Woensdag 22/01/2020

TED-lessen

Waarom de nieuwe media een zegen zijn voor de architectuur: vijf TED-lessen van Marc Kushner

Het Guggenheim Museum in Bilbao van architect Frank Gehry "veranderde alles", volgens Marc Kushner. Beeld © Tim Graham

In zijn TED-talk 'De toekomst van architectuur in 100 gebouwen' schetst Marc Kushner (39) de laatste dertig jaar in de geschiedenis van de architectuur. In zijn boek kijkt hij naar de toekomst. En die is grenzeloos, zo blijkt. "Publiek en architect zijn geen tegenstanders meer."

Architectuur vormt de mens

Toen Marc Kushner nog een klein Marcje was, groeide hij op in een huis in New Jersey. Tussen zijn slaapkamer en de badkamer was een overloop die uitgaf op de woonkamer, waar het gezin de hele avond rondhing en tv keek. Daardoor kon iedereen Marc zien als hij van zijn slaap- naar de badkamer ging en omgekeerd. “Daar baalde ik enorm van”, zucht Kushner tijdens zijn TED-talk. “Maar kijk: dát is architectuur.”

Bij dat woord denk je misschien vooral aan maffe gebouwen of monumentale wolkenkrabbers, maar architectuur, zo betoogt Kushner, gaat niet over wiskunde of ingewikkelde tekeningen. Het gaat over een intuïtieve, emotionele band die we vormen met de plaatsen die we innemen.

Marc Kushner. Beeld rv

“Amerikanen brengen 90 procent van hun tijd binnen door. Dus 90 procent van de tijd worden we omsingeld door architectuur. Het vormt ons op de meest onverwachte manieren.”

Truken van de foor

Architecten maken dankbaar gebruik van de gevoelens die gebouwen bij ons oproepen. In zijn TED-talk toont Kushner een beeld van het Amerikaanse hooggerechtshof, met zijn bonkige, witte zuilen. “Ik weet wat je nu denkt”, zegt Kushner. “Je denkt: macht. Stabiliteit. Democratie.”

Dat is geen toeval. We zijn gevormd om die associaties te maken met zulke zuilen, omdat we die kennen van het Parthenon op de Akropolis. Daarom duiken die zuilen zo vaak op. Ook bij ons, denk maar aan het justitiepaleis. Het is een truc.

“Overheden en ontwikkelaars zijn doodsbenauwd voor verandering”, zegt Kushner. “Gebouwen maken is duur, erg ingewikkeld en het duurt eeuwen. Met zo veel onzekere factoren, gebruiken ze liever vormen waarvan ze weten hoe we erop zullen reageren.”

Innovatie uit frustratie

Die aversie voor innovatie bij de lui die ­gebouwen bestellen bij architecten, maakt dat de architectuur werkt als een slinger, zegt Kushner. Architecten die het beu zijn voor de zoveelste keer een stel zuilen op een rijtje te tekenen, zetten zich af en innoveren, bijvoorbeeld door in de jaren 70 met belachelijk veel beton te werken. De reacties zijn afwijzend, waarna er weer een beweging komt naar de oude, vertrouwde symbolen van weleer en het liedje zich kan herhalen.

“En daardoor zijn we tijdens de eighties afschuwelijke Spaanse haciënda’s beginnen neerpoten in pakweg Ohio”, grapt Kushner. “Gemakkelijk. Goedkoop. We maakten geen plaatsen, maar herinneringen aan plaatsen.”

Gehry veranderde alles

In 1997 wordt alles anders. De slinger wordt abrupt losgerukt door een fenomenaal nieuw gebouw: het Guggenheim in Bilbao. Architect: Frank Gehry, de eerste absolute wereldster in zijn vak. Een “starchitect”, zegt Kushner. “Gehry’s gebouw veranderde alles. Voor een van de eerste keren in de geschiedenis waren critici, academici en het publiek compleet verenigd in hun bewondering voor een gebouw. The New York Times noemde het Guggenheim een wonder en het toerisme naar Bilbao steeg met 2.500 procent.” Waardoor uiteraard elke burgemeester ter wereld ook een Gehry wilde en ’s mans radicale vormen tegenwoordig gemeengoed zijn, zeker in Amerika, waar elke zichzelf respecterende stad tegenwoordig wel een gebouw van Gehry heeft staan, van Cleveland tot Los Angeles.

De reden waarom Gehry’s Guggenheim zo massaal omarmd werd, ligt volgens Kushner bij de media. “Duizend jaar geleden moest je naar het volgende dorp om een ander gebouw te zien, nu zie je het overal, wanneer je maar wilt. De snelheid van communicatie heeft de snelheid van de architectuur ingehaald.”

Niemand wordt nog boos

Een van de grote problemen van de architectuur, vond Kushner, was de tijdsdiscrepantie tussen het bedenken van een gebouw en het bouwen zelf. In de vier jaar waarin een of andere bibliotheek werd neergepoot, bedacht de architect van het project al vijf, zes nieuwe gebouwen, zonder te weten of het publiek zijn bib wel zou pruimen of niet. “Het betonnen brutalisme was geen modegril van twee jaar, het was een twintigjarige beweging”, vloekt hij. “Zo lang duurde het voor we in de mot kregen dat de mensen er eigenlijk een bloedhekel aan hadden!”

Dé troef van het mediatijdperk is dat zo’n euvel wordt weggenomen. De feedback is nu instant. Kushner vertelt over hoe bureaus fotorealistische tekeningen maken van nieuwe gebouwen, zodat iedereen op voorhand een perfect idee heeft van hoe het er in de omgeving zal uitzien. “Zo wordt een nieuw gebouw al een deel van de gemeenschap nog voor het er is. Als het er effectief staat, is niemand verrast of boos. Het wordt als vanzelf opgenomen in het volk. Het wordt zélf media, als het verschijnt op Instagram en Facebook.”

Een en ander leidt tot, zoals Kushner het ietwat dramatisch stelt, het einde van de architectuurgeschiedenis. De slinger is zodanig versneld dat hij haast simultaan op beide extremen tegelijk is en het verschil tussen symbool en innovatie vervaagt. “Nu maken we emotioneel beladen symbolen uit volledig nieuwe dingen.”

De bottomline, zegt Kushner, is dat publiek en architect geen tegenstanders meer zijn. En maar goed ook. “Gebouwen weerspiegelen niet onze samenleving, ze vormen haar tot in de kleinste ruimtes, zoals de overloop tussen slaap- en badkamer.”

Marc Kushner

Op zijn website architizer.com verzamelt architect Marc Kushner verrassende architectuur van over de hele wereld. Zijn doel: mens en architectuur met elkaar in contact brengen. Hij is de neef van Jared Kushner, schoonzoon en adviseur van Donald Trump.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234