Maandag 13/07/2020

GeschiedenisVoor u uitgelegd

Was de geheimzinnige pandemie van 1890 een coronavirus?

Beeld Getty / Beeldbewerking Ship of fools

Een ietwat vergeten hoofdstuk in de medische geschiedenis: 130 jaar geleden trok er opeens een geheimzinnige longziekte de wereld rond die het leven ernstig ontwrichtte. Is wat we vandaag meemaken al eerder gebeurd?

Het rommelde al een tijdje, daar in het oosten. In Sint-Petersburg was ‘de halve stad op het ziektebed geworpen’. En in Krakau en Danzig (Gdansk) ‘heeft bijna iedereen, dien men tegenkomt, de ziekte gehad’, zo schreven de kranten uit die tijd.

Maar ach, wat zou je je druk maken. Het was maar een griepje. “Een ziekte waaraan niemand sterft”, verzekerde de heer Janssen, inspecteur van de Brusselse gezondheidsdienst. “Er is alle reden om te onderstellen dat in landen, waar op de eischen der hygiëne meer wordt gelet, de kiemen der ziekte moeilijker worden overgebracht”, suste het Rotterdams Nieuwsblad.

En toen, in december 1889, kwam de ziekte alsnog. In razend tempo breidde de epidemie zich uit, naar Berlijn, Wenen, Londen en Parijs. In Antwerpen en Brussel werden soldaten en postbeambten geveld. In Italië waren uitbraken in telegrafiecentrales en raakte de brandweer ontregeld. In Frankrijk en Duitsland stokte het universitair onderwijs.

Griep, zeiden de medici van die dagen, dat was toch wel waar dit het meeste op leek. De ‘Russische griep’, zoals de ziekte al snel werd genoemd, diende zich aan met ‘loomheid in de benen’, een ‘aanstekelijke hoest’ en, opvallend, hevige hoofdpijn ‘tot in de haarwortels’. Al snel volgde ‘koorts met vrij hooge temperatuur’. Vijf of zes dagen hield de ziekte doorgaans aan, om vervolgens meestal geleidelijk weer weg te trekken.

Antwerpen

Dat valt mee, zou je zeggen. Maar net als nu was het grootste probleem dat de ziekte nieuw was. Haast iedereen die ermee in aanraking kwam, werd ziek. In Berlijn en Parijs liep de postbezorging spaak en sloot men de scholen, in Servië ging het landsbestuur met reces, in Antwerpen vervroegde men de kerstvakantie omdat één op de drie ziek was.

En met zoveel zieken liep ook het aantal patiënten met complicaties in de papieren. Longontsteking, meestal. Bij de grote Europese ziekenhuizen verrezen noodbarakken, om de zieken op te vangen. “Er wordt niet langer om gelachen, zoals toen de ziekte voor het eerst arriveerde”, signaleerde een commentaar. “De dood slaat keer op keer toe.” In Madrid alleen al overleden dagelijks zo’n 200 tot 300 mensen, wisten kranten te melden. Om paniek te voorkomen, werden ze ’s nachts begraven.

De griep? Het kon weleens heel iets anders zijn geweest, denkt viroloog Marc Van Ranst. Een nieuw virus, net overgewaaid vanuit het dierenrijk. “Ik ken schattingen dat er wereldwijd tien miljoen mensen aan deze aandoening zijn overleden”, vertelt Van Ranst.

Van Ranst kwam de pandemie min of meer toevallig op het spoor, toen hij vijftien jaar geleden met zijn collega’s de herkomst bestudeerde van een virus genaamd OC43 (naar ‘organ culture’, kweekweefsel waaruit Britse verkoudheidsonderzoekers het virus in 1967 isoleerden). Een coronavirus, net als het huidige covidvirus, maar onschuldiger: OC43 is verantwoordelijk voor zo’n 10 tot 15 procent van alle verkoudheden.

Ooit moet het virus voor het eerst op de mens zijn overgesprongen. Om dat te achterhalen, vergeleek Van Ranst het virus met zijn meest nauwe verwant, een rundercoronavirus. Zo kon de groep inschatten: zo’n anderhalve eeuw geleden moet het zijn geweest dat beide virussen hun laatste gemeenschappelijke voorouder hadden. Rond 1890.

