Donderdag 20/06/2019

Spelling

Waarom iedereen dt-fouten maakt

Dt-fouten zijn voor de meeste mensen een doorn in het oog, maar zelfs de grootste taalpurist ontsnapt er niet aan. Psycholinguïst Dominiek Sandra van de Universiteit Antwerpen, legt in het wetenschapsmagazine EOS uit hoe het komt dat dt-fouten zo hardnekkig zijn.

De onderzoeksgroep psycholinguïstiek aan de Universiteit Antwerpen onderzocht de mentale processen die ervoor zorgen dat we fouten maken bij het spellen van werkwoordvormen. De meeste fouten komen voor bij zogenoemde homofonen. Dat zijn werkwoordsvormen die hetzelfde klinken maar anders worden geschreven, zoals word/wordt en gebeurt/gebeurd. Dergelijke homofonen zijn eerder zeldzaam. Ze maken maar 5 tot 10 procent uit van alle Nederlandse werkwoordsvormen en komen ook in teksten maar weinig voor. Toch is het net tegen deze kleine groep werkwoorden dat de meeste fouten worden gemaakt.

De onderzoekers legden aso-leerlingen uit de derde graad van de middelbare school een dictee voor dat wemelde van de probleemgevallen. De proefkonijnen kregen bovendien maar heel weinig tijd. Door hen veel bedenktijd te geven, zouden de onderzoekers immers alleen maar inzicht krijgen in hoe goed ze de spellingregels beheersen. "Wij wilden weten wat er gebeurt als ze de regels niet kunnen toepassen, hoe het foutenmechanisme achter dt-fouten eruitziet", legt Sandra uit.

Werkgeheugen

Voor deze aanpak gingen de onderzoekers uit van de hypothese dat de meeste dt-fouten ontstaan onder tijdsdruk of omdat we te gefocust zijn op de inhoud zodat er onvoldoende aandacht overblijft voor de spelling. Of anders gezegd: dt-fouten ontstaan als de capaciteit van ons werkgeheugen overbelast is.

Uit het onderzoek bleek dat de leerlingen onder tijdsdruk kozen voor de homofoon met de hoogste frequentie. Aangezien 'wordt' vaker voorkomt dan 'word', schreven de proefpersonen vaker 'wordt' waar het 'word' moest zijn. Die zogenoemde homofoondominantie speelt overigens ook een rol als je leest. Zo vallen sommige dt-fouten minder op dan andere, omdat de meest voorkomende homofoonvorm er vertrouwder uitziet.

"Ons werkgeheugen is nodig om dt-regels toe te passen, vooral omdat er maar 5 tot 10 procent werkwoordhomofonen zijn en de regels daardoor niet geautomatiseerd raken. Als de capaciteit van dat werkgeheugen overschreden wordt, ontstaat een voorkeur voor de dominante spelling", aldus Sandra.

Ten slotte vonden de onderzoekers ook nog een link tussen dt-fouten en nonchalance. "Nonchalante schrijvers maken per definitie veel dt-fouten omdat ze geen moeite doen om de spellingregels in hun werkgeheugen op te roepen. Daardoor vallen ze vaak ten prooi aan het effect van homofoondominantie. Het omgekeerde geldt niet. Niet elke dt-fout is een gevolg van een nonchalante schrijfhouding."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden