Vrijdag 23/08/2019
Samengesteld beeld van de Perseïden.

Column De Schaal van Mulders

Wat zo kolossaal ‘vallende ster’ genoemd wordt, is zelden groter dan een speldenkopje

Samengesteld beeld van de Perseïden. Beeld rv Dominique Dierick

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

De komende dagen zullen er weer volop vallende sterren te zien zijn, meldt sterrenwacht Urania. De maan kan wel nog roet in het eten gooien.

Ik vind dat raar, als satellieten de macht toegedicht krijgen het gruis van schoorstenen in gerechten te strooien. Maar ik begrijp wat ze bedoelen: hoe minder maanlicht en hoe donkerder dus het uitspansel, hoe groter de kans dat je sterren ziet vallen.

Als je er een hebt gezien, heb je ze allemaal gezien, zou je kunnen zeggen. Toch fascineren vallende sterren mij al sinds ik een kind was. O betoverende sfeer van de strip De stralende meteoor van Piet Pienter en Bert Bibber! Dat begint als ‘onze vrienden’ enkele dagen kamperen in de Kempen.

Beeld rv

“Zalige rust!” zegt Bert Bibber. “Hier kan niets of niemand me deren!”

“Daar ben ik nog niet zo zeker van”, antwoordt Piet Pienter. “Best mogelijk dat ge vannacht ’n brok steen op de kop krijgt!..”

“?!HOE? WAT?.. Brok steen?.. VANNACHT?!?”

“Vannacht kruist de aarde op haar baan ’n meteorenzwerm! Met andere woorden: we zullen ‘vallende sterren’ te zien krijgen!”

“VALLENDE STERREN? Oei… is dat niet gevaarlijk?”

“Welnee sukkelaar! Nog niet één op tien miljoen bereikt de aardoppervlakte! Ze verbran… HE! WAT GAAT GE DOEN???”

Waarop Bert veiligheidshalve toch maar een schuilkelder gaat graven. Niet onterecht, want een groot brokstuk valt neer op aarde. Het maakt boeven onzichtbaar en doet bieten en kamerplanten onstuitbaar groeien.

Tot zover de stripverhalen. Helaas worden dingen vaak minder spannend in het koele zoeklicht van de wetenschappen. Een tongzoen is klinisch niet veel meer dan een uitwisseling van bacteriën en lichaamssappen. En wat zo kolossaal ‘vallende ster’ genoemd wordt, is zelden groter dan een speldenkopje.

Ik herinner mij de ontgoocheling toen ik die technische uitleg voor het eerst hoorde. Elk jaar – de piek valt tussen 11 en 13 augustus – trekt de aarde door de zogenoemde Perseïdenzwerm: een wolk van stofdeeltjes die is achtergelaten door de komeet Swift-Tuttle. Met een snelheid van tientallen kilometer per seconde komen die deeltjes terecht in onze dampkring. Daar branden ze op. Een deeltje ter grootte van een erwt geeft al een opvallende lichtstreep.

In vroegere tijden, toen de erwten groter waren en de wereld meer plaats bood aan mysterie, hadden de Perseïden een prachtige bijnaam: Laurentius­tranen. Dat kwam van Sint-Laurentius, wiens feestdag op 10 augustus gevierd werd. Volgens het volksgeloof zijn de vele vallende sterren in deze periode tranen van de regenheilige, die in het jaar 258 zou zijn doodgemarteld op een gloeiend rooster.

Hoe schoon is dát, zeg? Samen met het volksgeloof zijn we een hoop poëzie verloren. Ik blijf overigens fan van de gewoonte een wens te doen als je een vallende ster ziet.

Geloof jij dat die wensen dan uitkomen?, vraagt mijn dochter van zes sceptisch.

Niet echt, zeg ik. Maar ik blijf een romantische natuur, die bij vallende sterren liever aan sinten dan aan stof denkt. En die flessengeluk verkiest boven statiegeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden