Woensdag 01/04/2020

Waarom wij zondag actie voerden in Wetteren

In deze open brief aan hun collega's legt een groep onderzoekers, verbonden aan verschillende wetenschappelijke instellingen, uit waarom ze in Wetteren kant koos voor de activisten. 'Red de wetenschap, niet de biotech.'

Geachte collega's,

We waren erbij, zondag in Wetteren. Eerst was er een betoging onder het motto 'red onze wetenschap'. Daarna volgde een actie tegen de veldproef met genetisch gemanipuleerde aardappelen. Jullie, wetenschappers, namen deel aan de betoging. Wij, wetenschappers, stonden aan de kant van de actievoerders. We nemen hier het woord als wetenschapper én activist om te beargumenteren waarom we verzet tegen de veldproef gerechtvaardigd vinden. Daarbij spreken we ons niet uit over de gebruikte actievorm. Dat is voer voor andere discussies. Het dreigen met repressieve sancties en het criminaliseren van de actievoerders leidt de aandacht af van de échte vragen die de actie opwerpt. Wij hebben het grootste respect voor andermans onderzoek. Het recht op actie moet afgewogen worden tegenover dat respect. Maar technologie is niet neutraal. De wereld zou er anders hebben uitgezien als er wat meer protest was geweest tegen wetenschappers die kernbommen, kernenergie of allerlei pesticiden hebben ontwikkeld.

Als wetenschapper worden wij gedreven door, onder andere, nieuwsgierigheid en een zoektocht naar waarheid. Als activist door verontwaardiging om onrechtvaardigheid. Die twee zijn complementair. De zoektocht naar waarheid helpt om oorzaken van onrecht te begrijpen. De verontwaardiging kan ons leiden bij de keuze welke onderzoeksthema's prioritair zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat jullie gelijkaardige drijfveren hebben, ook al stonden we in Wetteren tegenover mekaar. Hoe kan dat nu?

Wij twijfelen niet aan jullie goede intenties. We zijn het trouwens over verschillende zaken eens. Zo is de introductie van ggo's in de biosfeer een ecologisch experiment, waarbij het noodzakelijk is om voorzichtigheids- en voorzorgsprincipes te huldigen. Ook is onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek een kostbaar goed. We erkennen eveneens het universeel recht op leven, en daaruitvolgend het recht op voedsel, en beschouwen in dat licht honger en ondervoeding als een schending van de mensenrechten. We delen wellicht de verontwaardiging wanneer we berichten horen over velden met genetisch gemanipuleerde Roundup Ready soja die vanuit vliegtuigen met pesticiden besproeid worden terwijl er mensen op werken. En over de illegale kap van het Amazonewoud voor diezelfde sojavelden. Waarschijnlijk zijn we het ook eens over de kwalijke rol die een handvol grote multinationals spelen, met hun groeiende honger naar controle van de voedsel- en zadenmarkten. Of zijn we het nu niet meer eens?

Roekeloos
Want ergens beginnen onze analyses uit mekaar te lopen. Zo zullen we het niet eens zijn over hoe ver de voorzichtigheids- en voorzorgsprincipes moeten gaan. Ook de experts van de bioveiligheidsraad, die moest oordelen over de veldproef, vonden hierover geen consensus. Los van de veldproef vinden wij de grootschalige introductie van ggo's in de biosfeer roekeloos: het is een irreversibel experiment met de hele planeet als proefkonijn. Wie heeft hier ooit over beslist? Met welke legitimiteit?

We zullen het ook niet eens zijn over hoe onafhankelijk het onderzoek in Wetteren is. Financieringsbronnen zijn een belangrijke beperking op de bewegingsvrijheid die wetenschappers hebben om zelf te bepalen welk onderzoek nodig, nuttig en relevant is. De Vlaamse overheid heeft biotechnologie gekozen als een van de speerpunten van het wetenschappelijk onderzoek. Ze wordt daarbij vooral gedreven door de overtuiging dat dat goed is voor de Vlaamse economie. Met diezelfde motivatie zijn bedrijven bereid om een duit in het zakje te doen: meer winst ligt in het verschiet. Wij stellen ons de vraag: hoe kun je volhouden dat je aan 'onafhankelijk' onderzoek doet, wanneer je vooral financiering krijgt voor onderzoek dat ten dienste staat van de economie? Is de meest waardevolle kennis dan kennis die commercialiseerbaar is? Hoe veel ruimte is er dan nog om vragen te stellen die wel belangrijk zijn voor de samenleving maar niet direct voor een op winst gedreven economie? Hierin ligt voor ons de meest fundamentele bedreiging voor de academische vrijheid. De intieme samenwerking van wetenschappers met actoren die niet kennis maar geld nastreven, brengt de onafhankelijkheid en de geloofwaardigheid van de hele wetenschap in gevaar.

