie te intensief sport, slijt’, stelt hij. Wat is dan zijn advies? ‘Minder hard werken, lekker slapen en die koekjes op het aanrecht laten staan.’

Ook humor houdt jong, denk je dan, als je verouderingsexpert David van Bodegom in zijn kantoor bezig ziet. Zeker als hij, gewillig poserend voor onze fotograaf, ineens een fietsje opduikelt en met een halter begint te pompen: “Ik beken, ik gebruik die anders nooit.”

Spelen is zijn hobby, grijnst hij breed. Of toch sinds hij twee kinderen heeft. “En dan bedoel ik niet alleen Lego. Maar ook zandkastelen bouwen, skateboarden, steppen, aan klimtoestellen hangen en huppelen – precies de dingen wat velen verleren met het ouder worden.”

 BIO 41 jaar, geboren in Groningen • is opgeleid als historicus en arts • werkt als verouderings­wetenschapper aan de Leyden Academy on Vitality and Ageing • doceert aan het Leids Universitair Medisch Centrum • is gelukkig getrouwd en heeft twee kinderen

Die veroudering is zijn vak. Als wetenschapper aan de Leyden Academy on Vitality and Ageing, en als docent aan het Leids Universitair Medisch Centrum.

Hij heeft net een boek uit, en er ligt alweer een nieuw in het verschiet. Zo verscheen onlangs het bejubelde Het geheim van de schildpad, waarin hij uitzoekt waarom sommige diersoorten langer leven dan andere, en wat wij daarvan kunnen leren. Eind deze maand belandt hij opnieuw op de schappen, met Tien jaar cadeau. Een boek met tips voor al wie liever later het loodje legt.

Wat vindt u zo aantrekkelijk aan onze oude dag, om u juist hierin te verdiepen?

Van Bodegom: “Je moet weten: ik heb pas op latere leeftijd een roeping gekregen om arts te worden. Eerst was ik als historicus afgestudeerd, op offers in de Griekse oudheid. Ik heb dus altijd wel van oude dingen gehouden. Als geneeskundestudent had ik het vak ‘biology of ageing’. Heel fascinerend vond ik dat. Het ging me in eerste instantie niet eens om de oude mens, of ziektes bij ouderen. Maar wel om de biologie van het verouderen, dat hele proces. Hoe kan het dat een muis na twee jaar al oud en versleten is, de mens na zijn tachtigste, en een schildpad pas na 250 jaar? Zulke vragen trokken me sterk aan.”

U trok ook op onderzoek naar Ghana, aan de westkust van Afrika. Wat stak u daarvan op?

“Ik zag er veel infectieziektes die wij niet meer hebben: malaria, tyfus, tbc. Maar de typische verouderingskwalen van het Westen – diabetes, hart- en vaatziektes, kanker – waren daar erg zeldzaam. Zelfs bij zeventigers of tachtigers. De Ghanezen worden veel gezonder oud. Ze zijn heel slank, hebben een lage cholesterol en bloedsuiker. Zij weten hoe het moet. Wat ook niet zo gek is natuurlijk: ze werken de hele dag op het land, eten wat ze zelf verbouwen – en je kunt nu eenmaal geen koekjes of chocoladerepen telen.”

Terug in Nederland hing u uw doktersjas aan de haak. Werd de spreekkamer te klein?

“Ik wilde niet meer terug naar mijn praktijk, met mijn witte jas en stethoscoop om het lijf. In de spreekkamer was het wachten tot de mensen zelf kwamen aankloppen: na een hartinfarct of bij pijn op de borst. Maar ik wil juist dat ze net zo gezond oud kunnen worden als de bevolking in Ghana. Want hoe je oud wordt, weten we al lang: gezond eten, niet roken, niet drinken, bewegen en op tijd naar bed. Maar de grote vraag is: hoe hou je dat vol?”

Eerst even deze vraag: hoe komt het eigenlijk dat we verouderen?

“Aristoteles kwam als eerste met een theorie. Hij was ervan overtuigd dat veroudering gelijk stond met uitdroging. Olifanten hebben meer vocht in hun lijf dan muizen, en leven daarom langer, redeneerde hij.

