Dinsdag 22/06/2021

InterviewIn het brein van een puber

Waarom je de puberteit niet zomaar een jaar kunt uitstellen: een kijkje in het brein van uw tiener

Neurowetenschapper Eveline Crone: ‘Ik denk niet dat de lockdown de hersenen stukmaakt, maar de gelegenheden om die spons te voeden zijn nu heel beperkt.’ Beeld mapsandmachines
Neurowetenschapper Eveline Crone: ‘Ik denk niet dat de lockdown de hersenen stukmaakt, maar de gelegenheden om die spons te voeden zijn nu heel beperkt.’Beeld mapsandmachines

Jongeren gaan zwaar gebukt onder de coronamaatregelen. Neurowetenschapper Eveline Crone (45) onderzoekt de impact van de lange lockdown op hun brein. ‘Jongeren nemen risico’s, en eigenlijk is dat goed.’

“Je zou het toch niet kunnen verzinnen, jongeren zeggen dat ze een jaar lang anderhalve meter uit elkaar moeten blijven? Wat een kwelling! En toch doen we het.”

De vraag aan Eveline Crone was: is dit voor u als wetenschapper een interessante periode? De vermaarde professor ontwikkelingspsychologie en neurowetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, weet nauwelijks waar ze moet beginnen.

BIO • Nederlandse hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie • geboren op 23 oktober 1975 in Schiedam • de docu Braintime volgde in Crones Brain and Development Lab vijf jaar lang de hersenontwikkeling bij 300 jongeren. Het onderzoek spitst zich toe op leren, risicogedrag en vriendschapsvorming • auteur van Het puberende brein

Bij het grote publiek werd Crone ruim tien jaar geleden bekend dankzij haar boek Het puberende brein, waarmee ze bij wanhopige ouders een golf van opluchting en herkenning opwekte: eindelijk meer inzicht en begrip in de mechanismen en grillen van die opgroeiende hersenen.

Al jaren leggen Crone en haar team daarvoor jonge breinen onder hersenscans en observeren ze pubergedrag. Nu is de grote vraag: wat betekent de huidige absurde situatie voor jongeren? Wat met hun ontwikkeling en veerkracht? “Daarvoor organiseren we nog altijd scans in het labo, maar we nemen ook vragenlijsten af en trekken de wijken in voor onze jongerenpanels, waarbij we op zoek gaan naar jongeren die niet zo gauw een vragenlijst invullen.”

Die bezorgdheid om het mentale welzijn van onze jongste generatie is trouwens terecht, benadrukt de professor. Opmerkelijk: vooral jonge twintigers laten weten dat ze nauwelijks het hoofd boven water houden.

Neurowetenschapper Eveline Crone: 'Het aantal jongeren met eetstoornissen is gigantisch toegenomen. Er zijn genoeg signalen dat deze periode een grote impact heeft.' Beeld Simon Lenskens
Neurowetenschapper Eveline Crone: 'Het aantal jongeren met eetstoornissen is gigantisch toegenomen. Er zijn genoeg signalen dat deze periode een grote impact heeft.'Beeld Simon Lenskens

“We zien het in verschillende onderzoeken, ook vanuit Amerika. Dat heeft natuurlijk alles met de restricties te maken: de universiteiten zijn in het begin van de crisis meteen gesloten. Dit is de groep die al het langst thuis zit, net op het moment dat hun leven begint, waardoor ze nu geen nieuwe mensen ontmoeten en mijlpalen missen. Ik sprak met studenten die deze zomer hun bache-lordiploma zullen halen, en dan zullen ze al anderhalf jaar geen klasgenoot gezien hebben. Ze hebben geen stage gelopen, geen contacten gelegd,... pittig toch?”

Sommigen vinden dat jongeren overdrijven.

“De hersenen van adolescenten gaan door een periode van grote verandering. Die ontwikkeling is een verhaal van kansen, maar ook van kwetsbaarheid: de veranderingen gaan gepaard met een grotere gevoeligheid voor psychiatrische stoornissen als depressies, schizofrenie en verslavingen. De periode tussen 16 en 24 jaar is vaak het moment waarin zo’n stoornis voor het eerst tot uiting komt.”

Zal corona bij jongeren dus meer psychische problemen uitlokken?