“Het is verleidelijk”, noteerde Van Ranst in 2005 in vakblad Journal of Virology, “om te speculeren dat de pandemie van 1889-1890 het resultaat is geweest van de overdracht van het rundercoronavirus naar de mens.” Wat we nu meemaken, zou in 1890 óók al zijn gebeurd.

En verleidelijk is die gedachte nog steeds, zegt Van Ranst, nog altijd gegrepen door het idee. Zo zou een coronavirus verklaren waarom men destijds zoveel pijnklachten meldde: van OC43 is bekend dat het zenuwcellen kan infecteren. Nog zoiets: “Uit Russische bronnen heb ik begrepen dat er destijds ook symptomen werden gemeld als smaak- en reukverlies”, zegt Van Ranst. “Heel opvallend. Want dat is een symptoom dat we nu ook zien.”

Bij naspeuring in de historische archieven blijkt meer vreemds. Want hoewel de meesten de ziekte ‘influenza’ noemden en de pandemie ook onder die naam de geschiedenis is ingegaan – wat anders kon het zijn? – had de ziekte opvallend ongewone symptomen.

Beeld Getty / Beeldbewerking Ship of fools

Zoals huiduitslag. Vaak hadden de patiënten ‘een rooden uitslag in het gezicht’, en een ‘roodachtig, opgezet gelaat’, schreven de kranten uit die tijd, ‘zoodat de geneesheren kort na het optreden ook aan mazelen denken’.

En er was inderdaad zenuwpijn. De patiënten kregen vaak stekende pijn, in hoofd, rug en ledematen. Pijn was doorgaans zelfs het eerste symptoom, voordat de hoge koorts erbij kwam. “Het voelde alsof ik een uur werd geslagen met knuppels, en daarna in een ijsbad werd gegooid", zoals een Amerikaanse patiënt het samenvatte.

Geschikte term

De diagnose griep, zeiden sommige artsen dan ook, kon “niet naar waarheid” zijn. Toen in Amsterdam het ziekenhuis volstroomde met geïnfecteerde soldaten, meldde het Algemeen Handelsblad: “De ware griep, de influenza, is bij deze soldaten niet waar te nemen”. Of neem de arts James Cantlie, die in vakblad British Medical Journal de vroegste beschrijving gaf van de ziekte. Het woord griep kwam niet in hem op: vanwege de huiduitslag had hij de aandoening ‘tropische mazelen’ gedoopt. “Sommigen noemden het Duitse mazelen, anderen catarrale koorts, reuma met koorts etc.”, schrijft Cantlie. “Geen twee medische mannen bereikten overeenstemming over een geschikte term.”

In de medische- en krantenarchieven die we doorkeken valt nog iets op: de uitbraak van 1889 trof niet alleen mensen. Ook katten werden ziek. Net als bij SARS in 2003, en het nieuwe coronavirus nu. “De huiskat die in de stal woonde werd snotterig aan de ogen en neus, maar herstelde”, staat in een bundeling van gevalsbeschrijvingen door Britse artsen. “Drie zwerfkatten waarmee de huiskat in contact stond stierven na een korte periode van ziekte.” Tientallen vergelijkbare anekdotes telt de bundel, van katten en soms honden die tegelijk met hun eigenaar ziek werden.

Maar aan de Nederlandse Universiteit Utrecht is viroloog Raoul de Groot, die al vele jaren onderzoek doet naar OC43, niet overtuigd. Bij grote uitbraken gebeurt het vaker dat zo’n nieuw virus ook andere gastheren besmet, vertelt hij. Zoals het huidige coronavirus ook af en toe katten, nertsen, honden of dierentuintijgers infecteert. “Het is interessant dat er in 1890 kennelijk gedomesticeerde dieren geïnfecteerd raakten. Maar daaruit kun je niet afleiden om wat voor virus het ging.”

