Vrijdag 04/12/2020

Wetenschap

Waarom mensen soms zo snel praten (en soms zo langzaam)

Ook kampioen snelspreken, cabaretier Dolf Jansen, schakelt voortdurend tussen snel en langzaam praten, afhankelijk van de situatie.Beeld Hollandse Hoogte

Langzaam praten of juist razendsnel, we gebruiken allerlei verschillende spreektempo’s afhankelijk van de situatie. Lang was het een mysterie hoe dat precies werkt, maar wetenschappers beginnen dit deel van ons taalvermogen steeds beter te snappen.

Of we langzaam praten of razendsnel ratelen is afhankelijk van de situatie waarin we als spreker zitten. Om zo efficiënt mogelijk te kunnen communiceren past de taalfabriek in onze hersenen zich voortdurend aan aan die omstandigheden. Maar snelle spraak komt niet uit hetzelfde ‘laatje’ in het taalvermogen als langzame spraak. Om sneller of langzamer te gaan praten, moet de spreker schakelen tussen verschillende methoden die het taalvermogen herbergt.

Dat stelt taalwetenschapper Joe Rodd. Rodd maakt deel uit van een groep aan het Nijmeegse Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek die onderzoekt welke stappen voorafgaan aan spraakproductie, van het bedenken van een woord tot het aanspannen van de lippen en een klank vormen. Rodd is specialist op het gebied van variatie in spraak en promoveerde onlangs op zijn onderzoek naar spreeksnelheid.

Schakelen in snelheid is nog vrijwel onontgonnen gebied in het onderzoek naar taal en spraak. Op termijn kan snappen hoe het taalvermogen in dit opzicht werkt als het gezond is, bijdragen aan beter begrijpen waarom het stuk is gegaan, zoals bij de ziekte van Parkinson. Die ziekte gaat gepaard met spraakstoornissen waardoor patiënten heel langzaam of juist onverstaanbaar snel gaan spreken.

Je hebt mensen die van nature langzaam praten, en snelle sprekers. Maar we komen allemaal in situaties waarin we onze natuurlijke spreeksnelheid moeten aanpassen. Sterker: die aangepaste spreeksnelheid is van doorslaggevend belang voor efficiënte communicatie, vindt Rodd. Sprekers zetten in hun hoofd spraak virtueel alvast klaar, in afwachting van hun ‘beurt’ om iets te zeggen. Wát we klaarzetten, is afhankelijk van de benodigde spreeksnelheid.

Rodd: “Ben je in een luidruchtig café, dan ga je luider en langzamer praten. Dan zul je een woord als ‘natuurlijk’ helemaal uitspreken. Voer je staand in de deuropening een kort gesprek met de buurman, dan zeg je eerder ‘tuurlijk’, of zelfs ‘tuuk’, in plaats van ‘natuurlijk’.”

Over hoe de taalfabriek in ons hoofd dit doet, bestond tot nu toe geen theorie. Rodd heeft die nu gelanceerd en getest. Veranderen van spreeksnelheid betekent niet dat we exact dezelfde formulering simpelweg langzamer of sneller uitspreken, alsof je harder of zachter gaat lopen, maar wel vergelijkbare passen neemt. Rodd: “Bij verandering van spreeksnelheid schakelen onze hersenen om naar een heel andere taalversnelling, inclusief andere formuleringen en intonatie. Dat is bijvoorbeeld te merken aan het helemaal uitspreken van een woord als ‘natuurlijk’, of het deels inslikken ervan.”

Rodd vraagt zich af hoe mensen dat doen, dat omschakelen. Hij vergelijkt het met het lopen van een paard: dat moet zijn gang aanpassen om van draf naar galop te komen. Zijn theorie is dat het menselijk taalvermogen iets soortgelijks doet.

Deze theorie heeft hij onder andere getoetst door proefpersonen voor een beeldscherm te zetten waarop een cirkel van plaatjes is te zien die woorden met twee lettergrepen voorstellen: wafel, vriezer, zanger, snavel, enzovoort. Met behulp van een bewegend rood aanwijspuntje dat de plaatjes langs gaat, bepaalt de onderzoeker hoe snel de proefpersoon het woord moet opzoeken in het virtuele woordenboek in het hoofd en het uitspreken. Die afgedwongen spreeksnelheden lopen in drie etappes op van langzaam naar snel en andersom: van 915 milliseconde per woord naar 646 milliseconde, naar 454 – en weer terug. “Vergeleken met spontane spraak is 454 milliseconde voor het uitspreken van een woord met twee lettergrepen behoorlijk snel.”

Taalwetenschapper Joe Rodd.

Rodd maakte geluidsopnames van proefpersonen die de plaatjes benoemden. Hij mat hoeveel tijd het kostte een lettergreep uit te spreken, registreerde de pauzes of overlap tussen woorden, hoorde ingekorte woorden; en hoe snel je komt op een makkelijke associatie zoals ‘hond’ na ‘kat’. Hij registreerde fouten en zag daarin hetzelfde beeld als bij spontane spraak: als mensen opeens snel moeten praten, maken ze méér fouten. ‘In het spraaksysteem zitten zogenoemde ‘feedbackloops’: je ‘luistert’ naar jezelf en repareert fouten. Een pauze in spraak kan wijzen op vóóraf repareren. En je corrigeert fouten ook achteraf. Als je heel snel gaat praten, heb je geen tijd voor die feedbackloops en maak je meer fouten in spraak.’

Uit de data die hij zo heeft verzameld, concludeert Rodd dat de sneller-gaan-lopentheorie niet kan kloppen. “De versnelling verloopt niet geleidelijk, niet lineair. De testresultaten laten geen lijn zien, maar een driehoek. Wanneer je versnelt, moet je schakelen naar een andere manier van spraak voorbereiden.” Rodd meet versnellingen en vertragingen als duidelijke breuken in de manier waarop het taalvermogen functioneert. Wanneer mensen ‘in galop’ moeten spreken, gebruiken ze hun taalvermogen blijkbaar op een andere manier dan wanneer ze tijd zat hebben.

James McQueen vindt het onderzoek van Rodd vernieuwend en zinnig. McQueen is hoogleraar Spraak en Leren aan de Radboud Universiteit Nijmegen en niet bij het onderzoek betrokken. McQueen: “Dit is echt een stap vooruit in het onderzoek naar taal en spraak: kijken naar verschillen in spreektempi. Hoe werkt dat mechanisme, hoe kan het dat mensen hun spraak kunnen versnellen? Rodd komt met een theoretisch model daarover. Daarin zegt hij dat mensen tijdens het praten naar een andere versnelling schakelen; vervolgens toont hij dat schakelen in de praktijk nog aan ook. Zijn vondst vraagt om vervolgonderzoek waarin de hersenactiviteit wordt geregistreerd tijdens die versnelling en vertraging, met behulp van bijvoorbeeld hersenscans.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234