“Ondertussen weten we dat veroudering puur slijtage is. Alles wat je gebruikt, slijt: of het nu je wasmachine, je auto of je lichaam is. Dat heeft te maken met invloeden van buitenaf: uv-straling, fijnstof, sigarettenrook. Maar vooral met invloeden binnenin. Vergelijk ons lichaam gerust met een grote chemische fabriek. Bij het omzetten van stofjes in andere stofjes komen bijproducten vrij die schade aanrichten aan ons DNA. Wetenschappers schatten dat er bij ieder van ons in elke cel dagelijks 70.000 beschadigingen ontstaan.”

Valt die schade dan niet te herstellen?

“Ons lichaam is continu bezig om die ravage te repareren, maar dat herstel is niet perfect, en niet eeuwig. Net zoals een wonde een litteken achterlaat, hou je ook hier schrammen aan over. Zo stapelt die schade zich almaar op.

“Ik vraag mijn studenten weleens wanneer ze denken dat de veroudering op gang komt. ‘Ach, dat is iets voor later’, wuiven ze dan weg. ‘Voor als je oud bent. Veertig of zo.’ Wat best confronterend is op mijn 41ste. (lachje) Maar de waarheid is dat je slijt, puur door het leven zelf. Ook mijn studenten zijn al twintig jaar verouderd.”

David van Bodegom: ‘De Ghanezen weten hoe het moet. Ze werken de hele dag op het land, eten wat ze zelf verbouwen – en je kunt nu eenmaal geen koekjes of chocoladerepen telen.’ Beeld ©Ian Berry / Magnum

Nog straffer: we verouderen nog voor de geboorte, schrijft u. Deze week wees een studie van de universiteit van Hasselt nog uit dat een hittegolf tijdens de zwangerschap de baby al ouder maakt.

“Dat begint inderdaad al in de baarmoeder. De cellen delen zich, de eerste kopieerfoutjes ontstaan, en je krijgt al slijtage door die omzetting van stofjes. De Amerikanen zeggen dat het mooist: ‘Life is a disease: sexually transmitted, and invariably fatal.’ Het leven is een dodelijke, seksueel overdraagbare ziekte.”

Hoe komt het nu eigenlijk dat een muis na twee jaar versleten is, de mens na zijn tachtigste, en andere diersoorten nog veel later?

“Dat zit zo. Elke soort krijgt de levensduur die hij nodig heeft om datgene te doen waarvoor hij op aarde is: zich voortplanten. De muis doet dat heel snel, die verwekt nest na nest. Bij ons duurt dat veel langer, ook bij de olifanten en walvissen laat het lang op zich wachten.

“Hoe dan ook, een lang leven is niet per se ‘beter’ dan een kort. Aan het einde van de rit zullen de muis en de olifant elk twee nakomelingen overhouden die zelf ook weer voor nageslacht kunnen zorgen. Zij hebben dus een andere strategie om hetzelfde te bereiken.”

Kortom: de natuur kiest tussen voortplanten of voortleven?

(knikt) “Het is net zoals met het huishoudbudget. Je kunt niet én een nieuwe auto kopen én op vakantie gaan. Je kunt niet zo oud worden als de olifant én zo snel nakomelingen baren als de muis. Voor de muis heeft het ook totaal geen zin om een lijf te hebben dat zich perfect herstelt en hem tachtig jaar in topconditie houdt. In het bos valt ze toch binnen het jaar ten prooi. Je mag een muis nog zo in de watten leggen, tachtig wordt ze nooit. Daar is ze niet voor gemaakt.”

Zijn wij ervoor gemaakt om tachtig te worden?

(schudt van nee) “Wij zijn ervoor gemaakt om zestig te worden, die garantie hebben we. Ben je zuinig op je lichaam, dan haal je misschien de tachtig. En met wat geluk de honderd. Maar dat betekent wel dat we na ons zestigste in de bonustijd komen, in onze ‘evolutionaire schaduw’. Dat is meteen ook de reden waarom de meeste ziektes zich pas dan laten voelen.

“Vergelijk het met een treinrit. Die eerste zestig jaar rijden we op stalen rails, met een duidelijk plan voor ogen. Maar dan ineens houdt het spoor op. Onze trein dendert verder, maar het begint wel een hobbelige rit te worden. Om uiteindelijk ergens te stranden.”

Als de voortplanting zo belangrijk is, waarom sterven vrouwen dan niet op hun veertigste? Als die jaren nadien – evolutionair gezien – ‘nutteloos’ zijn.

“Dat is een van de dingen waar biologen zich over verwonderen: dat vrouwen maar de helft van hun leven kinderen kunnen krijgen. Dat is zeldzaam in de natuur. Bijna alle dieren krijgen nakomelingen tot het einde van hun leven.

“Maar het is natuurlijk zo dat onze kinderen heel hulpeloos zijn. Ze hebben nazorg nodig. Tot op welke leeftijd, daar is discussie over. Sommigen zeggen tot 12 jaar, anderen tot 32. (gniffelt) Laten we zeggen dat je als vrouw binnen de veertig jaar een kroost krijgt waar je nog twintig jaar voor moet zorgen.”

De levensverwachting in ons land ligt op 84 jaar voor vrouwen, en 80 jaar voor mannen. Is dat ook de reden waarom vrouwen langer leven: om te zorgen?

“Je ziet dat bij bijna alle dieren: dat de vrouwen langer leven, omdat hun voortbestaan belangrijker is voor de kinderen. Overlijdt een vrouw, dan nemen de overlevingskansen van haar kroost drastisch af. Mannen zijn op dat vlak vervangbaarder. Dat mannetjesdieren – en mannen – gespierd zijn, is niet zozeer om hun nageslacht te beschermen, maar vooral om andere mannetjes weg te houden van hun vrouwtje.

“Toch zien we soms het andere scenario. Zoals bij de grijze springaap en het nachtaapje. Daar zijn het de mannen die de kleintjes op hun rug dragen en verzorgen. Bij die soorten leven de mannetjes en vrouwtjes even lang, of wordt de man zelfs iets ouder.”

Is dat goed nieuws voor mannen, nu ze vergeleken met vroeger toch meer zorgtaken op zich nemen?

(grijnst) “Helaas, mannen blijven natuurlijk wel geboren worden met hun spierbundels en dat gekke gedrag van ze. Die biologie haal je er niet zomaar uit. Het blijven mannetjes. Dat het verschil in levensverwachting verkleint, komt vooral doordat vrouwen de ongezondere toer opgaan: meer roken, steviger drinken.”

David van Bodegom: ‘Het is een van de dingen waar biologen zich over verwonderen: dat vrouwen maar de helft van hun leven kinderen kunnen krijgen.’ Beeld Illias Teirlinck

Niet zo opbeurend: elke acht jaar verdubbelt onze sterftekans, zegt u. Vanaf wanneer loopt het die vaart?

“Op je twaalfde, aan het begin van de puberteit, is je sterftekans het laagst. Dan ben je op je onsterfelijkst. Het lijkt wel alsof pubers dat ook aanvoelen en graag etaleren, met al hun gevaarlijke capriolen en stoerdoenerij. Maar vanaf je twaalfde begint het risico om te overlijden elk jaar te stijgen, met om de acht jaar een verdubbeling. Dat betekent dat je op je 65ste een risico loopt van 1 op de 100 dat je je volgende verjaardag niet meer haalt. Op je 85ste is dat 1 op de 10. En zodra je 100 bent is het fiftyfifty: kop of munt.

“Lijkt beangstigend? Denk dan aan de muis: zijn sterftekans verdubbelt elke vier maanden. (fijntjes) Zo slecht hebben we het nog niet getroffen.”

Toch worden we steeds ouder. ‘Van de kinderen die nu geboren worden, zal de helft de honderd halen’, verwacht u. Echt?

“Je moet rekenen: zestigjarigen in 2079 zullen veel vitaler zijn. Mijn zoontje van vijf zal nooit op een rokerig kantoor zitten, zoals de huidige zestigers dat wel deden. Ook de behandeling van ziektes zal er nog verder op verbeteren.”