De gedachte dat het een coronavirus was, vindt De Groot ‘interessant’, maar hij heeft zo zijn twijfels. “Je vindt deze datum en ziet een uitbraak rond die tijd. Dan ben je geneigd om dit verband te leggen”, snapt hij ook wel. “Maar de resultaten van dit soort analyses zijn in essentie ruwe schattingen. Andere studies suggereren dat OC43 veel korter geleden de soortgrens naar de mens is overgestoken.”

Zoals een onderzoek dat microbioloog Patrick Woo en collega’s van de Universiteit van Hongkong tien jaar geleden uitvoerden. Door de genetische code van 29 OC43-virussen met elkaar te vergelijken, concludeerde Woo dat de virussen niet in 1890, maar in de jaren vijftig van de afgelopen eeuw hun laatste gemeenschappelijke voorouder moeten hebben gehad. Dat betekent dat de sprong naar de mens misschien ging zonder veel trammelant, denkt De Groot. “Het zou best kunnen dat OC43 zich van meet af aan heeft gemanifesteerd als gewoon verkoudheidsvirus.”

Het probleem, zegt hoogleraar moleculaire virologie Ron Fouchier, is dat de uitkomsten van stamboomonderzoek bij virussen soms nogal rammelen. Bij schattingen zoals die van Van Ranst en Woo neemt men aan dat een virus, als een soort stopwatch, in min of meer constant tempo evolueert. “Maar dat is niet zo”, zegt Fouchier. “Van bijvoorbeeld het griepvirus weten we dat de snelheid waarmee het verandert sterk per gastheer kan verschillen.”

Zelf deed Fouchier onderzoek naar het hepatitis-B-virus, waarvan men met de ‘stopwatch-methode’ had becijferd dat het hoogstens vijftienhonderd jaar oud moest zijn. Totdat Fouchier en zijn collega’s het virus aantoonden in de kiezen van duizenden jaren oude mummies en becijferden dat het eerder vijftienduizend jaar oud is. “Een factor tien ouder”, zegt hij. “Wat we uitrekenen met onze mathematische modellen, kan er soms helemaal naast zitten.”

In het Europa van 1890 zat de schrik er intussen goed in. Vorsten zoals de tsaar van Rusland, de koningin van Zweden en de gravin van Vlaanderen werden ziek; prominenten zoals de vrouw van de Duitse kanselier Bismarck, de Nederlandse schilder Louis Artan en de populaire 28-jarige Britse prins ‘Eddy’ overleden. “Wie tegenwoordig in een tram luide hoest, loopt gevaar om door den conducteur, op eenstemmig bevel van de andere passagiers, uit den wagen gezet te worden”, noteerde de Rotterdamse Courant die winter. “De huurkoetsier weigert ieder op te nemen wiens stem maar heesch klinkt.”

Interessant is dat de uitbraak in 1888 lijkt te zijn begonnen in Zuid-China, broedplaats van vleermuisvirussen waar ook het SARS-virus vandaan komt, blijkt uit de beschrijving van Cantlie. In het jaar daarop ontwikkelde de ziekte zich: van een tropenkoorts met vlekken, naar een ziekte “met in veel gevallen veel meer longproblemen”, aldus Cantlie. Dat was de vorm waarin de ziekte de wereld over raasde.

Zeker vijf jaar zou de uitbraak duren. De eerste golf, die Europa en de VS overspoelde, hield het hele jaar 1890 aan. Daarna werd het even rustig, totdat de ziekte in het voorjaar van 1891 opnieuw oplaaide. Gevolgd door nog zeker drie oplevingen: de winter van 1891-1892, de winter van 1893-1894, en begin 1895. Daarna verdween de ziekte van de radar. De ziektekiem werd verdrongen, evolueerde tot iets anders, of – als het tóch OC43 was – nestelde zich definitief in de mens, in de vorm van een verkoudheid.

“OC43 veroorzaakt nog altijd de wat zwaardere verkoudheden”, zegt Van Ranst. “Dat geeft hoop dat het coronavirus waarmee we vandaag te maken hebben wellicht ook ooit een zwaar verkoudheidsvirus wordt.”