Het geld dat in onderzoek naar biotechnologie wordt gestoken, is bovendien niet beschikbaar voor ander onderzoek. Naar biologische landbouw bijvoorbeeld. Of naar duurzame energievoorziening. Of naar de achteruitgang van de biodiversiteit. Of naar de precaire situatie van boeren in het Zuiden en de rol van multinationals daarin. Naar de mogelijkheden om klimaatverandering tegen te gaan. Om maar wat te zeggen.

Grootschalige landbouw
Biotechnologie past binnen het huidige, grootschalige, industriële landbouwmodel dat ecologisch onhoudbaar en sociaal onaanvaardbaar is. Het is ecologisch onhoudbaar omdat het enerzijds afhankelijk is van fossiele brandstoffen en anderzijds een zware impact heeft op het milieu. Het is sociaal onaanvaardbaar omdat het geen antwoord biedt op het probleem van de honger in de wereld, integendeel, het is er structureel mee verweven.

De eenzijdige focus op biotechnologie getuigt van een gebrekkige analyse van het globale voedselprobleem. In zijn laatste rapport voor de VN schuift Olivier de Schutter agro-ecologie naar voren als productief, duurzaam en sociaal rechtvaardig alternatief. Hij wijst op een gebrek aan politieke en financiële ondersteuning voor de verdere wetenschappelijke onderbouwing ervan. nochtans zegt hij: "Agro-ecologie is de wetenschap van de toekomst." Het wetenschappelijk-technologisch-industrieel complex heeft echter een andere keuze gemaakt. Dit wordt geïllustreerd door het bord naast het proefveld dat, ongeacht de uitkomst van de proefopstelling, beweert dat daar 'de aardappel van de toekomst' groeit. Hier is het meest "vrije debat" niet tegen opgewassen.

Ons belangrijkste geschil draait waarschijnlijk om de rol en de verantwoordelijkheid van een individuele wetenschapper of een onderzoeksinstituut in wat er zoal misloopt en mis kan lopen met ggo's. De toepassing van gentechnologie is sterk verweven met de globale politieke en economische context. Volgens ons kan en mag een wetenschapper daar niet blind voor zijn. In die context is de veldproef een belangrijk radertje. Meewerken aan dat radertje is meewerken aan het model van industriële en gemonopoliseerde voedselproductie.

Waar zijn de experts?
Verschillende onderzoekers die betrokken zijn bij het onderzoek hebben aangegeven geen uitspraken te kunnen doen over deze politieke en economische context omdat dit niet in hun expertisegebied ligt. Het is de individuele wetenschappers uiteraard vergeven, een mens kan niet alles weten. Maar dat er binnen het hele consortium dat de proef uitvoert geen experts in die zin te vinden zijn, is redelijk bedroevend. Waar zijn de experts in politieke economie van ggo's? En de experts duurzame landbouw? De experts landbouwontwikkeling? De experts landbouw en biodiversiteit? De experts wetenschap en democratie, de landbouwsociologen en moraalfilosofen? Waarom zijn zij niet aanwezig in het debat? Was er geen geld om dit soort onderzoek te financieren? Zijn technisch-wetenschappelijke argumenten de enige met geldigheidswaarde? Was er te veel druk om snel genoeg 'vooruit' te gaan? Of heeft de wetenschap niets te zeggen over het huidige model van industriële voedselproductie?

Geachte collega's. Het is tenminste de verdienste van de veldproef en de reactie daarop dat een aantal pertinente debatten nu publiek gevoerd worden. Ook de debatten over de onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek, academische vrijheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn, wat ons betreft, geopend.

Tom Cox, burgerlijk ingenieur, doctor in de wetenschappen, onderzoeker aan het CEME; Olivier Beauchard, bioloog, onderzoeker aan de UA; Omar Jabary Salamanca, geograaf, onderzoeker aan de Ugent; Sander Jacobs, doctor in de wetenschappen, onderzoeker aan de UA; Anneleen Kenis, master in duurzame ontwikkeling en menselijke ecologie, onderzoekster aan de KU Leuven; Matthias Lievens, doctor in de filosofie, onderzoeker aan de KU Leuven; Kim Naudts, bioloog, onderzoekster aan de UA; Kaatje Segers, doctor in de bio-ingenieurswetenschappen, onderzoekster aan de HoGent; Johnny Teuchies, bioloog, onderzoeker aan de UA; Barbara Van Dyck, bio-ingenieur, doctor in de economische wetenschappen, onderzoekster aan de KU Leuven; David Duchan, doctor in de bio-ingenieurswetenschappen, onderzoeker aan de UGent.

 De toepassing van gentechnologie is sterk verweven met de globale politieke en economische context. Wetenschappers kunnen en mogen daar niet blind voor zijn  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234