“In Nederland zien we dat nu al. De hulplijnen kunnen het niet aan, klinieken voor jeugdzorg kunnen niet aan de hulpvraag voldoen. Het aantal jongeren met eetstoornissen is gigantisch toegenomen. Er zijn genoeg signalen dat deze periode een grote impact heeft.

“Maar ook jongeren die geen stoornis hebben, gaan door een cruciale transitie: de adolescentie is een fase waarin je ontdekt wie je bent en wat je plek is in de wereld. Nadat je ouders lange tijd veel voor jou hebben beslist, ontdek je je eigen mening en maak je zelf keuzes. Dat is best een bijzondere tijd.”

Uw onderzoek gaf het al aan: de hersenen van pubers zitten enigszins anders in elkaar dan die van volwassenen. Hoe zit dat, en welke impact heeft de lockdown daar verder nog op?

“We weten dat de hersenen uit allerlei zenuwcellen of neuronen bestaan, en de connecties daartussen. Die neuronen beginnen zich nog voor de geboorte te ontwikkelen, en nemen toe in aantal tot we een jaar of zes, zeven zijn. Op die leeftijd heb je de meeste cellen. Daarna komt een tweede fase, die we pas sinds een jaar of twintig onderzoeken: de snoei. De neuronen die je niet veel gebruikt, worden als het ware afgevoerd. Use it or lose it, zeg maar. De neuronen die hun werk wel doen worden sterker, waardoor de hersenen steeds efficiënter werken en de connecties tussen verschillende gebieden toenemen.

Eveline Crone: ‘Jongeren zijn geen losgeslagen projectielen. Ze denken heus wel na, maar als ze bij leeftijdgenoten zijn, worden in the heat of the moment emotionele systemen getriggerd.’ Beeld Simon Lenskens
Eveline Crone: ‘Jongeren zijn geen losgeslagen projectielen. Ze denken heus wel na, maar als ze bij leeftijdgenoten zijn, worden in the heat of the moment emotionele systemen getriggerd.’Beeld Simon Lenskens

“Ik vergelijk het graag met een bos met groeiende bomen en kleine paadjes die je kunt bewandelen. De paden die je vaak gebruikt, worden ingeslepen en evolueren tot een vierbaansweg. Zo kun je heel vlot informatie verwerken en ga je snel van A naar B. Maar op den duur verdwijnen al die kronkelweggetjes.

“Je zou het tienerbrein kunnen zien als een bos vol weggetjes dat nog niet superefficiënt is, maar waarmee je nog alle kanten uit kunt. Tot een jaar of 25 is er een window of opportunity waarin de hersenen nog allerlei informatie kunnen opnemen. Het is geen toeval dat we kinderen juist in die fase naar school sturen.”

Jonge hersenen zijn als sponzen?

“Ja, en niet alleen van academische maar ook van sociale vaardigheden. De vraag is: hoe zit dat nu? Ik denk niet dat de lockdown die hersenen stukmaakt, maar al die gelegenheden om die spons te voeden, om sociale connecties te leggen, zichzelf te leren kennen en af te toetsen ten opzichte van anderen,... die zijn nu heel beperkt, terwijl dat voor een sterke identiteitsontwikkeling erg belangrijk is.

“Het is ook een leeftijd waarop ze nog fouten mogen maken. Jongeren proberen verschillende identiteiten uit. Sommigen worden geaccepteerd, anderen niet, maar dat mag op die leeftijd. Wij kunnen dat niet meer.” (lacht)

Wat zullen daarvan de concrete gevolgen zijn?

“Dat weten we nog niet. Maar je kunt de puberteit niet zomaar even opschuiven: die hersenontwikkeling duurt een bepaalde tijd, en dan is het voorbij. En onderzoek laat zien dat onlinecontact die sociale beperkingen helaas niet compenseert.”

Wat opvalt is hoe erg we doordrongen zijn van de idee dat je jeugd de beste tijd van je leven is. Dat idee legt nu toch ook ongelooflijk veel druk op jongeren?

“Dat is inderdaad een hardnekkig maatschappelijk narratief dat niet klopt. Als volwassenen vergeten we hoeveel onzekerheid je op die leeftijd ervaart en dat je soms best opziet tegen allerlei mijlpalen waaraan je moet voldoen: je diploma halen, studeren, volgende stappen zetten.

