Zondag 16/06/2019

Global warming

Wat de ijsbeer te wachten staat

Dit weekend liep smeltwater de Wereldzaadbank op het eiland Spitsbergen binnen. Nergens is de opwarming van de aarde zo sterk en nergens zijn de gevolgen zo duidelijk waarneembaar als op de Noordpool.

Een ijsbeer waagt zich op sneeuwvrije rotsen nabij Hudson Bay in ­Canada. Met steeds minder ijs krijgt de soort het moeilijk. Beeld Biosphoto

Vorig jaar was wereldwijd het warmste jaar ooit gemeten en dat leidde ook boven de poolcirkel tot recordtemperaturen, met uitschieters tot 20 graden boven de normale waarden. Het extreme weer verraste ook de Wereldzaadbank op het Noorse eiland Spitsbergen, waar in een berg 1,5 miljoen zaden worden bewaard die de mensheid nodig heeft om een ramp te overleven. De warmte deed de permafrost smelten, waardoor het smeltwater de kluis onder water heeft gezet. Wat staat de Noordpool, een van de kwetsbaarste gebieden op aarde, nog te wachten? 

IJs

Als gevolg van klimaatverandering neemt de ijsmassa die in de Noordelijke IJszee drijft al decennia in omvang af. Er zijn aanzienlijke variaties van jaar tot jaar, maar de trend op de lange termijn is dat de oppervlakte en de dikte van het ijs gestaag slinken. Elk decennium verdwijnt tussen de 10 en 15 procent van het ijs in september, de maand met het minste zee-ijs.

Sinds 1979, het eerste jaar van betrouwbare metingen, is de bedekking van het zee-ijs in september met ruim 40 procent geslonken. De hoeveelheid zee-ijs neemt ongeveer 10 procent per tien jaar af, wat betekent dat er over tien jaar nog 40 à 50 procent van over zal zijn. 

"De trend van de afgelopen decennia zal zich gewoon voortzetten, dus er zal in de zomer almaar minder ijs overblijven", verwacht professor glaciologie Philippe Huybrechts (VUB). Volgens zijn collega Frank Pattyn (ULB) kan zelfs al het ijs verdwijnen. "Of de Noordpool binnen tien, twintig of dertig jaar in de zomer volledig ijsvrij is, valt moeilijk te zeggen. Maar het is wel duidelijk dat dit nog voor het einde van deze eeuw kan gebeuren." Huybrechts nuanceert. "Wanneer we de globale temperatuur onder de 2 graden Celsius kunnen houden, zal er nog altijd zee-ijs overblijven."

Het smelten van het ijs is een zichzelf versterkend proces. Door het krimpen van de ijsvlakte wordt de weerkaatsing van zonlicht in de zomer minder. Zeewater neemt meer warmte op dan ijs. Die warmte wordt opgeslagen in diepere lagen van de zee en komt – met enige vertraging – omhoog, waardoor het vormen van nieuw zee-ijs in de winter lastiger wordt. Minder ijs betekent nog meer absorptie van zonlicht door het donkere wateroppervlak en dus steeds meer opwarming van het water.

"Het is een proces dat zichzelf versterkt. Het arctisch gebied warmt ongeveer dubbel zo snel op als de rest van de aarde. En net daarom wordt het beschouwd als ons early warning system. Het is onze kanarie in de mijn", zegt Huybrechts. "Tegelijk heeft de opwarming van het arctische gebied wereldwijde effecten. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het verdwijnen van zee-ijs een invloed heeft op de straalstroom. Die zou langer op dezelfde plaats blijven hangen, waardoor sommige gebieden te maken zullen krijgen met langere koudegolven en andere regio's net met hittegolven."

