Zondag 20/09/2020

Onderzoek De MorgenIs 5G wel oké?

We zien het niet, we horen het niet en we ruiken het niet: toch is 5G onschadelijk

Beeld Kiuw

We zien het niet, we horen het niet en we ruiken het niet. Toch weten we dat het er is en dat het iets doet. Elektromagnetische straling boezemt angst in. Al decennialang zijn mensen bezorgd over de impact van zulke straling op onze gezondheid. ‘5G kan er net voor zorgen dat je minder blootgesteld wordt aan straling.’

Dinsdag 18 juli 2000. De Gentenaar publiceert een verhaal over twee dames die via de vrederechter hebben kunnen afdwingen dat de gsm-masten boven hun flat moeten verdwijnen. In het artikel wordt stralingsexpert Maurits De Ridder (UGent) opgevoerd. Hij noemt het een pyrrusoverwinning. 

“Omdat er zoveel tegenstrijdige verhalen de ronde doen, nemen steeds meer mensen het zekere voor het onzekere, door de masten categoriek te weigeren. Maar dat verzet kan zelfs een averechts effect hebben. Een groep flatbewoners startte ooit een petitie tegen een gsm-mast en haalde zijn slag ook thuis. Maar het resultaat was wel dat er een mast kwam op een flatgebouw aan de overzijde van de straat, die rechtstreeks bij hen binnen straalde. Bij een gsm-mast vertrekt de straling bovenaan in een bundel. Ze raakt 50 tot 200 meter verder de grond. Als er één plaats is waar je veilig bent, dan is het wel net ónder de mast.”

Twintig jaar later is Maurits De Ridder net met pensioen, maar echt stoppen wil hij nog niet. De stralingsexpert snort al jaren alle internationale studies op die op de een of andere manier antwoorden bieden op de vraag: is elektromagnetische straling schadelijk voor het menselijk lichaam? Hij wikt en weegt elke studie.

De opgedane kennis deelt hij niet alleen met collega-wetenschappers, maar ook met burgers die zich zorgen maken, tijdens wetenschapscafés en in parochiezalen te lande. Nu zelfs hier masten in brand worden gestoken, zoals in Pelt in april van dit jaar, probeert De Ridder mensen met feiten gerust te stellen: “We gaan heel voorzichtig om met straling. Maar bij elke extra ‘G’ die erbij komt, volgt een nieuwe stroomstoot aan ongerustheid. Het is een cyclus die we niet snel zullen kunnen doorbreken.”

“Die bezorgdheid is is omdat met telecomstraling verwart met ioniserende straling”, zegt Sofie Pollin (KU Leuven). “We weten allemaal dat we voorzichtig moeten zijn met de ioiniserende ultraviolette straling van de zon. Zij verbrandt huidcellen en veroorzaakt op termijn huidkanker.” Kanker, het woord is eruit. Als ultraviolette straling kanker veroorzaakt, waarom zou elektromagnetische straling met een iets lagere frequentie dat dan niet kunnen? Het is een vrees die vaak terugkomt. “Toch kunnen we vanuit de fysica duidelijk aantonen waarom telecomstraling niet ioniserend is.”

Hersentumoren

Uiteindelijk classificeerde het International Agency for Research on Cancer elektromagnetische straling als “mogelijk kankerverwekkend”. Een verwarrende terminologie, want daarmee zit elektromagnetische straling in dezelfde categorie als aloë vera en werken in een stomerij. “De link tussen niet-ioniserende elektromagnetische straling en kanker is nochtans niet aangetoond”, zegt Pollin. Op de website van Sciensano: niet-ioniserende straling is een straling waarvan de elektromagnetische energie onvoldoende is om een ionisatie van atomen of moleculen uit te lokken. Hoe lager de frequentie, hoe minder energie de golven transporteren. Ioniserende straling beschikt dan weer wel over voldoende energie om atomen of moleculen te laten ioniseren. Lees: beschadigen. De ultraviolette stralen uit zonlicht bevinden zich net op de grens van de twee categorieën. 

En toch, wie zich op Google waagt om uit te vogelen of die constante blootstelling aan straling in onze steden niet schadelijk is, zal al snel op verontrustende informatie botsen.

“Een van de favoriete studies waar mensen op infoavonden mee aan komen draven, is die van de Zweedse oncoloog Lennart Hardell, professor aan de universiteit van Örebro”, zegt De Ridder. Hardell zou bewijs gevonden hebben dat mensen die meer dan 1.640 uur bellen met een mobiele telefoon 2,8 keer meer kans hebben op een bepaald soort hersentumor. “Het probleem is dat er in die nogal wat bias zit waardoor we niet weten of het gevonden risico echt is of het gevolg is van verstoringen in de studie.

In dit geval gaat het vooral om herinneringsbias, een vorm van informatiebias. Moeders met een kind met een aangeboren aandoening herinneren zich doorgaans veel beter welke medicijnen zij tijdens de zwangerschap hebben gebruikt dan moeders die een gezond kind kregen. Mensen in het veel geciteerde onderzoek van Hardell die effectief een tumor hadden ontwikkeld, herinnerden zich veel beter hoeveel ze telefoneerden. Omwille van de aan hun ziekte verbonden klachten gebruikten zij hun telefoons anders. Dergelijke zaken verstoren snel de uitkomst van een studie.

“En dan wordt de peerreview van zo’n studie gedaan door andere oncologen, terwijl zij eigenlijk niet voldoende op de hoogte zijn van de complexe statistiek die bij dergelijke epidemiologische studies vereist wordt”, zegt De Ridder. “Als je mij zou vragen om een inschatting te maken, dan vinden negen op tien studies geen verband. Maar die andere tien procent gaat met alle aandacht lopen.”

“Mocht er echt een duidelijk aantoonbare link zijn tussen elektromagnetische straling en hersentumoren, dan zouden we, nu we meer dan twintig jaar in de straling lopen, een toename van dat soort tumoren moeten zien. Dat is niet het geval, in geen enkel land, ook niet in België.” Maar, en daar houdt elke expert een slag om de arm: wat de effecten op pakweg een termijn van dertig jaar zijn, is nog niet bekend.

Gevoelig voor straling

Maandag 2 oktober 2000. Het Nieuwsblad schrijft dat de ongerustheid onder de bevolking over de mogelijke schadelijke gevolgen van gsm-antennes toeneemt. In het artikel getuigt een inwoner van Anderlecht dat ze met gezondheidsproblemen kampt sinds ze werd blootgesteld aan de straling van twee antennes die zich aan de buitenkant van haar appartement bevinden.

Uit het artikel van 2000: Ik woonde daar van begin november vorig jaar tot 25 december 1999. Mijn kinderen en ik werden er zo ziek dat we nu tijdelijk elders wonen. We hadden meer dan een week nodig om te herstellen. Ik huur het appartement nog, maar ik kom er nog zelden. Zodra ik daar binnenstap, krijg ik opnieuw last van ziekteverschijnselen. Hoofdpijn, spier- en nekkrampen, en slapeloosheid.”

De dame uit Anderlecht is niet alleen. Twintig jaar later, meer bepaald op 10 april 2020, identificeerden 1.667 mensen in Frankrijk zichzelf als elektrohypersensitief (EHS) bij de Franse organisatie Une Terre Pour les Electro-hypersensibles. Dat zijn mensen die last hebben van hoofdpijn, slecht slapen, concentratiestoornissen, spierpijn of gemoedsschommelingen. Zij wijten die symptomen aan elektromagnetische stralingen. Het is een wereldwijd fenomeen. Zo heeft 1,6 procent van de Finse bevolking last van EHS, in Taiwan gaat het om 5 procent, in Duitsland zelfs om 10,3 procent.

Alleen: er bestaat geen enkel bewijs dat die symptomen effectief veroorzaakt worden door elektromagnetische stralingen. EHS is iets wat mensen voor zichzelf vaststellen, maar wetenschappelijk niet bestaat. De Franse wetenschapper Maël Dieudonné van het Max Weber-instituut publiceerde eerder dit jaar een onderzoek waarin hij de mogelijke verklaringen voor EHS kritisch evalueert.

De eerste verklaring zou de meest eenvoudige zijn: elektromagnetische straling heeft effectief een effect op het menselijk lichaam, zeker bij mensen die er hypergevoelig voor zijn. Daar zijn al verschillende onderzoeken naar gebeurd. Het probleem, zo schrijft Dieudonné, is dat geen enkel onderzoek op een verband wijst. Of je mensen nu aan echte elektromagnetische straling blootstelt of hen wijsmaakt dat ze eraan blootgesteld worden, mensen die gevoelig beweren te zijn reageren op beide situaties.

Een andere verklaring die in de wetenschap veel terug te vinden is, is het nocebo-effect. “Als je denkt dat iets schadelijk is, of het nu een appel is of gsm-straling, dan krijg je ook klachten”, legt De Ridder uit. “Het omgekeerde dus van placebo.” Maar, zo schrijft Dieudonné onder andere: “Er is geen indicatie dat mensen die gevoelig zijn voor elektromagnetische straling meer vatbaar zijn voor het nocebo-effect.” 

Tot slot zou het kunnen dat mensen die bepaalde klachten hebben, zoals hoofdpijn, spierpijn, of concentratieproblemen, zelf een verklaring zoeken. “Twintig tot dertig procent van de mensen heeft bepaalde fysieke klachten die geen duidelijke oorzaak hebben”, verduidelijkt De Ridder. Het zou dus best kunnen dat zij zelf de diagnose van EHS op die symptomen plakken. Dat maakt het makkelijker om met die symptomen om te gaan, de zogenaamde coping-strategie. Maar ook hier vindt Dieudonné bezwaren. Eén ervan: waarom kiest maar een klein deel van de bevolking voor dit soort strategie? Wat met alle andere mensen die last hebben van gelijkaardige symptomen? Kiezen zij een andere verklaring?

Als we de angst voor straling beter willen begrijpen, zullen we ook de ziektebeelden die daar nu mee geassocieerd worden beter moeten begrijpen. Daar is volgens heel wat experten nog heel wat werk voor de boeg.

5G is niet hetzelfde als 4G

Tot slot is het wel belangrijk om te benadrukken dat 5G-technologie wel degelijk verschilt van zijn voorganger 4G. Dat vindt professor Wout Joseph van WAVES, een onderzoeksgroep aan de UGent die internationaal een stevige wetenschappelijke reputatie heeft opgebouwd rond hoe we elektromagnetische straling meten. “Als je de bezorgdheid over straling wil wegnemen, dan moet je ook duidelijk communiceren over de verschillen.”

Bij de vorige generaties elektromagnetische straling was het principe eenvoudig: hoe dichter je bij een antenne staat, hoe sterker de straling. Vlak onder een gsm-mast is er dan weer minder straling dan verderop in de stralingsrichting van de antenne. De 4G-dekking wordt verzekerd door antennes die een grotere oppervlakte bestrijken. “De architectuur van 5G zit helemaal anders in elkaar. 5G werkt met kleinere cellen en met meer antennes. 5G-antennes zijn daarnaast ook opgebouwd uit tientallen sub-elementen die een radiobundel beter kunnen richten”, zegt Joseph. “Op die manier kan je als individu gemiddeld zelfs minder blootgesteld worden aan straling.”

In mensentaal: velen hebben schrik voor de hogere elektromagnetische stralingswaarden bij 5G, maar dat hoeft niet per se zo te zijn. Wout Joseph geeft het voorbeeld van twee mensen die op een bank zitten. “In een 4G-wereld worden beide personen constant blootgesteld aan straling. Bij 5G is dat niet per se het geval en kan de bundel straling gericht zijn naar de smartphone van degene die zijn of haar smartphone gebruikt.” Uit de eerste onderzoeksresultaten van de Gentse onderzoeksgroep blijkt dat wie met een telefoon bezig is in een 5G-netwerk wel degelijk onderhevig is aan sterkere straling. Mensen die hun smartphone niet gebruiken ondervinden gemiddeld gezien dan weer minder straling.

“Dat maakt het voor ons wetenschappers wel moeilijker om te berekenen aan hoeveel straling je precies wordt blootgesteld. Want ook wat je doet op je smartphone heeft een impact op de straling. Een telefoongesprek of een Whatsapp-bericht sturen, zal minder impact hebben dan een Netflix-film bekijken.”

Zulke onderzoeken zijn volgens Maurits De Ridder van niet te onderschatten belang. Niet alleen om de juiste stralingsnormen te kunnen bepalen, maar ook om mensen die zich zorgen maken om hun gezondheid beter van antwoord te kunnen dienen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234