Maar is het wel wenselijk om met zijn allen zo oud te worden?

“Vergeet niet: het zijn gezonde jaren die we gaan winnen. Het is niet zo dat we er ineens na ons tachtigste nog twintig ellendige jaren aan zullen vastplakken. We zullen gewoon trager verouderen.

“Je ziet nu al dat mensen die op hun 65ste met pensioen gaan niet te vergelijken zijn met wie vijftien jaar geleden stopte met werken. Die mensen waren echt kapot en versleten, nu is dat helemaal anders. Met andere woorden: 75 is het nieuwe 65, en dat zal blijven opschuiven.”

Velen zullen verschrikt denken: wie gaat dat allemaal betalen?

“Daar moeten we realistisch in zijn. Het kan alleszins niet zo zijn dat we dan allemaal tot ons 65ste werken en daarna nog 40 jaar op vakantie gaan. Anders is dat niet te betalen. Mensen zullen langer actief moeten blijven. Een probleem kan dat niet zijn: je ziet nu al hoe 65-plussers nog superfit zijn en de wereld afreizen. Die kunnen later net zo goed langer aan de slag blijven.”

Hoe rijmt u dat met het feit dat we steeds ongezonder worden: meer diabetes, meer hart- en vaatziektes, meer chronische kwalen?

“We worden steeds beter in het repareren van wat kapot is. Wie over zestig jaar een hartinfarct krijgt, zal nog betere zorg krijgen dan nu. Maar het jammere is: we zijn nog heel slecht in het gezónd houden van mensen. Dát is voor mij de uitdaging. Honderd worden op zich mag geen doel zijn. Het doel is om mensen langer gezond te houden, waardoor hun leven ook langer duurt.

“Daar zit nu al veel variatie op. In Nederland, naar verluidt toch een land van gelijke kansen, leven de rijkste hoogopgeleiden zeven jaar langer dan de armste laagopgeleiden, waarvan 19 jaar langer in goeie gezondheid.

“Kijk ook naar hartinfarcten en ouderdomsdiabetes. Studies geven aan dat die kwalen negen op de tien keer te voorkomen zijn. Dat zijn verloren gezonde jaren en we kunnen dat voorkomen. Daar moeten we als artsen met zijn allen aan werken: dat we meer mensen de kans geven om gezond 80 te worden.”

Sommige artsen zien veroudering op zich als een ziekte. Een ziekte die ze willen bestrijden. Hoe kijkt u daarnaar?

“Ik vind het maatschappelijk ontzettend ongelukkig om veroudering een ziekte te noemen. Omdat je dan alle zeventigers wegzet als patiënten, terwijl een groot deel van hen misschien gezonder is dan iemand van veertig. Je mag niet iedereen die oud is, ziek noemen.

“De uitdaging ligt ook niet in een pil die ons leven ineens twintig jaar langer maakt. Of in hoogtechnologische snufjes om 150 te worden. Het is nu al voor veel ouderen moeilijk om dat langere leven plezierig in te vullen. Waarom dan investeren in dure nanotechnologie als de beste therapie – een paar wandelschoenen – 50 euro kost. Laten we vooral die aanpak over de hele bevolking uitrollen. Om zo tienduizenden gevallen van diabetes, en de nare gevolgen ervan, te voorkomen.”

Ons record staat al sinds 1997 op 122 jaar, met de Franse dame Jeanne Calment. Sommige wetenschappers beweren dat de eerste mens die 150 wordt, nu al geboren is. Gelooft u daarin?

“Absoluut niet. Ook voor ons is er een biologische limiet. Dat record wordt ooit wel een keertje verbroken. Maar heel wat mensen hebben het al geprobeerd, nog zonder succes. Dat geeft toch aan hoe we daar tegen onze grens aanschurken.

“Waarom de ene mens dan 70 wordt, en de andere 90? Dat zit voor 25 procent in onze genen en voor 75 procent in onze levensstijl. Kortom: heb je slechte genen, dan valt er nog veel te redden. Maar ook met goeie genen kun je niet achterover leunen.