Bovendien mogen we ons ook aan een sterke toename van de hoeveelheid neerslag verwachten. "Als de zee ijsvrij is, kan er meer water verdampen en komt er meer sneeuw en regen", stelt Richard Bintanja, honorair hoogleraar klimaat aan de universiteit van Groningen. "Een derde van de neerslag die nu in het noordpoolgebied valt is regen. Aan het eind van deze eeuw zal dat 60 procent zijn. Zelfs in de winter zal het vaker gaan regenen." De regen zal sneeuw, gletsjers en zee-ijs nog sneller doen smelten.

Restant van een ijsberg bij Spits­bergen. Het smelten van het ijs is een zichzelf versterkend proces. Beeld CORDIER Sylvain / hemis.fr

Onder wetenschappers is discussie over het tipping point, het kantelpunt dat, eenmaal gepasseerd, de terugkeer naar de oorspronkelijke situatie erg moeilijk maakt. Voorbij dat punt zou het zee-ijs van de Noordpool zich niet eenvoudig meer kunnen herstellen, ook niet als er maatregelen worden genomen om opwarming van de aarde tegen te gaan. Als de mensheid niet ingrijpt, voorspelt VN-organisatie IPCC dat het zee-ijs in 2050 bijna volledig verdwenen zal zijn. "En als het eenmaal weg is, zal het nog maar heel moeilijk terugkomen", waarschuwt Huybrechts. "Dat is nagenoeg onomkeerbaar." 

Om het zee-ijs nog te redden, moeten de opwarming van de aarde onder de grens van 2 graden blijven, zoals werd vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs. "De opwarming van de aarde valt niet meer terug te draaien", zegt Huybrechts. "Maar we kunnen ze wel afremmen en stabiliseren." 

Het is overigens niet het smelten van het zee-ijs dat een stijging van het zeewater veroorzaakt, maar het smelten van het landijs. "Tegen het einde van deze eeuw zal het zeewater in het allerslechtste geval met 1 meter stijgen. Sinds 1900 is het zeeniveau overigens al met 20 centimeter gestegen als gevolg van smeltende berggletsjers en het uitzetten van het oceaanwater", zegt Huybrechts.

Minder zee-ijs betekent ook minder bescherming van het noordpoolgebied. Stormen zullen de kusten gemakkelijker bereiken, wat dan weer leidt tot meer waterellende en kusterosie. De veranderingen in het noordpoolgebied zijn nu al schrijnend, benadrukt Pattyn. "Er zijn nu al hele dorpen verplaatst, met ernstige financiële gevolgen, want er is niemand om zo'n operatie te bekostigen."

En dat staat ons ook te wachten als er niet snel wordt ingegrepen, waarschuwt hij. "We zullen niet van de ene dag op de andere naar de verdoemenis gaan als de kritieke grens van een opwarming van 2 graden wordt overschreden. Maar het gaat om grote veranderingen die ernstige consequenties hebben, waarbij de kosten om die aan te pakken groter worden dan de kosten om ze te voorkomen. De veranderingen zullen bovendien steeds moeilijker te verwerken worden. Als het zeeniveau stijgt, zullen miljoenen mensen moeten verhuizen."

Dieren

Over tien jaar zullen ijsberen, die gewoonlijk op het pakijs langs kusten leven, vaker aan land komen omdat er minder ijs is en de ijslaag dunner wordt. Normaal doen ze zich tegoed aan zeehonden, maar door de slechte staat van het ijs gaan ze op land op zoek naar voedsel. Het gebeurt nu al dat ze in het broedseizoen aan land komen en zich voeden met eieren van ganzen, eenden en sterns, zegt Maarten Loonen, universitair docent arctische ecologie in Groningen. De vogels hebben daar last van – ze worden bedreigd in hun voortplanting.

IJsberen zullen waarschijnlijk minder jongen krijgen, lichter worden en uiteindelijk in aantal afnemen. "Ik denk dat ze de komende tien jaar gevaarlijker worden voor de mens. Niet alleen omdat ze hongerig zijn, maar ook omdat ze niet meer bejaagd worden en de mens als prooi zullen gaan zien. Ze raken gewend aan de mens, mede door het toenemende toerisme in het arctisch gebied."

