Donderdag 02/07/2020

Priknomaden

Waarom laten jonge mensen medicijnen op zich testen?

Beeld THINKSTOCK

Gezonde proefpersonen testen de veiligheid van nieuwe medicijnen. Vooral avontuurlijk ingestelde studenten blijken te vallen voor deze verlokking, ontdekte Pepijn van der Gulden, die zichzelf opgaf als proefkonijn.

Gestrand aan de andere kant van de wereld. Dat was Guus (27) bijna tien jaar terug, op vakantie in Nieuw-Zeeland. Samen met vrienden was hij vertrokken, maar het geld was op. Niet dat ze een terugreis echt niet konden betalen, maar naar huis wilden ze nog niet. 'We konden misschien druiven plukken om geld te verdienen, maar dat had maanden gekost.'

En dus pakten Guus en zijn vrienden het anders aan. Ze lieten zich in een kliniek een nieuw, nog niet op de markt gebracht medicijn tegen obesitas toedienen. Met de opbrengst, zo'n 3.000 Nieuw-Zeelandse dollars (2.100 euro), reisden ze twee maanden door Zuidoost-Azië.

Die vrienden, Jelmer en Steven, had Guus ontmoet bij een andere medicijntest, bij PRA in het Drentse Zuidlaren. Hij doet geregeld mee aan dit type onderzoek, waarbij medicijnen voor het eerst getest worden op gezonde proefpersonen, nadat ze dierproeven hebben doorstaan. Zo brengen farmaceutische bedrijven de gezondheidsrisico's in kaart.

Wetenschappelijk gezien onvermijdelijk, maar waarom laat een gezonde jongeman zich medicijnen toedienen die hem niet helpen, met zelfs het risico er ziek van te worden? Is Guus een roekeloze waaghals? Of heeft hij een eenvoudige en veilige manier om geld te verdienen ontdekt?

Om erachter te komen waarom mensen zich onderwerpen aan dit soort onderzoek, liet ik mij opnemen voor een medicijntest.

Aanmelden lijkt op het eerste gezicht een eitje. Even googelen en je gegevens invullen. De commerciële instelling PRA adverteert zelfs in het dagblad Metro en op toiletten in cafés. 'Gezocht: gezonde mannen tussen 18 en 55 jaar'. Vrije tijd is wel een vereiste, zo merk ik al gauw. De onderzoeken vereisen vaak een voortdurende beschikbaarheid. Proefpersonen zitten enkele dagen of zelfs een maand in een kliniek, zonder naar buiten te mogen.

Ik geef me op voor onderzoek naar een middel voor plaatselijke verdoving, waarbij ik zes dagen in de kliniek zal verblijven. Ik word uitgebreid medisch gekeurd en moet verplicht voorlichtingsmateriaal doornemen. De folder van vijftien pagina's spreekt over het nieuwe HTX-011 (met 5 procent bupivacaïne en 0,15 procent meloxicam) dat getest wordt op veiligheid, werking en hoe goed het te verdragen is, over pijnprikkeltests en liefst 37 bloedafnames. Dat klinkt vrij serieus, al zijn de bijwerkingen vooralsnog tot blauwe plekken beperkt gebleven. Een verdovingsmiddel zal wel veilig zijn, denk ik maar.

Of hoop ik dat vooral? Ik kijk bepaald niet uit naar de extra dikke spuit waarmee het middel ingebracht wordt. Die spuit is nodig omdat het middel niet gewoon vloeibaar is, maar gelachtig. En wat heeft een onnodige pijnstiller eigenlijk voor effect op een gezond lichaam?

Een bevriende farmaceut stelt me bepaald niet gerust. 'Een risico van dit soort medicijnen is dat ze een te hoge hoeveelheid pijnstiller bevatten om geleidelijk af te geven. Als het middel slecht werkt, krijg je in één keer een zeer hoge dosis binnen.' Dat staat niet in de folder.

Toch zet ik door. Als pas afgestudeerd journalist kan ik wel wat geld gebruiken. Met de vergoeding van 1.311 euro kan ik de huur weer even betalen. Best een risico waard.

