Zaterdag 27/02/2021

Analyse

Waarom big tech zo weinig van videogames bakt

Bezoekers van videogamebeurs Gamescom spelen de game 'Doom' op de stand van Stadia. Moederbedrijf Google heeft ondertussen de ambities voor zijn videogamemerk flink naar beneden bijgesteld. Beeld AFP
Bezoekers van videogamebeurs Gamescom spelen de game 'Doom' op de stand van Stadia. Moederbedrijf Google heeft ondertussen de ambities voor zijn videogamemerk flink naar beneden bijgesteld.Beeld AFP

Google schroeft zijn ambitieuze Stadia-videogamedienst, na anderhalf jaar, al flink terug. Er heerst een algemene malaise bij de gameafdeling van Amazon. Ook Apple en Facebook breken voorlopig geen potten wat videospellen betreft. Waarom bakken de techreuzen – met al hun geld en kennis – er zo weinig van in de gamesector?

Als de wereldwijd meer dan 120 miljard euro per jaar opbrengende videogame-industrie zelf een game was, dan was Stadia van Google nog niet eens voorbij het tweede level geraakt. De Amerikaanse techgigant had de streamingdienst voor videogames in 2019 nochtans met veel aplomb voorgesteld als een geduchte toekomstige concurrent voor andere gamemerken als PlayStation, Nintendo en Xbox. Technisch bleek de dienst, die videogames naar eender welk scherm streamt zonder dat de speler daarvoor een console in zijn buurt moet hebben, prima te werken, en eind vorig jaar kwam de dienst ook nog eventjes in het nieuws toen bleek dat de Stadia-versie van de technisch krakkemikkige game Cyberpunk 2077 een van de best werkende was.

Maar de rest van het videogameaanbod is – op die laatstgenoemde game, recente klepper Hitman III en toekomstige Belgische sensatie Baldur’s Gate III na – schraal. En volgens velen had Google zich mispakt in zijn commerciële model: in plaats van een streamingbuffet à la Netflix moeten spelers de individuele games op de dienst nog steeds kopen. Google had twee gamestudio’s opgericht voor exclusieve Stadia-games, in Los Angeles en Montréal, maar die worden nu beide gesloten nog voordat ze één game hebben afgewerkt. Stadia blijft bestaan als dienst, maar er zijn veel signalen dat het in de toekomst eerder in het meubilair zal opgaan. Google zal de technologie vanaf nu ook aanbieden aan andere gamebedrijven. “Dat zien we als het beste pad om een langetermijnbusiness van Stadia te maken”, luidt het bij Google.

Geroepen vs. uitverkoren

Google is niet de enige Amerikaanse technologiereus die zich de afgelopen jaren op videogames heeft gestort, maar daar vooralsnog geen potten breekt. Vorige week verscheen in Bloomberg BusinessWeek een verhaal over de malaise bij de videogamestudio die Amazon in 2012 oprichtte, waarbij projecten consequent onderbemand worden opgestart en een paar heavy hitters die Amazon had weggekocht bij gevestigde gamebedrijven vleugellam werden gemaakt door het management. Amazon Game Studios lanceerde tot nu toe alleen het geflopte schietspel Crucible, en heeft al meerdere projecten na enkele jaren ontwikkeling getorpedeerd.

Nog een techreus die zich erg geroepen voelde om de videogame-industrie te veroveren, is Apple. Het bedrijf verdient jaarlijks wel enkele miljarden aan de verkoop van games op zijn App Store (of toch de 30 procent per verkocht exemplaar die het in zijn zak steekt), maar een poging om zijn eigen gamemerk te lanceren met Apple Arcade wacht nog een beetje op succes. Het (op zich sterke) aanbod wordt bij een breed gamerpubliek als te avant-garde beschouwd.

Facebook, ten slotte, had tien jaar geleden een kleine voorsprong toen sociale games als Farmville vooral op zijn platform werden gespeeld (en dus cruciale advertentie-inkomsten genereerden). Maar het verspeelde die bonus toen het zijn mobiele app als het hart van zijn bedrijfsmodel begon te beschouwen. Facebook is ook eigenaar van VR-bedrijf Oculus, maar dat beweegt zich voorlopig in de marge van de game-industrie.

Niet all-in

Volgens Joost Van Dreunen, professor videogamebusiness aan de Stern-managementschool in New York, vertegenwoordigen de vier techreuzen samen zo’n 3 procent van de wereldwijde videogame-industrie. Vooral door de kracht van de gameverkoop op Apples mobiele App Store en de Play Store op Googles Android-systeem, en gamers die hun exploten streamen op YouTube (van Google) en Amazons streamingdienst Twitch. “Ze verdienen allemaal substantieel minder aan games dan de gevestigde bedrijven in de videogamesector.”

Waar die laatste doorheen meerdere decennia organisch zijn gegroeid uit succesvolle gamelanceringen en een creatieve cultuur die daaruit ontstond, probeert big tech datzelfde effect te sorteren door hun goedgevulde portefeuille boven te halen.

“Ze gaan gewoon niet all-in”, zegt Van Dreunen. “Bij muziek en films is het makkelijker om gewoon wat geld uit te strooien voor content die exclusief is voor hun platform. Dat zit moeilijker bij games, omdat daarin het netwerkeffect een belangrijke rol speelt: je moet een community van spelers opbouwen, en de meeste succesvolle games draaien om multiplayer. Niet makkelijk wanneer je de content slechts op één platform – het jouwe – wilt zien.”

Flappen bovenhalen

Maar als er één techreus is die heeft bewezen dat het wel nog kan, is het Microsoft. Het bedrijf lanceerde twintig jaar geleden een beetje onbesuisd zijn Xbox-gameconsole, en bouwde daar – na er in twee decennia tijd miljarden dollars te hebben ingepompt – een succesvol videogamemerk rond. De Xbox is vandaag de derde speler op de markt, na Sony’s PlayStation en Nintendo’s Switch-console, maar met een agressieve overnamestrategie groeide Xbox van een kneusje onder de gamebedrijven tot een geduchte medespeler uit. Dat is mogelijk ook de sleutel voor de anderen, zegt Van Dreunen: écht eens de flappen bovenhalen, voor de overname van een gevestigd gamebedrijf. Aan het budget zal het niet liggen. Amazon, Google, Facebook en Apple hebben grote cashreserves, die een veelvoud zijn van de marktwaarde van grote gamebedrijven als Electronic Arts, Activision Blizzard en Ubisoft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234