Loonen, die onderzoek doet in een fjord op Spitsbergen, heeft in de loop der jaren gezien hoe gletsjers zich terugtrekken uit het fjord. Gletsjers zorgen ervoor dat zoet water diep in een fjord terechtkomt, waarna dit zoete water (lichter dan zout water) garnaalachtige beestjes naar boven brengt. Dit zogeheten krill vormt een belangrijke voedselbron voor vogels. "Op een gegeven moment houdt dit proces op omdat gletsjers alleen maar op land komen te liggen. Dat heeft negatieve invloed op de vogels die van krill leven."

Voor rendieren liggen eveneens magere jaren in het verschiet. Deze dieren kunnen niet bij hun voedsel (korstmos) komen als het ijzelt en de verwachting is dat er steeds vaker ijzel zal vallen in plaats van sneeuw. Dat gebeurde vorig voorjaar op Spitsbergen. Rendieren kunnen wel door een laag sneeuw wroeten, maar niet door ijzel. Als er over een langere periode ijzel valt, verhongeren ze.

Voor ­rendieren ­liggen ­magere jaren in het verschiet. Ze kunnen niet bij hun voedsel – korstmos – omdat het meer ­ijzelt dan sneeuwt. Beeld © Hermes Images

In de zomer ziet Loonen in 'zijn' fjord geen ringelrobben meer. Deze dieren, die op ijs liggen, hebben plaatsgemaakt voor gewone zeehonden, die de voorkeur geven aan een stenen ondergrond. "De gewone zeehond was jaren geleden zeldzaam op Spitsbergen. Nu kom je hem her en der tegen."

Het smelten van het ijs heeft ook gevolgen voor algen en andere (eencellige) organismen die in het ijs leven. Die vormen een voedselbron voor iets grotere soorten onder het ijs, zoals vlokreeftjes en roeipootkreeftjes. Die zijn op hun beurt een belangrijke bron van voedsel voor andere zeedieren. Als de algen in het water terechtkomen en naar diepere waterlagen zakken, moeten de beestjes die normaal onder het zee-ijs leven hun voedsel gaan delen met andere en grotere dieren.

Dat betekent meer competitie voor dezelfde voedingsstoffen, zegt Fokje Schaafsma van Wageningen Marine Research. De jaarlijkse cyclus van groeien en smelten van zee-ijs reguleert het voedselaanbod voor de iets grotere dieren onder het ijs. Als het ijs zich niet herstelt, kan deze cyclus veranderen. Hoe schadelijk dit zal zijn, is moeilijk te voorspellen. "Het lijkt erop dat veel soorten veerkrachtig zijn. Ze kunnen bestaan met verschillende voedselbronnen. Het is de vraag of de veranderingen de komende jaren zo sterk zijn dat het soorten niet meer lukt zich aan te passen."

Doordat het zeewater warmer wordt trekken vissoorten naar het noorden. In de fjorden van Spitsbergen zwemmen de atlantische kabeljauw en de lodde rond, vissoorten die zich voorheen beperkten tot zuidelijker wateren. Schaafsma: "Het risico is dat de soorten die zich specifiek hebben aangepast aan het leven in het poolgebied verdwijnen en vervangen worden door soorten die nu zuidelijker voorkomen."

Olie en gas

Het krimpende zee-ijs maakt boren naar olie en gas in het noordpoolgebied makkelijker, al blijft het vergeleken met de exploitatie in het Midden-Oosten voorlopig een ingewikkelde en dure onderneming. Tekenend is dat Shell, ondanks een miljardeninvestering, in 2015 stopte met zijn booractiviteiten ten noorden van Alaska. De afgelopen jaren was er betrekkelijk weinig economische activiteit in de Noordelijke IJszee. Op dit moment wordt de meeste olie en gas opgepompt in het Russische deel van de IJszee, door Russische ondernemingen. Het Noorse Statoil voert het aantal exploratieboringen in de Barentszee dit jaar op. 