“Jeanne Calment had vooral veel geluk. Zij heeft 22 keer munt gegooid. Haar geheim was naar eigen zeggen twee sigaretten, twee glaasjes port en twee stukken chocolade per dag. Geen arts die je dat advies zal geven om oud te worden. (lacht) Ze is trouwens pas op haar 120ste gestopt met roken. Niet uit gezondheidsoverwegingen, maar omdat ze zo blind was dat ze haar aansteker niet meer zag.”

De oudste schildpad werd 255 jaar, ruim twee keer zo oud als de oudste mens. Moeten we trager leven, willen we langer meegaan?

“We weten alleszins dat een trage stofwisseling belangrijk is voor een lang leven. Leef je trager, dan slijt je minder snel. Dat zien we ook bij kleine zoogdieren die in winterslaap gaan: zij leven anderhalf keer langer dan vergelijkbare soorten die dat niet doen.

“Soms hoor je weleens zeggen: van hard werken is nog nooit iemand doodgegaan. Maar dat geloof ik dus niet. Je slijt er wel degelijk van. Het mooiste experiment was dat met bijen die met kleine loden gewichtjes aan hun vleugels moesten vliegen. Het kostte hen veel meer moeite om in de lucht te blijven, en je zag dat ze sneller verouderden en korter leefden. Dus nee, wij kunnen maar beter niet als een bezetene werken, stressen en rennen.”

David van Bodegom: ‘Kom bij mij niet af met een marathon. Heb je die mensen al zien lopen? Je hoeft echt geen dokter te zijn om te zien dat zoiets niet gezond is.’ Beeld USA TODAY Sports

Van rennen gesproken: deze week gaf een studie in het British Medical Journal nog aan dat 50 minuten joggen per week genoeg is. Bent u het daarmee eens?

“Absoluut. Kom bij mij niet af met een marathon. Heb je die mensen al zien lopen? Je hoeft echt geen dokter te zijn om te zien dat zoiets niet gezond is. Pas op, als je dat leuk vindt, hoef je er niet mee te stoppen. Maar voor je gezondheid moet je er niet mee beginnen. Je hele lijf slijt van zo’n marathon. Dan denk ik: eet liever wat minder. En scharrel wat meer, ook daar hebben we behoefte aan.”

Pardon, scharrelen?

“Daarmee bedoel ik: voortdurend in beweging zijn. In Ghana kon ik dat goed zien. Daar is dat vanzelfsprekend: wil je daar water, dan kun je niet zomaar de kraan opendraaien. Dan moet je eerst een eind stappen naar de rivier en terug. Wil je koken, dan moet je eerst brandhout sprokkelen.”

Hier zullen we het dan toch op een andere manier moeten regelen, niet?

“Klopt, maar ook wij kunnen scharrelen. Denk aan grote wasmanden optillen, in de moestuin werken. Kijk, de helft van onze bevolking heeft overgewicht. Dik is het nieuwe normaal. Dat is een gevolg van onze moderne omgeving. Wij zitten allemaal als plofkippen opgehokt in onze huizen en kantoren. We gaan met onze auto naar het werk, met de lift naar de kantine, en ’s avonds ploffen we neer op de bank. Het punt is: niemand zag ooit een giraf met overgewicht in de savanne. Die giraf scharrelt de hele dag zijn kost bij elkaar. Wij moeten van plofkippen terug scharrelkippen worden. En dat hoeft dus niet per se in de sportschool.”

U hebt precies niet zo veel op met fitnesscentra?

“Ik beken, ik heb een hekel aan de sportschool. Bioloog Midas Dekkers zei ooit dat het de enige school is waar je niks bijleert. Dat is ook zo.” (lacht)

In Tien jaar cadeau schrijft u: willen we gezonder leven, dan moeten we onze omgeving aanpassen, niet onszelf. Dat moet u eens uitleggen.

“Ons lijf is gemaakt voor een omgeving van schaarste. Maar in het Westen kennen we geen honger. Wij hoeven geen voorraadje aan te leggen en meer te eten dan we nu nodig hebben. Al die dieetboeken, in jaloersmakende oplages gedrukt, zeggen hetzelfde: wij gaan dat lijf van jou eens lekker herprogrammeren. Zegt je buik: pak dat koekje, dan moet jouw brein zeggen: nee, ik doe het niet. Leuk is anders, en het lukt ook niet altijd.

“Het ding is: als ons lijf niet past in onze omgeving, dan moeten we die omgeving aanpassen, niet onszelf. Dokters hebben lange tijd de patiënt de schuld gegeven: u moet meer dit, minder dat. Maar het is de schuld van onze omgeving. Kortom, we moeten niet gewoon minder suiker eten. We moeten er vooral voor zorgen dat we minder koekjes tegenkomen.”

Hoe ziet u dat gebeuren?

“Heel simpel. Heb je thuis op het aanrecht een glazen pot met koekjes staan? Doe jezelf dan een plezier en zet die in een kast. Dan hoeft je brein je niet vijftig keer per dag streng toe te spreken: mag niet! Zet liever een kom geschraapte wortels in het zicht. Hier bij ons op kantoor staat nu een schaal met appels naast de koffiemachine. Sinds die er staat, eet ik meer appels. Geloof me, dat gaat vanzelf.”

Nog slimme tips?

“Drink eens uit kleinere wijnglazen, want die kelken worden almaar groter. (slaat zijn ogen op) Of sorteer je koelkast en zet de gezonde voeding op ooghoogte in plaats van de blokjes kaas en salami. En hou potten en pannen van de eettafel weg. Zo kom je al niet in de verleiding om dat laatste stuk worst weg te prikken.”

Maar wat met al die verleidingen buitenshuis? Soms staat de melk toch erg dicht bij de kat?

“De boodschap hier is: vermijden en voorbereiden. Kun je na het werk moeilijk weerstaan aan zo’n kaasbroodje in het station? Neem dan eens een andere wandelroute naar huis. En geeft je collega een afscheidsdrink? Zorg er dan voor dat je niet met honger of dorst naar die receptie vertrekt, want dan gaat het gegarandeerd mis. Drink op voorhand nog een halve liter water en eet een banaan, je zult veel minder wijn en hapjes wegwerken.

“Je ziet, het zit in kleine dingen. Maar als je ze allemaal optelt, hebben ze wel een duurzaam effect.”

Kunnen we onszelf hier echt tien jaar cadeau mee doen?

(knikt heftig) “Hoeveel winst je hieruit haalt, hangt er natuurlijk vanaf hoe gezond je nu al bezig bent. Maar laten we zeggen: gemiddeld tien jaar.

“Trouwens, het is ook een advies dat mensen graag lusten. Want ik zeg ook: niet te hard werken, niet te fel sporten. En belangrijk: lekker slapen.”

Over dat slapen: mensen die het oudst worden, zijn vaak kinderloos. Slijten we ook door kinderen te krijgen, met dat gratis slaapgebrek erbovenop?

“Wees maar zeker van wel. De stambomen van de Britse aristocratie hebben dat al aangetoond: vrouwen die de 90 haalden, hadden veel minder kinderen dan degenen die 70 werden. Je ziet het ook gewoon hoe jonge ouders er na een jaar van onderbroken nachten als een wrak bij lopen. Dat vreet aan je. Al zou ik niemand adviseren om kinderloos te blijven. Je kunt het ook als een investering zien. Dan heb je later iemand die je karretje duwt.” (maakt zich vrolijk)

Bent u daar eigenlijk zelf soms bang voor, om ouder te worden?

“Nee, helemaal niet. Integendeel, ik kijk er zelfs naar uit. De kinderen zijn groot, je hebt al dan niet carrière gemaakt, je hoeft je niet meer zo uit te sloven. Mijn opa is 94 geworden. Hij was weduwnaar, maar reisde op zijn 92ste nog naar Australië met zijn vriendin. Zo wil ik ook wel oud worden. Dat is mijn ideaal.”

David van Bodegom, Het geheim van de schildpad, Atlas Contact, 176 p., 19,99 euro.

David van Bodegom en Rudi Westendorp, Tien jaar cadeau, Atlas Contact, 140 p., 12,50 euro. Verschijnt op 28 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234