Na enkele keuringen arriveer ik met een weekendtas vol joggingbroeken en sweaters in de testkliniek QPS op het terrein van het Groningse UMC. Daar krijg ik een ziekenhuisbed toegewezen in een wat verouderd ziekenhuisachtig gebouwtje. Nu begint het echt. Mijn bovenbeen dient als proefterrein. Ik stel mezelf gerust. Alles is vooraf getest en er is goede medische begeleiding. Wat kan hier nou misgaan?

Dan denk ik aan een soortgelijk onderzoek in Londen, negen jaar terug. Zes jongemannen kregen toen een middel tegen leukemie en artritis toegediend. Dat was eveneens een nieuw medicijn, dat eveneens bestond uit een schijnbaar willekeurige combinatie van letters en cijfers, TGN1412, dat eveneens eerder onderzoek had doorlopen zonder ernstige bijwerkingen. Bovendien was de toegediende dosis veel lager dan werkzaam werd verondersteld. Wat kon daar nou misgaan?

Van alles, zo bleek. De proefpersonen zwollen binnen enkele uren na toediening op tot misvormde figuren en eindigden doodziek in het ziekenhuis. Wonderwel bleven ze in leven, maar van één deelnemer werden meerdere vingers en tenen geamputeerd. Alle slachtoffers lijden nu nog aan geheugenverlies. Ook ik ben en blijf een proefkonijn.

Nieuwe medicijnen

De Amerikaanse Food and Drug Administration keurde vorig jaar 41 nieuwe medicijnen goed. Daarbij ging het om New Molecular Entities: volledig nieuwe middelen die eerder goedgekeurde werkzame stoffen bevatten. Verreweg de meeste nieuwe medicijnen die jaarlijks op de markt verschijnen, zijn varianten of doorontwikkelingen van al bestaande medicijnen. De ontwikkelingskosten en -duur van deze middelen liggen fors lager.

Hoewel het aantal op de markt gebrachte medicijnen schommelt, lijkt het over de jaren relatief constant. Ondanks de hogere kosten, neemt het aantal nieuwe medicijnen niet af.

Beeld THINKSTOCK

De dokters staan klaar met de spuit in de hand. Het gaat vrijwel nooit mis, bedenk ik opnieuw. En terug kan ik niet meer. Ik laat acht injecties een voor een in mijn been verdwijnen. Prettig is dat bepaald niet. De dokters moeten hard persen om de geleiachtige pijnstiller in te brengen en onder de huid vormen zich kleine verdikkingen. Maar in een ernstig zieke verander ik nog niet.

Om de effecten van het medicijn te testen, nemen verpleegkundigen in de volgende uren met grote regelmaat bloed af. Ook testen ze de verdoving door met flexibele draadjes in mijn been te prikken. Binnen uren is mijn bovenbeen tot aan de knie verdoofd. Als een soldaat in een barak ben ik vervolgens stand-by. Op elk moment kan ik uitrukken voor een nieuwe test. Bloed prikken om kwart voor 4 's nachts? Geen probleem. Plassen in een potje na het opstaan? Prima.

Al snel wordt het schema minder intensief. Verpleegkundigen prikken af en toe bloed en houden mijn gezondheid in de gaten. Mijn been blijft in orde, al is het verdoofd, en van bijwerkingen merk ik niets. Toch geen horrorscenario.

Met mij doen enkele andere proefpersonen mee. Evenals als Guus, die ik tijdens het onderzoek ontmoet, zijn ze jong, reislustig en op zoek naar een makkelijke manier om geld te verdienen. Ook Marije (25), Frank (26) en Daniël (23) hebben vakantiewensen. Mark (20) vult zijn karige salaris als pizzabezorger aan en lost leningen af. Het zijn studenten of ze zijn net als Guus en ik kortgeleden afgestudeerd.