'Je zou het tienerbrein kunnen zien als een bos vol weggetjes dat nog niet superefficiënt is, maar waarmee je nog alle kanten uit kunt.' Beeld mapsandmachines
'Je zou het tienerbrein kunnen zien als een bos vol weggetjes dat nog niet superefficiënt is, maar waarmee je nog alle kanten uit kunt.'Beeld mapsandmachines

“Dat verhaal zorgt nu inderdaad voor nog meer druk, maar in de jongerenpanels horen we ook dat ze echt niet als de coronageneratie bestempeld willen worden. Ze willen graag kenbaar maken dat ze het moeilijk hebben, maar dat predikaat ‘verloren’, daar komen ze echt tegen in opstand. Net zoals jongeren uit kansarme buurten niet kansarm genoemd willen worden: dat gaat niet over mij, zeggen ze dan, met mij komt het goed. We moeten daarover nadenken, over hoe we hen beter benoemen.”

Jongeren worden in deze crisis ook vaak als onverantwoorde organisatoren van lockdownfeestjes afgeschilderd.

“We hebben het uitgezocht in Nederland, en dat klopt gewoon niet. Er is een groep – zo’n 10 tot 15 procent van de jongeren – die rebels is en zich niet aan de regels houdt. Dat is altijd zo geweest, en dat zal altijd zo zijn. Bij volwassenen bestaat die groep trouwens ook. Maar dat betekent ook dat 85 procent wél hartstikke zijn best doet.

“Toen de avondklok hier werd ingevoerd, leidde dat tot rellen. Ik wil dat geweld zeker niet bagatelliseren, maar na twee dagen was het alweer overgewaaid, wat echt niet lang is voor protesten. En de jongeren die daar aan meededen, zeiden achteraf heel vaak: ik ging even kijken, ik was nieuwsgierig, ik heb er niet goed over nagedacht. Ik denk dat het meer een uitspatting was dan rebellie tegen het gezag.”

Is bij jongeren de behoefte aan zo’n uitspatting groter dan bij volwassenen? Van de zomerfestivals, toch bij uitstek een plek waar mensen even alle remmen loslaten, lijkt dit jaar alvast weer weinig in huis te komen.

“De adolescentie is alleszins een periode waarin je je omgeving gaat ontdekken zonder altijd na te denken aan de gevolgen op lange termijn. We zien dat ook bij dieren: ratten gaan ook door een puberteit en verlaten dan het nest. Heel onverstandig, want het is gevaarlijk, maar het is wel goed voor de overleving van de soort. Maar ook die roekeloze exploratiedrang wordt nu verhinderd.

“Ik sprak onlangs met een meisje van 20, dat me vertelde dat ze weer aan het onlinedaten is. Ze had een afspraakje, vond het eigenlijk niet zo leuk, maar toen was het opeens al na 21 uur – bij ons gaat om 21 uur de avondklok in – en is die jongen toch maar blijven slapen. Dat is nu typisch iets voor jongeren die niet nadenken.”

In Het puberende brein legt u dat fenomeen ook uit: in de hersenen zijn twee systemen aan zet: de emotionele regulering en de zone die voor rationeel en planmatig denken instaat. Bij pubers lopen die twee systemen nog niet synchroon, en ik kan me voorstellen dat ze daar in een crisis als deze eens zo hard tegenaan lopen.

“Als jongeren rustig thuis zitten, werkt de prefrontale cortex die instaat voor rationeel gedrag goed. Dan begrijpen ze waarom we in deze situatie zitten. Maar buitenshuis – op een feestje, of tijdens rellen – denken ze niet meer na over morgen en varen ze volop op emotie. We moeten jongeren niet wegzetten als ongeleide projectielen die niet nadenken, maar in bepaalde omstandigheden – bij leeftijdgenoten, in the heat of the moment – worden die emotionele systemen getriggerd, dat is sterker dan henzelf.”

Ik ken een zeventienjarige die helemaal mee is met de coronamaatregelen, tot bleek dat ze met vriendinnen nog van hetzelfde glas dronk.

“Precies. Als je haar aan de keukentafel zou vragen of ze dat ooit zou doen, zou ze zeggen: nee, natuurlijk niet. Maar op dat moment overheerst de spanning, of denkt ze niet na over de mogelijke gevolgen. Maar in normale tijden is dat eigenlijk echt goed: jongeren nemen risico’s, zijn creatief en veranderen de samenleving.