President Trump wil het boren naar gas en olie in het Amerikaanse deel van het arctisch gebied, door zijn voorganger Obama verboden, weer mogelijk maken. Of dat werkelijk gaat gebeuren hangt af van de economische haalbaarheid van oliewinning.

Er zijn omvangrijke olievoorraden in het noordpoolgebied, maar het is vooral de olieprijs die bepaalt of er over tien jaar meer zal worden geboord dan nu. De prijs van een vat olie schommelt nu rond de 50 dollar. Dat is veel te weinig voor de dure exploitatie in deze onherbergzame omgeving, zegt energiedeskundige Lucia van Geuns. "Je hebt minstens een prijs van 70 dollar voor de langere termijn nodig om je investeringen eruit te halen." 

En juist de ontwikkelingen op de lange termijn zijn omgeven met onzekerheden. Nu beginnen met boren naar olie betekent dat die olie pas over een jaar of tien op de markt komt. Van Geuns: "Is er over tien jaar nog een markt voor olie tegen een prijs die jij wilt? Hoe snel gaat de transitie naar duurzame energie?" Het zijn vragen waarop geen eenvoudig antwoord is te geven.

Terwijl politiek en bedrijfsleven in de VS en Noorwegen de druk voelen van milieuorganisaties die aandacht vragen voor bescherming van het arctisch milieu, laat Rusland zich weinig gelegen liggen aan de ecologische gevolgen van zijn activiteiten. Milieubeschermers en journalisten worden stelselmatig uit de buurt gehouden. Van Geuns verwacht dan ook dat de Russen over tien jaar nog volop bezig zijn met boren naar aardolie en gas, hun belangrijkste bron van inkomsten.

Meer dan over het boren maakt Louwrens Hacquebord zich zorgen over het scheepvaartverkeer. Het smelten van het zee-ijs maakt de noordelijke oversteek tussen Europa en Azië 's zomers mogelijk, een route die een derde korter is dan de zuidelijke reis door het Suezkanaal. "Naarmate er meer verkeer komt, neemt het gevaar van ongelukken en daarmee gepaard gaande vervuiling toe. Olie die in het koude water komt, wordt niet afgebroken en kan grote schade aanrichten aan het milieu. Bij calamiteiten zijn er geen hulpdiensten die snel ter plekke kunnen zijn."

Het gasplatform Songa Offshore Enabler van ­Statoil in het gasveld van Snohvit in de Barentszee. Het krimpende zee-ijs maakt boren naar olie en gas in het noordpoolgebied makkelijker. Beeld Bloomberg via Getty Images

De noordoostpassage is 's zomers al open en de afgelopen jaren hebben tal van schepen er gebruik van gemaakt. Het ligt voor de hand dat het vervoer van olie en gas langs deze weg zal toenemen als de route langer ijsvrij wordt. Nu Europa meer werk maakt van alternatieve energiebronnen, richt Rusland zich meer op de Chinese markt. De stad Moermansk aan de Barentszee, die zijn haven heeft uitgediept en uitgebreid, ontwikkelt zich tot een nieuw economisch centrum. Van Geuns houdt rekening met een forse toename van het tankervervoer en containervaart.

Niet alleen de handelsvaart, ook het toerisme naar het noordpoolgebied zal toenemen. Groenland en Spitsbergen worden al als vakantiebestemming aangeboden. Richard Bitanja: "Ik denk dat het toerisme de komende tien jaar een grote vlucht zal nemen vanwege het terugtrekkende zee-ijs. De mogelijke gevolgen: vervuiling en verstoring van het milieu door schepen en mensen." 

De rust in het noordpoolgebied is niet meer vanzelfsprekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden