Zondag 17/11/2019

vruchtbaarheid

"Weinig zaad? Dan val je maar beter op een jonge vrouw": hoe de kwaliteit van westers sperma zienderogen daalt

Beeld ThinkStock

Onheilspellend nieuws in mannenmagazine GQ: de sperma­­­kwaliteit nam de voorbije decennia razend­snel af. Zijn we in de toekomst niet meer in staat onszelf voort te planten, of zal het zo’n vaart niet lopen? "De kans bestaat dat het almaar moeilijker wordt om een vrouw zwanger te maken."

Mogelijk doemscenario: als u vandaag een jonge man bent, dan bevat uw sperma allicht nog maar voor de helft zoveel zaadcellen als dat van een man die veertig jaar geleden zijn seksuele piek beleefde. Als die daling zich de komende jaren doorzet – wat ze vooralsnog doet – dan schrijft het doem­scenario zichzelf.

Het life­style­magazine GQ sprak voor zijn september­nummer met onderzoekers van de Hebrew University in Jeruzalem en de Mount Sinai Medical School in New York die meewerkten aan een grootschalige meta-analyse van de zaadkwaliteit van mannen – die voor een belangrijk deel wordt bepaald door het aantal spermatozoïden dat het zaad bevat. Dat onderzoek mag u serieus nemen, want het team van onderzoekers, epidemiologen en clinici legde de resultaten van 185 studies naast elkaar die in totaal het zaad van 43.000 mannen onder de loep hadden genomen. Met hun resultaat snoerden ze meteen ook non-believers de mond, die eerdere studies al 20 jaar lang wegzetten als ‘onvol­ledig’.

200 miljoen zaadcellen

Dirk Vanderschueren, endocrinoloog aan het UZ Leuven, las die studie ook en ziet de kwaliteit van het zaad in België ook al even achteruit­gaan. “Een twintigtal jaar geleden werd voor het eerst geschreven dat er een daling merkbaar was in de sperma­kwaliteit van mannen, maar die bevin­dingen lokten altijd veel onrust en kritiek uit. De verdienste van deze meta-analyse is dat ze heel wat studies gecombineerd en vergeleken heeft. Als ze schrijven dat de hoeveelheid in westerse landen de voorbije vier decennia met 50 procent is afgenomen, vind ik dat heel aannemelijk.”

Inderdaad: in westerse landen. Het is immers vooral in Europa, Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland dat de zaadkwaliteit de voorbije decennia aan het achteruitgaan is. In landen die minder geïndustrialiseerd zijn, is dezelfde tendens veel minder merkbaar, zegt Vander­schueren.

Al hebben mannen gelukkig wel wat zaadcellen op overschot die de daling momenteel nog wonderwel weten te maskeren. Om u een idee te geven: één zaadlozing bevat ongeveer 100 tot 200 miljoen zaadcellen. Het is dus absoluut niet vreemd dat u de achteruitgang van het westers zaad nog niet in het straatbeeld weerspiegeld zag of dat u plots minder babyfoto’s op Facebook door de strot ge­ramd kreeg. “Maar als deze trend zich in dezelfde lijn blijft ontwikkelen, bestaat de kans dat het steeds moeilijker wordt om een vrouw zwanger te maken.”

Het is maar de vraag hoevéél zaadcellen een man precies nodig heeft om op een natuurlijke wijze een vrouw te bevruchten. Er werd nog niet veel onderzoek naar verricht, maar fertiliteits­arts Herman Tournaye drukt ons op het hart dat je met ontzettend weinig zaadcellen nog steeds kinderen kunt verwekken, al dan niet op een natuurlijke manier.

“Alleen heb je dan wel een heel vruchtbare vrouw nodig, en in de huidige tijdgeest denken vrouwen toch steeds op een latere leeftijd aan kinderen. Neem die twee tendensen samen, en dan kijken we wel echt naar een probleem. Wanneer het aantal zaadcellen bij mannen daalt, stijgt vooral de tijd die ervoor nodig is om een vrouw zwanger te maken.”

Vrouwenzaken

Vruchtbaarheidsproblemen gaan we gewoon­te­getrouw nog steeds vooral bij vrouwen zoeken. “Terwijl mannen natuurlijk evenveel kans maken om onvruchtbaar te zijn”, vertelt kunstenaar Bert De Geyter (34). De Geyter ontdekte dat hij sterk verminderd vruchtbaar was door een zelftest die hij bij de apotheek bestelde.