“Tussen hun 10de en 15de, de puberteit, ondergaan jongeren allerlei lichamelijke en hormonale veranderingen en zijn ze nogal naar binnen gericht. Als die fase is uitgeraasd, richten jongeren zich meer naar buiten. Niet alleen vertonen ze dan meer risico- en rebels gedrag, ze hebben ook een zeer grote nood aan social belonging en behoefte aan autonomie, het maken van eigen keuzes, het hebben van impact. Daarna verdwijnt die drang weer en keren we naar ons eigen leventje met huizen en kinderen en banen. Dus dat is een heel belangrijke fase van vernieuwing die we als samenleving zouden moeten koesteren.”

In een opiniestuk schreef u onlangs: we vragen vandaag van jongeren heel veel solidariteit, maar geven weinig terug. Hun grieven en ideeën worden zelden serieus genomen.

“Jongeren inspraak geven zou dé manier zijn om deze crisis door te komen, zeker op een moment dat al hun andere behoeftes gefnuikt worden. Maar hun corona-initiatieven worden snel de kop ingedrukt wegens te gevaarlijk, terwijl ik me afvraag of het niet met meer creativiteit kan.

“Maar het is altijd zo geweest, je ziet het ook in andere discussies. Er wordt met veel bewondering naar de klimaatjongeren gekeken, de generatie die het allemaal zal oplossen. Maar zij kunnen dat helemaal niet oplossen, het klimaat is een probleem van ons allemaal. In discussies over bestuurlijke vernieuwing zie ik vaak ouderen die zeggen: we hebben dit al geprobeerd, het werkt niet, dus we gaan het niet doen. Maar er staat een nieuwe generatie voor de deur, die het toch opnieuw wil proberen, op hun manier.

”En als er dan toch naar jongeren geluisterd wordt, horen ze daar later nooit meer iets van. Beleidsmakers gaan zelden met hun plannen terug naar de jongeren om te vragen ‘is dit wat je wilde?’ Dat zijn gemiste kansen.

“In Rotterdam gaan ze een zomerschool organiseren voor jongeren met een leerachterstand. Een meisje zei me: ‘Mijn moeder werkt tijdens de lockdown, dus ik moet koken, voor m’n broertjes en zusjes zorgen en zo goed mogelijk mijn best doen voor de onlinelessen, ook al gaat het niet zo goed. En dan moet ik in de zomer nog eens naar school! Heb ik dan geen recht op vakantie?’ Dat vond ik zo’n mooi inzicht: met de beste bedoelingen wordt gezegd ‘we gaan je bijspijkeren’, zonder enig begrip van de realiteit van sommige jongeren.

“Onze minister van Onderwijs (Arie Slob, red.) heeft ook al gezegd dat sommige leerlingen er rekening mee moeten houden dat ze hun jaar zullen moeten dubbelen. Dat kan je ook helemaal anders zeggen: ‘Hou er rekening mee dat je een jaar gaat overdoen, en dan zorgen wij ervoor dat je gezien wordt, dat jij je kunt ontwikkelen en dat je hier sterker uit komt.’ Dat is een verhaal van kansen, niet van mislukking.”

Zullen we over tien jaar nog de gevolgen zien bij die coronageneratie?

“Ik denk het wel, al is het moeilijk om dat nu precies te benoemen. Veel zal afhangen van wat er de komende jaren nog gebeurt, of de toegenomen ongelijkheid in de maatschappij weer wat gelijmd wordt.

Eveline Crone: 'Ik ben ook hoopvol omdat ik zie dat de nieuwe generatie zelf weer de nieuwe ethiek maakt: jongeren zetten al eens wat vaker hun telefoon uit.' Beeld Simon Lenskens
Eveline Crone: 'Ik ben ook hoopvol omdat ik zie dat de nieuwe generatie zelf weer de nieuwe ethiek maakt: jongeren zetten al eens wat vaker hun telefoon uit.'Beeld Simon Lenskens

“Ik wil ook proberen het narratief daarover om te keren, zodat jongeren kunnen zeggen: ik heb corona meegemaakt, en daardoor weet ik nu wat solidariteit betekent. Of: ik weet nu wat het betekent om te vallen en weer op te staan. Dat corona bij wijze van spreken een pluspunt wordt op je cv. Dat willen jongeren zelf ook heel graag.”

Het World Economic Forum noemt deze generatie jongeren inclusiever en rechtvaardiger. Hoe komt dat volgens u?

“De verklaring is ingewikkeld, omdat er veel tegelijk verandert in deze maatschappij. Een van de kenmerken van deze generatie is dat ze geen wereld zonder internet kennen: ze zijn hypergeconnecteerd. Dat heeft bijvoorbeeld effect op hun engagement. Een bekend voorbeeld zijn de Amerikaanse jongeren die na schietpartijen op scholen betere wapenwetten eisten. Via sociale media konden ze snel protesten organiseren in verschillende steden, en elkaar makkelijk helpen: ‘Je kunt bij mij logeren als je een slaapplek nodig hebt’. Dat zorgt voor een bredere visie over diversiteit en inclusie.

“Een andere mogelijke verklaring is dat deze generatie van kinds af aan naar de kinderopvang is gestuurd: er zijn wetenschappers die zeggen dat dat een positief effect heeft op hun sociale ontwikkeling.”

Twee jaar geleden bracht u uw boek opnieuw uit, met een update over sociale media.

“Ik ben niet zo alarmistisch. Sociale media horen bij deze generatie en onderzoek laat alvast zien dat die wereld heel vergelijkbaar is met hun reële leven: een vijftal hechte vrienden, vijftien mensen met wie ze intensief omgaan, 50 mensen die ze vrienden noemen en de rest zijn eerder kennissen. Mensen zijn ook heel bezorgd over cyberbullying, maar dat is heel vergelijkbaar met het klassieke pesten, ook qua prevalentie. Ondertussen spelen jongeren online ook met verschillende identiteiten en komen ze, bijvoorbeeld via Discordgroepjes, in contact met mensen van over de hele wereld. Dat is wel bijzonder.

“Fundamenteel zie ik dus weinig verschillen: de sociale behoeften van jongeren zijn dezelfde gebleven, alleen uiten ze die nu anders. Met risicogedrag is het net zo: alcohol- en drugsgebruik zijn de laatste jaren fel afgenomen, in de plaats daarvan komen sexting en gevaarlijke online-uitdagingen die viraal gaan.”

Maakt u zich zorgen over de toegenomen schermtijd, nu jongeren heel de tijd thuis zitten?

“Ik vrees voor meer jongeren met een bril. (lacht) Toen ik vroeger lezingen gaf, waren mensen enorm gechoqueerd als ik vertelde dat jongeren zes tot negen uur per dag online zijn. Vandaag is dat wellicht vijftien uur, en niemand piept daarover. We zijn al blij dat ze contact maken en lessen volgen. Wat daar de langetermijneffecten van zijn, zullen we nog moeten ontdekken.

“Je kunt bij dit soort evoluties altijd zeggen: het is niet goed. Maar het is er gewoon, dus de vraag is: hoe gaan we ermee om? Ik ben ook hoopvol omdat ik zie dat de nieuwe generatie zelf weer de nieuwe ethiek maakt: jongeren zetten al eens wat vaker hun telefoon uit. Dat zie je bij de generatie daarvoor écht niet, die zit altijd online. Dus misschien lost het probleem zichzelf ook wel weer op.”

Krijgt u eigenlijk veel vragen van ouders die niet weten hoe ze hun kinderen door deze tijd moeten loodsen?

“Nee, eigenlijk niet. Ik kan ook niet zoveel advies geven, dit is zo’n unieke tijd. En als ik vroeger lezingen gaf over Het puberende brein, waren ouders vooral opgelucht. ‘O, mijn dochter is dus toch normaal’.”

Zijn er voor adolescenten ook positieve kanten aan dit coronaverhaal?

“Dat hebben we hun ook gevraagd, en zeker in het begin vonden ze het eigenlijk wel aangenaam om wat meer tijd te hebben voor zichzelf. Dat gevoel is inmiddels weggeëbd, maar het zegt ook iets over de drukte in onze maatschappij vóór de crisis; die moeten we ook niet idealiseren. En zowel de tieners als twintigers geven aan dat ze het leuk vinden dat ze meer tijd hebben voor hun familie.”

Serieus?

“Ja hoor. Ook de mening van ouders blijft heel belangrijk, zelfs al laten ze dat niet altijd blijken. Net als knuffels, trouwens. Veel ouders nemen fysiek afstand als hun kinderen wat groter ­worden, maar eigenlijk vinden ze dat wel fijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234