Exacte gegevens zijn er niet, maar studenten vormen de hoofdmoot van het deelnemersveld, bevestigen deelnemers die vaker meedoen. Zij vormen het ideale onderzoeksmateriaal: in goede gezondheid en ruim in tijd, maar krap in financiën. Ze hebben een studiepauze of kruipen er na de tentamens even tussenuit.

Ik had verwacht veel desperate zzp'ers en langdurig werklozen aan te treffen, maar van een crisisinloop heeft Guus nauwelijks iets gemerkt. 'Soms doen er wat oudere mannen mee, maar die zijn altijd in de minderheid.' Andere regelmatige deelnemers bevestigen dat reislustige studenten al jaren de omvangrijkste groep zijn.

Zij lijken het meest onder de indruk van de vergoeding. Voor studenten is ruim duizend euro voor een week een smak geld, maar het bedrag is bruto en meedoen kost behoorlijk wat tijd. Het is dan ook slechts een onkostenvergoeding, salariëring voor medicijnonderzoek is in Nederland verboden.

Andere proefpersonen wijken daarom uit naar het buitenland, waar de betalingsregels minder streng zijn. In Engeland ligt de vergoeding gauw twee tot drie keer zo hoog. Avonturier Ralf Kreuze (40) doet daarom het liefst mee bij kliniek Quintiles in Londen. Daar heeft de crisis wel een aanzuigende werking gehad. 'Eerst zaten we er vooral met reizigers. Nu zit ik vaak tussen gewone Engelsen en moet ik er snel bij zijn om mee te kunnen doen.'

Tegenover de vergoeding staan vaak grotere ongemakken dan een verdoofd bovenbeen. Guus liet zich bij eerdere experimenten onder narcose brengen, probeerde een middel tegen hoog cholesterol en hield zijn hand in een bak ijs om een pijnstiller te testen. 'Daarbij viel ik in slaap. Het middel werkte dus.'

Angst voor bijwerkingen hebben de deelnemers allerminst. De argumenten klinken al gauw bekend. 'Het middel is al uitgebreid op dieren getest.' 'De ontwikkelaar heeft geen belang bij een mislukking.' 'Er is scherp toezicht.' Zelfs het drama in Londen bracht Guus niet op andere gedachten. Hij zat op dat moment in de Nieuw-Zeelandse kliniek. 'Dat was toen veel in het nieuws, maar bang ben ik nooit geweest.'

Dat is terecht, benadrukt professor Jan Willem Leer, voorzitter van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, die in Nederland toeziet op de toetsing van medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. 'De vergoeding is vrij hoog vanwege de tijdsduur en eventuele ongemakken, maar nooit ter compensatie van risico's.' Bij de beoordeling van onderzoeksvoorstellen maken medisch-ethische toetsingscommissies een afweging tussen het wetenschappelijk belang en de risico's en belasting van de proefpersonen.

Dat lijkt tegenstrijdig. Als de risico's beperkt zijn, wat heeft het onderzoek dan voor zin? Bijwerkingen komen voor, het ontdekken ervan is een doel, maar de negatieve gevolgen daarvan zijn gewoonlijk beperkt, omdat de gebruikte doses in eerste instantie laag zijn.

Behalve naar bijwerkingen wordt de verwerking van medicijnen bekeken. Hoe snel wordt het middel opgenomen en afgebroken, hoe lang blijft het in de bloedbaan en wanneer verdwijnt het uit het lichaam?

De bevindingen zijn beperkt toepasbaar, omdat gezonde deelnemers niet de doelgroep voor de medicijnen zijn, erkent Leer. Vele jaren aan extra onderzoek zijn gewoonlijk nodig voor een middel op de markt kan verschijnen.

Bitter dure pil

- 2,4 miljard euro. Dat kost de ontwikkeling van een geheel nieuw medicijn, blijkt uit een recente schatting van het Tufts Center for the Study of Drug Development. In dat bedrag zijn ook de kosten meegenomen van de ontwikkeling van medicijnen die uiteindelijk de markt niet haalden.

- Medicijnonderzoek verloopt in fasen, met telkens een grote kans op afvallers.

- Na laboratoriumonderzoek en dierproeven volgt de klinische fase, waarin het middel op mensen wordt getest.