En als het géén coronavirus was? Welke mysterieuze ziektekiem veroorzaakte de ‘Russische griep’ dan wél? We legden de ziektebeschrijvingen van weleer voor aan meerdere infectieziektedeskundigen uit binnen- en buitenland – maar een eensluidend antwoord heeft niemand. 

Misschien was het een parvovirus, veroorzaker van de ‘vijfde ziekte’, een herpesvirus, of een enterovirus wellicht. “Ook kunnen er heel goed meerdere ziektebeelden naast elkaar hebben gespeeld”, mailt internist-infectioloog Jaap van Dissel. “Bijvoorbeeld influenza en mazelen dan wel rodehond, met kenmerkende snotterigheid en uitslag.” Of het was iets heel anders: “Het is onmogelijk om op basis van de symptomen te zeggen wat het toen is geweest”, oordeelt hoogleraar epidemiologie Roel Coutinho.

Je zou op pad moeten, zegt Fouchier, op zoek naar een stuk permafrost waar nog diepgevroren slachtoffers van de pandemie begraven liggen, met in hun longen misschien wat moleculaire flarden van het virus. Op die manier lukte het uiteindelijk ook om het Spaanse-griepvirus van 1918 te reconstrueren. “Wie weet wat we dan nog ontdekken.”

De drie andere coronavirussen bij de mens

NL63

Veroorzaakt: keelpijn, ‘blaffende’ hoest, koorts en in extreme gevallen longontsteking.

Herkomst: lijkt ergens tussen het jaar 1190 en 1450 de sprong van vleermuis naar de mens te hebben gemaakt, volgens een recente analyse, al dan niet via een ‘tussendier’.

Bijzonderheid: min of meer gelijktijdig ontdekt in de longen van een half jaar oude baby door de Nederlandse viroloog Lia van der Hoek – vandaar ‘NL’ – en door de groep van Fouchier. Wereldwijd verantwoordelijk voor 1 tot 9 procent van alle luchtweginfecties.

229E

Veroorzaakt: keel- en neusverkoudheid, in zeldzame gevallen longontsteking.

Herkomst: tussen het jaar 1686 en 1800 overgesprongen van vleermuizen naar de mens, volgens een Duitse reconstructie, naar men vermoedt via kamelen of dromedarissen.

Bijzonderheid: vrijwilligers die met 229E worden besmet, blijven ongeveer een jaar resistent, een inzicht dat van belang is voor de zoektocht naar coronavaccins.

HKU1

Veroorzaakt: verkoudheid en luchtwegklachten, vooral bij ouderen soms met ernstig verloop.

Herkomst: onbekend, maar waarschijnlijk is het virus al lang geleden overgegaan op de mens. Dat zou verklaren waarom infectie relatief mild is.

Bijzonderheid: het virus is een ‘bètacoronavirus’, een subgroep waartoe ook de probleemvirussen sars, mers, OC43 en het nieuwe covidvirus behoren.

Was het H2N2?

Misschien wel het belangrijkste bezwaar tegen de gedachte dat een coronavirus achter de ‘Russische griep’ van 1890 zat, verscheen al in april 1958 in artsenblad The Lancet. De Rotterdams-Leidse grieponderzoeker Nic Masurel deed toen een opmerkelijke ontdekking in het bloed van ouderen die de pandemie van 1890 nog hadden meegemaakt: ze bleken drager van antistoffen tegen de H2N2-griep. Duidelijk bewijs dat ze in hun jeugd met die griepvariant in aanraking waren geweest. “De feiten zijn dun”, benadrukt viroloog Ron Fouchier. “Maar wat Masurel concludeerde, is dat het een H2N2-virus moet zijn geweest.”

Bij teruglezing van het originele onderzoeksartikel blijkt die uitkomst toch minder solide dan hij lijkt. Masurel vond de antistoffen bij mensen vanaf 73 en vooral 76 jaar oud, “wat duidt op een mogelijke oorsprong rond 1881". Acht jaar te vroeg dus. Maar omdat er rond 1881 geen pandemie was, gebruikte Masurel wat wetenschappelijk plakband: ‘een mogelijke verklaring is dat in de pandemie van 1889-90 schoolkinderen een hogere incidentie hadden dan jongere kinderen’.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234