Het resultaat was slechter dan verwacht. “Normaal zou die test aan de hand van een verkleuring moeten aangeven hoe het met je sperma gesteld is. Bij mij gebeurde er niets. Niet de minste kleur­verandering.”

Het besef dat een mogelijke zwangerschap waarschijnlijk enkel nog binnen ziekenhuis­muren mogelijk zou zijn, kwam aan als een moker­slag. “Er is echt een moment vóór en na de diagnose”, legt De Geyter uit. “Je lichaam mag dan niet veranderd zijn, je visie op het leven is dat des te meer. Op de juiste momenten seks hebben was plots niet meer genoeg. Als kunstenaar heb ik altijd ge­dacht dat ik alles kon maken, maar datgene wat ik het liefst van al wilde creëren, lukte plots niet. Dat heeft me enorm geraakt.”

Uiteindelijk werd De Geyter geopereerd om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de zaadcellen die wél nog aanwezig waren, optimaal zou zijn. “Bij het indalen van mijn teelballen is er een spat­ader ontstaan. Die doet de temperatuur stijgen, waardoor de omgeving niet ideaal is om kwalitatieve zaadcellen te creëren. De operatie zou me niet meer zaadcellen geven, maar ze kon wel de kwaliteit ervan verbeteren.”

“Frappant”, zegt hij, “dat heel wat dokters en apothekers niet weten dat er zelf­tests bestaan om thuis je sperma onder de loep te nemen. Ze kosten maar 20 euro. De resultaten zijn natuurlijk niet sluitend, maar ze kunnen je wel een indicatie geven van hoe het met je zaad gesteld is.

“Daarom: als je als man twijfelt aan je vruchtbaarheid, haal dan zo’n test in huis. Het kan je jaren, van verwoede pogingen om zwanger te geraken besparen.”

Milieu­factoren

Maar wie of wat moeten we nu met de vinger wijzen om die daling in het aantal zaadcellen te verklaren? Tournaye zoekt de oorzaak vooral bij omgevingsfactoren. “Alge­meen wordt aangenomen dat de bloot­stelling van mannelijke foetussen aan hormonen en allerlei milieu­factoren waarschijnlijk wel een impact heeft op de vruchtbaarheid.”

Ongeboren jongens zijn immers – in tegenstelling tot meisjes – al hormonaal actief wanneer ze nog in de veilige omhelzing van de baarmoeder zitten.

“Het is dan maar de vraag of de hoeveelheid zaadcellen verder blijft dalen en uiteindelijk op de gevreesde nul afstevent, of dat die waarden ooit stabiliseren. Waar­schijn­lijk is het dat laatste. En misschien mogen de waarden van de man zelfs nog verder dalen, maar dan op voorwaarde dat de vrouwen even vruchtbaar blijven. Je kunt als minder vruchtbare man dus eigenlijk maar hopen dat je op een jonge vrouw valt”, grinnikt Tournaye.

Dreigt het verwekken van een kind op die manier iets te worden waar sommige koppels een fikse lening voor moeten aangaan? “In België hebben we het op dat vlak nog goed, omdat een deel van de fertiliteitsbehandelingen wordt terugbetaald, maar in landen waar het zorgsysteem niet zo op punt staat, ziet de toekomst er grimmiger uit. In de Verenigde Staten mag je je dan helemaal blauw betalen als je als onvruchtbare ouder toch een kind wilt.”

Dat vruchtbaarheidsbehandelingen ook in België niet goedkoop zijn, vertelt Sven Overheul (33) ons. “Wanneer je alle behandelingen bij elkaar optelt die mijn vrouw en ik de voorbije jaren hebben ondergaan, kom je toch uit bij de prijs van een kleine auto. De eerste zeven ICSI-pogingen (een vruchtbaarheidsbehandeling waarbij een zaadcel wordt geïsoleerd en rechtstreeks in de eicel wordt ingeplant, red.) worden nog voor een groot deel terugbetaald, maar omdat ook mijn vrouw verminderd vruchtbaar is én omdat we alle mogelijke vormen van medicatie hebben geprobeerd, is er uiteindelijk toch heel wat uit eigen zak betaald.

Sven Overheul. Beeld Bob Van Mol

“En vergeet niet: het mentale aspect is ook loodzwaar. Telkens opnieuw te horen krijgen dat het niet gelukt is, maakt je niet bepaald gelukkig.” Er volgt een stilte aan de andere kant van de telefoonlijn. Dan gaat hij verder. “Ik heb tijdens de eerste vier behandelingen onbewust geprobeerd mijn vrouw van me af te stoten, in de hoop dat ze me zou verlaten. Ik vond niet dat ze dit verdiende. Ik zou het echt begrepen hebben als ze voor een man koos die haar wel op een natuurlijke manier een kind kon geven. Het is niet voor niets dat 80 procent van de koppels die aan een fertiliteitsbehandeling beginnen, uiteindelijk uit elkaar gaan.”

De mentale last van Overheuls verminderde vruchtbaarheid woog zo zwaar door, dat hij uiteindelijk naar een psycholoog stapte. “Er was op dat moment ook een enorm gebrek aan mannelijke rolmodellen die toonden dat je nog even mannelijk bent wanneer je niet op een natuurlijke wijze kinderen kunt krijgen. De tijden zijn gelukkig aan het veranderen. De groep Yevgueni brengt op haar nieuwe plaat zelfs een nummer dat precies over deze problematiek gaat. Dat helpt enorm om de hele boel wat te normaliseren.”

Verdwaalde ooievaar

Mannen en vrouwen die hun kinderwens niet in vervulling zien gaan, vinden op het internet gelukkig veel informatie, lotgenoten, en als het nodig is een hart onder de riem. Een Belgische webstek die zich vol­ledig heeft toegelegd op die vruchtbaarheidsproblematiek is De Verdwaalde Ooievaar. Ze bundelen research over onvruchtbaarheid, maar werken ook als een doorgeefluik om mensen die kampen met een verminderde fertiliteit tot bij de juiste instantie te krijgen.

“De mentale last van zo’n levens­bepalende beslissing wordt ongelooflijk onderschat”, vertelt Marijke Merckx, psychologe en voorzitter van De Verdwaalde Ooievaar. “Het gaat nog te vaak over het medische aspect, terwijl iets zo ingrijpends als een onvervulde kinderwens natuurlijk zware psychologische sporen nalaat. Je staat er misschien niet bij stil, maar een groot deel van onze samenleving is gericht op een gezin met kinderen, en veel mensen zien dat ook als hun toekomstbeeld. Als dat plots niet blijkt te lukken, moet je de zin van je bestaan helemaal herdenken.”

Volgens Merckx hebben mannen het moei­lijker om de stap naar professionele hulp te zetten dan vrouwen. En ook op de fora van De Verdwaalde Ooievaar zie je voor­al posts van vrouwen opduiken. Toch merkt ze een stijging in het aantal mannen dat naar haar praktijk afzakt. “Bij mannen is het taboe vaak groter, omdat ze hun vruchtbaarheid weleens aan hun mannelijkheid linken. Zeker als ze zien hoe hun vrouw onder de diagnose lijdt, kan dat heel zwaar doorwegen.”

Jan Kusseneers. Beeld Bob Van Mol

“Ik ben zelf nooit naar een psycholoog ge­stapt”, vertelt ook Jan Kusseneers. “De mentale weerslag komt nu vooral in periodes. In het begin heb ik me wel wat minder man ge­voeld, nu is het vooral mentaal zwaar als er weer eens slecht nieuws komt. We hebben al drie ICSI-trajecten achter de rug, zonder resultaat. Dat hakt er altijd wel in. Maar toch ga je verder en begin je telkens opnieuw.

“We hebben gelukkig veel steun aan elkaar. Soms met, maar vaker zonder woorden. Als het moeilijker gaat, dan hebben we dat van elkaar vrij snel door en laten we elkaar ook wat met rust. Of soms barsten we samen in huilen uit. We voelen elkaar goed aan en hebben zelfs de indruk dat het ons sterker heeft gemaakt als koppel.”

Niet roken, wel praten

Rest nog de vraag: wat kunt u hier in godsnaam nog aan doen? Een hele chemische industrie eigenhandig een halt toeroepen is moedig, maar wellicht niet zo efficiënt. Tournaye stuurt mannen met een verminderde zaadkwaliteit nog steeds naar huis met het advies te stoppen met roken en overgewicht tegen te gaan.

“Het gaat het aantal zaadcellen niet opkrikken, maar het kan wel de kwaliteit ervan verbeteren. En dat kan een koppel op zijn beurt toch enkele maanden van pogingen tot een zwangerschap besparen”, zegt Tournaye.

Psychologe Merckx sluit zich daarbij aan. “Het is belangrijk om voor ogen te houden dat er wel degelijk zaken zijn die je zelf onder controle hebt. En als het toch niet blijkt te lukken, blijf er dan vooral niet mee zitten. Praat erover. Want er zijn steeds meer mannen die in dezelfde situatie terecht­komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234