- Klinische fase 1: test op veilige dosis en bijwerkingen bij gezonde proefpersonen.

- Klinische fase 2: test van de werking op 'echte patiënten'.

- Klinische fase 3: test op patiënten en vergelijking met de standaardbehandeling. Is het nieuwe middel wel beter dan wat we al hebben?

- Van alle medicijnonderzoeken die beginnen aan klinische fase 1 haalt nog geen 10 procent de markt.

- De totale ontwikkelingsduur van een nieuw medicijn is vaak ruim tien jaar.

Volgens officiële gegevens is het bijdragen aan medicijnontwikkeling voor deelnemers een belangrijke motivatie om mee te doen. Mijn collega's moeten dan een uitzondering zijn, de onderzoeksresultaten lijken hen weinig te interesseren. Gedisciplineerd zijn ze redelijk. De dreiging van forse geldboetes voorkomt wangedrag. Als de zuster niet kijkt, snaaien ze alleen wat extra stroopwafels en chips uit de voorraadkast. Guus tipt bij de keuring gebruik van verslavende middelen te ontkennen. 'Natuurlijk heb ik weleens drugs gebruikt, maar daar wil ik niet op afgewezen worden.'

De deelnemers zijn meer bezig met het doden van tijd dan met het onderzoek. Tussen de metingen door hebben we namelijk veel vrij. Al is vrij relatief, met de deur en de koelkast op slot. Eten mag alleen op vaste tijden; intensief bewegen is niet toegestaan; verstorende middelen als koffie, cola en chocola zijn niet te krijgen. Opsluiting garandeert de ideale proefpersoon, maar veroorzaakt ook verveling. We hebben tijd te over, maar te weinig activiteiten.

Daardoor zijn we op elkaar aangewezen. We sjoelen, kaarten en lossen sudoku's op. 'Het is eigenlijk net een schoolkamp', constateert Marije. Soms leidt het tot echte gezelligheid. Met zijn allen op de bank tijdens het klaverjassen constateert Guus: 'Eigenlijk zitten we hier veel te kort. Zullen we vragen om een dagje extra?' Een bonte avond op zaterdag blazen we bij gebrek aan inzendingen af.

Zo vallen zes dagen intern best mee. De verdoving trekt na twee dagen weg. Net als de anderen heb ik alleen nog een tijdje last van een blauwe plek. Dit onderzoek is een makkelijke manier om geld te verdienen. De komende maand kan ik weer zonder zweten naar de pinautomaat.

Dat motiveert blijkbaar om vaker mee te doen. Terwijl het bovenbeen nog verdoofd is, zoeken Guus en deelnemer Marije al naar hun volgende onderzoek. Liefst in Londen, wel zo aantrekkelijk. 'Zullen we daar met zijn allen afspreken', stelt Marije lachend voor. Zo gaan de proefkonijnen binnenkort op reis om op reis te kunnen.

Medicijnonderzoek trekt avonturiers

Ralf Kreuze (40) reist al veertien jaar over de wereld, na een niet-afgeronde studie civiele techniek in Delft. Al zijn inkomsten verdient hij als proefpersoon. 'Gewoon werk kost meer tijd en is lastig te combineren met mijn reisschema. Deze proeven zijn voor een reiziger ideaal.'

Sinds 2006 trekt hij over land van Europa naar Australië. Zijn reis voerde onder meer door Iran en Afghanistan, waar hij de eerste bezoeker van een toeristenbureau in maanden was. Zodra het geld op is, onderbreekt hij zijn reis en vliegt naar een medicijnonderzoek, om vervolgens weer vanaf de laatst bereikte locatie over land verder te trekken. De combinatie van de wijde wereld en het ziekenhuisbed bevalt Kreuze. 'Reizen geeft altijd wat stress. Wat is de beste route? Waar kan ik eten? Hoe vind ik een slaapplaats? In de onderzoekskliniek is alles geregeld en kan ik uitrusten. Ik kijk in bed filmpjes, schrijf en plan mijn volgende reis.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234